Site-archief
Ik word als jij
Jan Pieter Guépin
.
Er zijn veel dichters. Heel veel dichters. Als je bloemlezingen bekijkt dan staan er soms dichters in van eeuwen her. Dat betekent dat het arsenaal aan dichters voor iemand die over poëzie schrijft (zoals ik) enorm is. Dat is één van de redenen dat ik, een tijd geleden alweer, begonnen ben met de rubriek (bijna) vergeten dichters. Veel van de dichters die heden te dage niet meer gelezen worden zijn namelijk nog steeds zeer goed leesbaar.
Een goed voorbeeld van zo’n (bijna) vergeten dichter is wat mij betreft J.P. Guépin (1929 – 2006). Tijdens zijn studie klassieke letteren aan de universiteit van Amsterdam was hij redacteur van het studentenweekblad Propria Cures. Hij promoveerde op een onderwerp uit de Griekse godsdienstgeschiedenis: De tragische paradox.
Guépin was dan ook een groot pleitbezorger van de Neolatijnse poëzie, waarvan hij veel vertalingen maakte. De Neolatijnse poëzie zijn gedichten die zijn geschreven in het Latijn in de periode vanaf de renaissance.
In het gedicht’Ik word als jij’ komt deze voorliefde niet zozeer naar voren. Het gedicht komt uit de bundel ‘Gedichten’ uit 1984.
.
Ik word als jij
.
‘ik word als jij, we gaan elkaar vertrouwen,
kom bij me, kijk naar mij, ik naar jou,
mijn armen om je schouders, jij de jouwe,
ik voel hoe jij, jij hoe ik van je hou.’
.
‘Ik word als jij, als we in elkaar vergroeien,
ik proef mijn zoen, jouw zoen is nu mijn zoen,
mijn hand jouw buik, jouw buik mijn hand doet gloeien,
wat ik ook doe met jou zal jij weer doen.’
.
Nu woest maar kalm, dan opgewonden klaar,
gefluister, schreeuwen, en doodstil een poosje,
heel knus als lepeltjes in een klein doosje.
.
Zo gaan we op in elkaar,
wij met zijn tweeën weten hoe dat kan:
de man wordt telkens vrouw, de vrouw wordt man.
.
Zo meen ik dat ook jij bent
Jan Hanlo
.
Jan Hanlo (1912 – 1969), onsterfelijk geworden door zijn gedicht ‘Oote’ schreef prachtige gedichten. Ook over de liefde. Hier een voorbeeld van zo’n liefdesgedicht getiteld ‘Zo meen ik dat ook jij bent’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.
.
Zo meen ik dat ook jij bent
.
zoals de koelte ’s nachts langs lelies
en langs rozen
als wit koraal en parels diep in zee
zoals wat schoon is rustig schuilt
maar straalt wanneer ik schouwen wil
zo meen ik dat ook jij bent
.
als melk
.
als leem
en ’t bleke rood van vaal gesteente
of porselein
zoals wat ver is en gering
en lang vergeten voor het oud is
.
zoals een waskaars en een koekoek
en een oud boek en een glimlach
en wat onverwacht en zacht is en het eerste
en wat schuchter en verlangend en vrijgevig
gaaf maar broos is
zo meen ik dat ook jij bent
.
Meisje
Gedichten die mannen aan het huilen maken
.
Door een lezer van mijn blog werd ik opmerkzaam gemaakt op het gedicht ‘Meisje’ van Herman de Coninck. Volgens mijn lezer leidt Huub van der Lubbe dit gedicht op prachtige wijze in, in de bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ van Nick Muller. De bundel ken ik niet maar wil ik nu natuurlijk wel graag hebben. Omdat dit gedicht ook in de bundel ‘De gedichten’ staat kon ik hem wel meteen opzoeken.
En een bijzonder mooi gedicht is het. Daarom voor iedereen die het gedicht nog niet kent, voor iedereen die het gedicht wel kent maar er niet genoeg van kan krijgen en speciaal voor meisjes van veertig (plus).
.
Meisje
.
Jezelf, het besef en meteen ook het lef
dat je dat gewoon kunt hebben en er af
en toe een mening van kunt laten zien
of een borst: hoe vroeg begint dat,
.
en eindigt dat eigenlijk ooit? Vrouwen
zijn gemaakt van meisjes, steken op hun
veertigste nog altijd hun tong uit van vijftien,
worden almaar even jong,
.
kunnen niet niet-verleiden. Zoals poëzie:
een poes die voorzichtig over een toets of tien
van een piano is gelopen en omkijkt:
heb je dat gehoord? Heb je me gezien?
.
O, de meisjesachtigheid van veertigjarige meisjes
hoe ze soms willen, soms niet,
maar eigenlijk altijd, als je het maar ziet.
Waar is de tijd. Hier is de tijd.
.
Invasie
Anna Enquist
.
In de week van de liefdesgedichten vandaag een gedicht van Anna Enquist. Anna Enquist beschrijft in dit gedicht de liefde en de rouw, de pijn en hoe liefde grenzen overwint, ook die van de dood. Uit de bundel ‘Soldatenliederen’ uit 1991 het gedicht ‘Invasie’.
.
Invasie
.
Op de kale helling, wind in mijn haar,
staan wij en je kijkt. Uit alle macht
kijk jij naar mij, beeld van liefde.
.
En ik, ik kruip door je betraande ogen
binnen, glijd langs zenuwbanen, huppel
over myelineknopen; synapsen
ruisen, RNA dwingt eiwitten
zich te groeperen naar mijn beeld:
.
Ik sta gekerfd, gebeiteld in je hersens
tot je sterft, totdat je sterft.
.
Kom terug
Week van de liefdesgedichten
.
Van Toon Tellegen, waarover ik pas nog schreef, wil ik in deze week van de liefdesgedichten ook een prachtig liefdesgedichtje plaatsen. De titel is ‘Kom terug’ en het verscheen in de bundel ‘Er ligt een appel op een schaal’ uit 1999.
.
Kom terug
.
‘Kom terug.’
Als ik die woorden eens zó zacht kon zeggen
dat niemand ze kon horen, dat niemand zelfs kon denken
dat ik ze dacht…
.
en als iemand dan terug zou zeggen
of desnoods alleen maar terug zou denken,
op een ochtend:
‘Ja.’
.
Week van het liefdesgedicht
Zie je ik hou van je
.
Herman Gorter schreef al ‘Zie je ik hou van je / ik vin je zoo lief en zoo licht- / je oogen zijn zoo vol licht, / ik hou van je, ik hou van je.
Liefdespoëzie is van alle tijden. Zolang er mensen zijn en zolang er poëzie wordt geschreven, wordt er liefdespoëzie geschreven. Daarom deze week louter liefdesgedichten op dit blog. Te beginnen vandaag met het gedicht waaruit bovenstaande strofe is genomen van Herman Gorter ‘Zie je ik hou van je…’ uit ‘Verzen’ uit 1987.
.
Zie je ik hou van je …
.
Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht-
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.
.
En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar ervoor.
.
Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.
.
O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees’lijk van je,
ik wou het heelemaal zeggen-
maar ik kan het toch niet zeggen.
.
Tegen het krakende hek
Rutger Kopland
.
In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’. Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.
.
Tegen het krakende hek
.
Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.
Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.
In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,
maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu
bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek
kraakte tegen de opdringende paarden.
.
De tong likt
Carlos Drummond de Andrade
.
Zonder het door te hebben lees ik de laatste tijd regelmatig gedichten die om de een of andere reden vaak een erotische ondertoon hebben. Ik las pas in ‘A joy forever’ de gedichten van Carlos Drummond de Andrade en toen vroeg ik mij af; heb ik niet al eerder over hem geschreven? Dat bleek inderdaad zo te zijn, blijkbaar bevallen zijn gedichten mij. Hier was het om het gedicht ‘De tong likt’ te doen. Uit de bundel ‘De liefde, natuurlijk’.
.
De tong likt
.
De tong likt langs de rode bloembladen
van de meervoudig open roos; de tong
bewerkt een zekere verscholen knop,
weeft vlugge variaties in licht ritme
.
En likt, likt lang, likt langzaam, languit likkend,
de likeurachtige behaarde grot,
bereikt, hoe meer hij likt, hoe meer hij kauwt,
de hemel van de hemel, goud op goud,
.
onder geschreeuw, geblaat, onder het brullen
van vertoornde leeuwen in het woud.
.
Liefde is het enige
Je bent
.
Niets mooiers dan in de donkere dagen voor kerstdagen liefdespoëzie posten. Vrede op aarde en heb je medemens lief en voor die speciale persoon wat extra aandacht. Om je hierin wat inspiratie te geven van Ellen Warmond het prachtige gedicht ‘Je bent’ uit de bundel ‘Tegenspeler tijd’ uit 1979.
.
Je bent
.
Je bent gewoon je bent
gewoon een mens dat is
een warm en onontwarbaar wezen
en toch kun je gebeuren als een wonder
.
want ik heb je geroepen in mijn slaap
ik riep je liefde
.
door eigen honger
in de eigen stem ontwaakt
zag ik: ik heb je niet gedroomd
hier ben je je bestaat
.
ik heb je lief gehad
dit is de nacht
.
ik heb je lief
ik heb je niet bedacht.
.
Hoe te zoenen op straathoeken
Liefdesgedicht
.
Gisteren schreef ik over Anneke Brassinga en ben ik poëzie van haar gaan lezen. Vooral op gedichten.nl staan een aantal fraaie gedichten van haar hand. Toen ik het gedicht ‘Hoe te zoenen op straathoeken’las dacht ik meteen: “Die komt in de categorie liefdesgedichten”. En aldus geschiedde.
Uit de bundel ‘Verschiet’ uit 2001.
.
Hoe te zoenen op straathoeken
Laat op de avond laat het zijn of vroeg
in nanacht, licht liefst ver –
al leent ook paarlemoeren dageraad
aan dit publieke werk subliem cachet.
Het zij een zwijgen van koralen
vergaan van dorst in lafenis –
van wakend ontslapen bevinding wellicht
doe dus vooral de ogen dicht.
Men neme niet de tijd
die schenkt zich wijd en wijd –
in deze zachte voorportalen
heerst onafzienbaar innigheid.
Men neme afscheid evenmin
al is de hoek er om uiteen te gaan –
de weg is geen verwijdering.
men neme alles mee, alleen.
.















