Site-archief
Kort gedicht
Wankelen
.
het is als die ene namiddag
toen de fruitvliegjes
maar terug bleven komen
.
steeds opnieuw
gaat het niet weg
stapelt het zich op, groeit
het ver boven mijn hoofd
.
vraag ik me af
wanneer het vallen
gaat beginnen
.
Zal ik nog een eindje met je meelopen?
Hagar Peeters
.
Vandaag uit de bundel “Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ van Hagar Peeters het gedicht ‘Zal ik nog een eindje met je meelopen?’ omdat het gewoon een mooi gedicht is.
.
Zal ik nog een eindje met je meelopen?
.
Ja hoor. Je mag meelopen tot het stoplicht,
of tot de eerstvolgende tunnel.
Tot de derde straat rechts,
tot de ingang van het park.
Tot bij het ziekenhuis, tot voorbij
het ziekenhuis, tot aan mijn huisdeur.
.
Je mag meelopen tot in mijn kamer,
tot het glaasje van het een of ander,
tot ik mijn tanden heb gepoetst
of tot het eerste ochtendlicht
over de stoel met kleren valt.
.
Tot de bouwvakkers aan het werk gaan,
tot de school weer is begonnen,
de ambtenaren pauze houden
de winkels zijn gesloten
of tot de laatste stoptrein gaat.
.
Tot na het ontwaken maar voor het ontbijt,
tot na het ontbijt maar voor de lunch,
tot na de lunch maar voor het avondeten
mag je meelopen.
.
Nieuw gedicht
Koppijn 17.30 uur
.
Bruutgebekte kleuter denkt zich
baas van de speelplaats
drie verdiepingen lager
.
goedlachse, alles met de mantel der moederliefde
bedekkende, verwekster van het kleine monster
staat schaapachtig lachend het geblaat van
dumkopf junior aan te gapen
.
een emmer koud water maar vooral de twijfel aan het doelwit
staat nog tussen droom en de rechtvaardigheid van
de daad. Helaas rinkelen de ramen in het huis van
de opvoeder in mij, nog na van het sluiten
.
koel ik mijn polsen in het water der wrake
.
Boom poëzie
Gedichten op vreemde plekken Deel 96: Bij een boom
.
In Bergen op Zoom staat op het Gouvernementsplein een prachtige oude plataan. Voor deze plataan staat op een stalen bord het gedicht Dikke Boom van Bert Bevers. Waarmee de toch al mooie boom een extra uitstraling krijgt naar het winkelend publiek dat er langs loopt.
Het gedicht van Bert Bevers:
.
Dikke Boom
.
Blijven gaat jou net zo makkelijk
af als het zwijgen een stomme.
Jij ziet. Jij ziet wat wij niet zien
maar houdt je van den domme.
.
Er kuierden tal van geslachten rond
deze stam die slechts naar grond verlangt
en licht en ruimte, en jij, jij weet dat
heel de wereld aan jouw wortels hangt.
.
Dadaïstisch dichter
Paul van Ostaijen
.
Leopold Andreas (Paul) van Ostaijen (1896-1928) was een Vlaams dichter en prozaschrijver die vooral bekend werd om zijn dadaïstische poëzie en het eerste volwaardige dadaïstische filmscenario ter wereld “De bankroet jazz” . De bankroet jazz werd rond 1921 geschreven maar werd pas in 1996 voor het eerst uitgegeven. In 2008 werd het bewerkt tot een korte speelfilm.
Van Paul van Ostaijen zijn een aantal dadaïstische gedichten heel bekend (bijvoorbeeld Boem Paukeslag) hieronder twee voorbeelden.
.
.
.
C. Buddingh
Gedicht over de zee
.
Gisteren nog uren op het strand doorgebracht dus vandaag een gedicht over de zee van Cees Buddingh. Over hoe je ook naar de zee kan kijken, zoals alleen Cees Buddingh dat kon.
.
Zeeklacht
.
Het water van de zee is altijd zout,
Hoe men de suikerpot ook mag hanteren,
Geagiteerd over het strand marcheren,
Terwijl de wind de brandingkoppen krauwt;
Een borstbeeld hakken uit scheepstimmerhout,
Des nachts, in droom, met meerminnen verkeren,
Tarbot fileren of Neptuin vereren:
Het water van de zee is altijd zout.
.
Daar helpt geen moederlief, geen vaderstout,
Geen bokken, dokken, knokken of gekscheren,
Geen brein van boterkoek, geen hart van goud:
Of men voor dames voelt of meer voor heren,
Het water van de zee blijft altijd zout.
.
De Zee door Brigitte Beck
Gerrit Achterberg
Het weerlicht op de kimmen
.
Vorige week heb ik bij een winkel in tweedehands goederen (en op dat moment veel poëzie) een paar zeer aardige verzamelbundels gekocht. Een daarvan was ‘Het weerlicht op de kimmen, een keuze uit de gedichten’ van Gerrit Achterberg, een herdruk uit 1988 van Querido.
Sinds ik in de ontmoetingskamer van museum het Dolhuys in Haarlem ( Nationaal museum van de psychiatrie) een ‘pop’ van Achterberg tegenkwam en me wat meer in hem heb verdiept is het één van mijn favoriete dichters.
De ontmoetingszaal was tussen 1800 en 1850 een ziekenzaal waarin men kon doodgaan. Men leverde daartoe een loden penning in. Daar komt het spreekwoord ‘het loodje leggen’ vandaan. Tegenwoordig staat de zaal vol met poppen van bekende mensen die te maken hebben met de relatie creativiteit – gekte zoals Gerrit Achterberg.
Uit de bundel het bekende maar prachtige gedicht dat Achterberg schreef in 1962 over Den Haag ‘Passage’.
.
Passage
Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.
Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.
Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.
.
Jij
Antjie Krog
.
Van de Zuid Afrikaanse dichter Antjie Krog vandaag een deel van haar gedichtencyclus (9 delen) Where I become you. met als onderschrift: Toen uw vel schreeuwde vatten mijn beenderen vuur. (Hugo Claus). Met onderaan de door Antjie voorgedragen tekst.
.
jy
die juiste jy
die ja-jy
die gras ruis nog van jou enkels nou net
elke keer as ek opkyk
pasrugkerende
wegstappende
geliefde
astraal gefluit nagtelik geskort
kom!
laat ‘n woord dwarsdeur jou kom
laat meer as ek kom
meer as die ondermynende myne
die meinedige myne
die eindeloos ekkerende myne
laat ons
onvergloei naak
onberoerd
wat ons nooit
alleen kon wees nie word
.
Ga naar de website van Poetry International om het gedicht te beluisteren voorgedragen door Antjie Krog. hier: http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poem/item/13754/auto
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 95: Op een muur tegenover een fabriek in Bhopal (India)
.
In 1984 vond de grootste giframp ooit plaats in Bhopal in de deelstaat Madhya Pradesh in India. Deze giframp in de bestrijdingsmiddelenfabriek van Union carbide eiste duizenden levens ten gevolge van het vrijkomen van veertig ton methylisocyanaat (MIC). Deze gebeurtenis is met minstens 50.000 slachtoffers met ernstige aandoeningen tot op heden de ergste industriële ramp die ooit is voorgekomen.
Het ongeluk werd veroorzaakt doordat er water in de MIC opslagtanks terecht was gekomen. Bij de daaropvolgende exotherme reactie liep de druk zo hoog op, dat de veiligheidskleppen open gingen. Hierdoor kwamen grote hoeveelheden giftig gas vrij. Terwijl het gas vrijkwam waren de gaswassers, die het gas hadden moeten zuiveren, buiten gebruik vanwege reparaties. Uit onderzoeken bleek dat een groot aantal andere veiligheidsprocedures niet waren gevolgd. Zo waren er geen sluitplaten die hadden moeten voorkomen dat er water in de tanks zou komen. De koelinstallatie van de tanks werkte niet. De fakkelinstallatie waarin het vrijkomende gas verbrand had kunnen worden, was buiten gebruik gesteld. Het veiligheidsniveau in de Indiase fabriek van Union Carbide kwam niet overeen met dat in hun overige fabrieken.
Union Carbide is ervan beschuldigd dat de veiligheidsprocedures opzettelijk omzeild of buiten werking gezet zijn in het kader van een bezuinigingsoperatie die toentertijd in deze fabriek werd uitgevoerd. Tijdens rechtszaken voor schadevergoeding werden er documenten onthuld, waaruit bleek dat Union Carbide regelmatig “ongeteste technologie” in de Indiase fabriek implementeerde. Na het vrijkomen van het gas werden lokale artsen niet op de hoogte gebracht van de aard van het gas, wat hen had kunnen helpen om de juiste behandeling te kiezen en elementaire noodmaatregelen, zoals het afsluiten van kieren met behulp van natte doeken, waren niet voorbereid. Union Carbide ontkent deze beschuldigingen op de website die zij aan de tragedie gewijd heeft.
.
Tegenover de fabriek die zoveel leed heeft veroorzaakt is op een muur een (deel van een) gedicht aangebracht. De eerste en de derde regel uit het gedicht “Do not go gentle into that good night” van de Welshe dichter Dylan Thomas ( 1914-1953) staan op de muur geschilderd. Waarom de tweede regel is weggelaten lijkt me duidelijk. Dit is een keiharde aanklacht. De nacht verwijst in dit gedicht naar de dood.
Hieronder het volledige gedicht.
.
- Do not go gentle into that good night
- Do not go gentle into that good night,
- Old age should burn and rave at close of day;
- Rage, rage against the dying of the light.
- Though wise men at their end know dark is right,
- Because their words had forked no lightning they
- Do not go gentle into that good night.
- Good men, the last wave by, crying how bright
- Their frail deeds might have danced in a green bay,
- Rage, rage against the dying of the light.
- Wild men who caught and sang the sun in flight,
- And learn, too late, they grieved it on its way,
- Do not go gentle into that good night.
- Grave men, near death, who see with blinding sight
- Blind eyes could blaze like meteors and be gay,
- Rage, rage against the dying of the light.
- And you, my father, there on the sad height,
- Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray.
- Do not go gentle into that good night.
- Rage, rage against the dying of the light.
- .
- .

Met dank aan Wikipedia.
Luister hier naar het gedicht voorgedragen door Dylan Thomas:













