Site-archief

Under the bridge

Brug gedicht

Donderdag 27 november werd het vierde stadsgedicht van Stijn Vranken (stadsdichter van Antwerpen) aan de onderkant van de Londenbrug bevestigd. ‘Een goed stadsgedicht’ is enkel te lezen als de brug openstaat. Dat nieuws bracht  Antwerpen Boekenstad gisteren naar buiten. Het gedicht van Vranken is aangebracht onder de brug (het gedeelte waar over gereden wordt) en is dus alleen zichtbaar en te lezen wanneer de brug openstaat.

Het deed mij meteen denken aan een gedicht dat ik in augustus 2013 schreef naar aanleiding van een discussie op Maassluis.nu waar ik een wekelijkse column heb. De discussie ging over kunst in de openbare ruimte en dan met name poëzie in de openbare ruimte. Iemand opperde dat de poëzie dan maar onder de brug geplaatst moest worden (als je hier in Maassluis van de Haven naar de Waterweg vaart kom je onder de Koe-Paard brug door) zodat de schippers en van kunnen genieten en , wanneer de brug omhoog staat, de mensen die bij de brug wachten tot dat hij weer is gezakt.

In Antwerpen is het idee inmiddels dus ook doorgedrongen. Zie hier het gedicht onder de brug en mijn gedicht ‘Onder de brug’.

.

Onder de brug 

.

Woorden ter inspiratie voor natgeregende fietsers

opdringerige brommerkoeriers, haastige passanten

stressende automobilisten en geduldige hengelaars

.

platgeslagen tekst, meestal onzichtbaar

alleen de schippers nemen flarden tot zich

in het voorbijgaan, in het half donker

.

pas wanneer er een pas op de plaats moet

worden gemaakt, openbaren zich de zinnen

de poëtische overdenkingen onder de brug

.

minutenlang mag de tekst haar lezers

plezieren en verwonderen, tot na het laatste

schip, waarna zij zich weer tijdenlang verbergt

.

bruggedicht

Stijn Vranken voor de brug met zijn gedicht.

Te leen

Muziek in poëzie

.

Ik zal de komende tijd wat vaker gedichten met jullie delen die over muziek gaan. Ik schreef al vaker over tekstdichters, liedjesmakers en muzikanten die poëtische teksten schrijven maar nu dus liedjes en muziek in de tekst zelf. Door de tijden heen hebben dichters muziek en het lied als onderwerp gekozen voor hun poëzie. Van Guido Gezelle tot Stefan Nieuwenhuis. In deze nieuwe categorie gedichten uit alle tijden van verschillende dichters, te beginnen met de dichter Bart Moeyaert.

Bart Moeyaert (Brugge, 1964) is schrijver van met name jeugdboeken, dichter en docent Creatief Schrijven aan de afdeling Woordkunst van het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Van 2006 tot 2008 was hij Stadsdichter van Antwerpen. Hij ontving verschillende literaire prijzen voor zijn jeugdboeken ( Deutsche Jugendliteraturpreis, de Boekenleeuw en de Zilveren griffel) en werd in 2009 genomineerd voor de J.C.Bloem-poëzieprijs 2009.

Uit: ‘Als een geheim zat in ons huis een ander huis verborgen’, De Maan, Mechelen 2011 het gedicht ‘Van mij’.

.

Van mij

.

Je zong een liedje

en je zei: dit liedje

is alleen van mij.

Ik vroeg: moet je

niet zeggen: was?

Je keek verveeld.

Je zei: Waarom?

Ik zei: dat je dat zegt.

Wat je net zong heb je

gedeeld, want noten

zijn van iedereen.

Je krijgt ze maar

een liedje lang.

Zolang het duurt,

zei ik. Te leen.

.

bart moeyaert

Gedicht op een schip

Peter Holvoet-Hanssen

.

Tijdens zijn stadsdichterschap (2010-2011) heeft Peter Holvoet-Hanssen een aantal gedichten op bijzondere plekken laten verschijnen. Zo schreef ik al eens over zijn gedicht langs de kademuren van Oostende. Vandaag voeg ik daar zijn gedicht op de zijkant van een schip aan toe. De Festina Lente werd versierd met het gedicht ‘Scheldeduiker’ in een ontwerp van Jelle Jespers.

 

Scheldeduiker

wind in de tijd – straatkinderen van het Eilandje
wapperen daar bij die vierde toren – ontij croont
voor de thuislozen die kruipen in lofts van karton
bij de prefabbuildings
waai die daghengsten weg – draai
klimmend als opstandig gras door scheuren in beton

torens zijn de wachters, staan als bakens voor de maan
schepen schaatsen op een ton weerbarstig in de zon
van drip drop en klip klip klop, wij kiezen voor het sop
scheep in, dravend langs de kant dwars door het Scheldeland
want de wereld stoomt de wereld stroomt aan ons voorbij
snel dus trager, haast u langzaam; zeefier –
trossen los

de zeeleeuwerik tiereliert en hoort de witte zoutmerel

.

Gedicht op een boot

 

Festina_Lente

 

Het gedicht ‘Scheldeduiker’ is met foto opgenomen in de dubbelbundel ‘Antwerpen/Oostende’ uitgeverij Prometheus, Amsterdam, 2012.

De Festina Lente met het Stads- en Scheldegedicht is nog steeds te bewonderen. Het heeft een aanlegplaats te Willemdok nabij het MAS (Museum aan de Stroom) aan de Hanzestedenplaats 1 te Antwerpen. Op http://www.antwerpenboekenstad.be zijn ook bewegende beelden van het Schip en Peter Holvoet-Hanssen te zien.

Stadsdichters

Avond met stadsdichters Rotterdam en Antwerpen

.

Afgelopen vrijdag- en zaterdagavond organiseerden het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Antwerpen Boekenstad & Poetry International in samenwerking met de Arenbergschouwburg en Bibliotheek Rotterdam twee avonden met stadsdichters van Rotterdam en Antwerpen. Ik ging naar de avond in het Bibliotheektheater in Rotterdam.

Presentator en interviewer Ernest van der Kwast ging in gesprek met de huidige stadsdichters Stijn Vranken (A) en Daniël Dee (R) en voormalig stadsdichters Jana Beranová (R) en Joke van Leeuwen (A).

De gesprekken gingen over wat een stadsdichter doet, welke vrijheden hij of zij zich kan permitteren, welke projecten men had gedaan en aan welke men werkte, over de lengte van het stadsdichtersschap en over de relatie met het gemeentebestuur, de stad en de inwoners van de stad. Behalve veel interessante informatie en een kijkje in het leven van de stadsdichters droegen zij ook allemaal een aantal gedichten voor.

Van Stijn Vranken was net daags ervoor een nieuwe bundel gepubliceerd. Helaas was die daar nog niet te krijgen. Persoonlijk was ik zeer onder de indruk van zijn (stads)gedicht ‘Spat onder stroom’.

Hieronder de gefilmde versie van (delen van) dit gedicht voorgedragen en besproken door Stijn zelf en de volledige tekst van het gedicht..

 

Spat onder stroom
(een bovenaanzicht)

 

Zie uzelf daar eens liggen, daar beneden, zo licht, gij stuk
stad, al dat stralen staat u precies goed, al dat schijnen

zit u blijkbaar diep in het bloed, gij brandt als vaneigens
bijna door de kaart, zo vurig als gij uzelf bemint en dit

brave land bevlekt, zo hard, zo hels, mijn god, gij non
stop big bang (in miniatuur, jaja, maar toch) – ach, waar

moet dat stranden, met uw steeds oeverlozer gescheld,
uw gebreek en gebouw, uw gegraaf en gedemp, uw

geschipper en gevaar, uw keer om keer altijd maar
weer wat aan de hand – niet te geloven hoe luid gij lijdt

aan uw zelfverklaarde rand – kom op schat, schitter nog
maar wat feller, ja gij, vermakelijke vlek, flikker voort

met uw geschilder en geschets, uw geschrijf en gezwets,
uw gekunst en gekitsch, uw gefuif en gefoor (ga door!)

met uw gesmoor en gesnuif, uw gesnor en gekuif, uw
getjing en getjoek, uw gezeik en gezoek, uw gedoe en

gedroom – allez, komaan, vooruit, licht uzelf nog eens
wat hogerop (armen genoeg) – zie, voila: zo valt daar

dan toch (uit uw eigen warme handen, jaja, maar toch)
een verdomd verdiend applaus (geklap, geklap!) voor u

en uzelf en vooral voorgoed, want zo zijt gij (dat ziet ge
nu eens van hier), gij schitterende plek

welgemorste mensheid, onbeschaamd schuim
op dit schiftend land, gij onuitwisbare

spat onder stroom.

.

Spat

© stadsgedicht Antwerpen 2014. Met dank aan de de organisatie van deze avond.

Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis

Dichteressen uit Vlaanderen en Nederland

.

Uit de bundel Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis, de bundel met de beste poëzie van 40 dichteressen uit Nederland en Vlaanderen van uitgeverij Passage uit 2000, een gedicht van Vera Beerten. Vera Beerten (1957) publiceerde in diverse tijdschriften zoals ‘Diogenes’ en ‘Deus ex Machina. Beerten verleende haar medewerking aan verscheidene poëziemanifestaties waaronder ‘De Nachten van de Poëzie’ in Antwerpen, waar zij woont.

.

Finestrat

.

We lagen in een bed van middagzon

Uit elk verband

Uit elke geschiedenis verbannen.

.

Vogels vliegen op uit ons verstand

De huid die om ons heen zat, loste.

We vloeiden uit en over in elkaar

Werden zee, zwommen zonder handen.

.

En op het voor ons uitverkoren strand

Stonden engelen op wacht

Met toeters, wimpels en bellen.

.

Vera

volmaakt

Bericht aan de reizigers

Gedicht in het Centraal Station van Antwerpen

.

Toen ik begin van dit jaar in een week tweemaal in Antwerpen moest zijn kwam ik even voorbij de stationshal een prachtig vormgegeven gedicht tegen, op de muur/plafond van een van de doorgangen van het station. Het gedicht blijkt van Jan van Nijlen (1884-1965) .

Op 18 maart 2011 werd het gedicht onthuld en daarmee ging een lang gekoesterde wens van schrijver Johan Anthierens in vervulling. In aanwezigheid van de weduwe van Johan Anthierens, Elisabeth Erauw, Brigitte Raskin en stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen werd het volgende gedicht onthuld:

.

reiziger2

 

antwerpen gedicht

Dichter van Dienst

Eenzame doden vergezellen op hun laatste tocht

.

Stel: Er sterft een dakloze. Na onderzoek blijken er geen nabestaanden bekend te zijn. In een dergelijk geval krijgt de overledene een anonieme begrafenis. Sinds 2002 echter wordt in Amsterdam en daarbuiten aan die overledenen, waar anders niemand en niemand anders hun uitvaart zou bezoeken, een bijzonder saluut gebracht. Dichters schrijven voor iedere eenzame uitvaart een gedicht en lezen dat bij de uitvaart voor.

Het idee hiervoor komt van de, toenmalige,  Groningse stadsdichter Bart FM Droog.Sinds 2006 is in Amsterdam deze taak  ondergebracht in een stichting, die als doel heeft: een waardig en respectvol afscheid bieden aan overledenen, die het ontbreekt aan familie, vrienden of een sociaal netwerk. Dit vanuit de gedachte dat ieder mens de moeite waard is om over na te denken en het verdient om met speciaal voor hem of haar gekozen woorden begraven te worden.

Inmiddels heeft dit initiatief verder voet aan de grond gekregen in Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Nijmegen, Zaanstad, Hengelo, Arnhem maar ook in buitenlandse steden als Antwerpen, Londen en Melbourne.

Stichting De Eenzame Uitvaart beijvert zich in het bekend maken van deze mooie taak voor dichters en onderhoudt de website http://www.eenzameuitvaart.nl/de-stichting/ van de stichting.

Behalve met fondsgelden en bijdragen van gemeenten kunnen ook particulieren bijdragen aan het werk van de stichting. Op de website lees je alle informatie en verslagen (al 164) van de eenzame uitvaarten in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.

.

eenzameuitvaart

Tout est oeufs

Marcel Broodthaers

.

Soms kan een post op dit blog uitmonden in een nieuwe post. Zo kreeg ik naar aanleiding van mijn post over het ei in twee delen (15 april) een mail van Frans Roesink. In deze mail deelt Frans zijn liefde voor de dichter Marcel Broodthaers met mij.

Marcel Broodthaers is een in 1924 geboren dichter, filmer, journalist en plastisch kunstenaar. Van 26 mei tot 26 juni 1966 had Marcel een tentoonstelling in de Wide White Space Gallery in Antwerpen onder de titel ‘Moules Oeufs Frites Pots Charbon’.

In het begeleidende boekje staat het volgende gedicht.

.

Tout est œufs. Le monde est œuf. Le monde est né du grand jaune, le soleil. Notre mère, la lune, est écailleuse. En écailles d’œuf pilées, la lune. Poussières d’œuf, les étoiles. Tout, œufs morts et perdus. En dépit des gardes, ce monde-soliel, cette lune, étoiles de trains entiers. Vides. D’œufs vides.

.

Of in de Nederlandse vertaling van Greta Joris:

.

Alles is ei. De wereld is ei. De wereld is geboren uit het grote eigeel, de zon. Onze moeder, de maan, is schilferig. Een en al gestampte eierschilfers, de maan. Eierstof, de sterren. Alles, dode en verloren eieren. Iedere hoede ten spijt, deze zon-wereld, deze maan, dichte sterrendrommen. Leeg. Lege eieren.

.

moules4

moules7

Gedichten op vreemde plekken

Deel 76: Het Paleis in Antwerpen

.

In Antwerpen staat aan de Meistraat het Paleis, een theaterhuis voor kinderen, jongeren en kunstenaars in het hart van Antwerpen. Het Paleis is er voor kinderen en jongeren en richt zich op de podiumkunsten. In het restaurant/kantine van het Paleis staat op een muur een gedicht van Ted van Lieshout.

.

Gedicht in het Paleis te Antwerpen theaterhuis

Gedichten op vreemde plekken

Deel 67: Het Kaaiengedicht in Antwerpen

.

Meer dan 500 Antwerpenaren spraken hun liefde uit voor de Schelde en haar kaaien. Zij deden dit door regels voor het Kaaiengedicht aan te brengen. Deze woorden inspireerden Stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen tot een woordenstroom van ’t Stad. Op de vooravond van een nieuwe toekomst voor de Scheldekaaien werd dit gedicht ‘Welkom Pierewaaiers’ op de waterkeringsmuur geschilderd. Dat 3,2 kilometer lange lint van beton draagt van de Rijnkaai tot de Ledeganckkaai 6 300 tekens van liefde voor deze kaaien. Het Kaaiengedicht verbindt de noord en de zuidkant van de kaaien van Antwerpen.

.

Wie het hele gedicht wil lezen kan natuurlijk naar Antwerpen afreizen, wat ik zeer aanbeveel, maar je kunt ook het boekje Welkom Pierewaaiers kopen met de hele tekst. Of je kijkt hier http://www.onzekaaien.be/downloads/kaaiengedicht/Welkom_Pierewaaiers_Mail.pdf  waar de tekst integraal is weergegeven.

Het gedicht is ook integraal te lezen in de dubbeldichtbundel (met extra’s zoals stadsessay) ‘Antwerpen/Oostende’ (Uitgeverij Promethues, Amsterdam).

.