Site-archief
Gedichten voor tuiniers
Poems for gardeners
.
Van een vriendin kreeg ik de bundel ‘Poems fo gardeners’. Germaine Greer bracht gedichten over tuinen en tuinieren bij elkaar. De gedichten komen uit de klassieke oudheid tot aan de 21ste eeuw. Van Shakespeare en Anacreontea tot Alexander Pope en Louise Glück. Maar ook Cummings, Heaney en Simon Armitage.
Germaine Greer schrijft in haar inleiding: ‘Marianne Moore said that the poet’s job was to depict “imaginary gardens with real toads in them’. In truth, gardens are always imaginary because they are always the garden that you are aiming for rather than the garden you have, but the toads are real and immediate’.
Uit deze mooi vorm gegeven bundel een gedicht van Philip Larkin getiteld ‘Cut Grass’.
.
Cut grass
.
Cut grass lies frail:
Brief is the breath
Mown stalks exhale.
Long, long the death
.
It dies in the white hours
Of young-leafed June
With chestnut flowers,
With hedges snowlike strewn,
.
White lilac bowed,
Lost lanes of Queen Anne’s lace,
And that high-build cloud
Moving at summer’s pace.
.
Heb mij nodig
Herman de Coninck
.
Vandaag is zo’n dag dat ik een gedicht van Herman de Coninck met jullie wil delen. Poëzie en zeker poëzie van sommige dichters sluit soms heel goed aan bij mijn gemoedstoestand. Vandaag is mijn gemoedstoestand er een waarbij Herman de Coninck past. Ik heb gekozen voor het gedicht zonder titel uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.
.
Heb mij nodig. Kun mij niet missen
Heb verdriet. Ik heb daar van alles tegen,
Levensbeschouwing, aforismen, groter verdriet:
Het is familie. Van geluk weet ik dat niet.
Er is geluk waarmee je alleen
moet zijn. Het te grote,
Zo heb ik, toen jij geboren was, een dag
door bossen gelopen. En toen pas besloten
dat jij er misschien mee te maken had,
en je moeder, die ik kende van vroeger.
Er is keihard geluk, waarvoor je moet
achterlaten en hebben en twintig zijn
zoals in het Frans: twintig jaar hebben.
Heb mij niet nodig. Kun mij missen.
Pas later ben je ooit weer twaalf geweest.
Dan kun je ook rustig veertig worden.
Dan is geluk verdriet. Een naald die Schubert leest
Kun mij dan missen maar doe het niet.
.
Thelonious Monk
Simon Vinkenoog
Simon Vinkenoog (1928-2009) was schrijver, dichter en voordrachtskunstenaar. Hij begon op 21 jarige leeftijd het blad literaire blad ‘Blurb’ dat samen met ‘Braak’ van Remco Campert en Rudy Kousbroek aan de wieg stond van wat later de Vijftigers werden. In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’en publiceerde daarna nog 50 werken.
In 1951 publiceerde Vinkenoog de roemruchte bloemlezing ‘Atonaal’, die geldt als het eerste publieke manifest van de Vijftigers, die zich atonale dichters noemden. Uit de verzamelbundel ‘Eerste gedichten 49-64’ het gedicht ‘Thelonious Monk’.
.
Thelonious Monk
Dit is een straat in parijs
met een arabier in de zon
die langzaam slenterend werkeloos
loopt te zijn een 1951-noordafrikaan
ting ting ting in de bleke zon
zonder geluid
.
dit onder water uitgesproken
vonnis ting ting ting
ternauwernood de oppervlakte rakend
en met een strofe in de franse taal:
je donnerais ma vie toute entière
pour un petit rire confus et obscène
.
herinnert aan de dierentuinapen
met mondbekken harige benen
en ronde gladde achterhanden
die gretig alle kleuren grijpen wit en zwart
ting ting ting
.
Uit: Eerste gedichten 49-64, 1966
De muze op zee
Een bloemlezing
.
De inleiding van de bloemlezing ‘De muze op zee’ begint met de zin: Wij zijn een zeevarend volk. Het is dan ook niet vreemd dat er een bundel met ‘zeegedichten’ is samengesteld. Adriaan Morriën heeft deze bloemlezing met Nederlandse dichters met gedichten over de zee samengesteld ter gelegenheid van de Boekenweek 1951. Eigenlijk is het een Boekenweek uitgave voor jonge mensen, zoals op de titelpagina staat te lezen. Uitgegeven door de commissie voor de propaganda van het Nederlandse boek, de voorganger van de huidige CPNB, de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels.
Hij eindigt zijn inleiding net de woorden; ‘Moge deze bloemlezing niet alleen de vaderlandse liefde tot de zee, maar ook de, ik zou bijna zeggen, onvaderlandse liefde tot de poëzie aanwakkeren.’
Een mooi en nobel streven. Ik weet niet of dit destijds gelukt is maar deze bloemlezing staat vol prachtige poëzie van onbekende dichters tot de groten uit ons taalgebied als Slauerhoff, Vasalis, Greshoff en Marsman. Aangevuld met fijne illustraties in zwart/wit van de hand van Fons Montens.
Een keuze maken uit zoveel mooie gedichten is niet eenvoudig dus heb ik gekozen voor twee gedichten uit deze bloemlezing, een van Achterberg en een van J.B. Charles.
.
Marsman
.
Juli 1940
Misschien dat eens de parelvisschers van Bizet hem vinden,
zooals hij neerligt op den bodem van den Oceaan
met centenaren water boven zich. Hij ziet de booten gaan
van Duitschland, engeland, Amerika en Insulinde
binnen zijn oogen als het ware; tot het jongst gericht.
.
Dan zullen wij hem op de waterheuvelen zien staan,
zeggend tegen de hoogste sterren dood’s diepzeegedicht
.
G. Achterberg
.
Een suite van de zee
.
De groene zee is mijn vriendin,
ik rust bij haar en speel er in,
en voor mijn onbevreesde voeten, geplant
op de verste vaste rand,
dit brosse gele suikerzand van ’t strand,
spoelt zij ze aan, de lieflijke geschenken
waarvan de zilte geur aan haar doet denken,
aan haar en aan zoveel in haar besloten dingen:
het wier, een Spaanse fles en schelpen
waarin de meermin en de eeuwigheid
tweestemmig zingen.
.
J.B. Charles
.
Het muzikaalste gedicht
Uit Nederland en Vlaanderen
.
Uit de muzikale bundel ‘Het muzikaalste gedicht, uit Nederland en Vlaanderen’ een gedicht van Menno Wigman. Al eerder plaatste ik hier een gedicht van Menno maar omdat zijn stijl me bijzonder bevalt vandaag dus éen uit deze bijzonder aardige bundel.
het gedicht heet ‘Koopmuziek’ en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001.
.
Koopmuziek
.
De moedeloze geilheid van een V&D
op dinsdagmiddag, labyrint van geuren
en gezichten die er niet toe doen, zo vreemd
en leeg dat het je ogen geeft. Er speelt
van alles, het is niets, je hoort muziek
.
en weet niet meer wat erger is: die vieze
melodietjes met hun hese ik van jou
of jij die om een spookbeeld rouwt
en je in een goedkoop gezicht verdiept.
.
(Niet denken nu, niet denken aan die ene
die ’s nachts met haar benen in de lucht
de hemel van een ander openvouwt.)
.
Maar lopen, lopen en verbaasd voorover
vallen in de beste ogen van een ander ik.
.
De dichter is maar blinde
H.H. ter Balkt (1938 – 2015)
Op zondag 8 maart 2015 is de dichter H.H. ter Balkt in zijn woonplaats Nijmegen overleden. Ter Balkt ontving gedurende zijn dichtersleven veel belangrijkste literaire prijzen, waaronder in 2003 de P.C. Hooftprijs, de Jan Campert prijs in 1988, de Constantijn Huygens-prijs in 1998 en de Herman Gorterprijs in 1972. Hij leidde de laatste jaren een sober en teruggetrokken bestaan en had al langere tijd een broze gezondheid. Van hem het gedicht ‘China, juni’.
.
China, juni
De dichter is maar blinde
vlier, hij kreunt en zingt
in de wind die in hem klimt
In juni bloeiden op dat plein papaver en gentiaan
(die elkaars geheime zwijgende geliefden zijn)
Demonische kweekgras-wortels mokten …Bloemkronen
lokten duizend plukkers uit hun schaduw
Woest doemden voerlieden op in hun maaidorsers
van steen waarvan de stenen wielen ratelden; hard
snerpten zwepen in de stenen hand van de menners
die neermaaiden de papaver en de gentiaan
De dichter is maar blinde
vlier, hij zwijgt en zinkt in de wind
die aan hem wringt
.
Uit: ‘In de kalkbranderij van het absolute’ uit 1990.
.
Tegen het krakende hek
Rutger Kopland
.
In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’. Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.
.
Tegen het krakende hek
.
Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.
Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.
In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,
maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu
bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek
kraakte tegen de opdringende paarden.
.
Neeltje Maria Min
Twee zusjes
.
Lezend in de bundel ‘De gedichten’ van Neeltje Maria Min kwam ik een gedicht tegen over twee zusjes. Nu heb ik twee zusjes als dochters en ik zag meteen voor me wat Neeltje Maria Min bedoelde. Daarom dit gedicht ‘Twee zusjes zitten voor het raam’.
.
Twee zusjes zitten voor het raam.
Eén leest. De ander luistert.
Haar handje schuifelt door het haar.
Er is nog even samenhang
maar dan ontgaat haar het verhaal.
De duim blijft steken tussen mond en kin.
De oudste leidt met zachte dwang
haar zusje weer het sprookje in.
.
Serge van Duijnhoven
Een echtelijke slaapkamer
.
Serge van Duijnhoven (1970) is schrijver, dichter en historicus (dat laatste wist ik niet). Hij is de oprichter van het tijdschrift MillenniuM en de Stichting Kunstgroep Lage Landen. Daarnaast is hij frontman van het muzikale gezelschap Dichters Dansen Niet. Ik ken Serge vooral van het laatste, zo besprak ik zijn laatste werk (bundel en CD) ‘Vuurproef ‘ in februari van vorig jaar. Wat schetste mijn verbazing toen ik een gedicht van zijn hand tegen kwam in de onvolprezen bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’ met de nieuwsgierigmakende titel ‘Een echtelijke slaapkamer’.
.
Een echtelijke slaapkamer
.
Hij spoelde aan. Een vis
met rottende ingewanden
Soms deed hij hele dagen
niets dan zich ontlasten
of pogingen daartoe
.
de bloedkorstjes in het toilet
liet hij door zijn vrouw
verwijderen. Hij zag haar
gebukt op de toiletvloer
Hij wilde haar gebukt in bed
.
De kuit moet zwemmen
tot haar maag. Zij spartelde
happend naar adem. Na afloop
zonk hij neer tot hij
verbaasd de bodem raakte
.
Op een avond trof zijn vrouw
hem kruipend in de keuken
Zij sleepte hem naar boven
in de kamer waar zijn cellen
konden zwellen. Hij kreunde
.
richtte zich nog een keer
op, kwijlde op zijn knokkels
en doorboorde haar met een
gestrekte arm vol tot aan
zijn oksel. Zo werden zij
.
gevonden – man en vrouw
hun lichamen verwrongen
als wrakken die, onder
toeziend oog van de zoon
door een arts werden gedemonteerd
.




















