Site-archief

Vuurtoren

Oosterleek

.

Van Stefanie van Ruijven ontving ik een paar fraaie voorbeelden van gedichten op vreemde plekken. Dit keer gedichten op de vuurtoren van Oosterleek, gemeente Drechterland (West Friesland). De vuurtoren blijkt bij nader inzien een lichtopstand genaamd het ‘Vuurtje van Leek’, een waarschuwingssein in de vorm van een torentje met een lichtbaken, bij de Leekerhoek voor het scheepvaartverkeer op het Markermeer.

De lichtopstand bevindt zich even ten zuiden van Oosterleek in een haakse bocht van de Zuiderdijk langs het Markermeer. Het torentje werd in 2001 gebouwd ter vervanging van een soortgelijk exemplaar, dat sinds 1939 op deze plaats heeft gestaan. Ook voor 1939 was er al een waarschuwingslicht op deze plaats.

In het kader van het project Land in dicht is er op de ronde groene ketel met zwarte letters een citaat uit een gedicht van Emily Dickinson aangebracht: “We wouldn’t mind the sun, dear, if it didn’t set -“. Aan de andere zijde van de toren is de vertaling van Louise van Santen in witte letters aangegeven: “De zon zou ons niet kunnen schelen, lief, als zij niet onderging -“

Toen in 2013 de lichtopstand geschilderd werd verdwenen de teksten van de gedichten onder de verf. Een aantal inwoners was hierover zeer teleurgesteld en daarop werden de teksten opnieuw aangebracht.

.

VT

De teksten zoals ze aangebracht waren voor 2013.

VT1

 

VT2

 

VT3

En de teksten zoals Stefanie ze tegen kwam.

Fabrique

Willem van Toorn

.

Willem van Toorn (1935) is schrijver, dichter, toneelschrijver, vertaler en bloemlezer. Met name in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw was Willem van Toorn een grote naam in de poëzie. Hij won in die periode vele poëzieprijzen, publiceerde vele bundels en zat in een aantal jury’s van poëziewedstrijden. Een uitgebreide bio- en bibliografie kun je lezen op de website van schrijversinfo.nl op http://www.schrijversinfo.nl/toornvanwillem.html . Willem van Toorn’s gedichten zijn doortrokken van een liefdevolle ironie waarbij het thema (on)zekerheid centraal staat.

Uit de bundel ‘Gedichten 1960-1997’ uit 2001, het gedicht Fabrique.

.

Fabrique

.

Is dit nog wel een tuin? Wat moet ik met
deze pagode zonder goden, obelisk
die slechts zichzelf gedenkt, een niks
met niks verbindende brug uit Tibet.
.
Vijvers waar je ook kijkt. Wolken erin
maar van een mens geen spiegelbeeld. Ik buig
mij over leegte. Een jachthuis
waar nooit een jager in woonde. Onzin.
.
Vond ik je hier, was je een herderin
met valse blossen. Nagespeeld. Niet pluis.

.

Willem_van_Toorn

Literaire wandeling Leeuwarden

Deel 2: Poëzieroute Leeuwarden

.

Literaire wandelingen kunnen op de meest bijzondere manieren tot stand komen. Meestal zijn het enthousiaste vrijwilligers of liefhebbers die een literaire wandeling maken aan de hand van plekken waar een schrijver of dichter heeft gewoond en gewerkt. Een ander keer is het langs plekken waar gedichten te lezen zijn.

In Leeuwarden is de herkomst van de poëzieroute weer een andere.  John te Loo is ereburger van de stad Leeuwarden. Ter gelegenheid van zijn afscheid als burgemeester van Leeuwarden in 1993 (waar hij vanaf 1983 burgemeester was) kreeg hij Het Metrum van de voetstap aangeboden. Gedichten van schrijvers die in Leeuwarden gewoond of gewerkt hebben zijn gegraveerd in hardstenen tableaus (waarvan een deel in het Fries) verspreid over de binnenstad.

In 2001 werd de wandeling die oorspronkelijk 10 gedichten kende uitgebreid tot 23 gedichten ook met gedichten van dichters die niet direct een link hebben met Leeuwarden. In de eerste versie waren gedichten van Eddy Evenhuis, Simon Vestdijk, Martin Veltman, D.A. Tamminga, Obe Postma, Michaël Zeeman, Theun de Vries, J. Slauerhoff, Baukje Wytsma, Kees ’t Hart te lezen. In 2001 werden gedichten van  Albertina Soepboer, Remco Campert, Ivan Sergejevitsj Toergenew, Willem Frederik Hermans, Piet Paaltjens, Gerard Reve, Rutger Kopland, Judith Herzberg, Anne Feddema, Bertus Aafjes, Remco Ekkers, Willem Hussem, Ida Gerhardt toegevoegd.

.

leeuwarden_poezie

leeuwarden_poezie2

leeuwarden

 

Meer lezen over de poëzieroutes in Leeuwarden: http://www.poezieroute.nl/nieuws.html

Literaire wandelingen

Deel 1: Hans Warren wandeling

.

Een nieuwe categorie op dit: De literaire wandeling, waarbij ik me wel beperk tot literaire wandeling in relatie tot dichters. Er zijn vele literaire wandelingen in relatie tot proza schrijvers, heb je daarin interesse dan verwijs ik je graag naar de rubriek op Google.

Vandaag deel 1, de Hans Warren wandeling door Zeeland. Hans Warren (1921-2001) schrijver en dichter uit Borssele debuteerde in 1946 met de dichtbundel ‘Pastorale’. Hoewel Hans Warren vooral bekendheid geniet door zijn Geheime dagboeken heeft hij ook als dichter zijn sporen verdienD. Zo publiceerde hij in 1959 de populaire bloemlezing van de poëzie van P.C. Boutens met als titel ‘Mijn hart wou nergens tieren’.

De literaire wandeling, aan de hand van gedichten en fragmenten uit Geheim Dagboek loopt door het Zeeland van Hans Warren. Hans Warren leefde en werkte bijna zijn gehele leven tussen Westerschelde en Oosterschelde. Hier schreef hij zijn kritieken voor de krant, ontstonden zijn verzen en hield hij minutieus zijn dagboek bij. Hij zag ook hoe het Zeeuwse landschap veranderde. Op de plekken waar hij als kind fossielen zocht en uitkeek naar vogels, verrees een kerncentrale en een industrieterrein. Het station waar hij jarenlang zovelen verwelkomde en van zovelen afscheid nam, is er niet meer.

Langs de zeedijk loopt één van de nieuwe wandelingen van het Wandelnetwerk Zeeland. ( Zeedijk langs de Westerschelde ter hoogte van De Sluishoek bij Borssele). Daar staat ook dit bord met een gedicht van Hans Warren ‘Juli aan de Scheldedijk’.

.

Juli aan de Scheldedijk

Wit dons kleeft op het vuile schuim
dat rimpelloos over de slikken
de kust bevloeit. Er stierven krabben
en kwallen droogden tot een vlies.
Laag strijken vale meeuwen over,
ze ruien en hun harde pennen
dalen in puntige spiralen.
Het gras tussen de blauwe spleten
wolkt wrange stuifmeel. Lang geleden
vervloeiden horizon en water.

.

slik

Alles wat je wilde

Menno Wigman

.

Vandaag een gedicht van Menno Wigman uit zijn bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001 waar hij in 2002 de Jan Campert prijs voor ontving met de titel ‘Alles wat je wilde, het was alles’ .

.

Alles wat je wilde, het was alles

Het was de welving van een schouderblad.
het fosfor van een nieuwe dronkenschap,
de slapeloosheid van een wereldstad.

Je sliep nooit twee keer met dezelfde dag
en leven was pas leven als er ’s nachts
een halo uit je glas te voorschijn brak.

Een juni en je peinst aan een vermolmd
ontbijt: ik zwierf om zoveel mensen heen,
verruilde zoveel zonlicht voor een zweem

van eeuwigheid en moet je nu eens zien:
die rouwrand rond m’n brood, dat zeepsoplicht,
die vuile handen en dat nevelhoofd.

Had ik maar minder in mijn dorst geloofd.
Gaf ik maar minder om het tegengif
voor mijn zorgvuldig bestudeerde dood.

.

wigman-230x230

.

Met dank aan gedichten.nl

Dichters Omnibus

Uit mijn boekenkast

.

Jaren geleden heb ik eens een 6tal bundeltjes gekocht uit de serie Dichters Omnibus. Deze, door ESSO Nederland uitgegeven bloemlezingen werden in Den Haag gemaakt en verspreid rond kersttijd onder de werknemers van ESSO. Uit de 8e bloemlezing (1962) een gedicht van Johan van Nieuwenhuizen.

.

Nieuwe Herengracht

.

De nieuwe heren van de gracht

de oude vrouwen voor de ramen

God hoeft zich voor geen mens te schamen,

wij hebben het een eind gebracht –

.

het water is ons moederland,

de wegen die wij gaan, de kaden

door bruggen worden wij verraden:

elk huis staat aan de overkant.

.

Johan van Nieuwenhuizen (1926 – 2001) was uitgever/redacteur van de Haagse Cahiers.

.

foto (20)

Nieuwe categorie: Uit mijn boekenkast

Bundels, bundels, bundels

.

Geïnspireerd door de vaste rubriek in de zaterdag boekenbijlage van de Volkskrant begin ik vandaag met een nieuwe rubriek: Uit mijn boekenkast. In deze categorie zal ik een bundel uit mijn boekenkast behandelen en hieruit een gedicht publiceren. Krijgen jullie een beetje een indruk van wat ik verzameld heb en lees en wellicht wordt je erdoor op ideeën gebracht. Vandaag de bundel ‘Hier lonkt een spiegel’. Samengesteld doot Ruben van Gogh en Suzanne Meeuwissen, geïllustreerd door Pieter Leenheer in opdracht van Het BUREAU interim! uit 2001.

.

Dertig dichters met een gedicht en een korte biografie staan in deze aardige bundel aangevuld met tekeningen van Pieter Leenheer.

Mijn keuze: Ik ben er geweest van Bart FM Droog

.

Ik ben er geweest

.

Hier in het land van rechts inhalen

voet op het pedaal en bellen maar

rij ik handsfree files voorbij

in dit grenzeloze continent

.

– o yeah, I’m a passenger

zelfs onder de zon met open raam

zoeven steden voorbij

ik ben er geweest, overal

.

werk ik, ga ik, snel ik

stijg ik, los ik in wolken op

en regen neer in myriaden

op zeer open asfalt beton-

.

ademt de dag zich stomend voort

en borrelt in dit blije brein

met bloemenzang en vogelpracht

lichaamssap tot dadendrang

.

hier

 

 

Zoon van alle moeders

Herman Brood (1946-2001)

.

Tussen 1996 (Broodje gezond) en 2003 (Broodje springlevend) schreef Bart Chabot in 4 boeken over het leven van Herman Brood. Ik heb alle delen met veel plezier gelezen (evenals ander werk waaronder de poëzie van Bart). Wat me opviel in de Broodje reeks waren de taalvondsten van Herman Brood, de manier waarop hij met taal kon spelen, zijn frisse en originele kijk op dingen.

In 1988 kwam een dichtbundel uit van Herman Brood ‘Zoon van alle moeders’ met een omslag van Lucebert. In deze bundel schrijft Herman fragmentarische gedichten (de meeste zonder titel) die voornamelijk over zijn leven als Rock & Roll junkie gaan. In 2002 verschijnt het boek ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ waarin behalve gedichten ook tekeningen van hem zijn opgenomen.

Wat verder opvalt in deze bundel is het (gesproken) taalgebruik van Herman. In een soort plat Nederlands (als ik wordt ak, doe ik niet wordt doe’k nie) schrijft hij zijn gedichten op zoals hij ze zou uitspreken.

Misschien niet voor iedereen deze teksten maar bijzonder genoeg om nog eens aandacht aan te besteden. Hieronder het gedicht (zonder titel) Verdachte.

.

Verdachte… u bent reeds talloze malen

verloren gewaand

ontelbare observaties

uw schedel vrijwel leeggestolen

door hen die u als gabbers omschrijft.

.

‘k Heb geen vriende, Edelachtbare

.

Dáccord Brood, de vraag echter

waarom u een geladen revolver

meeneemt naar een bezoek

aan de ‘dag en nacht open’ farmasie

blijft onbeantwoord.

.

Ik ben de maagd edelachtbare

en tevens van lichte zeden…

.

Hij gaf een hengs op die tafel,

schrok er zelf van.

.

U kunt niet eeuwig uw adolessensie

uitstellen verdachte!

.

Brood

Gedichten op vreemde plekken

Deel 82: op vuilniswagens

.

In Rotterdam heeft een samenwerkingsproject van de Stichting Poetry International en de Rotterdamse vuilophaaldienst, de Roteb tot een bijzondere plek voor poëzie gezorgd. Sinds 1988 kiest Poetry International voor de Roteb dichtregels uit die worden aangebracht op alle grotere vuilophaalwagens.  In 2001 lieten twee kunstenaars de vuilniszakken spreken, alweer in Rotterdam. De zakken kregen allemaal een letter, zodat de Rotterdammers  zelf woordjes konden maken bij het naar buiten zetten van de vuilnis.

.

Dichtregels van o.a. de Franse dichter Eugène Guillevic ( Soms geloof ik er in / of bijna), van de Chileense dichter Nicanor Parra ( wee de mens die zich nooit vergist) maar ook van Nederlandse dichters zoals Jules Deelder ( Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt) en Gerrit Achterberg ( De schemer heeft uw kleren aan) sieren vuilniswagens.

.

In 2010 organiseerde de Roteb en Poetry International een wedstrijd.  Alle inwoners uit de regio Rijnmond mochten nu zelf een dichtregel insturen en maakte hiermee kans hun regel terug te lezen op een Roteb-wagen. Dit mocht uit eigen werk zijn of een citaat uit poëzie van een andere (bekende) dichter. Winnaar van deze wedstrijd werd Peter Oole met de regel ‘Soms kom ik mezelf tegen / en dan zeg ik niet eens gedag’.

.

vuilniswagen 2

 

vuilniswagen1

 

winnaar

J.A. Deelder

Gedicht

.

Ik geloof  dat ik de laatste tijd wel erg veel tijd doorbreng in Rotterdam. Ik kreeg ineens zin in een Deelder gedicht.

.

Mariniersbrug

De Maasbrug
symbool van on-
verzett’lijkheid
leed aan metaal-
moeheid en was
gedoemd – Geen
.
marinier die ‘t
stage knagen van
den tijd een halt
toepriep – Integen-
deel! Reeds rees
uit Rotown’s harte-
.
bloed een nieuw
symbool ons tege-
moet – scharlaken
in de neongloed –
De Mariniersbrug
Poort die naar
heden voert!

.

Uit: Vrijwel alle gedichten, 2001

Met dank aan gedichten.nl

.

Jules Deelder