Site-archief

Geluk

Maarten Willems

.

Voor sommige mensen staat vakantie of op vakantie gaan gelijk aan geluk. Voor anderen (Maarten ’t Hart, Maarten van Rossem) is op vakantie gaan een gruwel (zou het aan die voornaam liggen?) en kun je het best thuis blijven en lezen over verre bestemmingen. Want dan heb je geen last van wachttijden op Schiphol, irritante buitenlandse taxichauffeurs, zonnesteek, diarree, ongemak van een vreemd bed of erger. Maarten Willems (nog een Maarten) kijkt anders naar geluk. In onderstaand gedicht uit zijn bundel ‘Tenslotte wint de liefde’ uit 2007.

.

Allen weten wat

geluk is, zolang zij

niet gelukkig zijn.

.

Uitgerekt heet het

‘niet houdbaar’

of noemt men het

‘geduldig zijn’.

.

Mijn liefste…

je bent te mooi

om niet waar te zijn.

.

Judith Herzberg

Hij bidt

.

Een vakantiegedicht dat lijkt te gaan over bidden maar eigenlijk de liefde betreft. Uit de bundel ‘Zoals’ uit 1992 van Judith Herzberg (1934)  het gedicht ‘Hij bidt’.

.

Hij bidt

.

Hij bidt maar niet tot god

niet tot, maar bidt.

Dan moet hij plassen en staat op

maar komt, vóór kleren, auto, weer in bed,

omhelzend verlangt hij naar omhelzen, haar.

Een hemelsbreedte rekt zich in hem

om haar, dagelijks, omhelsbaar.

.

Bijna om niets

Ellen Warmond

.

Tussen alle vakantiegedichten kan het liefdesgedicht natuurlijk niet ontbreken. Daarom een gedicht van Ellen Warmond (1930-2011) getiteld ‘Bijna om niets’ uit de bundel ‘Mens: een inventaris’ uit 1969.

.

Bijna om niets

.

Al mijn woorden heb ik al opgedeeld

tussen jij en jou en jouw

meer kan ik niet doen

.

ik leg mijn handen op

het hakblok van je argwaan

.

ik roep de vogels aan

om bijval

.

de wind houdt zich afzijdig

maar goedmoedige wolken zeggen

dat het verdriet voorbij is.

.

Ja liefste

K. Michel

.

In de vakantie mogen liefdesgedichten natuurlijk niet ontbreken. Van dichter K. Michel (1958) is het gedicht ‘Ja liefste’ dat verscheen in zijn debuutbundel ‘Ja! Naakt als de stenen’ uit 1989.

.

Ja liefste

.

Ja liefste Tot mijn lippen bloeden

Tot het plafond naar beneden komt

Tot de nacht wit wegtrekt

Tot de katten in de tuinen krijsen

Tot het licht de ramen openschuift

Tot er vogels door de kamer vliegen

Tot de buren over het balkon klimmen

Tot de fietsers op straat stilstaan

Tot het wolkendek openbreekt

Tot alles blauw is

Tot alles rood wordt

Tot de tijd ontploft

Tot mijn hart stopt

.

Zintuigen

Andrea Voigt

.

De eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat ik nog niet van Andrea Voigt (1968) gehoord had tot ik pas een gedicht van haar las in een verzamelbundel. Voigt is een dichter die in 2001 de VU-podium poëzieprijs won met het gedicht ‘Brief van een geoloog’. Ze studeerde zelf Skandinavische talen aan de UvA, maar schreef een liefdesgedicht als herinnering aan een ex-geliefde, een geoloog aan de VU, waarmee zij eens op reis was gegaan naar Portugal. In 2005 verscheen haar eerste bundel ‘De tempel van Saturnus’.

Naast poëzie schrijft Andrea Voigt ook romans. Haar werk is filosofisch maar ook zintuiglijk, gecondenseerd maar rijk. En steeds zoekend, verkennend, onderweg. Dat blijkt ook uit het gedicht ‘De tuin der zintuigen’ dat uit ‘De tempel van Saturnus’ komt.

.

De tuin der zintuigen

.

Hoor je het ruisen van de vroege cyclamen
het klapperen van de vleugels van de vliegen
het vallen van de overrijpe pruimen in het gras
het zingen van de wind?

.

ruik je de geur van natte hagen in de doolhof
de geur van neergeregend stof
het kruidige basilicum, de selderij
het luie parfum van lavendel?

.

voel je de champagneblaadjes van de rozen
de stekels in je vingers, de druppels over je rug
voel je de beweging in de lucht
het ruwe hout van de hekken?

.

proef je in de tuin der zintuigen mijn huid
proef je mijn lippen, mijn handen op je lichaam
het fluweel van vlindervleugels op je tong
de stroeve rode peren en rabarber, de modder, het graniet?

.

zie je mij, zie je de fontein en het kasteel?
het wildebloemenveld en alles wat er is? zie je
jou en mij, en met je hoofd ver achterover:
de takken van de pruimenbomen tegen de blauwe lucht?

.

Vervulling

Guillaume van der Graft

.

Dichter, schrijver en theoloog Willem Barnard (1920-2010) was als dichter vooral bekend onder het pseudoniem Guillaume van der Graft. Deze Rotterdammer debuteerde in 1946 met de bundel ‘In Exilio’ waarna nog verschillende bundels volgden. Na ‘Gedichten’ (1961) publiceerde hij voornamelijk essays, preken, liederen en studies. De bundel die ik in bezit heb is een mysterie, nergens kan ik vinden uit welk jaar deze bundel is. De bundel is getiteld ‘Gedichten’ en is uitgegeven door Uitgeversmaatschappij Holland – Haarlem en zelfs op ISBN nummer kan ik geen duidelijkheid krijgen over het jaar van uitgave.

Waarschijnlijk is de bundel uit begin jaren ’80 (gezien de uitvoering en grafische vormgeving). De eerste druk is van 1961 (ik heb een tweede druk) en daar wordt naar bundels en boeken verwezen uit 1969, mijn exemplaar moet dus van daarna zijn. Opvallend in het werk van Guillaume van der Graft is dat er in verschillende jaren ‘Verzamelde gedichten’ zijn uitgegeven.

In de bundel ‘Gedichten’ staan zo’n 150 gedichten, een keuze (volgens de tekst op de achterflap) uit zijn ‘vrije’ poëzie. Hiermee wordt denk ik bedoeld dat de gedichten niet vanuit een religieus oogpunt of thematiek zijn geschreven. Het liefdesgedicht dat ik uit deze bundel wil delen is dat in ieder geval niet.

.

Vervulling

.

Zij is vervuld van mij;

haar lichaam is gelukkig

en haar geluk belichaamd.

.

Ik leger mij opzij.

Het mijne is te nukkig.

Een geluk dat zich schaamt

.

om bloed en vlees te worden

verdicht zich wel in woorden

en die houden mij vrij:

.

wanneer ik niet genoeg van

haar houden kan, zij houdt

alles van mij geborgen.

.

Morgen is het weer vroeg, dan

ontbijten wij getrouwd.

Ontoegankelijk morgen.

.

 

Waterspiegelbeelden

Nel Noordzij

.

De Rotterdamse dichter en schrijver Nel Noordzij (1923-2003) studeerde pedagogiek en psychologie. Dat is heel goed te zien in haar werken. De belangrijkste thema’s uit haar vrij omvangrijke oeuvre zijn het isolement ten gevolge van lichamelijke of geestelijke trauma’s. Zij beschrijft de gevoelens van haar personages inzake liefde en seksualiteit met een grote openhartigheid.

In haar poëzie probeerde zij het diepste van de menselijke ziel bloot te leggen. Noordzij verbloemde niets en haar taalgebruik was vaak hard. En toch schreef ze ook gevoelige gedichten. In haar bundel ‘Leven zonder opperhuid’, verschenen als Literaire Pocket bij de Bezige Bij in 1962, staat het liefdesgedicht ‘Waterspiegelbeelden’ en daarin is van harde taal niets te lezen. Oordeel zelf.

.

Waterspiegelbeelden

.

En de liefde, deze,

die zo stilstaand voor zich uitstaart,

waterspiegelbeelden spigelt

en verwaand als deze liefde

lief bewaard gebleven is,

.

Zo stil staan in je ogen, liefde,

spiegeltranen en pupillen omgekeerd

als waterspiegelbogen,

bogenbeelden en herinneringen

tot de rand gevuld.

.

Zo stil staat liefde in je ogen,

in je ogen staat

en omgekeerd.

.

Een lege plek om te blijven

Rutger Kopland

.

In een kringloopwinkel kocht ik in één keer maar liefst drie bundeltjes van Rutger Kopland (1934-2012), vast weggedaan door een liefhebber die zo nodig zijn boekenkast uit zijn huis wilde hebben (foei!). Maar ik ben er blij mee. Het betreft hier de bundels ‘Het orgeltje van Yesterday’ uit 1968, ‘Alles op de fiets’ uit 1969 en ‘Een lege plek om te blijven’ uit 1975.

Deze laatste bundel, of bundeltje (het valt me op dat deze bundeltjes slechts tussen de 27 en 32 gedichten bevatten) is opgebouwd uit gedichten zonder titel maar met een nummer (een romeins cijfer). Het bekendste gedicht uit deze bundel is waarschijnlijk het liefdesgedichtje van vier regels met nummer XIV waarover ik in 2014 al schreef, dat luidt:

.

XIV

.

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,

de lege plekken in het hoge gras, ik heb

altijd gewild dat ik dat was, een lege

plek voor iemand, om te blijven.

.

Een ander minder bekend gedicht is het vers met nummer XXVI. Een gedicht over de tijd en daarmee tijdloos. Ingenieus van inhoud, en rollend zoals je van Kopland mag verwachten.

.

XXVI

.

Tijd is nog steeds voor de mensen

een luxe, hij gaat langs de huizen,

vertelt dan de tijd in ruil voor jenever,

die handel is oud als een steen.

.

Niemand die houdt van de man met

de tijd, maar iedereen houdt hem

te vriend, want men weet dat

ieder uur telt en de teller is hij.

.

Wat gisteren was, wat morgen zal zijn

is al eeuwen bekend en verdeeld,

maar vandaag is geheim als tussen

gordijnen een hand zonder lichaam.

.

Liefdesgedicht

Paul Éluard

.

De Franse dichter Paul Eluard (1895 – 1952) schreef een bijzonder liefdesgedicht dat ik vandaag op deze mooie dag, graag met je deel. Medeplichtigheid tussen twee geliefden betekent ook elkaar begrijpen zonder zich in woorden uit te drukken. Dit is wat Éluard bedoelt in het gedicht ‘Praat om te zwijgen’.

.

Praat om te zwijgen

.

parlare
zonder iets te zeggen
mededeling
in stilte
de behoeften van de ziel
geef stem
aan de rimpels van het gezicht
aan de wimpers
in de mondhoeken
parlare
handen vasthouden
wees stil
handen vasthouden

.

Liefdesgedicht

Willem R. Roggeman

.

De Vlaamse Willem R. Roggeman (1935) is ook prozaschrijver. Hij schrijft, naast gedichten, essays over literatuur en beeldende kunst. Hij debuteerde in 1958 met de bundel ‘Rhapsody in blue’ in Antwerpen waarna nog vele tientallen poëziepublicaties zouden volgen. Hij was lid van de redacties van de literaire tijdschriften Diagram (1963-1964), Kentering (1966-1976), De Vlaamse Gids (1970-1992), Argus (1978-1981), Atlantis (2001-2002) en Boelvaar poef (vanaf 2006).

Roggeman maakte deel uit van de ‘Vijfenvijftigers’ en de Honest Art Movement. Ook ontving Roggeman verschillende prijzen voor zijn werk zoals de Dirk Martensprijs van de stad Aalst, de Louis Paul Boonprijs en de Prijs van de stad Brussel.

Ondanks dit alles kende ik Roggeman niet. Het is dat ik een gedicht van zijn hand voor het eerst tegenkom in de bundel ‘Geen dag zonder liefde’. Het gedicht ‘Liefdesgedicht’ komt uit zijn bundel ‘De droom van een robot’ uit 1976.

.

Liefdesgedicht

.

Ik weet dat je mooi

dood zal gaan.

Met een glimlach

om je lippen b.v.

of met een bloem in je hand.

En in de volgende dagen

zal het stof wat dikker liggen

op de vensterbank.

Het zal heel mooi weer zijn.

Mooi en hard blauw.

Ik zal rondlopen

met vreemde gedachten

en het hoofd

nog wat dieper tussen de schouders.

Dan komt er een troostend woord

van iemand van wie

je het nooit had verwacht.

En verder

zal alles blijven

bij het oude.

.