Site-archief
Dichters in Durban
Novib
.
In 1997 werd het eerste internationale poëziefestival in Zuid Afrika georganiseerd. Nadat Nelson Mandela in 1994 werd verkozen tot president in de eerste non-raciale verkiezingen ooit in Zuid Afrika was er een tijd van vrijheid en vernieuwing in Zuid Afrika. Dit leidde tot Poetry Africa in de Zuid Afrikaanse havenstad Durban. Vele dichters die tijdens het apartheidsregime vervolgd werden of in ieder geval hun stem niet konden laten horen gaven hier acte de présence. Ook Nederlandstalige dichters waren aanwezig in Remco Campert en Hugo Claus. Maar ook dichters uit India, Mexico, Canada, Duitsland, Japan, Mauritius, Zimbabwe en nog een aantal landen waren vertegenwoordigd. Vanuit Zuid Afrika waren er dichters die poëzie schreven in het Engels, het Afrikaans en het Zulu.
De organisatie, het Centre of Creative Arts onder de bezielende leiding van Adriaan Donker en Breyten Breytenbach had zich laten inspireren door Poetry International in Rotterdam. Het festival werd dan ook geopend door Obed Mlaba, burgemeester van Durban en Bram Peper, burgemeester van Rotterdam.
De Novib bundelde in 1997 een aantal van deze dichters in ‘Dichters in Durban’ en ik koos voor het gedicht ‘Veteraan’ van Tatamkhulu Afrika in een vertaling van Hugo Claus.
.
Veteraan
.
Achter de omgekeerde ruggen
van de heuvels hoor ik nog altijd
de hoest van motors die plots zwenken
en de blauwe
rook van de lucht is de blauwe
rook van geweren en de grauw-
blauwe rook van de jaren.
En er is daar een gezang dat ik mij rekkend wil bereiken,
een harmonie van razernij die mij lieflijker
toeklinkt dan om het even welke liefde.
Maar de heuvels zijn hoog,
hoger dan mijn begerig hart, en mijn voeten
zijn verstrikt in de wieren.
Soms lijkt het alsof ik
een phut-phut-phut hoor
als een kind dat knalt met een kinderlijk
speelgoedgeweer en ik weet
dat de verre kogels opnieuw zoeken naar
de levenden tussen de gebeenten.
Maar er zijn daar geen levenden meer,
alleen doden, en zij zijn dood
zoals ik dood ben, alhoewel ik ademhaal
en mijn gehuil is dat van een wolf
tussen de schedels en mijn stap
is die van een schaduw in een plek van uilen.
.
Laat mij
Hans Andreus
.
Een paar weken geleden (14 maart) deelde ik een aankoop uit een kringloopwinkel met jullie; de Dichters Omnibus, tweede bloemlezing uit 1954. Als reactie daarop kreeg ik van Corry Nieman, een van de drijvende krachten achter http://www.schrijvenswaard.nl, dat zij deel 3 en 4 had en dat ik die wel mocht hebben. Omdat ik van de 18 edities nog 8 edities mis was ik daar, zo begrijp je, heel blij mee. Corry stuurde ze me toe en ik zal er deze week uit elk een gedicht delen.
Vandaag de derde bloemlezing uit 1957. Hier heb ik gekozen voor een gedicht van een van mijn favoriete dichters uit Nederland, Hans Andreus, die achterin dit bundeltje wordt beschreven als “behorende tot de groep van experimentele dichters” met het gedicht ‘Laat mij…’.
.
Laat mij…
.
Laat mij, laat
mij gaan waar niemand gaan wil.
De eenzame wolven, zegt men.
Geen mens meer met een zelfgeschapen ruimte,
waarin hij loopt en ademt.
Geen mens meer met zijn uitverkoren
steden, landen, zeeën.
Geen ruimte meer,
geen mens meer, nee, geen mens,
.
En geen versierde woorden.
Maar hoe lang, hoe lang, hoe lang
de onontkoombaarheid?
Het sterven in de tijd?
Het brekende woord, de weer eenzame mond?
.
Novalis
Dichter van de maand
.
Uit de bundel ‘Al dwalend’ uit 1947 (voorheen ongebundelde gedichten) vandaag een gedicht van de dichter van de maand J. Slauerhoff getiteld ‘Novalis’.
.
Novalis
.
Hij wist met kalmen angst hoe alles moest
Leven: voortleven, zalig of verdoemd.
Niets wordt vernietigd en spoorloos verwoest;
Een geur, een toon die in de stilte zoemt,
.
Iets blijft – hoe ook verijld, versteend, verbloemd,
Leven moet alles tot in eeuwigheid.
Geen sluimering, geen min, geen dood verzoent
Den kruistocht redeloos door ruimte en tijd.
.
De dooden rusten niet, gezweept tot feesten
Waarin zij ijdel trachten te bezwijmen
Tot redding uit de onduldbare geheimen.
.
En ieder zwervling is omzwermd door geesten:
Nooit worden wij eenzaam en nooit met rust
Gelaten aan een beek, een graf, een kust.
.
Amsterdam, Dapperbuurt
Jaap Harten
.
In 1966 publiceerde Jaap Harten bij De Bezige Bij de bundel ‘Totemtaal’. Jaap Harten (1930) is een Nederlandse dichter en schrijver van romans en verhalen. Hij woont in Den Haag waar hij werkte bij het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Hij leeft samen met kunstschilder Oskar Lens (1930). Uit de bundel ‘Totemtaal’ het gedicht ‘Amsterdam, Dapperbuurt’.
.
Amsterdam, Dapperbuurt
.
In het proeflokaal
schuil ik vol mistige voornemens
voor het noodweer
.
wat is het hier stil
het lijkt wel lemmer in de herfst
,
alleen de hagelstenen
praten harder aan het raam
dan de regen, eens, bij j.c. bloem
.
Een omhelzing zonder arm
Willem Jan Otten
.
Van mijn broer kreeg ik een stapel dichtbundels die hij had verzameld bij de kringloopwinkel bij hem in de straat. Uit deze stapel zal ik de komende dagen een aantal bundels nemen en daaruit weer een gedicht. Vandaag te beginnen met de bundel ‘Paviljoenen’ van Willen Jan Otten. Deze bundel verscheen in 1991 bij uitgeverij G.A. van Oorschot en uit deze bundel koos ik puur op de titel voor het gedicht ‘Een omhelzing zonder arm’.
.
Een omhelzing zonder arm
.
Eens kwam hij laat de kamer in
en op zijn kussen daalde neer
de vlokken van een sneeuw.
Aquarisch en half dronken
daalden zij heen, het blauwe in
van een kerstmisschuddeding.
De macht die schudt ontbrak.
.
Daar werd jij toen alsnog mijn bruid,
in het schijnsel van de wekkerradio.
Jij bestond het al te hebben zijn,
streelbaar als God, Mozaïsch als
een zeepbel die een cel in drijft.
.
Dichter in verzet
Piet Gerbrandy
.
Een paar jaar geleden vroeg ik mijn lezers wat ze nog zouden willen lezen op dit blog, welke categorie er gemist werd? Ik weet nog dat één van de antwoorden toen, de categorie Dichter in verzet was. In de loop van de tijd heb ik al verschillende stukken gewijd aan dichters in verzet. In verzet tegen dictaturen, tegen politieke machthebbers, maar ook tegen het kappen van een stuk bos ten behoeve van de aanleg van een snelweg (Amelisweerd) en tegen de heersende ideeën over hoe en wat poëzie zou moeten zijn (de Vijftigers).
In de Groene Amsterdammer van 19 januari jongstleden staat een artikel over een te organiseren filosofische nachtconferentie over ‘De mens in opstand, of: hoe wij ons nog kunnen verzetten’. Deze conferentie werd georganiseerd op 27 januari door De Groene Amsterdammer in samenwerking met de SSBA salon en de Fusie.
In het artikel over deze conferentie gaat dichter Piet Gerbrandy in op dichters en gedichten over het verzet, of zoals Gerbrandy het zegt: In dichten schuilt het nooit ophoudende verzet: ‘Een gedicht is altijd een tijdelijke overwinning.’
Een prachtig voorbeeld dat hij geeft is het gedicht van Hans Faverey (1933 – 1990) uit de bundel ‘Tegen het vergeten’ uit 1988 waarin de dichter zich tegen de dood verzet.
Het artikel lees je hier: https://www.groene.nl/artikel/tegen-alles-dat-niet-leuk-is
.
Geloof mij toch:
tegen de dood kan alles
worden ondernomen wat zich nu
nog verschuilt in zijn macht.
Vader en moeder tegelijk,
wordt hij zelf het kind
dat zin voor zin zich uitput,
zich afbeult tot wat er is: nacht-
vlinders, opgehitst tegen gekkotongen;
brulapenkoralen; kikkerrit kloppend
tegen stilstaand water; pauwestaarten,
Phaëton vangend. Zo ook, zo ooit
de duisterende frambozen daarmee zich
een voorhoofd wenst te tooien,
vlak voor het bevel, hope telkens ooit.
.
Zeemanslied
Hans Dorrestijn
.
Vandaag voor de laatste keer Hans Dorrestijn als dichter van de maand februari. Nogmaals uit de bijzonder aardige bundel ‘De liefde wandelt vreemde wegen’ uit 1997 het gedicht (lied) ‘Zeemanslied’.
.
Zeemanslied
Golven hoog te loef, te lij.
We varen klif en klip voorbij.
Giek en gaffel buigen krom.
Haal op, haal om.
Pekbroek, tuig, het ruime sop.
De zeeman heeft een haringkop.
Haal om, haal op.
Opperbram hoog in de mast.
Daar tuimelt me de varensgast.
Haal op, hou vast.
Haring hom en haring kuit.
Het bloed spat alle kanten uit.
Haal om, haal op.
Het bloed spuit alle kanten op
Haal om, haal uit.
.
Nog maar een paar kleintjes
Uit mijn boekenkast
.
Omdat ik er zin in heb nog een paar mooie voorbeelden van (ultra) korte gedichtjes uit het bundeltje ‘Het kleinste gedicht’ De Favoriete ultrakorte gedichten van Nederland en Vlaanderen.
.
Het briesen van een paard…
.
‘Het briesen van een paard
onder mijn raam vannacht’
.
daar zou misschien een gedicht
in gezeten hebben.
(Bert Voeten)
.
Ekster
.
Hij is van boom tot grassen bezig
in dit landschap, als toerist.
Ik ben zijn camera,
ook op hem gericht.
(Robert Anker)
.
Closed
.
Muizenisisminimumeis
(Chr. J. van Geel)
.
geboorte
.
het wordt niet gehoord
noch gezien
hoe het leeft dat wat dood is
.
zoals wat werd verwekt
niet terstond wordt ontdekt
(Lucebert).
.
En tot slot, ik kon het niet laten, nog een van mezelf, niet uit de bundel.
.
In een notendop
.
Het zaadje dat ik plantte
en zorgvuldig water gaf
groeit nu naar de zon
maar steeds verder van mij af
(Wouter van Heiningen)














