Site-archief

Stadsdichter Maassluis

Jaap van Oostrom

.

Op donderdagavond 23 juni werd  in Buurtcentrum De Hooftzaak Jaap van Oostrom verkozen tot de allereerste stadsdichter van Maassluis. Hij heeft gewonnen van acht andere kandidaten die ook in de race waren voor de titel. De jury  bestond uit een bezoeker van de Hooftzaak Ruud de Goede, de cultuurmakelaar van Maassluis Angela Kok en werd voorgezeten door cultuurwethouder David van der Houwen.

Ik mocht de avond presenteren en voor een volle zaal geïnteresseerden droegen de deelnemers twee gedichten voor. Jaap van Oostrom wist met zijn kenmerkende light verse stijl de jury het meest aan te spreken en werd dan ook gekozen tot de allereerste stadsdichter van Maassluis.

Het stadsdichterschap is voor de periode van een jaar. De stadsdichter moet in dat jaar gevraagd en ongevraagd gedichten schrijven over Maassluis en deze desgevraagd voordragen. Ook worden ze gepubliceerd op Maassluis.nu en worden ze aangeboden aan andere lokale media.

Ooit werd Jaap gegrepen door de poëzie van Toon Hermans. Uit zijn gedichten blijkt dat ook. Licht van toon, woordgrapjes, rijmend maar ook ernstig. Maar ook Willem Wilmink, Jean Pierre Rawie en Annie M.G. Schmidt behoren tot zijn favoriete dichters.  Hieronder een gedicht van zijn website.

.

Dierbare herinnering

.

Op de televisie
in de kamer
staat zij
in zwart-wit,
haar trekken
al vergeeld.

En in de
slaapkamer
is het nachtkastje,
wat zij nog
met hem deelt.

Hij streelt haar
met zachte hand
en kust het
koude glas,

denkend aan
die mooie tijd,
toen zij nog
bij hem was.

.

Jaap van Ooostrom

Foto: David van der Houwen.

Dichter aan huis

Den Haag en Gent

.

Toen ik op mijn huidige adres in Den Haag kwam wonen zag ik op een mooie zondag een groot aantal mensen in de huiskamer van mijn overburen zitten. Op dat moment wist ik niet precies wat er aan de hand was (het waren geen bekende gezichten) maar later begreep ik dat dit één van de adressen was waar het festival ‘Dichter aan huis’ plaats vond.

Vanaf 1991 vond in de oneven jaren het poëziefestival ‘Dichter aan huis’ plaats en in de even jaren de prozavariant ‘Schrijver aan huis’. In 2013 werden beide festivals samengevoegd en bood het programma ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën.

De editie in 2013 was ook helaas de laatste editie. Ondanks dat er ruim 800 deelnemers waren die wandelend en fietsend langs de vijftig locaties in de Archipelbuurt en het Zeeheldenkwartier gingen.

In 2007 was er naast een ‘Dichter aan huis’ in Den Haag ook een editie in Gent. Van deze editie werd, zoals vaker, een bundeltje gepubliceerd. Uit dit bundeltje een gedicht van Luuk Gruwez (eerder gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’ in 2007) met als titel ‘Versterving’.

.

Versterving

.

Als oude mannen over jonge vrouwen kletsen,

dan sijpelt uit hun ooghoeken het fletse licht

van zuigelingen die hun zuigfles missen,

een fopspeen of de tepel van hun moe.

.

Veel meer dan in hun overige lichaamsdelen,

speelt zich haast alles in hun koppen af:

heel dat langdradige en stoffige verleden,

die tamme lusten en die saaie kussen.

.

Als oude venten over jonge vrouwen kletsen,

gaan als vanzelf hun handen wapperen,

hun ogen flakkeren, hun hersens fladderen:

zij hebben eindelijk besloten te beginnen.

.

dichteraanhuis20052

Foto: Diana Ozon

Het mes op de gorgel

C. Buddingh’

.

In een kringloopwinkel in Den Haag heb ik weer een paar mooie vondsten gedaan. Zo kocht ik ‘Het mes op de gorgel’ Gorgelrijmen en andere gedichten van C. Buddingh’ (1918 – 1985). Dit fraaie bundeltje in de zwarte beertjes reeks met een omslagontwerp van Dick Bruna uit 1960 heeft als thema: Nonsens of wat daarvoor door moet gaan.

Op de achterkaft staat te lezen: De Gorgelrijmen van C. Buddingh’, in de tweede wereldoorlog voor het eerst in een clandestiene luxe uitgave verschenen en naderhand talloze malen uitgebreid en herdrukt, behoren stellig tot de meest gelezen hedendaagse Nederlandse poëzie. In deze bundel staan ze voorop, doch ze worden gevolgd door een uitgebreide keuze uit de minder bekende gedichten van dezelfde geestige, speelse en originele poëet.

Uit deze bundel een typisch Buddingh’ rijm ‘De Blobber’.

.

De Blobber

.

De blobber heeft een kop van kalk,

Maar ogen als een neushoornvalk.

.

Hij doet echter graag interessant,

En draagt een bril met gouden rand,

.

Die hij, uit vrees hem te verliezen,

Wanneer hij onverwacht moet niezen,

.

En wijl zijn kop wat steun behoeft,

In zijn halswervels heeft geschroefd,

.

Hetgeen zijn houding tevens iets

Bijzonder statigs geeft, of niets

.

Op deze waereld kan gebeuren

Dat zijn sereniteit kan steuren.

.

gorgel

 

De dichter moet stem worden

Een Magistrale Stralende Zon

.

Poëzie komt in vele vormen en dichters komen in verscheidenheid. De een schrijft in eenzaamheid aan verzen, de ander kwakt iets in alle spontaniteit op papier en kan niet wachten om het aan anderen te laten horen. Voor de een is het publiceren van een eigen bundel het hoogst haalbare, voor de ander telt slechts de performance. Dichters die hun poëzie bijna fluisterend voordragen vanaf het papier versus slamdichters en spoken word dichters.

Het is geen wedstrijd. Voor ieder soort dichter is er ruimte binnen de poëzie. Sommige dichters zijn gezegend met een prachtige pen en voelen zich als een vis in het water voor roerige menigten. Anderen kiezen bewust voor het een of het ander. En dan is er een hele grote groep die beide ambieert.

Voor die laatste groep stond er in het Volkskrantkatern Sir Edmund van 19 september een goed artikel van Aisha Zeijpveld. In dit artikel worden wenken en tips gegeven voor de dichter die graag wil voordragen maar hier of moeite mee heeft of niet precies weet hoe dit te doen.

Wat maakt een gedicht geschikt om voor te dragen? Niet alle gedichten zijn podiummateriaal. Gedichten die iets geestigs of iets aangrijpends hebben doen het vaak goed voor publiek. Maar wees voorzichtig met het opzoeken van de lach, voor je het weet begeef je je op het terrein van de cabaretier en wordt je als dichter niet serieus meer genomen. Een uitzondering hierop zijn de light verse dichters wat mij betreft.

Kies gedichten die een zekere muzikaliteit hebben en herkenbare thema’s (verlangen, liefde, dood) en zorg ervoor dat de gedichten niet te complex zijn. Abstracte, experimentele of hermetische poëzie leent zich nu eenmaal niet goed voor een podium.

Een ander punt is de combinatie publiek en locatie. In een kleine intieme setting kun je je wat subtielere en complexe gedichten veroorloven (ook wat langere) maar sta je in een rumoerige zaal waar je moet concurreren met groepen pratende mensen of een koffiemachine kies dan voor meer verstaanbare, stevigere en luidere teksten.

Maar kijk ook inhoudelijk naar de gedichten die je voordraagt. Passen deze bij het publiek dat je verwacht? En natuurlijk ben je als dichter zelf een belangrijke factor van het welslagen van je voordracht. Hoe sta je voor een publiek? Ken je je gedichten uit het hoofd en kun je tijdens de voordracht het publiek goed aankijken of lees je alles voor van papier, slecht articulerend, te snel en murmelend?

Als je hierover van te voren goed nadenkt kan dat je voordracht in positieve zin beïnvloeden.Of zoals in het artikel staat “de dichter moet helemaal opgaan in de poëzie en moet eigenlijk alleen nog maar stem worden”.

Als je als dichter erin slaagt je gedichten die toon, muzikaliteit, sfeer en schwung mee te geven dat ze gaan zingen dan kan het gebeuren dat de vonk overspringt en er die magische sfeer ontstaat waar je op hoopt. Dat zijn voor de dichter en het publiek de bevredigendste optredens, waarin iedereen één wordt met het gedicht.

Natuurlijk sluit ik dit stuk af met een gedicht, van een dichter die niet alleen de pen maar vooral ook het podium beheerste. Johnny van Doorn. Uit: ‘De tijdgeest’ van Johan van der Keuken het gedicht ‘Een magistrale Stralende Zon’.

.

johnny1-1

.

Ongehoord!

Quirien van Haelen

.

Op zijn website http://quirien.com/ kun je zijn biografie in meerdere vormen lezen. Ik volsta hier met: zijn werkelijke naam is Frits Criens jr. (1981), sinds 2001 publiceert hij gedichten en schrijft hij voor o.a. MTV en BNN. In de dikke Komrij van 2004 is hij als jongste dichter opgenomen. Quirien schrijft Light Verse en omdat morgen het Ongehoord! podium in de bibliotheek van Rotterdam weer een editie beleeft het volgende gedicht van zijn hand.

.

Held

.

Hij keek bezeten, ziekelijk, gestoord

Alsof hij net nog iemand had vermoord

Vandaar dat ik hem maar niet tegensprak

Toen hij mijn zonnebril in tweeën brak

Maar in mijn hart vond ik het Ongehoord

.

Quirien

logo_nieuw

Ivo de Wijs

Sonnet

.

Vandaag wil ik graag de koning van de Light Verse in het zonnetje zetten namelijk Ivo de Wijs (1945). Ivo de Wijs is oud-leraar Nederlands, cabaretier, tekst- en liedjesschrijver, en radiomaker. Als dichter en samen met andere dichters (bijvoorbeeld Drs. P.) is hij verantwoordelijk voor vele mooie en bijzondere bijdragen aan de Nederlandse liedkunst en poëzie.

Uit ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ uit 1985 het gedicht ‘Sonnet’.

.

Sonnet

.

Ze wil me overwegend niet geloven

Als ik oprecht zeg dat ik haar bemin

Ze schenkt me, spottend lachend, nog ‘ns in

Of schampert:’Zit je niet zo uit te sloven!’

.

De mooie pathetiek van ons begin

Borrelt bij mij nog af en toe naar boven

Maar wordt door haar met liefde weggewoven

Het hoeft niet meer, we zijn nu een gezin

.

Het hoeft niet meer, want tussen haar en mij

Werd het gewone, bijna ondermaatse

Het dagelijkse tot een soort symbool

.

Wat hield ik van haar toen ze onlangs zei:

‘Ik moet een nieuw spiraaltje laten plaatsen

Haal jij vandaag de kinderen uit school?’

.

Ivo

 

200

Binnenstadboogie

Recensie

.

Alexander Franken, de sympathieke dichter/singer-songwriter uit Den Haag, heeft bij U2pi zijn nieuwe bundel Binnenstadboogie gepubliceerd met gedichten en liedteksten. Op de achterkant van de bundel staat te lezen: ‘Alexander schrijft wat in hem opkomt. Soms is dat kort, lang, grappig, serieus, muzikaal, werelds.’

Na lezing van de bundel kan ik dit beamen. Binnenstadboogie is gevuld met bekend werk van Alexander (gedichten en liedjes die hij regelmatig op allerlei podia ten gehore brengt) maar ook (voor mij) onbekend werk. Van kort (drie korte zinnetjes) tot lang (meerdere pagina’s), Haags (daarover straks meer), grappig en serieus (zeker) en werelds.

Bundels als deze hebben vaak een thema of een rode lijn maar in Binnenstadboogie is dat vooral de mens Alexander Franken. Dat hij niet alleen dichter is maar (misschien wel vooral) singer-songwriter blijkt voor mij uit het feit dat bij veel teksten je bijna automatisch een muzikale lijn, een melodie in je hoofd krijgt waarop de tekst gelezen kan worden. Dat veel van zijn teksten rijmen draagt hier zeker aan bij. In zekere zin is een deel van zijn teksten als light verse te betitelen.

Als mede Hagenees kan ik ook veel van de teksten plaatsen. gedichten/liedteksten met titels als Scheveningen, Paleis Noordeinde, Zeebenen in de tram, Haags hart, De Oude Mol en Nu de duinen rusten zijn voor de inwoner van Den Haag pareltjes van herkenning en voor de niet Hagenaar/Hagenees een mooie reden om de Hofstad te bezoeken of te (leren) ontdekken.

Met veel liefde en warmte schrijft hij over zijn stad en haar inwoners. Vaak op een persoonlijke toon (Kees, Klaas, Maarten, Saskia en Bram, we leren ze allemaal via Alexander kennen) of in een beschrijving van situaties die Alexander meemaakt.

Ook de liefde komt regelmatig aan bod, het verlangen, de hoop, de hunkering. De liefde voor mensen en voor dingen, plaatsen. Zelfs uit het genadeloze gedicht Zoetermeer (waar ik ben opgegroeid en ook nog eens in de wijk Palestijn) blijkt een “Haagse liefde”.

Binnenstadboogie heb ik in één ruk uitgelezen maar met de wetenschap dat ik de bundel nog vaak even zal oppakken om een tekst terug te lezen of uit te citeren. Alexander Franken is geen dichter van de grote poëzie, zijn teksten neigen vaker naar liedteksten of anekdotes dan naar gedichten maar ik heb er van genoten. De poëtische teksten die ook in de bundel staan krijgen misschien daardoor juist wel een extra lading.

Omdat ik zelfspot een prachtige eigenschap vind, hier het gedicht ‘Zoetermeer’.

.

Zoetermeer *

.

Buien lusteloosheid

dalen op mij neer

als iemand mij verteld

“U nadert Zoetermeer”

.

De architect die dat bedacht heeft

was aan de drugs of straalbezopen

waarom heeft hij geen galg bedacht

om hem aan op te kunnen knopen

.

Een wijk heet er Palestijn

daar durft geen jood te komen

maar ook de vrome moslims

willen er niet wonen

.

Het Stadshart klopt er niet

.

De mensen zijn er chagrijnig

gelijk moet je ze geven

er valt toch niets te lachen

als je in Zoetermeer moet leven

.

Ik wou dat er een eind aan kwam

dus bad ik : “Lieve heer,”

“Als u ooit nog iets gaat scheppen”

“schep dan geen Zoetermeer”

.

* Met dank aan René Geerlings

AF

Meer informatie over Alexander Franken en de bundel staat op zijn website http://www.alexanderen.nl 

Dag van de Limerick

Edward Lear

Limericks worden al  heel lang en heel veel geschreven. De oudst bekende tekst in deze vorm (van 5 regels met een vrij strak metrum, twee drievoetige amfibrachen, twee regels amfibrachen en jambe en afgesloten door weer een drievoetige amfibrachys)  dateert uit de 13e eeuw en is een gebed in het latijn van Thomas Aquinas en gaat als volgt:

.

Sit vitiorum meorum evacuatio
Concupiscentae et libidinis exterminatio,
Caritatis et patientiae,
Humilitatis et obedientiae,
Omniumque virtutum augmentatio

.

In 1846 publiceert de Engelse kunstenaar, illustrator, musicus, schrijver en dichter Ewdard Lear (1812-1888)  ‘A Book of Nonsense’ met daarin light verse in de vorm van Limericks. Dit boek is zo populair dat er drie drukken van verschijnen. Edward Lear gebruikte de term Limerick overigens niet.

.

There was a young fellow named Lear
Who invented Limericks, we hear,
so now we converse
in humorous verse
on Limerick Day every year

.

Hoe deze vorm van nonsens poëzie zijn naam heeft gekregen is niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat deze verwijst naar de stad Limerick in Ierland. De eerste verwijzing naar de term Limerick komt uit 1880 uit Saint John, New Brunswick krant waar een dergelijke vorm op de wijze van een lied ‘Won’t you come to Limerick’ wordt vertolkt (destijds een zeer bekend lied).

.

There was a young rustic named Mallory,
who drew but a very small salary.
When he went to the show,
his purse made him go
to a seat in the uppermost gallery.

.

In Nederland werd de Limerick geïntroduceerd door Ko Donker in 1911 en populair gemaakt door André van Duin, die zijn Ep Oorklepshow altijd eindigde met een aantal gezongen Limericks.

.

Een volslanke dame uit Asten
Wilde niets weten van vasten.
Want zij had veel trek
In lekkere snack.
En liever de lusten dan lasten

.

Toen ik in 2014 in het plaatsje Limerick was schreef ik de volgende Limerick:

.

Op een eenzame plek* in Ierland

maakte een dichter zichzelf van kant

gestopt met het eeuwige zoeken

en omringd door heilige boeken

want je weet maar nooit waar je belandt

 

* betekenis van het woord Limerick

.

Vandaag, 12 mei, dus Limerick day of de dag van de Limerick op de dag dat Edward Lear in 1812 werd geboren.

.

limerick

Limerick-Day

Met dank aan Wikipedia

 

De kleine Pieterse

Jan J. Pieterse

.

Soms kom ik ineens een boekje of bundel tegen die ik bijna vergeten was. Zo ook vandaag. Het betreft hier het kleine bundeltje ‘De kleine Pieterse, een krijgertje’ van Jan J. Pieterse. De titel klopt wel want volgens mij heb ik dit bundeltje ooit eens ergens cadeau gekregen. Dit bundeltje is uitgegeven door Novella in 1998 en bevat ‘miniatuurtjes en kindergedichten voor volwassenen’ zoals op de achterflap staat te lezen. Ik zou de gedichtjes in dit bundeltje rangschikken onder de noemer light verse. Jan J. Pieterse is theaterjournalist voor het Haarlems Dagblad (in 1998 toch) en podiumpresentator van de Cabarestafette.

Dit bundeltje moeten we zien als een opstapje naar zijn bundels voor volwassenen. Wie weet. Uit dit aardige bundeltje een paar gedichtjes.

.

De pupil:

.

Natuurlijk hebben jullie

niks tegen mij.

Dat weet ik wel.

Maar waarom moet ik

altijd de elftalfoto nemen?

.

Ook tijdens het spel.

.

De zoon:

.

Als kind moest ik

altijd huilen als

mijn vader wegging.

.

Van mijn moeder.

.

De maatschappelijk werker:

.

‘Je vader is een motherfucker,

jongen, je hebt gelijk.

En gelukkig maar!

Veel ouders doen het namelijk

nóóit meer met elkaar’.

.

pieterse 2

Pieterse

Nonsensgedichten

Nico Scheepmaker

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘het lichte gedicht’ De grappiste en gekste gedichten van Nederland en Vlaanderen. In deze bundel tal van heerlijke nonsensgedichten als deze van Ingmar Heytze:

 

Short rap

De grootste motherfucker

is toch altijd nog je vader.

.

Of deze van Cees Buddingh

.

Zeer vrij naar het chinees

de zon komt op. de zon gaat onder.

langzaam telt de oude boer zijn kloten.

.

Kortom veel gedichten met een vrij hoog meligheidsgehalte. Maar ook prachtige voorbeelden van allerlei grote dichters uit het taalgebied zoals het gedicht ‘Wereldkampioen’ van Nico Scheepmaker.

.

Wereldkampioen

.

Dat hockey met een stokkie wordt gespeeld

en iedereen zich daarbij dood verveelt

is, dacht ik, nu wel algemeen bekend,

al is het een gedachte die nooit went.

.

Wij willen het niet weten, want zo’n sport

komt niet alleen in speelduur al te kort,

maar kampt ook met een uitgedund publiek

dat clublid is dan wel familieziek.

.

Alleen als onze meisjes moeten knokken

– in overigens verrassend korte rokken-

voor ’t wereldkampioenschap met de mof,

is het publiek nog wel bereid te komen

om even bij die meisjes weg te dromen,

al nemen zij de bal nooit op hun slof!

.

oranje-dames-hockey

Vooruit, nog één om het af te leren van Bert Voeten.

.

Driewieler

geen vier

en geen twee-

daartussenin

.

driewieler