Site-archief
Invasie
Anna Enquist
.
In de week van de liefdesgedichten vandaag een gedicht van Anna Enquist. Anna Enquist beschrijft in dit gedicht de liefde en de rouw, de pijn en hoe liefde grenzen overwint, ook die van de dood. Uit de bundel ‘Soldatenliederen’ uit 1991 het gedicht ‘Invasie’.
.
Invasie
.
Op de kale helling, wind in mijn haar,
staan wij en je kijkt. Uit alle macht
kijk jij naar mij, beeld van liefde.
.
En ik, ik kruip door je betraande ogen
binnen, glijd langs zenuwbanen, huppel
over myelineknopen; synapsen
ruisen, RNA dwingt eiwitten
zich te groeperen naar mijn beeld:
.
Ik sta gekerfd, gebeiteld in je hersens
tot je sterft, totdat je sterft.
.
Kom terug
Week van de liefdesgedichten
.
Van Toon Tellegen, waarover ik pas nog schreef, wil ik in deze week van de liefdesgedichten ook een prachtig liefdesgedichtje plaatsen. De titel is ‘Kom terug’ en het verscheen in de bundel ‘Er ligt een appel op een schaal’ uit 1999.
.
Kom terug
.
‘Kom terug.’
Als ik die woorden eens zó zacht kon zeggen
dat niemand ze kon horen, dat niemand zelfs kon denken
dat ik ze dacht…
.
en als iemand dan terug zou zeggen
of desnoods alleen maar terug zou denken,
op een ochtend:
‘Ja.’
.
Week van het liefdesgedicht
Zie je ik hou van je
.
Herman Gorter schreef al ‘Zie je ik hou van je / ik vin je zoo lief en zoo licht- / je oogen zijn zoo vol licht, / ik hou van je, ik hou van je.
Liefdespoëzie is van alle tijden. Zolang er mensen zijn en zolang er poëzie wordt geschreven, wordt er liefdespoëzie geschreven. Daarom deze week louter liefdesgedichten op dit blog. Te beginnen vandaag met het gedicht waaruit bovenstaande strofe is genomen van Herman Gorter ‘Zie je ik hou van je…’ uit ‘Verzen’ uit 1987.
.
Zie je ik hou van je …
.
Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht-
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.
.
En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar ervoor.
.
Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.
.
O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees’lijk van je,
ik wou het heelemaal zeggen-
maar ik kan het toch niet zeggen.
.
Tegen het krakende hek
Rutger Kopland
.
In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’. Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.
.
Tegen het krakende hek
.
Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.
Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.
In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,
maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu
bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek
kraakte tegen de opdringende paarden.
.
De tong likt
Carlos Drummond de Andrade
.
Zonder het door te hebben lees ik de laatste tijd regelmatig gedichten die om de een of andere reden vaak een erotische ondertoon hebben. Ik las pas in ‘A joy forever’ de gedichten van Carlos Drummond de Andrade en toen vroeg ik mij af; heb ik niet al eerder over hem geschreven? Dat bleek inderdaad zo te zijn, blijkbaar bevallen zijn gedichten mij. Hier was het om het gedicht ‘De tong likt’ te doen. Uit de bundel ‘De liefde, natuurlijk’.
.
De tong likt
.
De tong likt langs de rode bloembladen
van de meervoudig open roos; de tong
bewerkt een zekere verscholen knop,
weeft vlugge variaties in licht ritme
.
En likt, likt lang, likt langzaam, languit likkend,
de likeurachtige behaarde grot,
bereikt, hoe meer hij likt, hoe meer hij kauwt,
de hemel van de hemel, goud op goud,
.
onder geschreeuw, geblaat, onder het brullen
van vertoornde leeuwen in het woud.
.
Liefde is het enige
Je bent
.
Niets mooiers dan in de donkere dagen voor kerstdagen liefdespoëzie posten. Vrede op aarde en heb je medemens lief en voor die speciale persoon wat extra aandacht. Om je hierin wat inspiratie te geven van Ellen Warmond het prachtige gedicht ‘Je bent’ uit de bundel ‘Tegenspeler tijd’ uit 1979.
.
Je bent
.
Je bent gewoon je bent
gewoon een mens dat is
een warm en onontwarbaar wezen
en toch kun je gebeuren als een wonder
.
want ik heb je geroepen in mijn slaap
ik riep je liefde
.
door eigen honger
in de eigen stem ontwaakt
zag ik: ik heb je niet gedroomd
hier ben je je bestaat
.
ik heb je lief gehad
dit is de nacht
.
ik heb je lief
ik heb je niet bedacht.
.
Hoe te zoenen op straathoeken
Liefdesgedicht
.
Gisteren schreef ik over Anneke Brassinga en ben ik poëzie van haar gaan lezen. Vooral op gedichten.nl staan een aantal fraaie gedichten van haar hand. Toen ik het gedicht ‘Hoe te zoenen op straathoeken’las dacht ik meteen: “Die komt in de categorie liefdesgedichten”. En aldus geschiedde.
Uit de bundel ‘Verschiet’ uit 2001.
.
Hoe te zoenen op straathoeken
Laat op de avond laat het zijn of vroeg
in nanacht, licht liefst ver –
al leent ook paarlemoeren dageraad
aan dit publieke werk subliem cachet.
Het zij een zwijgen van koralen
vergaan van dorst in lafenis –
van wakend ontslapen bevinding wellicht
doe dus vooral de ogen dicht.
Men neme niet de tijd
die schenkt zich wijd en wijd –
in deze zachte voorportalen
heerst onafzienbaar innigheid.
Men neme afscheid evenmin
al is de hoek er om uiteen te gaan –
de weg is geen verwijdering.
men neme alles mee, alleen.
.
Ik woon in een ander huis
Hans Lodeizen
.
Voor de dromers, de liefhebbers, de hunkeraars, de zoekers, de criticasters en de gepassioneerden een liefdesgedicht van Hans Lodeizen zonder titel.
.
In de bedding
van je heupen wil ik slapen
door de hemel van je
ogen bedekt
.
je voeten zijn ver en toch
behoren ze bij je als een
vlieger zijn ze opgelaten
in een zomerdag
.
ik woon
in een ander huis; soms
komen we elkander tegen
ik slaap altijd zonder jou
en wij zijn altijd samen.
.
Ga nu maar liggen…
Rutger Kopland
.
Op een gure dag als vandaag is een mooi liefdesgedicht op zijn plaats. En zeker een gedicht met een titel als deze (alsof je het tegen de wind hebt). Rutger Kopland schreef vele mooie gedichten en ook op het gebied van de liefdespoëzie heeft hij zich laten gelden. Hier een prachtig klein gedicht waaruit alles spreekt. Uit de bundel ‘Een lege plek om te blijven’ uit 1975 het gedicht ‘Ga nu maar liggen…’.
.
Ga nu maar liggen…
.
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.
.
Denk ik aan jou
Liefdesgedicht
.
Nu de herfst zich heeft aangediend en de blaadjes weer gaan vallen, is het goed wat extra aandacht te besteden aan de liefdespoëzie. Vandaag van Clem Schouwenaars een liefdesgedicht zonder titel uit de bundel ‘Liefdeshalve’ uit 1985.
.
Als ik denk aan maart
denk ik aan jou,
als ik denk aan hagel,
denk ik aan jou,
ik verberg mij voor het gloren,
en denk aan jou,
ik hoor de eerste merel,
en denk aan jou,
als ik denk aan de koelte,
als ik denk aan jonger,
als ik denk aan durven,
denk ik aan jou,
als ik denk aan meineed,
als ik denk aan vreemden,
als ik denk aan mijzelf,
als ik niet aan jou denk,
denk ik aan jou.
.


















