Site-archief

I am of Ireland

William Butler Yeats

.

Al vaker schreef ik over William Butler Yeats, één van mijn favoriete (Ierse) dichters. Ik bekeek wat foto’s van mijn Ierland reis en kwam de foto van het graf van Yeats tegen. Uiteraard haalde ik een bundel van deze beroemde dichter uit mijn kast. Geïnspireerd schreef ik deze post. Het gedicht van Yeats gaat ook over Ierland en heeft als titel ‘I am of Ireland’. De foto’s heb ik genomen.

.

I am of Ireland

‘I am of Ireland,
And the Holy Land of Ireland,
And time runs on,’ cried she.
‘Come out of charity,
Come dance with me in Ireland.’

One man, one man alone
In that outlandish gear,
One solitary man
Of all that rambled there
Had turned his stately head.
That is a long way off,
And time runs on,’ he said,
‘And the night grows rough.’

‘I am of Ireland,
And the Holy Land of Ireland,
And time runs on,’ cried she.
‘Come out of charity
And dance with me in Ireland.’

‘The fiddlers are all thumbs,
Or the fiddle-string accursed,
The drums and the kettledrums
And the trumpets all are burst,
And the trombone,’ cried he,
‘The trumpet and trombone,’
And cocked a malicious eye,
‘But time runs on, runs on.’

I am of Ireland,
And the Holy Land of Ireland,
And time runs on,’ cried she.
“Come out of charity
And dance with me in Ireland.’

 

ierland8

ierland12

ierland22

Ik schrijf je neer

Hugo Claus

.

Dat een gedicht van Hugo Claus in de bundel ‘A joy forever, de mooiste liefdesgedichten uit de wereldliteratuur’ terecht is gekomen verbaasde mij al niet maar na lezing van het gedicht wist ik zeker dat dit geheel terecht was. Daarom hier dat gedicht met de intrigerende titel ‘Ik schrijf je neer’.

.

Ik schrijf je neer

.

Mijn vrouw, mijn heidens altaar,

Dat ik met vingers van licht bespeel en streel,

Mijn jonge bos dat ik doorwinter,

Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken,

Ik schrijf je adem en je lichaam neer

Op gelijnd muziekpapier

.

En tegen je oor beloof ik je splinternieuwe horoscopen

En maak je weer voor wereldreizen klaar

En voor een oponthoud in een of ander Oostenrijk.

.

Maar bij goden en bij sterrenbeelden

Wordt het eeuwig geluk ook dodelijk vermoeid,

En ik heb geen huis, ik heb geen bed,

Ik heb niet eens verjaardagsbloemen voor je over.

.

Ik schrijf je neer op papier

Terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit.

.

hugoclaus

Belofte

Hilde Keteleer

.

De Vlaamse Hilde Keteleer (1955) is behalve dichter ook literair vertaalster uit het Duits en het Frans. Ze is docente aan de SchrijversAcademie in Antwerpen en de gemeentelijke Academie van Ekeren en ze begeleidt literatuurgroepen. In 2001 verscheen haar debuutbundel ‘Al wat winter is en waar’ gevolgd in 2003 door de tweetalige bundel ‘Entre-deux / Twee vrouwen van twee kanten’  die ze samen met Caroline Lamarche uitgaf. In 2004 volgt dan nog de bundel ‘Deuren’ en daarna blijft het stil op het poëtisch vlak. Ze publiceert daarna nog vele vertalingen van romans en verhalen en een eigen roman en reisverhaal maar geen poëzie meer.

Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Belofte’.

.

Belofte

Zoals het blanke appelvlees
nog niet tevoorschijn gebeten,
zoals de grand cru in de fles
nog vol met gloed geweten,
zoals het eerste goede vers
nog enkel in het hoofd geschreven,
zoals jouw geschiedenis
nog niet met die van mij verweven,

zo is mij je oksel en je mond:
een geur, een onbetreden grond.

.

winter

Hilde

Met dank aan Knack.be en Wikipedia.

Guichelheil

Huub van de Lubbe

Vanmorgen luisterde ik naar ‘Groot hart’ van De Dijk en toen herinnerde ik me dat Huub van der Lubbe ook een niet onverdienstelijk dichter is (Gerrit Komrij nam drie van zijn gedichten op in zijn bloemlezing). Dat lees je al terug in zijn songteksten maar zoals ik al eerder schreef op dit blog, songteksten of liedteksten hebben hun eigen dynamiek en regels. Poëzie heeft deze regels niet of minder/anders.

In 2010 verscheen van Huub de dichtbundel Guichelheil, wat al zijn 5e dichtbundel is. Eerder verschenen ‘Melkboer met de blues’, ‘Versterkte gedichten’, ‘Geregeld leven’ en  ‘Solo met Jan’.

Ter vergelijking uit de bundel Guichelheil het gedicht ‘Over en uit’ en van de CD ‘Door’ uit 2003.

.

over en uit

Als alles wat gedaan moest is gedaan
En alles wat gewaagd is geprobeerd
Als alles is gegaan zoals gegaan
En alles wat je deert je niet meer deert

Als alles wat bestreden is beslecht
Als wat onopgemerkt bleef is geduid
Als alles wat besproken is gezegd
En alles wat verbrast kon is verbruid

Soms voel ik even een verlangen naar
Het einde, die goedkope panacee
En naar de stilte daarvan, dat geluid

Ik merk dat ik me, langzaam weliswaar,
Maar toch verzoenen kan met het idee
Dat het voorbij is straks, over en uit

.

.

Wil je altijd van me houden

Wil je altijd van me houden
Zoals alleen jij dat kan
Wil je altijd van me houden
Al maak ik er een zootje van
Wil je altijd van me houden
Ook als ik van niks meer weet
En ik al je lieve woorden
Van de narigheid vergeet

Wil je altijd van me houden
Ook al praat ik nog zo krom
Wil je altijd van me houden
Al vraag jij je af waarom
Wil je altijd van me houden
Ook als het eiglijk niet meer gaat
Maar jij met je ruime denken
Mij in mijn waan en waarde laat
Wil je altijd van me houden
Ook al blijf je aan de gang
Wil je altijd van me houden
Ook al duurt dat nog zo lang

Wil je altijd van me houden
Ook als ik van niks meer weet
en ik al je lieve woorden
Van de narigheid vergeet
Wil je altijd van me houden
Ook al jaag ik je op stang
Wil je altijd van me houden
Al lul ik tegen het behang
Wil je altijd van me houden
Ook al duurt dat nog zo lang

.

Door

Guichelheil (1)

Guichelheil

Hoogmoed

Zichtbaar alleen

.

Eind 2007 publiceerde ik mijn eerste bundel ‘Zichtbaar alleen’. Een samenwerking met beeldend kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen waarbij Ruben de foto’s leverde waarbij ik gedichten schreef. In twee hoofdstukken ‘Zichtbaar alleen’ en ‘De zeven hoofdzonden’ schreef ik in totaal 24 gedichten waaronder het gedicht ‘Hoogmoed’. In deze prachtige bundel, al zeg ik het zelf, staan de gedichten en de foto’s steeds tegenover elkaar, links en rechts op een pagina.

De bundel is nog steeds bij mij verkrijgbaar, met een hard cover, 24 gedichten en 24 prachtige foto’s in full colour.

.

Hoogmoed

.

In de weerspiegel;ing

van de gemeende schoonheid

raken barsten

als in harde, droge klei

.

Vervreemdend

naar binnen gekeerd

toont zij zich schaamteloos

als een god in

een zelfgeschapen paradijs

.

Blikken van afkeuring

ketsen af op een pantser

van onwetende

zelfingenomenheid

.

Als een prachtige

verpakking

om een leeg

cadeau

.

 

07_HOOGMOED

Typewriter poetry

James Andrew Crosby

.

James Andrew Crosby is ‘a mental anarchist’ (zo schrijft hij op zijn website). Hij schrijft poëzie en in het bijzonder poëzie met een typemachine (vandaar de term Typewriter poetry). Eind 2014 kwam van hem de bundel ‘From Words to Worlds’ uit bij Lulu.com met voorbeelden van zijn frisse en ook wel ongebruikelijke poëzie. Op zijn website kun je verschillende voorbeelden van zijn werk lezen. Typewriter poetry, letters (korte poëtische notities in handschrift), ‘gewone’ poëzie, Haiku’s en filosofisch getinte uitspraken.

Zijn Typewriter poetry bevalt me het meest daarom hier een paar voorbeelden.

.

tw1

tw2

tw3

tw4

 

JAC

Meer voorbeelden van de poëzie van James Andrew Crosby op http://jamesandrewcrosby.tumblr.com/

Niets

Leonard Nolens

.

Leonard Helena Sylvain Nolens (of L. Nolens 1947) is dagboekschrijver en dichter en wordt gezien als één van de belangrijkste levende Vlaamse dichters. Nolens woont en werkt in Antwerpen (waar anders ben ik geneigd te zeggen, zovele prachtige Vlaamse dichters zijn actief vanuit Antwerpen) en  is een romanticus Dat wil zeggen, hij schrijft vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen.

Leonard Nolens debuteerde in 1969 met de bundel ‘Orpheushanden’ en publiceerde sindsdien 25 poëziebundels. Nolens ontving in zijn leven verschillende prijzen zoals de Poëzieprijs van de Provincie Antwerpen in 1976, de Jan Campertprijs in 1991, de VSB Poëzieprijs in 2008 en de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren in 2012.

Uit zijn bundel ‘Manieren van leven’ uit 2001 het gedicht ‘Niets’.

.

Niets

Je weet niet wat er is. Je bent gestruikeld
In je slaap, een zon heeft je geslagen
Om de hoek en je koopt blind een brood,
Verdwaalt. De straat gaat met je op de loop.

Een vreemde brengt je thuis, het is je vrouw
Die napraat over je begrafenis.
Je lag te roken in je kist, zegt zij,
En pakt een pan en bakt je dode hart.

Je weet niet wat er is. Je zit al dagen
Als een schaduw van je schaduw thuis.
De dokter komt, betokkelt je contouren
En vindt niets. Je bent het met hem eens.

.

nolens-manieren-2012

Nolens

 

Met dank aan gedichten.nl en Wikipedia

Haarspeld

Erotische gedicht van Paul Claes

.

Uit de niet te versmaden bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’samengesteld door Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze vandaag een gedicht van de dichter Paul Claes (1943). Dit gedicht werd gepubliceerd in de bundel ‘Rebis’ uit 1999.

.

Haarspeld

.

Soms speelt hij met de haarspeld in zijn hand.

Over de ribbels van haar ruggengraat

strelen zijn vingers, tot ze zich ontspant

en opengaat,

.

als hij zijn vingertop ertussen brengt,

en telkens weer kan hij er niet genoeg

van krijgen het te doen, terwijl hij denkt

aan wie haar droeg

.

haarspeld

 

Claes-Paul01_s

Groter dan de feiten

Jan Baeke

.

Gisterochtend op mijn verjaardag gekregen: ‘Groter dan de feiten’ dichtbundel van Jan Baeke. Een mooie bundel met vervreemdende poëzie (het is waar wat er op de achterflap staat). In vijf hoofdstukken zijn de gedichten per hoofdstuk genummerd en zonder titel. Hoewel de achterflap ook rept van ‘een zonovergoten maar beklemmende mediterrane provinciestad’ kwam bij mij bij het lezen van dit gedicht meteen het beeld boven van een klein West-Vlaams dorp (vraag me niet waarom!).

Uit het hoofdstuk ‘Alleen het begin telt’ het tweede gedicht.

.

In het café op het plein wordt alles teruggebracht

tot veraf en dichtbij.

.

Jij komt van hier.

Ik ben een maand geleden vertrokken.

.

De barman hangt in de radio

hoort onze dorst niet, hoort berichten voor het verzet.

.

Jouw nagels krassen alle neerslag weg.

Ik zie de patronen, de onhandige gebeden, kijk

vooruit de ramen in, zie dat het plein

door steeds grilliger schaduwen bezocht wordt.

.

Ik zie hoe jij mij dierbaar

zijn kan.

Je buigt je hoofd.

Het café buigt tegen jou in, stervend glaswerk.

.

Groter dan de feiten

janbaeke

Facetten der Nederlandse poëzie

Jan Prins

.

Vandaag uit mijn boekenkast een bundel gepakt die er op het eerste oog wat saai uitziet. Cremekleurig met op de voorkant slechts een frame met letters (de n en de d van de uitgeverij Nijgh & van Ditmar te) en daarbinnen de titel ‘Facetten der Nederlandse poëzie, van Kloos tot Elsschot’ uit 1964.

Dit is deel 68 uit de Nimmer dralend reeks (enkel deel) en deel 3 uit de ‘Facetten van de poëzie’. Samengesteld door Pierre H. Dubois, Karel Jonckheere en Laurens van der Waal. In de inleiding stellen zij over de totstandkoming en keuze der dichters onder andere: “..dat de litteratuur in Noord en Zuid als één geheel wordt beschouwd en er derhalve naar een redelijk evenwicht tussen beide werd gezocht.” Poëzie en dichters uit Nederland en Vlaanderen dus.

Omdat er vele prachtige gedichten in deze bundel staan, heb ik gekozen voor een gedicht van een, mij onbekende, dichter namelijk Jan Prins.

Jan Prins (1876 – 1948) werd geboren in Rotterdam, werkte van 1892 tot 1924 bij de Marine. In zijn poëzie geeft Prins blijk van zijn liefde voor het Nederlandse (en later ook Indische) landschap. Jan prins kreeg bekendheid door de gedichten die hij schreef over het bombardement op Rotterdam in 1940. Oorspronkelijk uit de bundel ‘Bijeengebrachte Gedichten’ uit 1947 het gedicht ‘De stad’.

.

De stad

.

De stad ligt in den avondgloed, –

De torens en de tinnen blinken, –

En ’t laag gedaalde zonlicht doet

Wat kleurig was in schaduw zinken.

.

De schemerige wegen zijn

Nog vol, en in de nauwe stegen

Ziet men zich in den valen schijn

Een vagen mensendrom bewegen.

.

Chinezen met hun onbehaard

Gelaat en rustige Javanen

En Arabieren, trots-behaard,

In hun wijdzeilende soutanen.

.

De bruggen over de rivier

Bespannen met haar smalle bogen

Het bleke water, waarin hier

En daar iets donkers wordt bewogen.

.

De vrouwen komen af en aan,

Die water in de kruiken halen,

En met een doek gesluierd gaan

Als in de Bijbelse verhalen.

.

De kooplui zitten op den grond

Bij lampen, die nu de gezichten

Der stille kopers, in het rond

Gebukt, beginnen te verlichten.

.

Een enkele beweging slaat

Nog uit de menigte naar voren

En vlamt in ’t rosse licht, en gaat

Weer in de menigte verloren.

.

En vreemder wordt, nu ’t avonduur

Opnieuw de mensen komt vertroosten,

In ’t licht dat zwicht na ’t middagvuur,

De vreemde wereld van het Oosten.

.

jan_prins

JP bijeengebrachte

 

IMG_9348

prinsjanhandt