Site-archief
Geloof in de liefde
Jan van Nijlen
.
Joannes Joannes-Baptista Maria Ignatius van Nijlen (1884-1965) was een Vlaams dichter en essayist. Van Nijlen is alom bekend geworden door de zin ‘Bestijg den trein nooit zonder Uw valies met droomen, dan vindt g’in elke stad behoorlijk onderkomen…’ uit het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ dat voor het eerst in de bundel ‘Geheimschrift’ (1934) verscheen.
Dit gedicht werd in 2011 aangebracht in het treinstation Antwerpen Centraal. De eerste regels luiden:
- Bericht aan de reizigers
- Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
- dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.
Van Nijlen werkte als bediende in een boekhandel en journalist. Daarna werd hij vertaler bij het ministerie van Justitie. Hij had meerdere literaire relaties in Nederland: Jacques Bloem, Du Perron, Jan Greshoff en Dubois. Jan van Nijlen correspondeerde met de Zuid-Afrikaanse dichter Elisabeth Eybers die hij eind de jaren 1950 leerde kennen.
In ‘ Verzamelde gedichten 1904-1948’ uit 1948 staat het gedicht ‘ Geloof’ dat veel meer gaat over de liefde dan over het geloof.
.
Geloof
.
Nu alles faalt, heeft dit alleen nog waarde
Voor mij, die nooit één waarheid heb ontdekt;
Ik zal van U niet scheiden als deze aarde
Mijn pover lichaam dekt.
.
Ik heb maar één geloof: nooit gaat verloren
Wat eens de liefde zalig heeft bevrucht,
En waar er twee elkander toebehoren
Is zelfs de dood geen vlucht.
.
Copla
Hendrik de Vries
.
De Copla is een kort, uit één strofe bestaand, vaak ondeugend gedicht. De colpa’s worden onderverdeeld in cuartetas (of kwarten) die uit vier regels bestaan van elk acht lettergrepen, en seguidillas (strepen), eveneens vierregelig, doch afwisselend van zeven en vijf lettergrepen. De meeste copla’s kunnen gezongen worden en vele ervan zijn reeds zeer oud. Sinds de middeleeuwen is de copla de geliefde vorm waarin Spanjaarden uitdrukking geven aan hun gevoelens van liefde, haat, heimwee, verlangen en smart.
De onderstaande copla is uit het Spaans vertaald door Hendrik de Vries. De Vries vertaalde verschillende copla’s in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Later schreef hij ze ook zelf, de tweede copla is van zijn hand. Hendrik de Vries (1896 – 1989) was schilder en dichter. Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag werd door de gemeente Groningen de Hendrik de Vriesprijs ingesteld. De Vries ontving voor zijn werk ook de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de Constantijn Huygensprijs, de Jan Campertprijs en de P.C. Hooft-prijs voor zijn hele oeuvre.
.
Ach, hoe heerlijk zijn de vrouwen,
Ach, hoe zoet is ’t suikergoed;
Ja, een vrouw met suiker,
Moet wel zoeter zijn dan zoet.
.
Ook wanneer ik tusschen de bloemen
Op een baar in de kerk was gelegen —
Als iemand je naam zou noemen
Zou ik zeker het hoofd bewegen.
.
De beste liefdesgedichten
Jaime Sabines
.
Ik vind het leuk om te googelen op termen als ‘de mooiste gedichten, de mooiste liefdesgedichten, de tien mooiste liefdesgedichten, de mooiste liefdesgedichten ter wereld’ en ga zo maar door omdat je nooit weet waar je op stuit. Het valt me op dat je dan telkens nieuwe en verrassende website onder ogen krijgt en dat regelmatig lijstjes tevoorschijn komen waarin gedichten staan van mij volstrekt onbekende dichters.
Zo kwam ik op een Spaanstalige website terecht waar de 5 beste liefdesgedichten staan. Allemaal van mij onbekende dichters. Ten onrechte onbekend want enig onderzoek liet zien dat het hier niet om gedichten van de eerste de beste dichters gaat. Zoals bijvoorbeeld bij het gedicht ‘Ik hou van je om tien uur ’s ochtends en om elf uur’ van de Mexicaanse dichter Jaime Sabines (1926-1999).
Deze dichter van Libanese en Spaanse afkomst stond bekend als de ‘sluipschutter van de literatuur’ omdat hij deel uitmaakte van een groep die literatuur in realiteit veranderde. Zijn gedichten beschrijven de ervaring van gewone mensen op plaatsen zoals de straat, het ziekenhuis en de speeltuin.
En één van die gedichten ‘Ik hou van je om tien uur ’s ochtends en om elf uur’ staat dus in het lijstje van de 5 beste liefdesgedichten.
.
Ik hou van je om tien uur ’s ochtends en om elf uur
en om twaalf uur. Ik hou van je met heel mijn ziel en
met mijn hele lichaam, soms op regenachtige middagen.
Maar om twee uur ’s middags, of om drie uur, als ik
Ik denk aan ons tweeën, en jij denkt aan de
eten of dagelijks werk, of amusement
die je niet hebt, ik begin je doof te haten, met
de helft van de haat houd ik voor mezelf.
Dan hou ik weer van je, als we naar bed gaan en
Ik voel dat je op de een of andere manier voor mij gemaakt bent
je knie en je buik vertellen me dat mijn handen
overtuig mij ervan, en dat er geen andere plaats in is
waar ik kom, waar ik ga, beter dan jij
Lichaam. Je komt heel om mij te ontmoeten, en
we verdwijnen allebei even, we komen erin
in de mond van God, totdat ik je vertel dat ik het heb
hongerig of slaperig.
Elke dag hou ik van je en ik haat je hopeloos.
En er zijn ook dagen, er zijn uren, wanneer niet
Ik ken je, in die zin dat je mij vreemd bent zoals de vrouw
van een ander maak ik me zorgen om mannen, ik maak me zorgen
Ik word afgeleid door mijn verdriet. U denkt waarschijnlijk niet
in jou voor een lange tijd. Je ziet wie
zou ik minder van je kunnen houden dan van mij?
.
Liefde zeg je
Claire Vanden Abbeele
.
De Vlaamse kunstenares, dichter, auteur en therapeute Claire Vanden Abbeele werkt als therapeute met mensen rond bewustwording en verliesverwerking. Ze is de bezieler van ‘De Verbinding’, een organisatie die zich bekommert om mensen met verdriet. Ze organiseert ontmoetingsdagen rond rouwen en verdriet. Ze geeft lezingen en workshops rond kunst, troost en levenskracht.
Als kunstenares en docente kunstzinnige vormgeving geniet ze grote bekendheid en heeft tentoonstellingen in binnen- en buitenland en won ze de zilveren medaille voor de internationale kunsttentoonstelling in Stockholm. Haar liefde voor het schilderen en het voortdurend appèl tot verwezenlijking en communicatie, brengen haar steeds oog in oog met het mysterie van leven, dood en afscheid.
Als dichter zijn verlies en rouwverwerking thema’s die ze behandeld maar Vanden Abbeele dicht ook over andere onderwerpen. Zo is de bundel ‘Als vrouwen beminnen’ uit 2007 een dichtbundel over het vrouw zijn, over liefde en tederheid, over troost en geluk, over schoonheid en betrokkenheid, over dromen en verlangen, en over vele andere thema’s die vrouwen nauw aan het hart liggen. De bundel is prachtig uitgevoerd met omslag in Japans linnen en leeslint, én met goud op snee.
In deze bundel maar liefst ruim 130 gedichten en ik koos het liefdesgedicht ‘liefde zeg je’.
.
Liefde zeg je
.
Liefde zeg je
liefje later
liggen wij in lagen van verlangen
spiegelend naast elkaar
raadselend naar verhullende verten
rollen wij over en uit elkaar
later zeg je
liefje
later sla ik mijn vleugels
om je heen.
.
Opstel
Jan Hanlo
.
Vroeger op school was ik goed in het schrijven van opstellen en ik vermoed dat veel dichters het schrijven van een opstel als geen enkele moeite zagen. Met een beetje fantasie en taalgevoel kom je een heel eind. Toen ik in de ‘Verzamelde gedichten’ van Jan Hanlo (1912-1969) het gedicht ‘Opstel’ las moest ik daaraan denken.
In het gedicht ‘Opstel’ vertelt Hanlo over de liefde. Een opstel over de liefde. Over hoe moeilijk de liefde is en hoewel hij in de eerste zin ‘ons wijze raad wil geven over de liefde’ komt hij hierin niet ver. Het blijft bij wat oppervlakkige observaties in de tweede strofe en zelfs daarvan kun je moeilijk zeggen dat ze wijze raad zijn.
Als opstel over de liefde is het dus geen geweldig voorbeeld. Maar misschien wilde Hanlo wel met dit gedicht laten zien hoe veel opstellen zijn. Om te eindige met de constatering dat ‘we’ aangetast zijn of van te voren al niet geschikt voor de liefde. Waarmee hij ons niet zozeer een wijze raad geeft (al kun je daarover van mening verschillen) als wel onze verwachtingen over de liefde in ons leven meer realiteitszin geeft. Hoe dan ook een bijzonder gedicht.
Op de website van Laurens Jz. Coster lees ik bij dit gedicht een uitspraak van Jan Hanlo die de zaak er zeker niet helderder op maakt:
“Poëzie en boeken, het is allemaal papier en in elk geval geen soep en geen kussen, geen zwerftochten. Je poetischer, je wahrer, heeft Friedrich von Schlegel gezegd. Dat vind ik wel mooi uitgedrukt, een zeer loffelijk streven om zo de poëzie op te vatten. De realisten zeggen: Je wahrer je poetischer. Ik vergeet altijd wat het nu eigenlijk betekent.”
.
Opstel
.
Ik zou U een wijze raad geven over de liefde,
lezer,
en een betere inlichting over dat waarvan
wij zoveel verwachten,
als ik er zelf meer van wist
.
Liefde is kussen geven
en kussen krijgen
Maar als het niet gelukkig maakt,
dan is het vergeefse moeite
.
En liefde voor geld
vlot moeizaam
.
Moeizaam komen sommigen aan hun eind
en veel geluk hebben zij niet gekend, zo lijkt het wel
In minuten van verbeelding en ander ongeduld
hebben zij het vlug verbruikt,
werkelijkheden verdisconterend
waaraan ze blijkbaar wanhoopten,
aangetast,
of van te voren al
niet geschikt
.
Geluk
Maarten Willems
.
Voor sommige mensen staat vakantie of op vakantie gaan gelijk aan geluk. Voor anderen (Maarten ’t Hart, Maarten van Rossem) is op vakantie gaan een gruwel (zou het aan die voornaam liggen?) en kun je het best thuis blijven en lezen over verre bestemmingen. Want dan heb je geen last van wachttijden op Schiphol, irritante buitenlandse taxichauffeurs, zonnesteek, diarree, ongemak van een vreemd bed of erger. Maarten Willems (nog een Maarten) kijkt anders naar geluk. In onderstaand gedicht uit zijn bundel ‘Tenslotte wint de liefde’ uit 2007.
.
Allen weten wat
geluk is, zolang zij
niet gelukkig zijn.
.
Uitgerekt heet het
‘niet houdbaar’
of noemt men het
‘geduldig zijn’.
.
Mijn liefste…
je bent te mooi
om niet waar te zijn.
.
Judith Herzberg
Hij bidt
.
Een vakantiegedicht dat lijkt te gaan over bidden maar eigenlijk de liefde betreft. Uit de bundel ‘Zoals’ uit 1992 van Judith Herzberg (1934) het gedicht ‘Hij bidt’.
.
Hij bidt
.
Hij bidt maar niet tot god
niet tot, maar bidt.
Dan moet hij plassen en staat op
maar komt, vóór kleren, auto, weer in bed,
omhelzend verlangt hij naar omhelzen, haar.
Een hemelsbreedte rekt zich in hem
om haar, dagelijks, omhelsbaar.
.
Bijna om niets
Ellen Warmond
.
Tussen alle vakantiegedichten kan het liefdesgedicht natuurlijk niet ontbreken. Daarom een gedicht van Ellen Warmond (1930-2011) getiteld ‘Bijna om niets’ uit de bundel ‘Mens: een inventaris’ uit 1969.
.
Bijna om niets
.
Al mijn woorden heb ik al opgedeeld
tussen jij en jou en jouw
meer kan ik niet doen
.
ik leg mijn handen op
het hakblok van je argwaan
.
ik roep de vogels aan
om bijval
.
de wind houdt zich afzijdig
maar goedmoedige wolken zeggen
dat het verdriet voorbij is.
.
Paul Celan
Welige melding
.
Paul Celan (1920-1970) werd geboren in Cernauti, nu Tsjernivtsi in Oekraïne. Hij was een Duitstalige dichter. Paul Celan was het meest gebruikte pseudoniem van Paul Antschel (De Duitse schrijfwijze van zijn Roemeense achternaam Ancel). Celan stond op de Duitse uitspraak van zijn naam. Hij is de belangrijkste dichter van de tweede helft van de vorige eeuw. In 2020 is hij honderd jaar geleden geboren en vijftig jaar geleden gestorven.
Hij stierf door in de Seine te springen, na een leven getekend door de Holocaust. Zijn belangrijkste en waarschijnlijk bekendste gedicht is ‘Todesfuge’. Zijn werk is een indringende uitdrukking van verwantschap, betrokkenheid en liefde. Zijn verzameld werk is in 2022 opnieuw uitgegeven, in een door de vertaler geheel herziene uitgave. De vertaler van zijn werk is Ton Naaijkens, hij schreef ook de toelichting op zijn werk. Ruim 800 pagina’s dik is dit werk met naast alle gedichten, proza, brieven en nagelaten gedichten in het Duits dus ook in de vertaling.
Ik heb na lezing van een groot deel van zijn gedichten gekozen voor het gedicht ‘Üppige Durchsage’ of ‘Welige melding’ gekozen.
.
Üppige Durchsage
.
in einer Gruft, wo
wir mit unsern
Gasfahnen flattern,
.
wir stehn hier
im Geruch
der Heiligkeit, ja.
.
Brenzlige
Jenseitsschwaden
treten uns dick aus den Poren,
.
in jeder zweiten
Zahnkaries
erwacht
eine unverwüstliche Hymne.
.
Den Batzen Zwielicht, den du uns reinwarfst,
komm, schluck ihn mit runter.
.
Welige melding
.
in een crypte, waar
we met onze
gasvlaggen wapperen,
.
we staan hier
in de reuk
van heiligheid, ja.
.
Hachelijke
hiernamaalsflarden
breken vet uit onze poriën,
.
in elke tweede
tand-
cariës ontwaakt
een onverslijtbare hymne.
.
Die homp halfdonker die je bij ons binnensmeet,
kom, slik ‘m ook maar door.
.














