Site-archief
1,71
Demi Baltus
.
Demi Baltus (1998) studeert geneeskunde aan de UVA en in 2015 won ze met haar poëzie de Velser Inter Scolaire (een algemene podiumkunsten wedstrijd voor middelbare scholieren in Gemeente Velsen). Ze schrijft poëzie in de vorm van klankgedichten. In haar werk is klank en ritme heel belangrijk (wat ook blijkt uit het gedicht hieronder).
Haar gedichten luisteren net zo makkelijk weg als popsongs want zegt ze: “Ik wil dat mensen wakker blijven”. Afgelopen jaar was Demi één van de deelnemende dichters van de Poëziebus.
Uit de lesbrief van ‘Doe Maar Dicht Maar 2014-2015’ de docentenhandleiding het gedicht 1,71 van Demi.
.
1,71
.
Ik ken jou
Hoofd, schouders, knieën, teen
de stressvlek in je nek
en het trillen van je been
.
De glinstering in je ogen
en de woorden op je tong
De sproetjes op je neus
waar ik nog liedjes over zong
.
Ik ken je handen
koud maar veilig
De eerste haartjes op je kin
het puntje van je neus
en je hoofd van binnenin
.
Ik ken je lijfgeur als geen ander
Jouw lippen op mijn mond
Jouw 1,71
Mijn voeten van de grond
.
Demi in actie tijdens de Poëziebus toer in Antwerpen.
Te laat
Toon Tellegen
Vandaag heb ik het gedicht ‘Te laat’ van de dichter van de maand oktober Toon Tellegen gekozen. Enerzijds omdat het gedicht me raakt in deze rare tijden en anderzijds omdat Toon Tellegen als geen ander waarheden kan verkondigen die je meteen bereid bent om aan te nemen. Zo ook in het gedicht ‘Te laat’ uit de bundel ‘Gewone gedichten’ uit 1998.
.
Te laat
We zijn te laat,
we hebben gedanst, hadden we niet moeten doen,
we zijn wanhopig geweest, niet goed,
we hebben reusachtige lasten op onze schouders genomen,
we hadden moeten vragen: waarom zijn deze lasten niet licht,
we hadden moeten denken: dit is verkeerd,
we hebben over liefde gesproken in zorgvuldig gekozen bewoordingen,
zorgvuldig??
durven we dát woord in de mond te nemen?
liefde,
en dan zorgvuldig?
we hebben verontschuldigingen gezocht,
ons koninkrijk hebben wij willen geven voor een verontschuldiging –
we zijn te laat,
we moeten onszelf maar niet vergeven,
laten we dat maar niet doen,
nee.
.
Zomer
Toon Tellegen
.
Omdat de zomer maar voortduurt (en wat mij betreft mag dat nog lang duren) een gedicht over de zomer van Toon Tellegen. Ik weet dat ik veel mensen een plezier doe met de poëzie van Toon Tellegen dus wie weet, maak ik hem dichter van de maand. Nu hier het gedicht ‘Zomer’ uit de bundel ‘Gewone gedichten’ uit 1998.
.
Zomer
.
Zomer.
De zon schijnt.
De hemel bloeit.
Mensen kijken omhoog, gaan op hun tenen staan,
klimmen op elkaars schouders
en plukken God.
‘God is mooi,’ zeggen ze, ‘mooier dan ooit.’
Ze zetten hem in vazen
op hun tafels en voor hun ramen,
en God bloeit en geurt een middag en een avond-
dan leggen ze hem tussen de bladzijden van een schrift,
onder een ijzeren gewicht
voor later, in de winter,
als er niemand is.
.
Horloge
J. Bernlef
.
Uit de bundel ‘Aambeeld’ uit 1998 van J. Bernlef het gedicht ‘Horloge’.
.
Horloge
.
Ik zat op de huisbank van een Zuid-Afrikaan
toen jou alles afgenomen werd
verder was ik nooit van je vandaan
.
Terwijl mijn gastheer krakend koersen controleerde
en zijn dikke dochter zocht naar gave popmuziek
wat zag jij toen, in je laatste val?
.
Dit gedicht even duidelijk als de dood
een open boek, een afgesloten hoofdstuk
woorden weggevloeid in aarde, als water
.
Voor jou werd het nooit meer later
op je horloge dat ik nu verder draag
de tijd die voor jou noch mij bestaat
.
Zwarte zwanen
Paul Marijnis
.
In het kader van de (bijna) vergeten dichters vandaag aandacht voor dichter, schrijver en journalist Paul Marijnis (1946 – 2008). Marijnis debuteerde pas in 1993, toen hij 47 was met de roman ‘De zeemeermin’. Hij is de auteur van een klein oeuvre dat bestaat uit drie romans, een verhalenbundel en twee dichtbundels te weten ‘Gilette’ uit 1998 en ‘Rode zoenen’ uit 2002. Voor de laatste ontving hij in 2003 de J.C. Bloem-poëzieprijs.
Uit de bundel ‘Gilette’ het gedicht ‘Zwarte zwanen’.
.
Zwarte zwanen
.
Een vlugge glimp van witte lingerie
onder roetwolk van rokken: zwarte zwanen
die, gekoppeld in een zelfde rêverie,
als kanten schuitjes door de vijver varen:
kokette weduwen die niet om hun doden
blijven treuren – zwart is in de mode.
Eén kijkt soms even of haar spiegelbeeld
zich onder water net zo erg verveelt.
.
Bananenverdriet
Arjan Witte
.
Arjan Witte (1961) is dichter, schrijver en muzikant. Hij publiceerde naast meerdere romans een biografie van Oswald Spengler (Aspekt, 2008). Hij was met Ezra de Haan en Tommy Wieringa oprichter van het tijdschrift ‘Vrijstaat Austerlitz’ (1997-1999). Met Wieringa en een aantal muzikanten vormde hij het poëzie- en muziekgezelschap ‘Het Donskoj Ensemble’. Daarnaast was hij toetsenist bij Spinvis. (bron http://www.nederlandsepoezie.org)
Bundels van Arjan Witte zijn ‘Kikkerbloed’ uit 1998 en ‘Amfibieën’ uit 2013. Deze laatste bundel is gratis te downloaden via: http://www.nederlandsepoezie.org/jl/2013/witte_amfibieen.pdf
In zijn poëzie is er veel te genieten; binnenrijm, alliteraties, eindrijm, beginrijm, associaties en een rijke beeldtaal.
Uit de bundel ‘Kikkerbloed’ het gedicht ‘Bananenverdriet’.
.
Bananenverdriet
.
De taal onderschept
een woord vol gevoel –
je zal je moeder bedoelen.
.
Delf, delf, de taal onderschept zichzelf vanzelf
.
Spreken, schrijven, dichten, zuchten
in een hoog, bont, hol gewelf
purperen pracht, bevrozen luchten
in diepe schachten schicht de elf.
.
Delf brutaal, de taal onderschept zichzelf.
.
De taal, litaan, banale banaan
kaal handvat met een schil eraan
alsmaar groeiend bij elke hap.
.
Delf, delf, de taal onderschept
de spatel, behept met zelf,
helften van woorden
bekoort mijn oren niet
verstoort mijn orde niet.
.
44
Nog twee keer
.
Al enige tijd besteed ik op zondag speciale aandacht aan één van mijn favoriete dichters namelijk aan Herman de Coninck. Ik heb besloten dat ik vanaf mei hiermee stop (wat overigens niet wil zeggen dat zijn werk niet meer op dit blog zal verschijnen). Vanaf de maand mei zal ik de zondag, per maand, aan een andere, wisselende dichter wijden. Dus het komende jaar op zondag één dichter die speciale aandacht krijgt en dan een maand lang.
Ik heb al wat dichters op het oog maar ik zou het leuk vinden als er vanuit mijn lezers ook voorstellen zouden komen. Dus heb je een favoriete dichter, waar je een aantal zondagen lang iets van zou willen terugzien, laat me dit dan even weten.
Nu dus voor de één na laatste zondag in April nog gewoon een gedicht van Herman. Vandaag heb ik gekozen voor het gedicht ’44’ uit ‘De gedichten’ uit 1998.
.
44
.
Zonder ik, zonder onderwerp.
Lier aan de wilgen gehangen.
Ander instrument aangeschaft.
.
Met voorhamer van grote
gevoelens op xylofoon
van ziel. Ziel kapot, natuurlijk.
.
Met hark ziel in hoek
geveegd en opgestookt.
Meer ziel dan hij dacht.
.
En vervolgens op hark viool
gespeeld, met zaag als strijkstok.
Een liedje.
.
Olifant
Kolder
.
Dat Herman de Coninck niet alleen prachtige gedichten schrijft over de vrouw, de poëzie, het leven, zijn kinderen en de liefde, bewijst hij met het kolderieke gedicht ‘Olifant’ dat werd gepubliceerd in ‘De Gedichten’ uit 1998.
.
Olifant
.
Hij is gemaakt van de grofste effecten,
draagt zijn broek als clown August,
de knieën slodderend, maakt danspasjes
als tante Bertha die een tango de grond
inheit, terwijl z’n kont doet denken
aan een vals gebit
.
dat net is uitgenomen. En dan zijn slurf
en vlak daarnaast zijn ogen. Hoe zou jij kijken
als ze je lul op je neus hadden gezet?
.




















