Site-archief
Evolutie
Mikhail Katsnelson
.
In 2013 gaf de Radboud Universiteit in Nijmegen ter gelegenheid van de uitreiking van de Spinozaprijs aan professor Mikhail Katsnelson, in opdracht van het bestuur van de universiteit, de bundel ‘Vijftien gedichten’ uit. Deze bundel bevat 15 gedichten in zowel het Russisch, het Engels als het Nederlands van theoretisch fysicus Mikhail Katsnelson. Deze vertrok in 2002 uit Rusland tegen wil en dank naar het westen. Met de Sovjet Unie was ook de grote natuurkunde traditie verkruimeld. In 2004 werd hij hoogleraar in Nijmegen. Naast zijn werk als hoogleraar blijkt Katsnelson ook poëzie te (kunnen) schrijven. Uit deze bundel het gedicht ‘Evolutie’.
.
Evolutie
.
De pijn en verveling van hen, die de Aarde vóór ons bevolkten
zijn door leem en steenkool bewaard, door kalksteen en zandsteen,
maar meer nog door olie. Misschien worden wij ooit olie
net zo, en vormen we brandstof voor nieuwe dieren,
wat zullen ze zich wel niet inbeelden, alsof ze verstand hebben.
We zullen hun leven vergiftigen, ongemerkt – ziedaar de wraak van
de overwonnenen.
.
Eén pot nat
Jules Deelder
.
Gisteren de voorlopig laatste editie van de Poëziebus 2016 daarom vandaag op maandag de dichter van de maand juli, Jules Deelder. Ik heb dit keer gekozen voor zijn gedicht ‘Eén pot nat’ uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979.
.
Eén pot nat
Het is allemaal één popt nat
.
sprak de kat
die bij de wieg van Lao-tse
te spinnen zat.
.
Hoe of wat
Dit en dat
Bol of plat
.
Het is allemaal één popt nat,
.
sprak de rat
die aan het lijk van Lao-tse
te knagen zat.
.
.
Winterpijn
E-poëziebundel
.
Naar aanleiding van het publiceren en cadeau doen van mijn nieuwe E-bundel ‘XX-XY’ kreeg ik van verschillende kanten de vraag waar mijn vorige E-poëziebundel ‘Winterpijn’ te downloaden is. Dat kan vanaf de website van MUG books ( http://www.mugbookpublishing.wordpress.com) maar voor het gemak ook hier nog een keer de link naar deze gratis bundel van mij.
Telefoonseks
Herman de Coninckzondag
.
In de bundel ‘De gedichten’ van Herman de Coninck staan in het laatste gedeelte de zogenaamde ‘verspreide gedichten’. Gedichten die overal en nog ergens zijn gepubliceerd. Het gedicht dat begint met ‘Telefoonseks’ is gepubliceerd in 1995 in Nu dus.
.
Telefoonseks. Trek je je slipje uit?
Hou je hoorn erbij dat ik het hoor?
Kun je je benen zo opendoen dat ik hoor
dat je nat bent?
.
Je hebt een lange buik, aan weerszijden waarvan
wij aan tafel zitten, jij met je hoofd, ik van tussen
je benen komend met ook een hoofd.
Banket. In je navel zout voor de radijsjes.
.
Mijn verbeelding is zo groot als mijn gemis.
Het zou elkaar kunnen vullen. Zoiets als een glas
waarvan je drinkt en dat even vol blijft.
Het staat op een lege tafel
op een schilderij in een leeg huis.
.
Wie zie je het liefst?
De hectaren van het geheugen
.
Zondag dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag is mijn keuze komen te vallen op het titelloze gedicht dat begint met de regel ‘Wie zie je het liefst, de poes’ uit de bundel ‘De hectaren van het geheugen’ uit 1985.
.
‘Wie zie je het liefst, de poes
of mij?’ vraagt ze.
En zoent me, niet om mij,
maar om haar lippen te proberen.
Als ik haar optil, slaat ze haar armen
om me heen omdat ze anders valt.
Als ik haar neerzet loopt ze weg
en ik haar na.
Nader is een comparatief die nooit
eindigt, zoals vader.
.
Lente
Gedicht uit mijn laatste bundel
.
Hoewel nog volop zomer, vandaag een gedicht uit mijn laatste (papieren) bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ (nog steeds voor een spotprijsje bij mij te bestellen € 10,- geen verzendkosten). Het gedicht is getiteld ‘Lente’en ik heb het een paar lentes geleden geschreven.
.
Lente
.
Waar tussen kastanjes en eiken
grondig het hoofd wordt geschud,
een grijze jas afgelegd,
glijden warm voedende stralen binnen
in hoofd en nest
.
de eerste muggen rond de regenton,
razernij nog in het verschiet
nachten die zich steeds vroeger
prijsgeven aan de ochtendzon
.
wortels van elastiek die zich vastzetten
in de zwetende klei, op zoek naar ruimte
.
daar meen ik in de luchtdans van de
pimpelmezen een bijenvolk te herkennen
de vorige zomer indachtig
.
Hans Tentije
Verzamelbundel
.
Uit de verzamelbundel van Arie Boomsma “met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ een gedicht van de dichter Hans Tentije. Voor mij was Tentije nog een onbekende dichter vandaar dat ik op zoek ging naar wat informatie over hem. En die heb ik gevonden.
Hans Tentije (1944, pseudoniem van Johann Krämer) werkte als docent Nederlands, maar wilde eigenlijk schrijver en dichter worden. De eerste gedichten die Tentije schreef hadden een politieke inslag. Eind jaren zestig heerste de gedachte onder jongeren dat alles zou veranderen. Toen dat niet gebeurde heerste er teleurstelling, een zeker cynisme. Dit cynisme kwam terug in Tentijes vroegere werk. Zijn latere gedichten benadrukken meer de avontuurlijke kant van het leven.
Oorspronkelijk uit de bundel ‘Uit zoveel duisternis’ uit 2006 een titelloos gedicht.
.
Jezelf het zwijgen opleggen, ernaar verlangend
niets meer te hoven zeggen, vanwege
het verwarrende, het onuitsprekelijke – opstaan en zonder echt
afscheid te nemen uit elkaar gaan, het ogenblik
waarop je het dorp verlaat, je wereld van herinneringen
met je meesleept, om je gezicht te begraven
in bont, in een wilde, onkambare vacht, op zoek
naar warmte, naar lijfgoed, naar liefde
en het schunnige daaronder, het leven valt niet te vermurwen-
je toekomst is al verleden, is pijn
die nooit overgaat maar toch is geweken
.
Foto: Marion Krämer
.
Meer informatie over Hans Tentije op: http://www.deharmonie.nl/auteur/auteurdetail.asp?id=63
Een minnend paar
Gust Gils
.
Gust Gils (1924-2002) was een Antwerps dichter en een van de oprichters van het avant-gardetijdschrift Gard Sivik (vernoemd naar het gelijknamige jazz-café in Antwerpen) in 1954. Ook was hij redacteur van Podium, een Nederlands literair tijdschrift dat heeft bestaan van 1944 (opgericht in de illegaliteit in Leeuwarden) tot 1969.
Het poëtisch oeuvre van Gils wordt gekenmerkt door een sterke muzikale invloed (zie de titels van enkele dichtbundels die het woord “partituur” bevatten). De dichter beweerde zelf dat zijn poëzie een “auditief” karakter had. Gils hoorde zijn gedichten en vond dat die ook vooral hardop gelezen moeten worden. Belangrijk daarbij is niet zozeer de welluidendheid van het vers, als wel het ritme. Later zou Gils de schemerzone tussen poëzie en muziek verder verkennen in zogenaamde “verbosonische” experimenten.
Uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957 het gedicht ‘Een minnend paar’.
.
Een minnend paar
.
een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
.
liefde of toeval niemand weet het
.
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer
.
Met dank aan wikipedia en gedichten.nl
Willem van Toorn
Zonder titel
.
Vandaag gewoon een gedicht van dichter Willem van Toorn. Uit de bundel ‘De hofreis’ uit 2009 een gedicht zonder titel.
.
Als het zo nauw niet luistert
met die klanken als we dachten
mogen dan ook deze erin
of klinken die te erg naar mens:
de hopeloze schreeuw van de zwerver
in de doodlopende steeg,
het ratelen van de tank
die boven de keien van het plein
dat de naam van een heilige draagt
zijn kanonsloop traag naar jou toe draait
terwijl je geen kant meer op kunt?
.














