Site-archief
Waterman
Hans Dorrestijn
.
Toen ik de bundel ‘De liefde wandelt vreemde wegen’ van Hans Dorrestijn aan het doorlezen was, op zoek naar passende gedichten voor de zondagen in februari, kwam ik een gedicht tegen waarvan ik meteen wist; dit wordt hem. Als Waterman hoef je dan eigenlijk niet eens verder te lezen. Dat heb ik natuurlijk wel gedaan Maar mijn keuze stond vast. Daarom hier het gedicht ‘Waterman’.
.
Waterman
.
Kijk, daar zwemt waarachtig Tristan van de Woude,
de beroemde waterman. Die maakt zijn sterrenbeeld waar.
Hij doorliep het aquarium in slechts twee jaar
en deed toen examen en slaagde cum laude,
summa cum laude welteverstaan.
En toen is hij onder water gegaan.
.
Een briljante student, maar te geniaal.
Een viskundig genie dat in zijn vak is verdwenen.
Mij heeft zich verloofd naar verluidt met een moeraal.
– De naam in ’t Latijn klinkt veel beter: murene –
.
Dat was vreemd, heel erg vreemd al met al.
Tristan met zijn hangsnor lijkt op een heel ander soort vis.
Uiterlijk vertoont hij meer overeenkomst met een meerval
(Siluris glanis).
Maar wie ben ik om hierover scherp te slijpen:
genieën zijn er om niet te begrijpen.
.
Beeld: Visman in Deventer van The Space Cowboys (Paul Keizer en Albert Dedden)
Herman de Coninck
Zoals dit eiland van de meeuwen
.
Lezend in de gedichten van Herman de Coninck, kon ik het toch niet laten weer eens een gedicht van hem te plaatsen. Het mag ook wel weer een keer, ik weet dat Herman nog altijd vele liefhebbers en fans heeft. Daarom, en omdat ik wonend vlak bij zee, iets heb met meeuwen, het gedicht ‘Zoals dit eiland van de meeuwen’ uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.
.
Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,
zo is dit eiland van de meeuwen
en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand.
.
Nachtroer
Charlotte Van den Broeck
.
Sommige dichters gaan harder dan anderen. Waar dat aan ligt is soms moeilijk te zeggen. In het geval van Charlotte Van den Broeck (1991) is dat zeer waarschijnlijk te danken aan haar nieuwe bundel ‘Nachtroer’. Deze bundel is haar tweede bundel en ze lijkt nu ook in Nederland voet aan de grond te krijgen met deze door De Arbeiderspers uitgegeven bundel. Haar debuutbundel ‘Kameleon’ werd bekroond met de Herman de Coninck debuutprijs.
Nachtroer verwijst naar de naam van een Antwerpse nachtwinkel en vormt daarmee het vertrekpunt van deze bundel. De bundel begint met 8, in Romeinse cijfers genummerde gedichten van 8 terug werkend naar 1, waarna Nachtroer begint.
Charlotte Van den Broeck studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Momenteel studeert ze woordkunst aan het conservatorium van Antwerpen.
Ik koos uit de bundel ‘Nachtroer’ voor het gedicht ‘Wrijfklank’.
.
Wrijfklank
.
Een stap naar links
en je valt buiten de bladspiegel, lig daar
buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om
.
lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet
geschreven wordt en blijf
.
liggen, stil en alsof
en slijtvast op de naad
die loopt tussen slagader en verhaal
.
je moet nog zoveel mensen voor me zijn
je moet nog
.
Misschien moet alles eerst op tekening hersteld
Alja Spaan
.
Dichter Alja Spaan ken ik al jaren. Ooit was ik haar vriendelijke lezer, ik droeg voor bij haar thuis bij Alkmaar Anders, in haar huiskamer atelier, ze droeg voor het eerst voor op een podium van Ongehoord! (dat wist ik toen niet) en later nog eens en we brachten samen een bundel uit ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ in 2010 met prachtige illustraties van schilder-tekenaar Pierre Struys. Later won ze niet alleen de tweede prijs van de Turingwedstrijd maar ook won ze de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd in 2015 en stond ik op haar podium van Reuring.
En dan is er nu haar nieuwe bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld worden’, mooi uitgegeven door uitgeverij Watervis. Feitelijk is dit haar debuut als solodichter (eerder gaf ze ook al een andere bundel met Nina Barhorst) zo staat voorin de bundel maar volgens mij is dat haar bundel ‘De hand de beweging laten maken’. Omdat ik haar als mens en dichter goed ken, omdat ik haar ‘geschiedenis’ redelijk goed ken ( het overlijden van haar moeder, haar verhuizing naar Sint Pancras en de geboorte van haar eerste kleinzoon Scott David aan wie deze bundel is opgedragen) is het lezen van deze bundel voor mij een echt feest. Soms een feest van herkenning, dan weer een feest van poëtische vervoering, ontroering en genieten.
Waar in onze gezamenlijke bundel Alja nog niet een echte vaste dichtvorm had, daar heeft ze in de afgelopen jaren een heel duidelijk herkenbare stijl ontwikkeld waar ze bekend mee is geworden en die breed gewaardeerd wordt. Alle gedichten in deze nieuwe bundel bestaan uit strofen van twee zinnen of drie zinnen (de meeste twee zinnen) waarin, in een bijna vloeiende stijl, alsof het één lange zin is, het gedicht zich ontvouwt.
Prachtige beelden, zinnen en situaties schotelt Alja ons voor, steeds met een grote warmte en gevoel voor haar onderwerpen, de mensen in haar poëzie en de situaties die ze beschrijft. Zoals over haar moeder in ‘Koek’:
Ik zie haar weer in de winter, onherstelbaar
en zo half, naar opzij gevallen, niet meer
schuilend, zo laag bij de grond.
.
Of over haat terugkeer naar de stad, het vertrek uit het dorp van haar jeugd in ‘De echo’:
.
Niets is nog van mij of alles is verdeeld onder de
achterblijvers. Er hoefde niet
.
gedobbeld te worden. Mijn kleding gebukt onder
vele lagen stof, doordrenkt van
.
stadsdamp en snelverkeer, honderd mensen op een
vierkante meter.
.
In vier hoofdstukken met titels als ‘Opnieuw is de stilte weer oorverdovend, Alle portretten zijn levend geworden, Kokette neigingen en Ze is nog altijd bereikbaar geeft Alja ons een intiem kijkje in haar wereld. Een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen. Dergelijke bundels laten je deel uitmaken van de kleine intieme wereld van Alja en nodigen je uit tot herlezen, keer op keer.
In het gedicht ‘Een andere prestatie’ komt haar huis in Alkmaar langs, de lange woonkamer met de hoge wanden waar je je bij binnenkomst meteen welkom en thuis voelde.
.
Een andere prestatie
.
Nu pas mis ik mijn witte, hoge wanden
voorgoed. In dit poppenhuis
.
waar rondom de bomen dunner worden,
de straat dichterbij terwijl
.
de hemel steeds verder lijkt, blijven de
korte muren vochtig, een
,
blauwzwarte tekening volgt als een ader
mijn melkwit lijf, achter
,
de kast waarin mijn schriften liggen, groeit
een grijze boom, dik
.
dit keer. De woorden liggen gelukkig nog
droog in hun bedding,
.
wat ze bedoelden lijkt in het vorige huis
achtergebleven te zijn, alsof
,
geschreven op die hoge witte muren die
in de storm blijven staan.
.
Verse taal
Mahsai Attai
.
In 2007 werd door uitgeverij De Brouwerij de bundel ‘Verse Taal’ uitgegeven. In deze bundel met CD staan de verhalen en gedichten van een aantal vluchtelingen dichters. Vluchtelingen van alle tijden (van Chili in de jaren zeventig) tot Irak en Kroatië begin van deze eeuw. Wat hen bindt is een gedeelde geschiedenis van vluchten voor onderdrukking, geweld en angst uit hun vaderland naar Nederland. Schrijfster Alejandra Slutzky, fotograaf Jan Kees Helms en muzikanten Wilma Paalman en Marcel van der Schot stelden deze bundel en CD samen.
Een aantal dichters uit deze bundel heeft als dichter of in de poëzie enige naam gemaakt. Zo staan onder andere Sallah Hassan, Juan Heinsohn Huala en de helaas veel te vroeg gestorven Pero Senda in deze mooi en met respect uitgegeven bundel.
Als gedicht en dichter kies ik vandaag echter voor een wat minder bekende, namelijk Mahsa Attai die destijds vluchtte uit Iran met haar gedicht ‘Het leven’. Het gedicht is al meer dan 10 jaar oud maar nog altijd pijnlijk actueel.
.
Het leven
.
Er is in feite geen plek waar God eindigt en je begint
En geen plek waarop je eindigt en ik begin
.
Oh, laten we leven in vreugde, in liefde onder hen die haten!
Laten we onder mensen die haten leven in liefde
.
Ik adem in en word rustig
Ik adem uit en glimlach
Op dit moment weet ik
Er bestaat geen ander moment
.
Met enige vertraging
Lévi Weemoedt
.
De, in Vlaardingen geboren (1948), schrijver en dichter Lévi Weemoedt, pseudoniem van Isaäck Jacobus van Wijk, mag in een Poëzieweek die als thema humor heeft, natuurlijk niet ontbreken. Al jaren schrijft Weemoedt tragi-komische verhalen en gedichten. Soms kort en bijna melig, dan weer heel intelligent en inhoudelijk maar altijd met een knipoog. Zo ook in de bundel ‘Met enige vertraging’ uit 2014. Het eerste gedichtje is duidelijk een verwijzing naar hoe Dordrecht zich afficheert (hoe dichter bij Dordt, hoe mooier het wordt) en het tweede is wat meer inhoudelijk.
.
VVV
.
Hoe dichter
bij Hattem
.
Hoe minder
van dattem
.
Gezonde liefde
.
O, ik ben om háár
met roken gestopt.
.
O, ik ben om háár
weer begonnen met roken.
,
Drinken, gelukkig,
heb ik nooit onderbroken
.
Zodat de schade
nog meevalt, tot slot.
.
Even mijn kopje eraf schroeven
Rita Hijmans en Fleur van den Berg
.
Voor mijn verjaardag kreeg ik van Fleur een heel leuk bundeltje dat ze samen met dichter Rita Hijmans maakte. Een lief klein bundeltje met gedichten van Rita bij (foto’s van) kunstwerken van Fleur van den Berg. Het bundeltje werd in 2014 uitgegeven door uitgeverij De Muze.
De combinatie van woord en beeld in deze bundel is speels, emotioneel, humorvol of spannend maar altijd verrassend zo lees ik op de achterkant. Ik ben het er helemaal mee eens.
Uit de bundel het gedicht ‘noni’ gefotografeerd door Koen Hauser.
.
noni
.
een traan en een lach strijden om voorrang
moet ik dat verkeer regelen?
.
klein kleinkindje wat geef je mij groot grootmoeder gevoel
.
als ik altijd zou zeggen wat ik denk en voel
zou ik dan meer of minder vrienden hebben?
.
Dichter van de maand Januari
Hagar Peeters
.
Zondag in januari dus een gedicht van Hagar Peeters. Vandaag koos ik voor het wonderschone liefdesgedicht ‘Je bewoont al jaren’ uit haar bundel ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ uit 1999.
.
Je bewoont al jaren
.
Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.
Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.
Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie
en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.
Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont
ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.
.
Billy Holiday
Hans Vlek
.
Van de dit jaar overleden, bijzondere dichter Hans Vlek (1947 – 2016) vandaag het gedicht ‘Billy Holiday’. Ik hoorde afgelopen week het nummer ‘Strange fruit’ weer eens op de radio, een prachtig nummer dat helaas tegenwoordig maar weer wat actueel is (het is een aanklacht tegen het racisme in de Verenigde Staten). Het nummer werd trouwens geschreven door een communistische onderwijzer van Joodse afkomst uit The Bronx, Abel Meeropol, onder het pseudoniem Lewis Allan. Het nummer was oorspronkelijk ‘Bitter fruit’ getiteld.
Billy Holiday maakte het nummer beroemd en het werd opgenomen in de lijst van Songs of the Century (liedjes van de eeuw) door de Recording Industry of America en de National Endowment for the Arts, een overheidsorganisatie ter bevordering van kunst en cultuur.
Uit: ‘Geen volkse god in uw achtertuin’ uit 1980.
.
Billy Holiday
.
een vrouw een dame
als een altsax zo groot
zo zwart als poëzie
.
dit kan
nog nachten duren
dit geluid
diep uit haar hals
pijn en zonsverduistering
.
haar lichaam teistert
verminkt
het bitter bloed van haar stem
.
harde steden van steen
en de dagen die gaan
zij weet
.
zingt.
.
















