Site-archief
De dingen
Pim te Bokkel
.
Uit de bundel van Pim te Bokkel ‘De dingen de dingen de dans en de dingen’ uit 2010 het gedicht ‘Wasknijper’.
.
Wasknijper
Wat beklijft?
Vraag het de wasknijper
die met een stalen oog
een lijn vastbijt
Wat blijft
als straks de herfst aantrekt?
Wat is het dan
een veer om dit gespannen hout
dat krampachtig nog wat
was vasthoudt
.
Hoekkamer
Clara Haesaert
.
Vandaag wil ik een vrouwelijk Vlaamse dichter Clara Haesaert belichten. En wel om de volgende reden. Toen ik informatie over haar las waarin stond dat ze zich professioneel inzette voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken scoorde ze als mens al punten bij me, toen ik op zoek ging naar haar poëzie was het duidelijk; ik ging een blogpost over haar schrijven.
Geboren in 1924 was Clara Haesaert na haar studie werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur (kom daar tegenwoordig nog maar eens om, ministeries met zulke ronkende namen). In die functie zette ze zich dus in voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken.
Op 29 jarige leeftijd debuteerde ze als dichter met de bundel ‘De overkant’ waarna er nog 8 bundels volgden. Haar laatste bundel ‘Voorbij de laatste vijver’ verscheen in 1995. Ze was medeoprichtster en redacteur van het tweemaandelijkse tijdschrift ‘De Meridiaan’ tijdschrift voor kunst en letteren, en oprichtster van Internationaal Kunstcentrum Taptoe in Brussel. Tot slot was ze mede-stichtster van de “Middagen van de Poëzie” en van het Haiku-centrum voor Vlaanderen in Overijse.
Naast de Basiel de Craeneprijs voor haar gedicht ‘de Man’ in 1952 , de Mathias Kempprijs voor Poëzie voor haar bundel ‘Medeplichtig’ in 1984 en ‘Het gulden boek voor Verdiensten bewezen aan het Boekwezen’ in 1991 werd ze in 2001 bevorderd tot Officier in de Leopoldsorde.
Uit jaargang 8 van De Brakke Hond uit 1991 het gedicht Hoekkamer van haar hand.
.
Hoekkamer
Het gulden boek voor verdiensten bewezen aan het boekwezen, bibliotheken, jeugdboeken,
Ereburger
Luuk Gruwez
.
Luuk Gruwez (1953) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en prozaschrijver. In 1973 debuteerde hij met de bundel ‘Stofzuigergedichten’.
De poëzie van Gruwez wordt wel eens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Luuk Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie. In zijn latere poëzie valt op dat de onderwerpkeuze breder wordt en de vorm meer verhalend.
Gruwez is een dierbaar ingezetene (geweest) van Deerlijk daar hij al in 2004 tot ereburger is benoemd (hij bracht er zijn jeugd door) en in 2011 ontving hij de culturele trofee van de gemeente als erkenning nadat hij in 2009 de Herman de Coninckprijs voor zijn gedicht ‘Moeders’ ontvangt. In 2009 schreef Gruwez het gedichtendag-essay ‘Pizza, peperkoek & andere geheimen’.
Van Luuk Gruwez het gedicht’Het troostconcours’ uit 1995 uit de bundel ‘Vuile manieren’.
.
Het troostconcours
.
Er werd een wedstrijd in troosten gehouden.
Eén bracht een zondag mee met gregoriaans.
een worgengel, een zoon van God
en drie heel knappe jonge priesters.
Een schip naar Paramaribo.
Gezoen achter een sleutelgat.
– Men geeuwde zeer voornaam en hij verloor.
Eén bracht er mee: een kindertijd
met voetzoekers en knalbonbons,
de geur van jute en van boenwas.
Zijn lang bewaarde eerste kies
en al zijn nederlagen in de liefde.
De mooiste ziektes, roem, de fraaiste graven.
– Het kon de jury niet bekoren.
O wat het allemaal niet deed:
een doedelzak, een hangbuikzwijn,
een heroïnehoer van vijftien jaar,
het hoofd van een gestorven meisje
met nog confetti in het haar.
En het plezier van obers voor hun dienblad
om zowat vijf voor middernacht.
Een laatste bracht er tranen mee en groot applaus,
een spraakgebrek, wat kippenvel, zichzelf.
Hij won, maar niemand weet waarom,
hij won en weende. Levenslang.
Met dank aan Wikipedia, Gedichten.nl en http://versindaba.co.za/
Czeslaw Milosz
Dichter van alle nationaliteiten
.
Czeslaw Milosz wordt vaak als Pools dichter geportretteerd maar werd in 1911 geboren in Litouwen ( hij overleed in 2004 als Amerikaans staatsburger) dat toen deel uitmaakte van Rusland. Hij studeerde in Vilnius en trok later naar Warschau. In de tweede Wereldoorlog zat hij bij het verzet maar in 1951 brak hij met de Poolse communistische partij (hij was na de oorlog Pools diplomaat). In 1951 vroeg hij politiek asiel aan in Frankrijk. Uiteindelijk kreeg hij het Amerikaanse staatsburgerschap maar de laatste jaren van zijn leven woonde hij weer in Polen. Een waar wereldburger. In 1980 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.
Uit de in het Nederlands vertaalde bundel ‘Verre omstreken’ uit 1991 het gedicht ‘De zin’.
De zin
‘Eenmaal dood zal ik de voering van de wereld zien.
De achterkant, voorbij de vogel, berg, zonsondergang,
de ware betekenis, die om ontcijfering roept.
Wat onverenigbaar was, wordt nu verenigd.
Wat buiten ons begrip viel, zal begrepen worden.’
‘Maar als de wereld nu geen voering heeft?
Als de lijster op de tak geen enkel teken is,
alleen een lijster op een tak, als de dagen en de nachten
elkaar opvolgen en zich niet bekommeren om een zin
en er op aarde niets is buiten deze aarde?’
‘Al zou het zelfs zo zijn, dan nog blijft het woord
dat, eenmaal gewekt door vergankelijke lippen,
zal rennen, rennen als een onvermoeibare koerier,
over interstellaire velden, wentelende melkwegen
en protesteren, roepen, schreeuwen.’
Eva Gerlach
Een hond met ijzeren ogen
.
Uit de bundel ‘Daar ligt het’ uit 2003 het gedicht ‘Een hond met ijzeren ogen’.
.
Een hond met ijzeren ogen
Een hond met ijzeren ogen had mijn hand
in zijn mond genomen. Ik wilde
niet dat dit gebeurde maar was bang
te scheuren als ik mij verzette. Luister
hond, zei ik, laat me los en ik geef je
wat je verlangt. Maar wat hij wilde was alleen
dat ik niet verder ging en met mijn andere hand
hem streelde. Zo. Dagen en nachten in
zijn ogen zag wie van ons sterker scheen.
.
Tussen duim en wijsvinger
Els Huurman
.
Afgelopen zondag was ik uitgenodigd voor te dragen op het Open Podium Hellevoetsluis, een poëziepodium zoals er vele zijn, in de Kunstuitleen van Hellevoetsluis. De gastvrouw en dichter Els Staneke Huurman zet daar samen met Sanderien Vermeulen een mooi podium neer in een kleurrijke omgeving. Het was dan ook een genoegen voor te mogen dragen in Hellevoetsluis.
Van Els kreeg ik haar 6e! dichtbundel ‘Tussen duim en wijsvinger’ overhandigd. Deze bundel met “ruim vijftig verrassende, grappige maar ook ontroerende gedichten” zoals de achterflap ons verteld is uitgegeven door uitgeverij AquaZZ. Ik had nog niet gehoord van AquaZZ maar op de website van de uitgeverij blijkt ze een groot aantal auteurs te herbergen.
Maar terug naar de bundel van Els. Mooi vormgegeven met gedichten in 6 hoofdstukken met titels als “Dingen dichten”, “Vroeger”, “Oude wonden” en “Onderweg”. Ietwat bevreemdend vond ik dat in het eerste hoofdstuk “Dingen dichten” de titels van de gedichten onderaan de pagina staan terwijl in de rest van de bundel de titels van gedichten gewoon boven de gedichten staan. Wat hier de reden van is, is me nog steeds onduidelijk.
Grappig genoeg zijn de gedichten in “dingen dichten”misschien wel de persoonlijkste gedichten terwijl de titel toch anders doet vermoeden. Er is in vrijwel alle gedichten sprake van een ik, mij een hij of een jij. Uit vrijwel al de gedichten blijkt trouwens dat het dichten voor Els een heel persoonlijke zaak is, vooral in “Vroeger” komt dit naar voren maar ook in de rest van de bundel. Vrolijke herinneringen vermengd met observaties. Uit de gedichten blijkt ook dat Els een vrije geest is die frank en vrij de wereld aanschouwt.
In de reeks van gedichten zitten voor mij betere en iets mindere gedichten. Waar er rijmdwang is (want als ik ze lees voelt het zo) vind ik persoonlijk minder goed geslaagd dan degene waar Els zich helemaal vrij laat gaan in de taal. Gelukkig zijn de gedichten in die eerste categorie ver in de minderheid.
Het titelgedicht geeft voor mij de bundel goed weer (dus een goed gekozen titel).
.
Tussen duim en wijsvinger
.
Tussen duim en wijsvinger
eindeloos geschreven
.
gegeten
gedronken
.
Een heel leven word je
ergens op gewezen
met zwaaiende wijsvinger
.
Van kleine stapjes
tot grote
Met duim omhoog geprezen
.
Tussen duim en wijsvinger
zit een heel leven
Het glimpen van de welkwiek
Ilja Leonard Pfeijffer
.
Ilja Leonard Pfeijffer (1968) is dichter en graecus of kenner van de Griekse taal. Dat laatste laat hij graag zien in de bundel ‘Het glimpen van de welkwiek’. Voor iemand die geen kenner van de Griekse taal is betekent dat dat veel van de poëzie moeilijk te begrijpen is in deze bundel. Toch staan er in deze bundel ook gedichten die zeer goed te lezen zijn met alleen kennis van de Nederlandse taal. Zoals ook het gedicht ‘Spiegelgracht’.
.
Spiegelgracht
.
dan was jij gelukkig en ik was de hangmat
van de brug weerspiegeld
in de gracht
want dat zei je is het lekkerste
plekje om in te liggen
.
ging jij in mij lekker rimpelend liggen
en je golfde door mij heen als rimpeling
van golven zacht als jouw golvende handen
dan was ik zo zacht met jou in mij overbrugd
niet meer mijn zelfde eigen spiegeling
.
Kerkhof
Jean Pierre Rawie
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Geleende tijd’ van Jean Pierre Rawie, uitgegeven in 2000 door uitgeverij Bert Bakker. En omdat ik een fascinatie heb voor kerkhoven het toepasselijke gedicht ‘Kerkhof’.
.
Kerkhof
.
Het hek hangt scheef in het scharnier.
De struiken groeien door het schroot.
Het stilstaand water in de sloot
symboliseert de doodsrivier.
.
Wat dreef ons om te zien wat hier
van zoveel leven overschoot?
Er liggen bleke wortels bloot
onder een weggezakt plankier.
.
Wij gaan tussen de graven door,
zonder te vragen naar de zin
van wat als vraag zijn zin verloor.
.
Er is geen eind en geen begin.
Wat is geweest ligt op ons voor,
wat komt loopt langzaam op ons in.
.
De dag scheurt
Piet Hardendood
.
Enige tijd geleden werd ik door Piet Hardendood benaderd met de vraag of ik op Dichterskring.nl elk kwartaal een bijdrage kon leveren in de vorm van een bespreking van een gedicht van één van de Dichterskring dichters. Ik heb daar even over nagedacht en we zijn er samen uitgekomen; vanaf oktober bespreek ik elk kwartaal een gedicht, het ene kwartaal een gedicht van een Dichterskring dichter, het andere kwartaal een gedicht van een Puberpoëzie.nl dichter. De dichter die ik bespreek krijgt een exemplaar van Zichtbaar alleen.
Piet is naast de stuwende kracht achter Dichterskring.nl ook zelf dichter. Hij schrijft onder de naam Laantje. In 2012 publiceerde hij bij de Nederlandse Auteurs Uitgeverij de bundel ‘Gedichten uit het Laantje, een doorkijkje naar het leven’.
Uit deze bundel het gedicht ‘De dag scheurt’.
.
De dag scheurt
.
Binnen de toegemeten tijd krimpt
ochtend stil ineen, alsof hij niet meer wil
beminnen wat hem in licht is toevertrouwt
.
De dag hij scheurt zo lijkt uiteen in rafels.
Verdwenen is zonbeginnend middaguur en
avondschemering valt schaduwlang,
onder het houten blad van ruwe heilgeheime tafel.
Ze is zo bang dat nacht verloren raken zal.
.
Toen brak het duister door, ja in het derde uur
van middag al.
.















