Site-archief
Whats deze shit?
Ramsey Nasr wint Gouden Ganzenveer
.
De dichter des vaderlands Ramsey Nasr is de Gouden Ganzeveer 2013 toegekend. ‘Hij slaagt erin vele taalregisters te bespelen’, stelt de academie. ‘Juist omdat dat fenomeen niet gevangen wordt binnen de klassieke literaire prijzen, vinden wij dat hij in aanmerking komt voor de Gouden Ganzenveer.’ zo stelt De Academie de Gouden Ganzenveer. Ramsey Nasr krijgt de prijs op 25 april uitgereikt.
Uit zijn nieuwe dichtbundel Mi have a droom hieronder het titelgedicht.
.
mi have een droom
(Rotterdam, 2059)
wullah, poetry poet, let mi takki you 1 ding: di trobbi hier is dit
ben van me eigen now zo 66 jari & skerieus ben geen racist, aber
alle josti op een stokki, uptodate, wats deze shit? ik zeg maar zo
mi was nog maar een breezer als mi moeder zij zo zei: “azizi
doe gewoon jij, doe je gekke shit genoeg, wees beleefd, maak geen tsjoeri
toon props voor je brada, zeg ‘wazzup meneer’, ‘fawaka’ – en duh
beetje kijken op di smatjes met ze toetoes is no trobbi
beetje masten, beetje klaren & kabonkadonk is toppi
aber geef di goeie voorbeeld, prik di chickies met 2 woorden”
zo deed mi moeder takki toen & boem tranga! kijk, hier staat ik
hand in hand, harde kaas, api trots op di belanda, niet dan?
now dan, want mi lobi roffadam & deze stitti is mi spanga
ja joh, tantoe bigfoot long ago, toen was geluk gewoon da shit
wij rampeneerden & met mate, heel di hoed was 1 famiri
weinig doekoe, aber boieee: keek me gaan, keek me lopen
met me broekoe, keek me clippen met me ketting, wullah
mi was di grote otochtone condoekoe van vele boezoemies
op leip lauwe pattaas kwam ik vet binnensteppen van pompi doppe
loperdelopi door di stad, dat met ze gebouwen botertje bats
aan di bigtime poenani-master ze voets lag & keek ze now leggen:
moeilijk lekker roffadam, met ze amperbroeki an, heet & klaar
in spleetlauwe stegies & zij zo: “kom kill, wandel dan, moeni worri
tab je lippi, play mi down op plattegrond, breek mi billen, gimmi bossi”
& bakoekoe jawohl, daar gingen wi dan, mi & di stitti, kierend
van mond tot mond – mi schudde di doesji, zi schudde mi hard
terug & lang & op & down tot binnen in ons (oh blueberry yam yam)
di zon lijk een smeltende bal naar omhoog kwam: knetter & glowy
opende zich di stitti ze eigen, rees op & kwam roze rondom mi te leggen
dát was roffadam: wi wandelden strak & di regen was gone
zo ging dat dan, in di goeie ouwe klok van glim & gouwe tiffies
aber now wullah, now dat ik old & bijna didi, now zit ik hier
game over te kniezen op me stoeroe, in een kapot veranderde stitti
word ik remi da rimpel, weke pampa achter glas & ik zweer je gast
deze land is niet meer wat ze was – sjoef dan habibi, sjoef door di ruiten
al di toelies, al di tuigkoppen uit di tegenwoordige tijd, oyooo
di playen biggi pompoe pompoe, aber komen niet van hiro & di zuigt maar
& di praat maar habbi dabbi & di doet maar takki takki poep & ik zeg you
di bokitoos hebben geen props of respect, di hebben da dockz in da fitti gezet
dus poetry poet, kijk me ogen, luister me oren, want hier is mi torri
hardcore & luid: mi have een droom, vol is vol, belanda boven
sluiten di shit & alles wordt wider basis controller, luchtdicht lijk da weerga
terug naar di wortel – vóór alle stitties zwaar paraloezoe & dikke ruïna
ja mi have een droom, dat me matties & ik ooit di zon wider clearly
omlagi zien komen, groter & groter, om dan benoekoe vaarlijk & slow
hier boven di straties, di cribs & di homies van roffadam nider te dalen
lijk een warme babeloeba in me gezicht – mi have een droom vandaag
lang bewaard & opgezwollen, dat heel di stitti wider lijk vroeger
over mi komt & mi wegpakt, in ze wreed tedere vel van di nacht
& vroeger nog, toen di dag nog niet dwars door mi heen kwam gewaaid
lijk gruis in me wijdopen hart – tantoe vroeger, daar have ik een droom
blakka-zwart & wit lijk snow, want daar bleef alles lijk het was
daar zijn da pieps nog keurig & strak – mi have een droom van brekend glas
ik droom achteruit, van een stittie die stilstaat & thuis op mi wacht
.
.
Met dank aan http://www.dewereldverzamelaar.net
Gedichten op vreemde plekken
Deel 76: Het Paleis in Antwerpen
.
In Antwerpen staat aan de Meistraat het Paleis, een theaterhuis voor kinderen, jongeren en kunstenaars in het hart van Antwerpen. Het Paleis is er voor kinderen en jongeren en richt zich op de podiumkunsten. In het restaurant/kantine van het Paleis staat op een muur een gedicht van Ted van Lieshout.
.
Rijmende endjes
Of de bouts-rimés
.
Binnen de vaste versvormen zijn er vele mogelijkheden en er komen er ook nog steeds bij. Een leuke variant is de bouts-rimés of de rijmende endjes. Dit is een poëtisch spel waarbij men de rijmwoorden van een gedicht neemt en hiermee een volledig nieuw gedicht maakt. Bouts-Rimés is bedacht door de, verder onbelangrijke, 17e eeuwse Franse dichter Dulot, van wie verder geen werk bewaard is gebleven. Hij klaagde ooit dat hij was beroofd van 300 sonnetten. Toen zijn omgeving hierover nogal verbaasd was (over het aantal) verklaarde hij dat het hier louter ging om de rijmwoorden en dat hij de sonnetten later zou schrijven. In die tijd vond men dat reuze amusant en wat Dulot als serieuze zaak had gedaan (het opschrijven van rijmwoorden om daar later sonnetten van te maken) werd als spel een hit en bleef dit tot ver in de 18e eeuw.
.
In Nederland heeft (wie anders) Drs. P. zich aan deze vorm overgegeven maar ook Remko Koplamp op de rijmwoorden van een sonnet van Jean Pierre Rawie. Hieronder zie je waar zo’n bout-rimés toe kan leiden.
.
Kringloop
Wij hebben ook vannacht weer niet geslapen,
wij hadden wel wat anders aan ons hoofd:
we leken even voor elkaar geschapen,
en alle leugens werden weer geloofd.
Toch hebben we zeer van elkaar gehouden,
het is gekomen als het is gegaan;
verder blijft alles altijd bij het oude:
de Moor kan gaan hij heeft zijn plicht gedaan.
Er stonden ’s morgens mannen in de bomen
en zaagden zinvol in de takken rond.
Ik ben gegaan zoals ik ben gekomen,
maar met de smaak van sterven in mijn mond.
Ik heb dus ook vannacht weer niet geslapen
Die hele wedstrijd bonkte door mijn hoofd
We hadden toch een kans of vier geschapen
En eventjes had ik erin geloofd
Ik heb een poos de moed erin gehouden
(Er zijn wel twintig biertjes doorgegaan)
Maar nu is alles verder bij het oude
De fan kan gaan, hij heeft zijn plicht gedaan
Ik haal de vaantjes morgen uit de bomen
Nu hang ik futloos nog een dagje rond
Dan zal ik gaan zoals ik ben gekomen
Maar met een wrange nasmaak in mijn mond
Remko Koplamp
Gedichten op vreemde plekken
Deel 75: op een trap in huis
.
Voor de echte liefhebber; ja ik had al eens een gedicht op een trap namelijk die op de trap van de bibliotheek in Amsterdam. Maar dit is een trap in een huis. Keurig gelakt en beschilderd met een gedicht van een, mij onbekende dichter.
Toch de moeite waard om te laten zien vind ik.
.
Volgens Paul is de tekst op de foto geplakt. Zou kunnen daarom nog maar een gedicht op een trap, dit keer op de trap van het atrium van het stadskantoor aan de Leyweg in Den Haag. Deze is zeker echt. Met dank aan Poëzie op de Plint.
De 100 beste gedichten
van 2000
.
Eergisteren was ik in een kringloopwinkel van Mamamini in Oost Groningen. Vaak vind je daar leuke (oude) dichtbundeltjes die al lang nergens meer te koop zijn. Vaak nog wel in bibliotheken maar als je ze graag zelf wil hebben zijn kringloopwinkels een bron van plezier en ontdekkingen.
Hier vond ik de bundel De 100 beste gedichten van 2000 gekozen door Theo de Boer.
Uit deze bundel een mooi gedicht van Toon Tellegen.
.
Een meisje
.
Ze wacht.
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
ik dans.
.
Ze danst,
ze danst met lange, ranke passen,
langzaam en aandachtig,
ze houdt haar ogen dicht,
.
ze danst door deuren en door ramen
en door lange, lankmoedige dagen –
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer –
.
en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt
denkt ze: ik?
ik val niet, ik dans.
.
Op de valreep
2012
.
Een laatste gedicht van dit jaar. Van een dichter die dit jaar is overleden. Rutger Kopland.
Een gedicht over het einde, een overgang en op weg naar iets nieuws. Ik wens jullie allemaal een mooie jaarwisseling en alle goeds voor 2013.
.
De roeier
Vanavond trok de mist over de wei
alsof de aarde zich opende en
het grondwater buiten zijn oevers trad
paarden en koeien raakten vlot en
als in een moeras uit de oertijd
dreven tenslotte alleen nog koppen
en ruggen voorbij
van het geboomte aan de overkant
maakte zich iets los waarvan ik dacht
dat het een roeier was die overstak voor mij.
.
Uit: Onder het vee, 1966
Met dank aan Gedichten.nl
Erotische poëzie
Door Sarah Kain Gutowski
.
Op zoek naar een gedicht van E.E. Cummings kwam ik op http://poetrycrush.com/tag/e-e-cummings/ een aardig artikel tegen van Sarah Kain Gutowski over haar favotiete erotische gedicht. Sarah (dichter en associate professor aan de Suffolk County Community College) beschrijft in dit artikel dat haar favoriete erotische gedicht niet gaat over de fysieke kant van de erotiek maar over het aanschouwen of zien van het ongrijpbare in een ander persoon. Als voorbeeld geeft ze het gedicht Silk of a soul van Zbigniew Herbert.
.
Silk of a Soul
Never
did I speak – with her
either about love
or about death
only blind taste
and mute touch
used to run between us
when absorbed in ourselves
we lay close
I must
peek inside her
to see what she wears
at her centre
when she slept
with her lips open
I peeked
and what
and what
would you think
I caught sight of
I was expecting
branches
I was expecting
a bird
I was expecting
a house
by a lake great and silent
but there
on a glass counter
I caught sight of a pair
of silk stockings
my God
I’ll buy her those stockings
I’ll buy them
but – what will appear then
on the glass counter
of the little soul
will it be something
which cannot be touched
even with one finger of a dream
.
Sarah Kain Gutowski schrijft een blog over poëzie op http://mimsyandoutgrabe.blogspot.nl
.
Zbigniew Herbert (1924 – 1998) was een Pools dichter, toneelschrijver en essayist.
.
Sarah Kain Gutowski
Zbigniew Herbert
Dennis O’Driscoll
1954 – 2012
.
Opnieuw is er een dichter overleden. Op Facebook las ik het bericht van het overlijden van Dennis O’Driscoll op 24 december jongstleden.
Deze Ierse dichter publiceerde in totaal 9 poëziebundels, ontving vele prijzen voor zijn werk en had een eredoctoraat in de literatuur aan the University College in Dublin. O’Driscoll’s werk karakteriseerde zich door het economische woordgebruik en terugkerende motieven als sterfelijkheid en de breekbaarheid van het alledaagse leven.
Voor dat O’Driscoll zelf poëzie publiceerde was hij actief en bekend als poëziecriticus. The Times Literary Supplement noemde hem eens ‘een van Ierlands meest gerespecteerde poëziecritici’. In het Engels taalgebied een grote naam, voor wie het (nog) niet kent, op http://www.poetryfoundation.org kun je zijn biografie alsmede een aantal gedichten van zijn hand lezen. Hier alvast een gedicht van hem.
.
Normally speaking
Anna Swirszczynska
1909 – 1984
.
Door @PieterDrift werd ik gewezen op de Poolse dichteres Anna Swirszczynska, de dichteres met de meest onuitspreekbare achternaam van alle dichters. Over haar lezend en vooral haar gedichten lezend werd ik erg enthousiast. Deze Poolse dichteres heeft een zwaar leven gehad, veel meegemaakt en hele mooie poëzie geschreven.
Meer informatie over Anna is te vinden op: http://www.poemhunter.com/anna-swirszczynska/biography/ en op de website van Meander.
Hieronder een fraai staaltje van haar (vertaalde) poëzie.
.
The Same Inside
Walking to your place for a love fest
I saw at a street corner
an old beggar women.
I took her hand,
kissed her delicate cheek,
we talked, she was
the same inside as I am,
from the same kind,
I sensed this instantly
as a dog knows by scent
another dog.
I gave her money,
I could not part from her.
After all, one needs
someone who is close.
And then I no longer knew
why I was walking to your place.
.
















