Site-archief
Hond met bijnaam Knak
Jan Hanlo
.
Bij de kringloopwinkel kocht ik een paar mooie poëziebundels voor een habbekrats waaronder ‘Voor wie dit leest, proza en poëzie van 1950 tot heden’. Nu is heden een betrekkelijk begrip daar dit boekje uit de Salamanderreeks (nummer 306) gepubliceerd werd in 1977. Het papier is al behoorlijk bruin maar de gedichten in de bundel, samengesteld door Kees Fens, zijn er niet minder door geworden.
Uit deze bundel een gedicht van Jan Hanlo (1912 – 1969) met de intrigerende titel ‘Hond met bijnaam Knak’.
.
Hond met bijnaam Knak
.
God, zegen Knak
Hij is nu dood
Zijn tong, verhemelte, was rood
Toen was het wit
Toen was hij dood
God, zegen Knak
.
Hij was een hond
Zijn naam was Knak
Maar in zijn hondenlichaam stak
Een beste ziel
Een verre tak
Een oud verbond
God, zegen Knak
.
Als je groot bent
Het moest maar eens gaan sneeuwen
.
Het afgelopen weekend heb ik weer eens de bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ van Tjitske Jansen uit 2003 gelezen. Opnieuw heb ik genoten van haar taal en haar poëzie. Al eerder schreef ik over deze bundel en voor eenieder die deze bundel nog niet kent of nooit heeft ingezien kan ik alleen maar zeggen: Lezen!
Uit deze bundel het gedicht ‘Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?’.
.
Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?
Als je groot bent
wil je dan niet meer spelen
of mag het dan niet meer?
Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is spelen verboden,’ en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?
Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht
ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.
.
Doe maar
Dicht maar
.
Op dit blog schrijf ik vrijwel altijd over poëzie voor volwassenen en maar zelden over poëzie voor jeugdigen of jongeren. Daar ga ik nu verandering in brengen met aandacht voor de gedichtenwedstrijd ‘Doe maar, dicht maar’. De allereerste keer dat ‘Doe maar, dicht maar’ werd georganiseerd is volgens mij in 1985 geweest. Een gedichtenwedstrijd met een geschiedenis dus. Dit jaar dus alweer de 29ste editie.
Doe Maar Dicht Maar is een landelijke dichtwedstrijd voor schoolgaande jongeren tussen de 12 en 19 jaar. Alle jongeren mogen meedoen. Je hoeft dus niet een briljante schrijver te zijn of ervaring met dichten te hebben. Ook hoef je niet per se een ‘klassiek’ gedicht te schrijven, maar mag je bijvoorbeeld ook een rap of een songtekst maken.
De honderd beste gedichten winnen een plek in de ‘Doe Maar Dicht Maar’ dichtbundel. Daarnaast krijgen de tien beste dichters een uniek cadeau met hun gedicht erop.
Dit jaar zitten in de jury Edward van de Vendel, Ester Naomi Perquin en Pim te Bokkel.
Alle informatie over de wedstrijd staat op de website van het Poëziepaleis http://www.poeziepaleis.nl/projecten/doe-12 en 19 jaar, gedichtenbundel
maar-dicht-maar/dmdm/de-wedstrijd
.
Een voorbeeld uit de editie van 2012, een gedicht van Josje Veenhoven met de titel ‘Gesecondenlijmd”.
.
Gesecondenlijmd
Een traan rolt over mijn wang
in de gloeiende hitte
maar genoeg is het niet
om mijn hart schoon te maken
Om de breuk te herstellen
het stof weg te vegen
blij worden
jou vergeten
Ik blijf ergens hangen
loskomen lukt niet
en hoe graag ik ook wil
ik kom niet weg
Gesecondenlijmd aan jou
of meer aan hoe je was
beseffen kan ik niet
dus blijf ik zitten.
Vast.
.
Afgunst
Zichtbaar alleen
.
Uit mijn bundel ‘Zichtbaar alleen’ het gedicht ‘Afgunst’ met de foto van Ruben Philipsen.
.
Afgunst
Eerst is er
een klein gloeiend kooltje,
het brandt de jaloezie in
en laat haar
littekens, blijvend
in het vlees
En dan is daar
de wind
Gloeien wordt branden,
hitte verstikt de gedachte
aan afstand, of
het wegsnijden
van de bron
En de wind
doet zijn werk
De behoefte tot blussen en rust
wordt altijd overschaduwd
door wat niet is, niet heeft,
niet mag, niet kan
Dus waait de wind
en gloeit en schroeit
het door
.
Fuckende konijnen
Els Moors
.
De Vlaamse dichter Els Moors (1976) studeerde Germaanse filologie aan de Universiteit van Gent en aan de Gerrit Rietveld Academie. In 2006 debuteert ze met de bundel ‘er hangt een hoge lucht boven ons’ waarmee ze dat jaar genomineerd wordt voor de C. Buddingh’ prijs en in 2007 de Herman de Coninckprijs voor het beste poëziedebuut wint.
In de jaren hierna publiceert ze nog de bundels ‘Het verlangen naar een eiland’ (roman, 2008), ‘Vliegtijd’ (verhalen, 2010) en ‘Liederen van een kapseizend paard’ (poëzie, 2013).
Van haar hand het volgende titelloze gedicht uit ‘er hangt een hoge lucht boven ons’.
.
de witte fuckende konijnen fucken en zij fucken samen
het dak plat
zonder afstandsbediening
galm galm het is ochtend
het is ochtend in dit natte land
dit tandpasta nutella land
dit natte afgematte veld
er staan drie camping caravans met oranje gordijnen
een uit zichzelf verschenen flard mist trekt zijdelings het oog
voorbij
.
Met dank aan Meander en Wikipedia.
Interview met een dichter
Meander literair E-zine
.
Dichters en in poëzie geïnteresseerden kennen ongetwijfeld Meander. Sinds 1995 is de website van Meander een fenomeen in literair Nederland als het om poëzie gaat. Op http://meandermagazine.net/wp/ kun je uit een veelheid aan categorieën kiezen als dichters, wereldpoëzie, de klassiekers, en recensies. Enige tijd geleden werd ik gevraagd door Antoinette Sisto, poëzieredacteur bij de rubriek Dichters, voor een interview. In het E-zine van deze maand is het interview dat Antoinette mij afnam te lezen. Ga hiervoor naar: http://meandermagazine.net/wp/2014/10/gedichten-met-een-lekker-rauw-randje/
Bij het interview zijn ook vier van mijn gedichten gepubliceerd uit mijn laatste bundel ‘Winterpijn’. Een van deze gedichten is ‘A la carte’.
.
A la carte
Kraaien vreten hun buikjes
rond, aan het kadaver van een
aangereden eend gaat geen
menukaart vooraf
palingen van de lucht zijn het
vuilnisbakkenrakkers in doodskleed
dan volgen de eksters, het blauw
van hun veren doet koninklijk aan
hun manieren aan tafel echter
bewijzen het tegendeel.
.
De mooiste van Yeats
William Butler Yeats
.
Lannoo | Atlas gaf in 2010 de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ uit. Een bundel samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. In deze bundel de mooiste gedichten van Yeats met vertalingen van Ben Cami, Paul Claes, Jan Eijkelboom, Adriaan Roland Holst, Hedwig Schwall, Koen Stassijns, Geert van Istendael en Ivo van Strijtem. Met een gedegen uitgebreide inleiding van professor doctor Hedwig Schwall is dit een bijzondere bundel. In de bundel een kleine vijftig gedichten met hun vertalingen.
Uit deze bijzondere bundel het gedicht ‘All things can tempt me’ met de vertaling van Geert van Istendael en Koen Stassijns met de titel ‘Haast alles lokt mij’.
.
All things can tempt me
All things can tempt me from this craft of verse:
One time it was a woman’s face, or worse —
The seeming needs of my fool-driven land;
Now nothing but comes readier to the hand
Than this accustomed toil. When I was young,
I had not given a penny for a song
Did not the poet Sing it with such airs
That one believed he had a sword upstairs;
Yet would be now, could I but have my wish,
Colder and dumber and deafer than a fish.
.
Uit: The green Helmet and other poems, 1910
.
Haast alles lokt mij
.
Haast alles lokt mij van dit dichtwerk weg:
Ooit was ’t een meisjeslach of, brute pech –
De valse noden van mijn dwaze land;
Nu neem ik niets zo makkelijk ter hand
Als dit gewoon karwei. Als jonge vent
Gaf ik voor liederen geen rooie cent,
Tenzij de dichter zong met een aplomb
Of hij een zwaard had liggen in ’t salon;
Kreeg ik mijn zin, dan was ik nu gewis
Kouder en stommer en dover dan een vis.
.
Eerste gedicht
Chrétien Breukers
.
Ik lees het boek ‘Over het eerste gedicht: over het lezen van poëzie’ van Chrétien Breukers. Ik zag het boek bij de nieuwe boeken in de poëziecollectie liggen en werd vooral door de titel getrokken. Welk eerste gedicht? Dat blijken eerste gedichten te zijn uit 36 bundels van verschillende dichters.
Voordat Breukers zijn zeer lezenswaardige besprekingen van eerste gedichten begint beschrijft hij in 9 pagina’s zijn ideeën over de hedendaagse poëzie. Zeer vermakelijk want Breukers heeft een nogal uitgesproken visie op de poëzie in Nederland. Zo merkt hij op dat de verkoop van poëziebundels in Nederland (en België) de laatste 20 jaar is ingezakt en dat er steeds minder poëzie wordt gelezen. Er is volgens hem een verschuiving gaande van het lezen en doorleven van poëzie naar het ondergaan van poëzie (tijdens manifestaties e.d.). De mens van nu heeft geen tijd/zin/concentratie om poëzie op een goede manier tot zich te nemen. De poëzie heeft zijn urgentie verloren, het is verworden tot een poëzie Teletubbieland met hartverscheurend saaie toestanden.
Daarnaast vindt hij dat Gedichtendag, Gedichtenweek en de Dichter des Vaderlands terstond moeten worden afgeschaft of tenminste 5 jaar moeten verdwijnen. Gedichtendag en Gedichtenweek zorgen ervoor dat er op één moment in het jaar een overdaad aan aandacht is voor poëzie en de Dichter des Vaderlands is een vredig en gezellig instituut geworden
Volgens Breukers is de poëzie haar fundament kwijt. Heel boeiend om te lezen allemaal. Deels ben ik het wel met Breukers eens maar of zijn oplossing de redding van de poëzie in Nederland gaat worden, ik vraag het me af. Wat ik zelf merk is dat de poëzie de laatste jaren steeds meer aanwezig is. Juist door de Gedichtenweek, de Dichter des Vaderlands maar ook vooral door de podia her en der in het land, de stichtingen die zich met literaire activiteiten bezig houden, de dichterskringen, de dichtersgroepen en de vele (vaak amateur) dichters die ervoor kiezen om hun werk in eigen beheer uit te geven.
Ik ben niet van de school die vindt dat poëzie er is om een verschil te maken. Poëzie mag ook genoten worden om haar schoonheid, als troost, als motivatie. Poëzie gaat de wereld niet veranderen, ze kan er (op onderdelen) hooguit een bijdrage aan leveren. Dichters (semi-professioneel, professioneel en amateur) geven het leven van zeer veel mensen kleur. Een aantal dichters zal door de aard van hun poëzie vallen binnen de groep waarvan Breukers vindt dat zij een verschil maken en een hele grote groep zal hierbuiten vallen. Desalniettemin heb ik de inleiding met zeer veel plezier gelezen.
De manier waarop Breukers vervolgens de verschillende eerste gedichten behandeld zijn ook zeer lezenswaardig. Vaak geeft hij een bijzondere kijk op de gedichten en een enkele keer geeft hij ook eerlijk aan dat hij ook niet weet waar een gedicht precies over gaat. En zo vergaat het de lezer van poëzie ook, de ene keer begrijp je een gedicht volledig en de andere keer niet maar kun je toch genieten van dat gedicht om taalgebruik, vorm of iets anders. Een boek om te lezen kortom. Van de behandelde eerste gedichten hieronder het gedicht ‘Tsjechov’ van Erik Bindervoet.
.
Tsjechov
.
De Russische toneelschrijver Tsjechov
Woonde in Baltimore
Met een emoe die kon apporteren.
Zelf gaf hij een cursus,
Laatste hulp bij zelfdoding.
Toen ik dit bedacht zag ik
Acht flamingo’s boven de Ceintuurbaan,
Maar niemand geloofde me
En ik wilde bloemen.
.
Uit: Het spook van de vrijheid, 2010
Elly de Waard
Liefdespoëzie
.
Vandaag van Elly de Waard een liefdesgedicht zonder titel uit de bundel ‘De mooiste liefdespoëzie’.
.
*
Je mond vind ik het mooiste deel
Van je fysiek en als je lacht
Blinken je tanden geheimzinnig diep –
Rusteloze aantrekkingskracht
Ivoren hart in het gewelfde zachte
Van je lippen.
.
O zeg het, zeg iets liefs, laat er
Een woord, speciaal voor mij bedacht,
Die mond verlaten, dat vergoedt
Het missen van de kus die spreken
Overbodig maakt – waarzonder ik het
Stellen moet.
.













![het-spook-van-de-vrijheid---erik-bindervoet[0]](https://woutervanheiningen.com/wp-content/uploads/2014/10/het-spook-van-de-vrijheid-erik-bindervoet0.jpg?w=604)





