Site-archief
Vriendin van één nacht
Herman de Coninck
.
Dinsdag wordt de komende tijd erotische gedichtendag (leek me een leuk idee, zo aan het begin van de week). Vandaag een werkelijk prachtig gedicht van Herman de Coninck. Op 10 juli schreef ik nog over Herman de Coninck in de categorie Vlaamse dichters, nu dus als vertolker van erotische poëzie.
.
Vriendin van één nacht
.
Het was onbereikbaar.
Maar voor iedereen die dat óók vond, trok ze tijd
uit, en haar bloesje, en de spelden uit d’r haar.
.
Ze had velours geribde rode lippen om je er over heen
te praten
en schaars-paarse om er nadien over te zwijgen,
en lange vingers om zich lang en langzaam op zich toe
te laten,
.
het was bijna gewijd:
hijgen werd heel ver adem
halen, voorbij de grenzen van de tijd.
.
En de wanhoop nadien had iets van lekker samen.
Uitzicht op leegte, maar
met gordijntjes voor de ramen.
.
Uit: Met een klank van hobo, 1980.
De kolos
Zichtbaar alleen
.
Pas geleden werd ik door Leo Willemse geïnterviewd in zijn ‘boekenhoekje’ in het cultuurprogramma op vrijdag bij Amsterdam FM. In de trein naar Amsterdam heb ik mijn bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ nog eens doorgelezen. Het bijzondere van ouder werk doorlezen (en zo oud is het nog niet) is dat je soms verrast wordt door jezelf. Bij andere gedichten is het juist leuk om vondsten die je had weer terug te lezen en soms gebeurd het ook dat je denkt, mwahh.
Waarom schrijf ik dit? Eergisteren heb ik naar aanleiding van bovenstaande gebeurtenis mijn eerste bundel nog eens herlezen. ‘zichtbaar alleen’, waar dit blog naar vernoemd is, kwam uit in 2008 en was een samenwerking tussen mij en de beeldend kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen. Toen ik dit boek herlas, en het was alweer even geleden dat ik de gedichten las, werd ik soms blij verrast door mijn eigen gedichten. Ik heb op dit blog al een paar gedichten gepubliceerd uit deze bundel maar vooral in de eerste jaren van dit blog (2008 en 2009).
daarom vandaag nog maar een gedicht waar ik nog altijd heel tevreden over ben. Het betreft het gedicht bij de foto die ook op de cover is geplaatst.
.
De kolos
.
Tussen olifantenpoten
houdt zich de warmte schuil
van de aaseter
.
In die beschutting
openbaart zich
de stilte
.
Één moment, een seconde maar
licht de kolos zich
uit zijn eeuwenoude rust
.
Tot de versmelting
van een leven
met zijn omgeving
.
De bundel Zichtbaar alleen is nog steeds te koop voor een zacht prijsje. Mail naar heiningenvanwouter@yahoo.com voor informatie.
Om er niet te zijn
Eva Gerlach
.
Om er niet te zijn
.
In de schemer wachtten tussen diepe
bomen grijs de herten, rechte hoofden
naar de verte waar wij
liepen opgetild.
.
Om er niet te zijn uit alle macht
stilstaan. Op hun ruggen reed een huiver,
blad onder een aasje wind, hoezo
in één keer en allemaal, wat, wat.
.
Uit: Niets bestendiger, Arbeiderspers, 1998
Photomaton
Simon Vinkenoog
Toen ik naar huis reed van mijn werk moest ik aan Simon Vinkenoog (1928 – 2009) denken. Waarom? Geen idee. Juist daarom een gedicht van deze bijzondere en eigengereide dichter. Vinkenoog publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Wondkoorts’ in 1950, wordt tot de Vijftigers gerekend maar publiceerde vanaf zijn 21ste jaar een literair magazine ‘Blurb’ getiteld. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”. Over zijn uitgangspunten schreef hij: “Onze mogelijkheden zijn nog ongelimiteerd, al moeten wij ons verdedigen tegen uiterst links en uiterst rechts en nochtans het gevaarlijke midden mijden”.
Woorden die later op zijn poëtisch oeuvre van toepassing zouden blijven. In de jaren 60 van de vorige eeuw begon Vinkenoog zich steeds meer als performer te manifesteren. Tot aan zijn dood bleef hij schrijven en voordragen, veelal onder de invloed van verdovende middelen. Vinkenoog is in de Nederlandse poëzie heel zijn leven een fenomeen gebleven.
Van zijn hand het gedicht ‘Photomaton’.
Photomaton
Zo’n foto is nooit weg,
en ze kosten maar vier voor een gulden*)
Kijk, het lijkt (na drie minuten)
en we staan er nog op, ook.
Omgekeerd natuurlijk, ik zat links
en op de foto’s zit ik rechts.
We zijn bruiner
dan in werkelijkheid,
en de schaafwond op mijn neus
blitst overdreven.
Links voorop, dat ben jij.
Ik kan nog niet zo goed wijs uit wat ik zie,
o.a. een blikkerbril met donker glas
en een baard met een snor boven regenjas.
We kijken voorop, jij bovendien opzij-
jij hebt de twee andere.
Ik lach, jij kijkt.
Zo’n foto is nooit weg, tenslotte
en wat is de moeilijkheid? Kleingeld,
ooghoogte, de keuze uit witte achtergrond
of donker gordijn. Kijken of het lijkt.
*) 20 F in Belgie.
.
Uit: Eerste gedichten, 1949-1964
De Grote Vakantie
F. Starik
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘De Grote Vakantie’ van F. Starik uit 2004, uitgegeven door In de Knipscheer. De bundel bevat behalve 45 gedichten ook een CD met daarop 4 gedichten “verklankt” door Von der Möhlen en Cor Vos en gezongen door F. Starik. De CD bevalt me minder dan de bundel. De gezongen gedichten doen me erg ‘kleinkunstig’ aan. Niks mis mee op zichzelf maar ik persoonlijk vind
ze niet echt iets toevoegen, zoals de CD bij de laatste bundel van Serge van Duijnhoven dat absoluut wel doet.
De bundel met gedichten kan ik echter zeer waarderen. In 6 hoofdstukken en een coda neemt Starik je mee in zijn wereld en poëzie. Soms heel serieus, dan weer heel luchtig en altijd in een frisse taal.
Hieronder twee voorbeelden van een zeer luchtig gedicht en een op het oog luchtig gedicht maar met een serieuze ondertoon.
.
Landjuweel
Landjuweel, jaarlijks nazomerfestival
voor ouwe hippies, bewijst in elk geval
zo sprak Diana Ozon luid: ‘roken is niet dodelijk’.
Al zie ik wel bezwaren voor de huid.
.
De Grote Vakantie
Zo op het oog hier alles
welvaart en gemoedsrust.
Waar de Noordzee loom
haar brede zandstrand kust.
.
Vaders, moeders, kinderen
ze lachen, ze spelen, ze scheppen kastelen
in de tamme vloedlijn. Zou er ooit
volmaakter vrede zijn?
.
Eén van hen zal volgend jaar
niet langer bij ze zijn. Ze onderscheidt zich
al van verre: het dunne, kroezend haar.
.
De zon gaat onder, onbewogen
staan ze in het koude licht.
Niemand maakt bezwaar.
.
Tot het ons loslaat
Rutger Kopland
.
Uit de bundel ‘ Tot het ons loslaat’ van Rutger Kopland het gedicht ‘Die eeuwige schoonheid’.
.
Die eeuwige schoonheid
Hij begon in die toevallige wereld
die onbegrepen wirwar van lijnen en lijntjes
die een boom werden bijvoorbeeld
hij noemde deze schoonheid de tragische schoonheid
van de mens die haar ziet:
van moment tot moment
hij wilde niet zien hoe de wereld voorbij gaat
maar zien hoe eeuwig zij is
als zij terugkeert naar dat ene
moment waarin haar lijnen en lijntjes uiteenvallen
tot een boom bijvoorbeeld
tot haar formule
hij stierf en zag alles, zag alles en stierf
Gedicht op een tapijt
Obe Postma
.
Van de Friese dichter Obe Postma (1868 – 1963) is in Tresoar, het Fries Historisch en Letterkundig Centrum in Leeuwarden, op het tapijt in de hal een gedicht geplaatst. Het betreft hier het gedicht ” ‘T hat west, it is ‘t” uit 1951.
Postma debuteerde in 1902 in het tijdschrift ‘Forjit my net’ . In 1947 kreeg hij de Gysbert Japicxprijs voor de bundel ‘It sil bestean’ en in 1954 won zijn gedicht ‘Fan de fjouwer eleminten’ de Rely Jorritsmaprijs.
‘T hat west, it is ‘t
Hat west, it is; it stiet beskreaun
En heart ta wrâlds bestean,
’t Is by it grutte barren komd
En kin net mear fergean.
Wy drage it mei yn ùs ûnthâld
In libben barrens stik,
Mar fêster wierheid hat it wûn
Yn ivichheids beskik.
O freonen dy’t myn jonkheit hie,
O mienskip my sa nei!
Fergûn, ferstoarn? Mar heger geast
Hat it yn ljochte dei.
Uit: Samle fersen
Nederlandse vertaling
’t Is geweest;
het is, het staat beschreven
En hoort tot werelds bestaan,
’t Is bij het grote gebeuren gekomen
en kan niet meer vergaan.
Wij dragen het mee in ons
Een gebeurtenis uit het leven,
Maar vaster werkelijkheid heeft het gewonnen
in eeuwigheids plan.
O vrienden wie mijn jeugd had
O gemeenschap mij zo dichtbij
Vergaan, gestorven? Maar hoger geest
Heeft het in lichte dag.
Vertaling: Andrys Stienstra
Foto Jan Kalma
Rijk
Lucebert
.
Vandaag uit mijn boekenkast getrokken de bundel ‘Erts; een bloemlezing uit de poëzie van heden’ waarbij moet worden aangetekend dat ‘heden’ in dit geval 1955 is. Ingeleid en samengesteld door Bert Voeten.
Uit deze bundel van Lucebert het gedicht ‘Rijk’.
.
Rijk
.
Zie je spiegel wordt blind
je gezicht zo klein als een kind
je gezicht een nietige ster
tussen de storm en de wind
.
De weg die je ging was zo oud
als de hand die hangt uit de wolk
en de vlam die je vroeg zo koud
als de driftige sikkel de sluipende dolk
.
Maar nog nimmer zo rijk
als bij stenen voor brood
bouw je je troon in het slijk
met de bronstige troffel de dood
.
Rijk : uit de bundel Alfabel, 1955
Onvoltooid gedicht
Klapband
.
Uit de bundel Kuttje Compleet vandaag een gedicht van Wilhelmina Kuttje Sr. uit 1936. De notitie bij dit gedicht luidt na de laatste regel: Hier houdt het op. ’t Was ook eigenlijk maar een kladje in handschrift. Maar toch de moeite waard.
Uit de bundel: Vetpot
.
Klapband
.
Zoevend langs ’s heren wegen
dromend achter ’t stuurwiel heen
glijdt het modderige landschap
door den miezerige regen
klaagt den motor steen noch been
WAAR GAAN WIJ HEEN?
.
Ach, ’t is niet zozeer een einddoel
’t is veeleer de vreugde van den reis
Ploeterend door die modderpoel
op den vlucht voor Hein met Zeis
.
KLAP! klinkt plots ter linkerzijde
en wij stoppen met gesis!
En wij maken vuile handen
en wij wisselen van wiel
zetten onze lange tanden:
en wat ons toen heeft bezield
was: O staak het gemopper over banden
straks draven wij weer door vreemde landen
Die klapband deed ons weer beseffen
dat het leven…
.
Jotie T’Hooft
Vlaamse dichters
.
Als ik de Vlaamse dichters behandel mag een van de belangrijkste en bekendste dichters Jotie T’Hooft natuurlijk niet ontbreken. Op veel te jonge leeftijd (21) overleden aan een overdosis cocaïne, heeft Jotie T’Hooft toch een aantal belangrijke dichtbundels gepubliceerd. Nog is de nagedachtenis aan T’Hooft niet minder geworden. Elk jaar wordt door Jong Groen Oudenaarde veel aandacht besteedt aan het leven en werk van Jotie T’Hooft .
Zo is er elke twee jaar (sinds 2008) een Jotie T’Hooft poëzieprijs voor jong en oud (mijn oudste dochter is ooit genomineerd voor de prijs van de jonkies).Maar er worden ook hommageavonden georganiseerd en men ijvert ervoor om zijn graf als funerair erfgoed te bewaren en te beschermen.
Jotie T’Hooft wordt wel eens het wonderkind van de jaren zeventig genoemd.
Hij werd geboren op 9 mei 1956 in Bevere, bij Oudenaarde, net zoals zijn voorouders. Van jongs af aan was hij opvallend taalvaardig, las en schreef hij veel. Omwille van zijn druggebruik en rebels karakter deed hij bijna alle scholen van Oost-Vlaanderen aan. Hij werkte in het antiekatelier van zijn oom, als nachtwaker en als lector bij uitgeverij Manteau. Waar hij ook was, wat hij ook deed, steeds bleef hij schrijven. In 1975 huwde hij uit liefde met Ingrid en verscheen zijn eerste bundel “Schreeuwlandschap”. Voor zijn tweede bundel “Junkieverdriet” (1976) kreeg hij de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs. Jotie T’Hooft werd op korte tijd een literair fenomeen. Zijn belangrijkste thema’s zijn: druggebruik, dood, erotiek, het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid,…
Voor hij de kans kreeg van zijn verslaving af te geraken, overleed hij op 6 oktober 1977 aan een noodlottige overdosis. Na zijn leven verschenen nog bundels met onuitgegeven werk. Dat dit prille oeuvre nog steeds wordt gelezen en heruitgegeven toont aan dat het een tijdloze herkenbaarheid bevat. Jotie’s oom Rik verzorgt nog steeds zijn sobere graf op de begraafplaats in de Dijkstraat te Oudenaarde. Je treft er nog geregeld attenties van bewonderaars aan. Jotie wandelde zelf graag over deze begraafplaats.
.













