Site-archief
Impersant
Evy Van Eynde
.
In het rijtje dichtbundels van de laatste jaren mag er een zeker niet ontbreken en dat is de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ van de Vlaamse dichter Evy Van Eynde, die werd uitgegeven door MUG books, mijn eigen kleine uitgeverij. Ik schreef er een lange recensie over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/02/04/zal-ik-liefde-noemen/ en in die recensie noem ik het gedicht ‘Impersant’. Het woord alleen al intrigeerde me vanaf het begin dat ik het las in het manuscript van deze bundel. Het Vlaams woordenboek op internet geeft als betekenis ‘tegelijkertijd’.
Deze bundel van Evy is om vele redenen een kleinnood, en bij een kleine uitgeverij uitgegeven maar een groot publiek waardig. Na deze bundel volgde al snel ‘Amour Florale’ die ook zeer de moeite waard was. Maar nu dus uit ‘Zal ik liefde noemen’ het gedicht ‘Impersant’.
.
Impersant
.
Mag ik je woorden ondertussen
plukken | plakken
op mijn lijf | waar de stilte
bijten sloeg
.
op het rijm (van mijn vel)
.
Mag ik je zinnen prikken
liefde lassen | in je adempoos
zodat je evenwel ( je kan het niet laten)
mij een blos | toedicht
.
op mijn zandbank
in de kamer met bloemetjesbehang
.
waar jij in een mirage
van vergeten dromen | op volle zee
voorbij komen zal
.
of niet?
.
SOS
Rieneke Minderman-Grobben
.
Als er één dichter is die ik mis dan is het wel Rieneke Minderman-Grobben (1944 – 2018), de immer in het roze geklede Rotterdamse die jarenlang een vaste bezoeker en dichter was van de Ongehoord! podia die ik mede mocht organiseren. Haar vrolijkheid, haar nuchterheid en haar lach was genoeg om je dag glans te geven. Steevast noemde ze me Woutertje en zij mocht dat want ze bedoelde het altijd op een positieve en lieve manier.
Haar voordrachten waren legendarisch, haar gedichten altijd met een stevige knipoog. Zo ook het gedicht ‘SOS’ uit de bundel ‘De wereld volgens Grobben; Rotterdamse gedichten en verhalen’ die Joop van der Hor samenstelde in 2018.
.
SOS
.
Ik leed schipbreuk en spoelde aan
Het was geen prettige ervaring
Bijna was het met me gedaan
Ik stak nog een vuurpijl af
maar dat had géén effect
Doodmoe zeiknat
Maar God zij dank
Ik leefde nog
Dat had ik zojuist gecheckt!
Ik spoelde op een eiland aan
Viel in slaap
Werd wakker bij het rijzen van de zon
Maakte een plan
Hoe ik overleven kon!
Ik wilde dolgraag een vuurtje stoken
Maar mijn lucifers waren nat
M’n aansteker verloren
In mijn broekzak zat een gat!
Ik ging op verkenning uit
En keek op mijn kompas
Wilde water drinken uit m’n fles
Maar merkte dat het een wijntje was
SOS
Ik zit op 51 graden noorderbreedte
Het eiland onbewoond
De naam is Tiengemeten!
En als je me komt redden
Neem dan broodjes mee
Graag iets te roken en
Een warm koppie thee
Want…
Ik heb al 40 dagen niet gegeten
Op het eiland Tiengemeten
.
705
Mark Boninsegna
.
Alweer een bundel uit 2018 van een dichter die ik al langer ken. De, in hart en nieren, Rotterdamse dichter Mark Boninsegna debuteerde in 2018 met de bundel ‘Levensinkt’ bij uitgeverij Douane. In MUGzine nummer 4 komt onder andere werk van hem.
Ik schreef er hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/11/13/levensinkt-2/ een recensie over. Uit diezelfde bundel vandaag het gedicht ‘705’, een gedicht over Rotterdam (hoe kan het ook anders). Of het hier Vaanweg 705 betreft (waarschijnlijk) of lijn 705 van de metro is me niet helemaal duidelijk (toch eens vragen aan Mark) maar het geeft een mooi inkijkje in zijn blik op Rotterdam.
.
705
.
hier geen poëzie
geen reclamefolders
.
wordt niet om 18:00 uur aardappelen op het vuur gezet
worden geen stortbakken uit elkaar gehaald
.
hier geen Vogel
ook geen Iggy
of pop
.
geen vol bad
geen keel met gat
geen Delta
.
hier wordt niet meer geveinsd
niet meer gelogen
.
geen columns
meziek
kroketten
of Gard Sivik
.
geen Joop
geen dope
geen plastic tasjes
of winkelruiten met stickers
hier is niks nieuws
is niks gemaakt
.
hier is Vaanweg
hier ben ik
.
We beginnen opnieuw met uitstappen
Sabine Kars
.
In het kader van het delen van gedichten uit dichtbundels van de afgelopen jaren vandaag een bundel die ik zeker niet wil overslaan; ‘Hoofdkwartier’ van Sabine Kars (1971) uit 2019. Sabine is ook een dichter die ik al lang ken, dit jaar hebben we haar (samen met Evy Van Eynde en Alek Dabrowski) gevraagd als jurylid voor de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd. Een wedstrijd waar zij (bij de eerste editie in 2012) zelf tweede werd. Daarnaast was ze een van de eerste dichters die in het nieuwe mini poëziemagazine MUG publiceerde.
In 2019 kwam haar debuutbundel uit bij uitgeverij De Kaneelfabriek, een prachtig en met kwaliteit uitgegeven bundel waarover ik een recensie schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/01/04/hoofdkwartier-een-recensie/. Uit diezelfde bundel hier het gedicht ‘we beginnen opnieuw met uitstappen’.
.
we beginnen opnieuw met uitstappen
.
het is niet nodig mijn ogen te tellen
ik ben ze allemaal verloren en de namen
te ver van elkaar verwijderd
komen niet meer terug
.
maar het geluid heb ik bewaard
je zegt dat het het mijne is
.
we hangen aan draden
dragen het vuur op de schouders
.
morgen gaan we in valken over
maar eerst verdelen we de bevroren grond
trekken nog eenmaal zonder veren
op eendagsstelten over de stad
.
Vermits
Alja Spaan
.
Deze week wil ik gedichten delen uit bundels die ik de afgelopen jaren heb gekocht of gekregen, van dichters die debuteren of juist al vaker publiceerden. Bundels die ik op dit blog al eens besprak maar die toch zeker de moeite waard zijn om nogmaals aandacht aan te besteden.
Een van die bundels is ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid’ uit 2018, van Alja Spaan (1957). Degene die mij kennen weet dat ik Alja al lang ken, dat we samen een bundel hebben gemaakt: Je hebt me gemaakt met je kus’ uit 2010, uitgegeven bij haar uitgeverij Atelier 9en40, dat ik voordroeg bij haar huiskamerateliers tijdens Alkmaar Anders en dat we tegenwoordig samen in het bestuur van Meander zitten (met Peer van den Hoven).
Uit haar mooie bundel met haar zo typerende disticha vorm ( strofes van een gedicht in twee regels) koos ik voor het gedicht ‘Vermits’.
.
Vermits
.
Onbezochte plaatsen als die, linksom onder de
oksels door, het is geen vakantie, zeg
.
je, geen hoogseizoen, er valt eigenlijk niets te
zien. Opeens ben je van
.
de kaartverkoop, scheurend langs de stippellijn,
verboden strookjes op de grond te
.
werpen. Opeens ben ik van de attracties, hangend
in de wachtrij. Hoe anderen dat doen is
.
niet interessant. Ik heb eigenlijk alle dagen vrij,
zeggen we, of hoe werk een
.
substituut is voor eenzaamheid. Een volgende
keer beloven wij. Handen klem onder
.
de armen, nagels langs een halve maan, zon zakkend
in een eiland.
.
Dichter op bezoek
Dichter van de maand
.
Wanneer je de titel van dit stukje leest denk je misschien; is dit een nieuw initiatief in tijden van Corona? En kan dat dan of moet de dichter (op bezoek) dan een mondkapje voor? Maar nee, het gaat hier niet over een nieuw initiatief (wat trouwens best een goed idee is bedenk ik me nu, dichter op bezoek, waarom ook niet?) maar het betreft hier een gedicht van de dichter van de maand augustus, de Duitse dichter Michael Krüger.
In vertaling van opnieuw Cees Nooteboom koos ik vandaag voor het gedicht met de titel ‘Dichter op bezoek’ uit de bundel ‘Voor het onweer’ uit 2012.
.
Dichter op bezoek
.
Hij komt onaangekondigd, zoals altijd,
en vertelt het verhaal van de rivier
die zijn naam tegemoet stroomt
maar hem nooit bereikt.
.
Ik ben de rivier, zegt de dichter,
alsof wij dat niet allang wisten.
Alles verzwelgt hij, je moet echt oppassen,
zijn honger naar dingen is niet te stillen.
.
Wat hem aan waardigheid herinnert of
verering verlangt, vindt hij pijnlijk,
dan heeft hij het over watervlooien en riet.
.
Drie dagen stroomt hij door ons huis,
.
en drie dagen lang kijken we elkaar aan
zonder te weten wie we zijn.
.
Toen je stilte stuurde
Pom Wolff
.
Dichter Pom Wolff ken ik al jaren van zijn website https://www.pomgedichten.nl/ . Ook stond hij op het podium van Ongehoord! en was hij meerdere malen slamfinalist, won hij een aantal slampoetry wedstrijden en was hij onder andere dichter van het jaar in 2005 in Delft. Maar nu heb ik deze week een bundel van hem cadeau gekregen met de titel ‘toen je stilte stuurde’. Deze bundel uit 2006, uitgegeven door Uitgeverij Holland, is na zijn debuutbundel ‘Je bent erg mens’ die in de Windroosreeks verscheen, zijn tweede bundel.
Jos van Hest zei over ‘toen je stilte stuurde’: “Ze zingen en kreunen, ze zijn onrustig en argwanend, ze vertederen en verlinken je tegelijkertijd; de gedichten in deze bundel van Pom Wolff. Ze barsten uit hun voegen van karigheid, maken onverwachte grappen die geen grappen zijn. Vechten zich een weg de bundel uit. Het oog van de lezer, het oor van de luisteraar in.”
Lezend in de bundel bleef ik wat langer hangen bij het gedicht ‘Soms leek het op leven soms zelfs meer’ en dat is meestal een teken dat ik dat specifieke gedicht met jullie wil delen.
.
Soms leek het op leven soms zelfs meer
.
wat kraakte de loopplank
en prachtig de schepen ze zingen en kreunen
ze zeggen het weer
aan jonge geliefden
die likken als honden
zij lusten er pap van wat willen zij meer
.
aan slammers poëten
die schrijven op armen
over billen en borsten over tepels en teer
aan ouden van dagen
die zochten niet vonden
de dood onder ogen en pijn van weleer
.
wat kraakte de loopplank
en prachtig de schepen ze zingen en kreunen
ze zeggen steeds weer
het leek soms wel leven
maar het is van het water
het begin en het einde en nooit was er meer
.
Geliefde gedichten
D.R. Camphuysen
.
Er zijn heel veel dichters geweest die in hun tijd bekend waren of geliefd maar die nu vrijwel niemand meer kent. Dat zijn (bijna) vergeten dichters. In de bundel ‘Geliefde gedichten’ die iedereen kent maar niet kan vinden uit 1972, gekozen door Wim Zaal, staan vele voorbeelden. Een van die voorbeelden is de dichter Dirk Rafaelsz. Camphuyzen. De dichter, predikant en kunstenaar Camphuysen (1586 – 1627) was eerst onderwijzer, toen predikant en na zijn verdrijving van de kansel omdat hij niet rechtzinnig was, vlashandelaar werd. In 1618 schreef hij het gedicht ‘Daar moet veel strijds gestreden zijn’.
.
Daar moet veel strijds gestreden zijn,
Veel kruis en leeds geleden zijn,
Daar moeten heil’ge zeden zijn,
Een nauwen weg betreden zijn,
En veel gebed gebeden zijn,
Zo lang wij hier beneden zijn;
Zo zal ’t hierna in vreden zijn.
.
Poëzie luisteren
Ode aan de nacht
.
Poëzie moet je lezen, regelmatig lezen, herlezen, maar poëzie kun je ook voor laten lezen of laten voordragen. In tijden van Corona is het moeilijk om poëziepodia te bezoeken (al komen er het en der wel weer initiatieven onder strenge regels tot stand) dus kun je kijken naar alternatieven. Zoals het luisteren naar poëzie. Dat kan via Youtube (er is echt een heel grote verzameling binnen en buitenlandse dichters te beluisteren), via streamingdiensten of gewoon nog ouderwets vanaf cd’s.
Ik schreef op dit blog al eerder over luister cd’s met poëzie zoals over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/04/29/dichters-in-de-nacht/ Dichters in de nacht, twee cd’s met een registratie van de 25ste nacht van de poëzie in Vredenburg Utrecht, maar ook over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/12/14/de-goddelijke-vonk/ De goddelijke vonk, gesprekken met dichters uit het NPS-radioprogramma Kunststof, en https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/09/taal-zonder-mij/ over het 4 cd-luisterboek ‘Taal zonder mij’ van Kristien Hemmerechts van uitgeverij Rubinstein.
Daar wil ik er vandaag een aan toe voegen. In 2005 namelijk (voordat ‘Dichters in de nacht’ verscheen in 2006) kwam de 4-cd verzameling uit onder de titel ‘De nacht van de poëzie’ samengesteld door Anneke van Dijk en Koen Vergeer. Op deze 4 cd’s zijn de beste voordrachten van 25 jaar Nacht van de poëzie verzameld. Vrijwel alle bekende dichters die er ooit stonden zijn vertegenwoordigd op deze 4 cd’s: Lucebert, Hugo Claus, Rutger Kopland, Gerrit Komrij, Judith Herzberg, Jules Deelder, Herman de Coninck, Leo Vroman, Remco Campert, Tjitskes Jansen en ga zo maar door. Een feest der poëzie kortom, 4,5 uur luisterplezier. En hoewel uit 2006 is deze prachtige verzameling nog steeds te koop voor een vriendelijke prijs.
In 2002 stond Anneke Brassinga op de Nacht van de poëzie. Van haar het gedicht ‘Aan zee’ uit haar bundel ‘Wachtwoorden’ uit 2005.
.
Aan zee
.
De wind weegt de woorden
bevindt ze te licht
de wind huilt, veegt de woorden
van tafel, uit het zicht
.
het stormvogeltje dat ze opslikt
zal stijgen tot de hoogten van de reuzenalbatros
of alleen nog willen krijsen
zoals ik, bestoven aap op stok.
Twee kerkhoven
Dichter van (de rest van) de maand
.
Ik lees in de bundel ‘Voor het onweer’ van de Duitse dichter Michael Krüger in vertaling van Cees Nooteboom uit 2012, en ik kom tot de conclusie dat ik zijn poëzie bijzonder krachtig en mooi vind. Reden om Krüger de rest van de maand augustus dichter van de maand te maken. Dus de komende zondag een gedicht van zijn hand op dit blog.
Vandaag het gedicht ‘Twee kerkhoven’, een niet heel verrassende keuze voor mensen die mij een beetje kennen. Kerkhoven zijn om meerdere reden plekken waar ik graag kom; om de rust en stilte, als plek van bespiegeling en beschouwing en om de cultuurhistorische waarde, kerkhoven zijn ook altijd een weerspiegeling van een tijd en een cultuur. Sommige zijn sober en ingetogen en andere zijn uitbundig en vol ‘leven’. Kruger beschrijft dit prachtig in onderstaand gedicht. Bezoek maar eens een willekeurige begraafplaats buiten Nederland of zelfs in een ander deel van Nederland en je begrijpt wat ik bedoel.
.
Twee kerkhoven
.
Vandaag ben ik langs twee kerkhoven gekomen.
Het ene lag afwijzend onder de gloeiende zon
en zei met al zijn houten kruisen: Nee!
Het andere prees zich aan met duizendhandige ahorn
en vogelgezang voor zijn gepolijst marmer.
Ik kon niet kiezen. Voor alle twee viel veel te zeggen.
Ook de doden konden me niet verder helpen,
vergeten dichters en scheikundeprofessoren,
hun gespeelde ernst verwarde me.
Toen voelde ik het potlood in mijn jaszak,
mijn vriend op alle reizen, en ik maakte me klein
en verdween.
.














