Site-archief

Koelkast

Ernst Jandl

.

De Oostenrijkse schrijver, dichter en vertaler Ernst Jandl (1925-2000) maakte vooral naam met zijn experimentele lyriek. Een voorbeeld plaatste ik al eens in 2011 toen ik het gedicht ‘schtzngrmm’ op dit blog deelde. In 1956 debuteerde Jandl als dichter met zijn nog relatief traditionele bundel ‘Andere Augen’, maar mede onder invloed van de dada-beweging schakelde hij al snel over op de experimentele poëzie. Hij kwam in contact met het avantgardistische genootschap de Wiener Gruppe en publiceerde in het radicale tijdschrift Neue Wege.

Hij werd vooral bekend met zijn ‘concrete poëzie’, die hij met name tot uitdrukking bracht in zijn zogenaamde spreekgedichten en in klankdichten (zoals het gedicht ‘schtzngrmm’). Hij ontwikkelde zich tot een virtuoos in het spelen met taalelementen en zocht voortdurend naar verrassende effecten. Daarbij paste hij uiteenlopende procedés toe, zoals het verwisselen, herhalen of deels laten vervallen van akoestische en visuele elementen van de taal, waarbij hij dankbaar gebruik maakte van dialect en sloganachtige taal. Vaak spreekt hij in zijn werk in de derde persoon, zowel over zichzelf als over degenen met wie hij communiceert.

In zijn latere werk zocht hij vaak de combinatie van jazz en poëzie op en tot aan zijn dood bleef hij publiceren. Jandl werd meermalen onderscheiden, zo kreeg hij onder andere de  Georg-Büchner-Preis (1984), de Grote Oostenrijkse Staatsprijs (1984) en het Ereteken van Verdienste voor de Republiek Oostenrijk (1996). Na zijn dood wordt de internationale Ernst-Jandl-Preis tweejaarlijks uitgereikt door het Oostenrijkse ministerie van Onderwijs en Cultuur.

Via mijn broer kreeg ik een dichtbundel van Jandl in handen, in het Duits, getiteld ‘die bearbeitung der mütze’ uit 1978. In deze bundel is verschillend werk van Jandl opgenomen; gedichten in de vrije versvorm maar ook zijn concrete poëzie. Een soort tussenvorm is het gedicht ‘kühlschrank’ dat ik voor het gemak heb vertaald. Dat gedicht lees je hieronder.

.

koelkast

.

hij masturbeert

onophoudelijk.

het hele huis schudt.

.

de oplossing:

je sluipt naderbij,

rukt de deur open

– hij stopt

onmiddellijk.

je slaat de deur dicht;

even is het stil.

.

Dada gedichten op verzoek

Hans Arp en Hugo Ball

.

In het kader van mijn oproep om dichters op verzoek aan mij te melden heb ik heel veel reacties gekregen (waarvoor mijn grote dank). Een aantal dichters werd genoemd dat al een dichter van de maand was geweest of waar ik al vaker aandacht aan besteed maar ik kreeg ook volop namen van nieuwe dichters, dichters die ik (nog) niet zo goed ken, en ook verrassende namen. Omdat het er zoveel zijn zal ik me niet tot de zondagen in april beperken maar al eerder ‘dichters en gedichten op verzoek’ gaan plaatsen.

Zo kreeg ik van Ariel Alvarez een aantal namen van dichters door waaronder de Dadadichters Hugo Bal (1886 – 1927) en Jean (Hans) Arp (1886 – 1966).

Hugo Ball was een Zurichs Dadaïst en initiatiefnemer van Cabaret Voltaire, een klein zaaltje in Zürich, dat ruimte bood aan hooguit 35 tot 50 mensen. Elke avond voerden Ball en zijn dadaïstische vrienden een programma op waarin ze de burger opschrikten met nonsensicale teksten en simultane gedichten. Hugo Ball maakte veelal klankgedichten. Het eerste, uit 1916, had als titel ‘Karawane’ en bestaat uitsluitend uit niet bestaande woorden. De voordracht van dit gedicht schijnt geleken te hebben op een religieus ritueel en Ball moest tijdens het declameren van dit loze gedicht ineens terugdenken aan zijn katholieke jeugd en aan de lamentaties bij een requiem. Hoe klinkt dat? Luister hier: https://web.archive.org/web/20080220231205/http://epc.buffalo.edu/sound/mp3/sp/ball_hugo/ball_various.mp3

Jean of Hans Arp was een Duits-Frans beeldhouwer, schilder en dichter. Hij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de moderne kunst en was een van de voormannen van de dada-beweging. Ook was Arp actief als sieraadontwerper.  In 1916 richtte hij in Zürich samen met Hugo Ball, Tristan Tzara, Richard Hülsenbeck en Marcel Janco de Dada-beweging op, waarbij ook Sophie Taeuber betrokken was. Arp is vooral bekend door zijn beeldhouwwerken en sculpturen. Hij staat vooral bekend om zijn kenmerkende abstract-biomorfische stijl. In 1931 brak hij met het surrealisme om een andere groep te vormen, Abstraction-Création, die het periodiek ‘Transition’ uitgaf. Gedurende de 30 jaren tot het eind van zijn leven ging hij ook door met het schrijven van essays en poëzie.