Site-archief

Flanders Literature

Albert Bontridder

.

Behalve van poëzie hou ik erg van alles wat met poëzie te maken heeft. Ook websites over poëzie of over dichters mag ik graag bekijken. Of het nu van één dichter is of, zoals in het geval van de poëziesectie van de website ‘Flanders Literature’, een website over meerdere dichters of poëzie in het algemeen, het heeft mijn interesse. Op de website ‘Flanders Literature’ staat in de poëzie sectie een overzicht van Vlaamse dichters. Het zijn er 45 en ik durf te beweren dat elk van deze dichters wel ergens op dit blog voorbij komt. Waarom deze website over het literaire landschap van Noord-België een Engelstalige titel heeft is me overigens een raadsel. Juist de Vlamingen staan bekend om hun behoud van de Nederlandse taal.

Eén van de 45 dichters is Albert Bontridder (1921-2015). Deze Vlaamse architect en dichter was, vanaf 1949, redacteur van het vernieuwende tijdschrift ‘Tijd en Mens, waarmee hij het modernisme in de Vlaamse poëzie en literatuur introduceerde. Bontridder debuteerde in 1951 met de bundel ‘Poésie se brise’ in het Frans en ‘Hoog water’ in het Nederlands. Zijn doorbraak kwam in 1955 met zijn maatschappelijk geëngageerde gedichten over Willie McGee in ‘Dood hout’. 

Hij won in 1957 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1967 werd hij opgenomen in de groep rond het tijdschrift Kentering. In 1972 mocht Bontridder de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. In 1975 werd hij voorzitter van PEN Vlaanderen, in 1984 lid van de Académie Royale de Belgique, Classe des Beaux-Arts, en van 1987 tot 1993 was hij voorzitter van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie.

Uit zijn laatste bundel uit 2012 getiteld ‘Wonen in de vloed’ komt het gedicht ‘Overweging’.

.

Overweging

.

De maat van alle dingen
– zo die al bestaat –
is de juiste nabijheid,
inclusief de geboden afstand
van wat mét ons
en tégen ons is,
niet in enige afgebakende ruimte,
niet in een vermoede
of gevreesde confrontatie,
maar in het begrip
van de buigzame,
weerbare,
slijtbare
tussenruimte.

.

 

Waar is de eerste morgen?

Levende experimentele poëzie in Vlaanderen

.

Van een vriendin kreeg ik onder andere de bundel ‘Waar is de eerste morgen?’ een bundel uit de Ad Multosreeks van uitgeverij A. Manteau uit 1960. Een bundel over de “levende experimentele poëzie in Vlaanderen” samengesteld en ingeleid door Jan Walravens. Het leuke aan dit soort oude bundels is dat er dichters in worden opgevoerd die aan het begin staan van hun carrière of al wel bekend zijn maar inmiddels (bijna 60 jaar later) in veel gevallen al zijn overleden of waarvan nooit meer iets is vernomen. In de inleiding veel aandacht aan de groep en het literaire tijdschrift ‘Tijd en Mens’ een Vlaams vrijzinnig literair tijdschrift, opgericht in 1949 door Jan Walravens en Remy van de Kerckhove. Het verscheen voor de laatste maal in 1955. Het bestond maar vijf jaar, maar had toch veel invloed op de vernieuwing in de naoorlogse Vlaamse literatuur.

Vooral van Hugo Claus verschenen nogal wat gedichten in dit tijdschrift, hij was dan ook nauw betrokken bij ‘Tijd en Mens’, net als onder andere Louis Paul Boon, Tone Brulin, Albert Bontridder, Jef van Tuerenhout, Maurice D’Haese en Ben Cami. Behalve de eerste twee allemaal dichters die ik niet ken of kende.

In de inleiding wordt ook de verbinding gelegd met de Nederlandse moderne of experimentele poëzie, maar ook worden de verschillend benoemd. Zo was de deze beweging boven de Moerdijk volgens de inleider “jeugdiger, onstuimiger maar ook esthetischer, terwijl in Vlaanderen men meer streefde naar “bezinning en ethische bekommernis”.

In deze fijne bundel worden een groot aantal dichters die in de Tijd en Mens periode actief waren opgevoerd maar ook een aantal opvolgers die meer neigde richting de Franse surrealisten. Een groot aantal bekende namen komen voorbij zoals de genoemde Louis Paul Boon en Hugo Claus maar ook dichters die minder bekend zijn als Jaak Brouwers, Claude Korban en Ben Cami.

Ben Cami  (1920 – 2004) was een Vlaams dichter, leerkracht en goede vriend van Louis Paul Boon. Hij gebruikte in het begin van zijn carrière het pseudoniem Johan Benth. Na zijn studie Germaanse talen is Cami tot 1975 leraar aan verschillende rijksscholen. Hij was één van de oprichters van het experimentele Vlaamse tijdschrift Tijd en Mens en zat in de redactie van dit tijdschrift. In 1950 debuteerde Cami met de poëziebundel ‘In de tijd verloren’, waarna hij diverse werken uitbracht met daarin een boodschap van protest. Cami schreef overwegend poëzie, maar ook aforismen en korte verhalen.

Uit de bundel ‘Waar is de eerste morgen?’ het gedicht ‘Thuiskomst’ van Ben Cami.

.

Thuiskomst

.

In puur blauw ijs van winters licht

Vinden wegen rivieren steden

Hun plaats opnieuw in het bekend bestel.

.

Een oud man vraagt:

Wie won de oorlog, vrienden?

Het klinkt misplaatst en wreed.

.

Langs de wegen staren uit magere knapengezichten

Dezelfde ogen ons aan,

Hunkerend.

.