Site-archief
Man met hoed
Lieke Marsman
.
Vandaag trok ik op de tast een bundel uit mijn kast zonder te weten welke dichtbundel het was. Om een gedicht bij puur toeval te plaatsen in de categorie ‘Uit mijn boekenkast”. De bundel die ik uit mijn boekenkast nam was de bundel ‘Man met hoed, gedichten 2005 – 2017’ van Lieke Marsman (1990) uit 2020. In ‘Man met hoed’ zijn haar eerste twee bundels bijeengebracht: ‘Wat ik mijzelf graag voorhoud’ uit 2010 en ‘De eerste letter’ uit 2014. De bundels worden bovendien aangevuld met vroeg en minder vroeg werk, en met enkele vertalingen.
Al lezend in de bundel kwam ik het gedicht ‘Wat ons leeft leeft ons uit’ (oorspronkelijk verscheen dit gedicht in ‘De eerste letter’) tegen, een ietwat raadselachtig gedicht dat je blijft herlezen. Daarom hier dit gedicht.
.
Wat ons leeft leeft ons uit
.
Toen ik vanochtend in je auto zorgvuldig
mijn lichaam bestudeerde, ben ik tot de conclusie gekomen
dat deze blauwe plekken me niet tot mijn recht
doen komen, waarmee ik wil zeggen dat ik
graag meer dan je afdruk zou zijn. Want begrijp jij
twee mensen die zeggen verliefd te zijn, maar slechts
de pinken ineenslaan? Als ik hen kon zijn
voor een avond, zou ik in ons duiken en
het verschil vergeten tussen binnen-
en buitenkant, zowel binnen
als buiten zijn. En als ik mezelf
kon zijn voor een avond, zou ik willen
dat die avond bleef duren. Nee,
.
hoe ben ik ooit weggekomen met een paar
blauwe sproeten, een hoofd dat van
bewondering uiteenspat, verdient
op z’n minst één geamputeerd been – een hoofd
dat zo alleen is.
.
Enquête
Lieke Marsman
.
Lieke Marsman ( 1990) is een Nederlandse dichter. Op de site tirade.nu becommentarieerde en vertaalde ze middels een blog het werk van generatiegenoten. In 2010 verscheen haar debuut ‘Wat ik mijzelf graag voorhoud’ dat in 2011 de C. Buddingh’-prijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs én de Liegend Konijn Debuutprijs won. Vanaf januari 2013 maakt Marsman deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Tirade. Haar tweede bundel ‘De eerste letter’ verscheen in januari 2014 dat gaat over angst-aanvallen. In juni 2017 verschenen twee bundels. Haar eerste roman, ‘Het tegenovergestelde van een mens’, waarin ze essay en poëzie vervlecht, en ‘Man met hoed’, haar verzamelde gedichten en een selectie vertalingen.
Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Enquête’.
.
Enquête
De jongen op straat vraagt
Wat is het mooiste woord
Wat u ooit zei, ik zeg
Heb je even en denk
Aan alles wat ik ooit
Heb gezegd, maar dan
In fragmenten
Stroboscoop
Nachtegaal
Nanoseconde
Ei
Die kleur paars waarvan ik de naam steeds vergeet
Badschuim
Trotseren
Petroleumlamp
Een moment waarop ik niets kan verzinnen
Mag ik even op je blaadje kijken
De vocabulaire hoogtepunten
Van onze medemens
Ik hou van jou
Dat zijn vier woorden
Die streept hij straks weg
En verder
Gezondheid
Baby
Salaris
Liefde
Weekend
Seks
Parterretrap
.
Ondertussen
Lieke Marsman
.
Lieke Marsman (1990) becommentarieerde en vertaalde middels een blog het werk van generatiegenoten op Tirade.nu. In 2010 verscheen haar debuut ‘Wat ik mezelf graag voorhoud’ dat een jaar later de Liegend Konijn Debuutprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de C. Buddingh’ prijs won. Van het boek werden dan ook meer dan 3.000 exemplaren verkocht. Vanaf januari 2013 maakt Marsman deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Tirade. Haar tweede bundel ‘De eerste letter’ verscheen in januari 2014 en gaat vooral over alle mogelijke angsten die de mens kunnen bedreigen. In een gevecht tussen besluiteloosheid en karaktervastheid schrijft ze over liefde, verlies, bang zijn, en vooral over verder willen.
Lieke Marsman heeft een eigen website http://www.liekemarsman.nl/ waar vooral de pagina met door haar vertaalde gedichten zeer de moeite waard is. Uit haar debuutbundel uit 2010 het gedicht ‘Ondertussen’.
.
Ondertussen
.
Ik ga zitten bij een groot raam, ik ga kijken
hoe de rode straatstenen donker worden. eerst
door regen en nog eerder door de wolk
die daaraan vooraf over kwam drijven.
.
Dan zit ik er al een tijdje. Dan
begin ik de muren te ruiken. Aan de uiteindes
van mijn hoofd staat een hotel: mensen lopen in
en uit. Met hun voeten bewegen ze de haren
van het tapijt de donkere kant op, daar
durf ik niet goed iets van te zeggen.
.
Maar iedere dag was ik voor hen mijn beddengoed.
.
En ik kan kijken naar de lucht
alsof iemand erboven met een lepeltje
zijn ei kapot staat te tikken. In wit licht
struift de regen naar beneden. Hier
is het voor altijd droog.
.
Dan kan ik denken:
er komen nog zoveel dagen waarop we
warme broodjes kunnen maken, vandaag
ga ik in de barstjes van het raam groot
en donker als straten worden.
.









