Site-archief

Fragmenten van het onbeschrijfbare

Een recensie

.

Van de Vlaamse dichter Dimitri Hillewaert ( 1983) verscheen bij uitgeverij MUG books begin deze maand de bundel ‘Fragmenten van het onbeschrijfbare’. Dat doet meteen al de vraag rijzen wat dat onbeschrijfbare is. Niet te beschrijven als geheel maar in fragmenten lukt het wel. Is deze bundel daarmee een puzzel? Allerminst. Dit is een gedichtenbundel van een dichter die heel dicht bij zijn gevoel blijft, geen zakelijke beschrijvende dichter maar een dichter die steeds op zoek is naar de waarheid achter de schijnbare waarheid.

De bundel is opgedragen aan twee vrouwen; zijn moeder Doreen en zijn vrouw Danaë. In de gedichten is het duidelijk dat zij geliefde een rol speelt, en soms herkent men de moeder. De 33 gedichten zijn niet eenvormig, soms maar een paar regels en eenmaal drie pagina’s. De nummering leidde mij in eerste instantie in verwarring. Geen nummering zoals je die herkent. Zo begint de bundel met de gedichten (allen zonder titel) 1, 47, 65, 33, 24, 109 enzovoorts. Alsof de dichter uit een grote voorraad gedichten heeft gekozen en de nummering er eigenlijk niet toe doet. Dit verklaard dan ook meteen het ‘Deel 1’ op de titelpagina.

Navraag bij de dichter bevestigt mijn gedachten. De dichter heeft uit een aantal honderden gedichten gekozen op gevoel. Het Deel 1 duidt er inderdaad op dat het de bedoeling is dat er meer delen komen.

Dan de inhoud. De gedichten zijn, zoals gezegd veelal vanuit het gevoel geschreven, vanuit de dichter die zich het ene moment nederig en nietig opstelt en het andere moment opstandig of berustend. In de gedichten is er regelmatig sprake van de tegenstelling tussen het grote (het universum, de sterren, de geschiedenis) en het kleine (het lichaam, de cellen, het hier en nu) maar ook andere tegenstellingen komen terug (oud en jong, twijfelend en zelfverzekerd). Dit maakt de bundel zeer lezenswaardig. Ook is er in veel gedichten sprake van een ‘zij’. Zoals gezegd zal het hier de geliefde van de dichter betreffen, sommige gedichten zijn heel persoonlijk, intiem zelfs.

Ook in deze gedichten is er het spel van de daden en de woorden tussen de twee. Liefdevol, met vrees, dan weer optimistisch. Dat is hoe de dichter in deze bundel de wereld , de liefde en het leven beschouwt. Het onbeschrijfbare zal een combinatie van die drie zijn.

Ik heb voor twee gedichten gekozen uit deze bundel. Het gedicht nummer 27 als illustratie van een intiem gedicht en het laatste uit de bundel gedicht nummer 19 wat een en al optimisme en vertrouwen in zich draagt. Een opmerking nog over de opmaak, volgdne bundel graag met paginanummering.

.

27

.

ondanks alles

blijf bij me

.

deel hazelnoten muziek met mij

laat de ochtend onze ogen tot aquarel roze

kleuren en vlecht met mij de middaggeuren

samen

.

bedel in mij om avond bedank het kaarslicht

en leg daarna jouw huid op de mijne

.

luister bescherm me en fluister

alsof ik een weeshuis ben

zonder wetten vrees of roede

.

gewoon voor het plezier van het fluisteren

.

19

.

sterven in jouw armen

zou ik glimlachend aanvaarden

zoals schipbreuk lijden in Venetië

.

Dichters in Durban

Novib

.

In 1997 werd het eerste internationale poëziefestival in Zuid Afrika georganiseerd. Nadat Nelson Mandela in 1994 werd verkozen tot president in de eerste non-raciale verkiezingen ooit in Zuid Afrika was er een tijd van vrijheid en vernieuwing in Zuid Afrika. Dit leidde tot Poetry Africa in de Zuid Afrikaanse havenstad Durban. Vele dichters die tijdens het apartheidsregime vervolgd werden of in ieder geval hun stem niet konden laten horen gaven hier acte de présence. Ook Nederlandstalige dichters waren aanwezig in Remco Campert en Hugo Claus. Maar ook dichters uit India, Mexico, Canada, Duitsland, Japan, Mauritius, Zimbabwe en nog een aantal landen waren vertegenwoordigd. Vanuit Zuid Afrika waren er dichters die poëzie schreven in het Engels, het Afrikaans en het Zulu.

De organisatie, het Centre of Creative Arts onder de bezielende leiding van Adriaan Donker en Breyten Breytenbach had zich laten inspireren door Poetry International in Rotterdam. Het festival werd dan ook geopend door Obed Mlaba, burgemeester van Durban en Bram Peper, burgemeester van Rotterdam.

De Novib bundelde in 1997 een aantal van deze dichters in ‘Dichters in Durban’ en ik koos voor het gedicht ‘Veteraan’ van Tatamkhulu Afrika in een vertaling van Hugo Claus.

.

Veteraan

.

Achter de omgekeerde ruggen

van de heuvels hoor ik nog altijd

de hoest van motors die plots zwenken

en de blauwe

rook van de lucht is de blauwe

rook van geweren en de grauw-

blauwe rook van de jaren.

En er is daar een gezang dat ik mij rekkend wil bereiken,

een harmonie van razernij die mij lieflijker

toeklinkt dan om het even welke liefde.

Maar de heuvels zijn hoog,

hoger dan mijn begerig hart, en mijn voeten

zijn verstrikt in de wieren.

Soms lijkt het alsof ik

een phut-phut-phut hoor

als een kind dat knalt met een kinderlijk

speelgoedgeweer en ik weet

dat de verre kogels opnieuw zoeken naar

de levenden tussen de gebeenten.

Maar er zijn daar geen levenden meer,

alleen doden, en zij zijn dood

zoals ik dood ben, alhoewel ik ademhaal

en mijn gehuil is dat van een wolf

tussen de schedels en mijn stap

is die van een schaduw in een plek van uilen.

.

Laat mij

Hans Andreus

.

Een paar weken geleden (14 maart) deelde ik een aankoop uit een kringloopwinkel met jullie; de Dichters Omnibus, tweede bloemlezing uit 1954. Als reactie daarop kreeg ik van Corry Nieman, een van de drijvende krachten achter http://www.schrijvenswaard.nl, dat zij deel 3 en 4 had en dat ik die wel mocht hebben. Omdat ik van de 18 edities nog 8 edities mis was ik daar, zo begrijp je, heel blij mee. Corry stuurde ze me toe en ik zal er deze week uit elk een gedicht delen.

Vandaag de derde bloemlezing uit 1957. Hier heb ik gekozen voor een gedicht van een van mijn favoriete dichters uit Nederland, Hans Andreus, die achterin dit bundeltje wordt beschreven als “behorende tot de groep van experimentele dichters” met het gedicht ‘Laat mij…’.

.

Laat mij…

.

Laat mij, laat

mij gaan waar niemand gaan wil.

De eenzame wolven, zegt men.

Geen mens meer met een zelfgeschapen ruimte,

waarin hij loopt en ademt.

Geen mens meer met zijn uitverkoren

steden, landen, zeeën.

Geen ruimte meer,

geen mens meer, nee, geen mens,

.

En geen versierde woorden.

Maar hoe lang, hoe lang, hoe lang

de onontkoombaarheid?

Het sterven in de tijd?

Het brekende woord, de weer eenzame mond?

.

Novalis

Dichter van de maand

.

Uit de bundel ‘Al dwalend’ uit 1947 (voorheen ongebundelde gedichten) vandaag een gedicht van de dichter van de maand J. Slauerhoff getiteld ‘Novalis’.

.

Novalis

.

Hij wist met kalmen angst hoe alles moest

Leven: voortleven, zalig of verdoemd.

Niets wordt vernietigd en spoorloos verwoest;

Een geur, een toon die in de stilte zoemt,

.

Iets blijft – hoe ook verijld, versteend, verbloemd,

Leven moet alles tot in eeuwigheid.

Geen sluimering, geen min, geen dood verzoent

Den kruistocht redeloos door ruimte en tijd.

.

De dooden rusten niet, gezweept tot feesten

Waarin zij ijdel trachten te bezwijmen

Tot redding uit de onduldbare geheimen.

.

En ieder zwervling is omzwermd door geesten:

Nooit worden wij eenzaam en nooit met rust

Gelaten aan een beek, een graf, een kust.

.

Amsterdam, Dapperbuurt

Jaap Harten

.

In 1966 publiceerde Jaap Harten bij De Bezige Bij de bundel ‘Totemtaal’. Jaap Harten (1930) is een Nederlandse dichter en schrijver van romans en verhalen. Hij woont in Den Haag waar hij werkte bij het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Hij leeft samen met kunstschilder Oskar Lens (1930). Uit de bundel ‘Totemtaal’ het gedicht ‘Amsterdam, Dapperbuurt’.

.

Amsterdam, Dapperbuurt

.

In het proeflokaal

schuil ik vol mistige voornemens

voor het noodweer

.

wat is het hier stil

het lijkt wel lemmer in de herfst

,

alleen de hagelstenen

praten harder aan het raam

dan de regen, eens, bij j.c. bloem

.

 

Een omhelzing zonder arm

Willem Jan Otten

.

Van mijn broer kreeg ik een stapel dichtbundels die hij had verzameld bij de kringloopwinkel bij hem in de straat. Uit deze stapel zal ik de komende dagen een aantal bundels nemen en daaruit weer een gedicht. Vandaag te beginnen met de bundel ‘Paviljoenen’ van Willen Jan Otten. Deze bundel verscheen in 1991 bij uitgeverij G.A. van Oorschot en uit deze bundel koos ik puur op de titel voor het gedicht ‘Een omhelzing zonder arm’.

.

Een omhelzing zonder arm

.

Eens kwam hij laat de kamer in

en op zijn kussen daalde neer

de vlokken van een sneeuw.

Aquarisch en half dronken

daalden zij heen, het blauwe in

van een kerstmisschuddeding.

De macht die schudt ontbrak.

.

Daar werd jij toen alsnog mijn bruid,

in het schijnsel van de wekkerradio.

Jij bestond het al te hebben zijn,

streelbaar als God, Mozaïsch als

een zeepbel die een cel in drijft.

.

Dichter in verzet

Piet Gerbrandy

.

Een paar jaar geleden vroeg ik mijn lezers wat ze nog zouden willen lezen op dit blog, welke categorie er gemist werd? Ik weet nog dat één van de antwoorden toen, de categorie Dichter in verzet was. In de loop van de tijd heb ik al verschillende stukken gewijd aan dichters in verzet. In verzet tegen dictaturen, tegen politieke machthebbers, maar ook tegen het kappen van een stuk bos ten behoeve van de aanleg van een snelweg (Amelisweerd) en tegen de heersende ideeën over hoe en wat poëzie zou moeten zijn (de Vijftigers).

In de Groene Amsterdammer van 19 januari jongstleden staat een artikel over een te organiseren filosofische nachtconferentie over ‘De mens in opstand, of: hoe wij ons nog kunnen verzetten’. Deze conferentie werd georganiseerd op 27 januari door De Groene Amsterdammer in samenwerking met de SSBA salon en de Fusie.

In het artikel over deze conferentie gaat dichter Piet Gerbrandy in op dichters en gedichten over het verzet, of zoals Gerbrandy het zegt: In dichten schuilt het nooit ophoudende verzet: ‘Een gedicht is altijd een tijdelijke overwinning.’

Een prachtig voorbeeld dat hij geeft is het gedicht van Hans Faverey (1933 – 1990) uit de bundel ‘Tegen het vergeten’ uit 1988 waarin de dichter zich tegen de dood verzet.

Het artikel lees je hier: https://www.groene.nl/artikel/tegen-alles-dat-niet-leuk-is

.

Geloof mij toch:

tegen de dood kan alles

worden ondernomen wat zich nu

nog verschuilt in zijn macht.

Vader en moeder tegelijk,

wordt hij zelf het kind

dat zin voor zin zich uitput,

zich afbeult tot wat er is: nacht-

vlinders, opgehitst tegen gekkotongen;

brulapenkoralen; kikkerrit kloppend

tegen stilstaand water; pauwestaarten,

Phaëton vangend. Zo ook, zo ooit

de duisterende frambozen daarmee zich

een voorhoofd wenst te tooien,

vlak voor het bevel, hope telkens ooit.

.

thv

hf

Zeemanslied

Hans Dorrestijn

.

Vandaag voor de laatste keer Hans Dorrestijn als dichter van de maand februari. Nogmaals uit de bijzonder aardige bundel ‘De liefde wandelt vreemde wegen’ uit 1997 het gedicht (lied) ‘Zeemanslied’.

.

Zeemanslied

Golven hoog te loef, te lij.
We varen klif en klip voorbij.
Giek en gaffel buigen krom.
Haal op, haal om.

Pekbroek, tuig, het ruime sop.
De zeeman heeft een haringkop.
Haal om, haal op.

Opperbram hoog in de mast.
Daar tuimelt me de varensgast.
Haal op, hou vast.

Haring hom en haring kuit.
Het bloed spat alle kanten uit.
Haal om, haal op.
Het bloed spuit alle kanten op
Haal om, haal uit.

.

hd

Nog maar een paar kleintjes

Uit mijn boekenkast

.

Omdat ik er zin in heb nog een paar mooie voorbeelden van (ultra) korte gedichtjes uit het bundeltje ‘Het kleinste gedicht’ De Favoriete ultrakorte gedichten van Nederland en Vlaanderen.

.

Het briesen van een paard…

.

‘Het briesen van een paard

onder mijn raam vannacht’

.

daar zou misschien een gedicht

in gezeten hebben.

(Bert Voeten)

.

Ekster

.

Hij is van boom tot grassen bezig

in dit landschap, als toerist.

Ik ben zijn camera,

ook op hem gericht.

(Robert Anker)

.

Closed

.

Muizenisisminimumeis

(Chr. J. van Geel)

.

geboorte

.

het wordt niet gehoord

noch gezien

hoe het leeft dat wat dood is

.

zoals wat werd verwekt

niet terstond wordt ontdekt

(Lucebert).

.

En tot slot, ik kon het niet laten, nog een van mezelf, niet uit de bundel.

.

In een notendop

.

Het zaadje dat ik plantte

en zorgvuldig water gaf

groeit nu naar de zon

maar steeds verder van mij af

(Wouter van Heiningen)

Jean-Bédel Bokassa

Bloemen van het kwaad

.

In de vuistdikke uitgave ‘Bloemen van het kwaad’ samengesteld en geschreven door Paul Damen, staat niet alleen heel veel zeer boeiende informatie te lezen over tal van dictators, maar ook veel van hun “poëzie”.  Jean-Bédel Bokassa (1921-1996) was één van de dictators waar ik ten tijde van zijn bewind al een fascinatie voor had. Hoe kwamen Afrikaanse leiders aan de macht, wisten ze zich tot dictator en alleenheerser te ontwikkelen en raakten ze vervolgens volledig van god los? Bokassa kwam, zoals zovele machthebbers in Afrika aan de macht door een staatsgreep te plegen. Hij benoemde zichzelf vervolgens tot president voor het leven en Keizer van Centraal Afrika (waar hadden we dat eerder gehoord?). Hij was niet alleen megalomaan maar hield er ook een schrikbewind op na (zoals veel dictators) waar dieven na twee veroordelingen een oor werd afgesneden en bij de derde veroordeling een hand.

In 1979 werd hij afgezet door paramilitairen en ging hij in Frankrijk in ballingschap waar hij leefde van al het geld dat hij tijdens zijn schrikbewind had geroofd. Uiteindelijk keerde hij terug naar, wat toen inmiddels de Centraal Afrikaanse Republiek heette en werd daar ter dood veroordeeld. Dat werd later omgezet in levenslang maar na 6 jaar kwam hij al vrij en leefde tot 1996 in de voormalige hoofdstad Bangui als vrij man.

In de gedichten die Boakssa schreef gaat het over zijn leven als staatsman en daar is duidelijk zijn visie terug te lezen op zijn invulling van die rol. Niet heel poëtisch, zijn eigen rol verkleinend en ‘het volk’ als belangrijkste naar voren schuivend maar ondertussen zijn eigen zin doen (vaak) tegen de wil van dat zelfde volk in (waar zien we dat tegenwoordig vaker!).

Over de authenticiteit van deze gedichten is inmiddels veel discussie, in een goed artikel van Bart FM Droog blijkt dat het gedicht hieronder wel erg veel lijkt op ‘Je ne suis pas un héros’ van Daniel Balavoine. Doorlezend op Internet blijken meer van de gedichten in dit boek discutabel te zijn zoals de ‘vermeende’ gedichten van Adolf Hitler. Lees het artikel hier http://www.bartfmdroog.com/droog/dd/bokassa.html Dit is het gedicht waarop Bart FM Droog doelt.

.

Ik ben helemaal geen held.

Fouten blijven me beklijven.

Geloof niet wat de kranten schrijven.

Ik ben absoluut geen held.

.

Ik ben overal en nergens niet.

Ik zie niets, terwijl ik alles merk.

Beluister niets, maar het ontgaat me niet,

dat is een staatshoofd zijn werk.

.

Je schrijft ook geen geschiedenis

zonder échte offers erin,

maar offers blijven zonder zin

als er bij het volk geen steun voor is.

.

Jean-Bedel Bokassa