Site-archief

Schreef

Taalpodium

.

Sinds enige tijd ben ik lid van de vereniging Taalpodium Utrecht/Zeist, een vereniging van dichters en schrijvers in de regio Utrecht. De vereniging geeft 6 keer per jaar een tijdschrift uit met de naam ‘Schreef’.Daarnaast organiseert de vereniging poëzieavonden in Utrecht (Schiller), Zeist (de 12 Ambachten) en Amersfoort (bibliotheek) en elk oneven jaar verschijnt er een verzamelbundel.

Schreef verschijnt dus om de maand en wordt volgeschreven door de leden van de vereniging en staat onder redactie van Hanneke Verbeek en Geerten van Gelder. Het is een fraai maar sober uitgegeven tijdschrift met op de voorkant een afbeelding in kleur. De website van het Taalpodium is http://www.taalpodium.nl 

Uit nummer 160 van november 2014 (29ste jaargang!) een gedicht van Bart Bos met de titel ‘Residu’.

.

Residu

.

Je kunt niet zoals wij,

zo lang al bij elkaar

en steeds tezamen zijn

zonder dat, heel stil en ongeweten,

een neerslag zich gaat vormen,

een residu van herinneringen

aan samen doorleefde dingen.

.

Het is een residu, een matte glans,

die zich onmerkbaar en heel stil

gevormd heeft, een samengaan

van teleurstelling en oud verdriet,

teloorgang en gemis.

.

En soms zeg ik dan onverwacht

heel zacht: lief beertje,

mijn lijsjelorresnor, mijn meisje.

.

schreef

 

Dichter bij Vroeger

Dichters verhalen over het Halle van toen

.

Geert Vanhassel is stadsdichter van de Vlaams Brabantse stad Halle (2010-2014). Halle heeft tientallen verdwenen of vergeten plekken en personages wier verhaal in de nevelen der tijden verzwond. Bij een dertigtal ervan bracht Geert Vanhassel, de eerste stadsdichter van Halle, gedichten bijeen van twaalf andere Halse dichters en één Nederlander. Johan Vencken levert de historische toelichting en duikelde in musea en archieven uniek beeldmateriaal op.

Dit resulteerde in een bundel ‘Dichter bij Vroeger’, een mobiele applicatie en een unieke wandel- en fietsroute.  De wandel- en fietsroute brengt oude zichten en gedichten van Lembeek, Halle en Buizingen opnieuw tot leven via een parcours met infoborden langs 35 historische sites. Oude prentkaarten, foto\’s en afbeeldingen worden samengebracht met poëzie en uitleg over de locaties. Een folder begeleidt de wandeling.

Informatie, de wandelroute en de dichtbundel zijn verkrijgbaar bij het toerismekantoor. Meer informatie op: http://www.toerisme-halle.be/dichterbijvroeger

Hieronder het gedicht ‘Monument’ van Geert Vanhassel, geschreven naar aanleiding van een poll onder de inwoners van Halle over wat het populairste monument van de afgelopen 25 jaar was. De Villa Servais in Hall.

.

Monument

ooit was dit het Nu.
het Moment van komen.
anderhalve eeuw later heeft Nu
het Moment van toen overleefd.
Nu blijft overeind tussen het Moment.

MoNument

maar dit MoNument
is bijna verstreken in eeuwigheid.
Cluysenaer in heden
zoekend naar de
onvoltooid verleden virtuositeit.

Overwoekerde stilte
bewaakt door leeuwen die geeuwen.
hunkerend naar de
romantiek die ooit strijkte
achter de getuigenis van Godebski

le Paganinien ontheemd
zijn stenen opus niet langer dionysisch
een ‘Concerto en si mineur’
een ‘Souvenir de Hal’
resonerend in verval

ooit was dit het Nu.
en bijna ook het Moment van gaan.
maar dit MoNument werd vandaag gestemd
in de hoop dat transcriptie
het Nu overeind zal houden tussen het Moment

.

Dichterbijvroeger

 

villa

Meer gedichten zijn te lezen op http://www.dedraak.org/tags/gedichten

Afvaart

Gerrit Achterberg

.

Vanaf 1925 publiceerde Gerrit Achterberg gedichten in onder andere De Gids, Opwaartsche wegen  en De vrije bladen. Zijn debuutbundel ‘De afvaart’ verschijnt echter pas in 1931. In ‘De Afvaart’ zijn alle elementen die het oeuvre van de dichter kenmerken al aanwezig. Bijvoorbeeld de twee centrale figuren, de ‘ik’ en de overleden ‘u’. De critici vonden het werk destijds vaag, eigenaardig maar ook zeer dichterlijk. Het werd vergeleken met het werk van Leopold en A. Roland Holst.

Uit deze bundel het titelgedicht.

.

Afvaart

Toen ik het einde had bereikt
van mijn verdorven heden,
stond God op uit het slijk,
en weende;
en ik stond naast hem, ziende neder
op een verloren eeuwigheid.

En hij zei: je had geen gelijk;
maar dat is nu voorbij, van heden
tot aan die andere eeuwigheid,
is maar één schrede.

Surplus van liefde, waar moet gij nu heen?
hul u in eigen hoede
en slaap ten overvloede,
en in de morgenstonden… ineen.

Maar neen, laat nog de ziel vermoeden,
achter den horizon van steen,
het landschap dat niet kan verbloeden
omdat het ligt te spiegelen.

Van poëzie bezeten,
door demonen besprongen,
rotten de woorden
bij hun geboorte,
en liederen worden aas voor honden.

.

afvaart hand

 

Achterberg

 

Met dank aan http://www.kb.nl/ en http://www.waterwereld.nu
Foto: http://www.geheugenvannederland.nl/

 

 

 

Voetveer

Gedicht bij een Voetveer

.

Bij het voetveer aan de Waal, op de oevers van Beuningen en Slijk-Ewijk, zijn twee zogenaamde veerstoepen gerealiseerd naar ontwerp van Atelier Quadrat en Blom&Moors.

Twee banken van beton en staal bieden een rustplek voor wie even op de boot wacht. De vijf meter lange zit-objecten zijn zowel op het land als vanaf het water duidelijk zichtbaar en herkenbaar. In twee betonnen vloerplaten bij de bankjes staat een speciaal voor deze plek geschreven, gedicht van Tim Pardijs.
Het gedicht luidt:

(bij Veerstoep Slijk-Ewijk)

.

Ik leg op zoek naar jou aan

bij iedere naam

die aan me voorbij trekt

de ruimte

 

wordt zo groot dat ik

los

 

van ieder teken

naar de overkant drijf

.

(bij Veerstoep Beuningen)

.

steek zo stil over

dat het water spiegelt

 

kijk dan voorzichtig

om: je schrijft over

 

kant

op het draagvlak

 

ik lees tussen de wolken hoe

ik bij je kan komen

 

veerstoep

 

veerstoep2

 

veerstoep3

 

.

 

59_stelcon

 

Met dank aan Wim van Til

Als je groot bent

Het moest maar eens gaan sneeuwen

.

Het afgelopen weekend heb ik weer eens de bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ van Tjitske Jansen uit 2003 gelezen. Opnieuw heb ik genoten van haar taal en haar poëzie. Al eerder schreef ik over deze bundel en voor eenieder die deze bundel nog niet kent of nooit heeft ingezien kan ik alleen maar zeggen: Lezen!

Uit deze bundel het gedicht ‘Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?’.

.

Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?

 

Als je groot bent
wil je dan niet meer spelen
of mag het dan niet meer?

Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is spelen verboden,’ en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?

Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht

ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.

.

Tjitske-Jansen-2012

 

sneeuwen

Tripel

 Democratische versvorm

.

Volgens deelnemers aan ‘Het vrije vers’ is de Tripel de eerste , in 2011 volgens democratische weg, ontstane versvorm.

De Tripel beslaat drie kwatrijnen (3 x 4 regels) met als rijmschema abab, waarbij a mannelijk en b vrouwelijk. Elk kwatrijn eindigt met hetzelfde woord, maar in een andere betekenis. Dit woord noemen we het tripelwoord (vrouwelijk of onzijdig). De eerste regel van het eerste kwatrijn is ook de eerste regel van de andere twee kwatrijnen. Die openingsregel noemt drie elementen, elk der elementen staat éénmaal op rijmpositie. In eerste instantie was de volgorde verplicht: ABC CAB BCA. maar dit is later losgelaten. Het metrum is amfibrachys.

.

Van Remko Koplamp de tripel ‘Lang leve de jarige’.

 

Lang leve de jarige

 

Mijn pa in de kroeg om de hoek

innemend op vele manieren

verzint wel bij ieder bezoek

een list om de teugels te vieren

.

De hoek van mijn pa in de kroeg

je hoort er gekraak van plankieren

drie dames zijn amper genoeg

om hier zijn verjaardag te vieren

.

De kroeg om de hoek van mijn pa

de plek om eens goed te versieren

met steevast het hiep hiep hoera

men sluit er de tent pas na vieren

.

tripels

Afgunst

Zichtbaar alleen

.

Uit mijn bundel ‘Zichtbaar alleen’ het gedicht ‘Afgunst’ met de foto van Ruben Philipsen.

.

Afgunst

 

Eerst is er

een klein gloeiend kooltje,

het brandt de jaloezie in

en laat haar

littekens, blijvend

in het vlees

 

En dan is daar

de wind

 

Gloeien wordt branden,

hitte verstikt de gedachte

aan afstand, of

het wegsnijden

van de bron

 

En de wind

doet zijn werk

 

De behoefte tot blussen en rust

wordt altijd overschaduwd

door wat niet is, niet heeft,

niet mag, niet kan

 

Dus waait de wind

en gloeit en schroeit

het door

.

02_AFGUNST

Weer twee en niet alleen

Erotisch gedicht van Jo Govaerts

.

In de categorie erotische gedichten vandaag een gedicht van Jo Govaerts. Jo Govaerts (1972) debuteerde in 1987 met de bundel ‘Hanne Ton’, die genomineerd werd voor de Cees Buddingh-prijs. Na haar studies Oost-Europese Talen en Culturen in België en Polen publiceerde zij in 1997 ‘De vreugde van het schrijven, een bloemlezing’ vertaalde gedichten van Wislawa Szymborska. Poëzie schrijven is voor haar  een omgangsvorm met de werkelijkheid, een uitdrukkingsvorm waartoe ze gedreven wordt dank zij de fysische mogelijkheid om met de pen om te gaan. Denken en beelden worden gekanaliseerd in woorden, die in gedachten tot een gedicht worden gekneed voordat het aan het papier wordt toevertrouwd. Jo Govaerts schrijft ook een blog op http://www.jogovaerts.be/

Hier nu een gedicht van haar hand uit de bundel ‘Apenjaren’ uit 1998 dit titelloze gedicht.

.

 

Alsof dit niet te voorspellen is

maar het is niet te

voorspellen, want oog om oog,

hand om hand, omhoog omlaag,

komt hier opnieuw uit alles of niets

wat iedereen herkennen gaat

als iets unieks

.

Zo wil ik altijd

overhoop met je liggen,

in die stilte

na de storm, in dat zachte

slagveld van vervlochten uitgevochten

weer twee en niet alleen

.

Govaerts

Hoe verder hij ging

Gedicht bij het Centraal station

.

Van de Utrechtse schrijver C.C.S. Crone, is de uitspraak of het literaire citaat ‘en hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg’. Het deed me  denken aan het zeer korte gedicht van Jules Deelder ‘Heelal’

.

Heelal:

Hoe verder men keek

hoe groter het leek

Maar het bleek alras

hoe klein het ooit was

.

De laatste twee zinnen zijn een aanvulling van Deelder. Deze zin is te lezen als men op het plein voor het Beatrixtheater in Utrecht op de Jaarbeurstraverse naar boven loopt richting Centraal Station.

C.C.S. Crone (1914 – 1951) schreef een klein oeuvre bij elkaar en overleed op 36 jarige leeftijd aan kinderverlamming.

Meer over deze schrijver op: http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn5/crone

2014-10-21 13.31.30

Planken Wambuis

Poëzieroute

.

Op de Zuid West Veluwe ligt, vlakbij Ede, het fraaie natuurgebied Planken Wambuis. In Planken Wambuis is het mogelijk om een fietsroute te maken die je voert langs 38 bijzondere plekken. Deze plekken zijn voor mensen zo dierbaar dat ze er gedichten over hebben gemaakt. De poëziefietsroute loopt langs bestaande fietsknooppunten, zodat je je tocht makkelijk zelf kunt opzoeken en samenstellen. Je kunt de plekken meebeleven door de gedichten van de dichters, zowel amateurs als professionals, jong en oud,  te lezen of te beluisteren. Als je naar de website https://www.natuurmonumenten.nl/po%C3%ABziefietsroute gaat en klikt op de titels onder de kaart hoor je het gedicht wat erbij hoort.

De tocht is ontworpen door beheerder Machiel Bosch en zijn collega’s om zo aandacht te vragen voor de schoonheid van het totale landschap. “Ecologisch en landschappelijk gezien zijn hier alle gebieden bij elkaar veel meer een eenheid. Ik vind poëzie een prachtige vorm om iets over een landschap te vertellen en wat het met je kan doen. De uitgestrekte poëzieroute loopt langs alle mooie punten op de Zuid-West Veluwe. Over elk daarvan is een gedicht geschreven. Vanaf elke locatie kun je met je iPhone naar de website van Natuurmonumenten en krijg je het gedicht over die plek voorgelezen door de dichter zelf,” vertelt Machiel.

Een voorbeeld van zo’n gedicht van Ruben van Gogh is het gedicht ‘Planken Wambuisweg’.

.

Planken Wambuisweg

het zijn niet mijn woorden, het zijn
hoogstens de paden die hier lopen, de paarden
in draf eroverheen, de vlaktes die er ooit waren,
het afscheid van dierbaren, ze zijn blijven liggen
in hun graf, bedolven onder de aaneengesloten
lagen van jaren, zo veel, zo lang, zo ver, dat er
woorden voor nodig waren om ze weer tot leven
te kunnen wekken, voor even dan, tot ook wij
vertrekken, naar onze wagen, die aan de rand
van het bos op ons wacht, het wordt al laat,
het zijn niet mijn woorden, maar kijk, daar
gaat nog iemand over een pad, dat van niets
naar nergens leidt, alleen bestaat binnen dit kijken,
dit verhaal, deze tijd, deze taal

planken-wambuis-01

planken-wambuis-02