Site-archief

Poëzie museum

Virtuele poëzie

.

Via mijn Probiblio collega Ineke kreeg ik de tip over het Poëzie museum. Toen ze me vertelde wat dit precies was, werd ik meteen enthousiast. Het Poëzie museum werd op 1 april 2017 (geen grap) geopend aan het Museumplein in Amsterdam. Het is in feite een onzichtbaar museum, totdat je de app download (IOS en Android). Wanneer je dan ergens op het Museumplein de app opent vormt zich een wereld vol poëzie voor je ogen door middel van Augmented Reality. Je richt je telefoon of tablet op een plek op het Museumplein en voor je ogen verschijnen gedichten van 10 Nederlandse dichters op je scherm terwijl je nog steeds naar de plekken op het Museumplein kijkt.

Het Poëzie Museum is een initiatief van Internationational Silence. (Twan Janssen en Johannes Verwoerd). International Silence initieert en ontwikkeld culturele projecten op het snijvlak van kunst en design. Zij vroegen dichter Anna Enquist om als curator op te treden van dit virtuele museum.

Anna Enquist selecteerde tien Nederlandse dichters: Ida Gerhardt, Annie M.G. Schmidt, Gerrit Kouwenaar, Elly de Waard, Neeltje Maria Min, Leonard Nolens, Eva Gerlach, René Puthaar, Menno Wigman en Alfred Schaffer. Iedere dichter krijgt een eigen paviljoen, dat zes gedichten in 3D  toont. 24 uur per dag kun je de ruimtelijke gedichten lezen via telefoon of tablet.

Inmiddels is er al een uitbreiding gekomen van de makers van deze app namelijk een virtueel poëziepanorama in park Doornburgh in Maarssen onder de titel ‘Wat blijft’. Uitgangspunt hierbij is de gelijknamige tekst van Spinvis, deze kun je al lopend door het park virtueel lezen.

.

Wat blijft

De afstand blijft
De vangrail blijft
De populieren gaan
De helden gaan
Augustus blijft

Getuigen gaan
Gefluister gaat
De conversatie staakt
De Noordzee gaat
Het weergaloze blijft

Het doorgaan blijft
Voorlopig blijft
Al vroeg gegaan naar dierentuin, toen
Weggebracht naar busstation
Gezwaaid

Een sigaret
De bomen gaan
Het ruisen blijft

En als het soms
En dank u wel
En of ze ooit nog schrijft

Het landschap gaat
Het uitzicht blijft

We vinden ons
Het vinden blijft
Twee zomerarmen wijd
De schaduw gaat
De schemer blijft altijd

Het drinken blijft
Het drinken blijft
Ik hoorde dat, ach ook laat ook maar
Gewoonste gang van zaken
Zet de hond
Aan wie dan ook

Ze blijven hier
Ze hangen rond
De vaders gaan
De namen gaan
Na verloop van tijd
De duinen gaan
Het eiland blijft

Onderste drie foto’s: Ineke Goedhart

Van deze plaats af kan ik alles horen

Dichter van de maand april

.

Vandaag de laatste dichter van de maand (voorlopig). Vanaf mei zal ik op zondag een dichter of gedicht op verzoek plaatsen in de categorie ‘Dichter op verzoek’. Heb je een gedicht of een dichter waarvan je vindt dat deze wel wat extra aandacht verdient, laat me dit dan weten, reageer op deze post of laat het me via Facebook, Twitter of Instagram weten. Nu dus de laatste keer een gedicht van dichter van de maand april Neeltje Maria Min. Een gedicht uit haar bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ uit 1966 getiteld ‘Van deze plaats af kan ik alles horen’.

.

Van deze plaats af kan ik alles horen

.

Van deze plaats af kan ik alles horen.
Ik hoor de tafel kraken onder het gewicht van borden.
Ik hoor dat er kinderen worden geboren.
Steeds hoor ik kinderen geboren worden.

De kamer vult zich met geluid.
Ik hoor het roesten van het slot.
Ik hoor het rotten van het fruit.
Steeds hoor ik hoe het fruit verrot.

Ik kan alleen maar luisteren en zwijgen,
alleen maar luisteren naar wat mijn vader leest.
Elk woord begint met dat onrustig hijgen.
Ik ben er niet. Ik ben er nooit geweest.

.

Als wat wij zagen

Dichter van de maand april

.

Het voorlaatste gedicht in april van de dichter van de maand Neeltje Maria Min is het gedicht ‘Als wat wij zagen’. Door de afbrekingen een misschien in eerste instantie wat minder toegankelijk gedicht maar na een tweede en derde lezing wordt het vanzelf duidelijk. Uit de bundel ‘Kindsbeen’ uit 1995 dit gedicht.

.

Als wat wij zagen

.

Als wat wij zagen in de mouw
van die tot vod gedragen,
die visgraat, die nederige
vermomming van mijn moeder,
die waar geen knoop meer
aan zat maar toch sloot,
die oude grijze in zich-
zelf gekeerde winter-,
zou onze toekomst zijn:
zo duister en bekend,
zo splinternieuw.

.

Hier gebeurt niets

Ben jij het

.

Het gedicht van de dichter van de maand Neeltje Maria Min van vandaag laat zien dat een goed gedicht over echt van alles kan gaan en zelfs hele banale of op het oog onbelangrijke gebeurtenissen op een poëtische manier kan beschrijven.

Uit  2010 het gedicht ‘Ben jij het’.

.

Ben jij het

Ben jij het vroeg ik de dode
die in de deuropening stond.
Iets donkers bewoog in het donker:
Ik ben het, ik ben het.

Ja, wie anders krijgt het in zijn hoofd
om in het holst van de nacht
zijn opwachting te maken.
Mijn hand vond zijn wang. Zeker
een week niet geschoren. Maar
hij was het, hij was het.

.

NLMD02_M-00936-IV-158, 27-07-2007, 15:07, 8C, 4086×3138 (1899+3104), 100%, LMzw2, 1/100 s, R52.5, G33.6, B41.9

Nooit wacht er een man op een vrouw

Neeltje Maria Min

.

Het gedicht van de dichter van de maand april, Neeltje Maria Min, is dit keer het gedicht ‘Nooit wacht er een man op een vrouw’ uit de bundel ‘Kindsbeen’ uit 1995.

.

Nooit wacht er een man op een vrouw

Nooit wacht er een man op een vrouw.
Een man gaat naar zee of hij vecht
of hij komt in een afgrond terecht.
Mannen gaan altijd weg.

Op een balkon speurt een vrouw,
de hand aan haar slaap,
de horizon af: Komt hij gauw?

De wacht zet zich voort
op luchthaven, kade, perron
en bij de gevangenispoort.

Eerlijk, het wachten viel licht
als hij terug is waar het begon.
Ze vertrouwt het vertrouwde gezicht.
Haar zeeman, haar dief, haar soldaat,
haar dappere ontrouwe lief
die het niet helpen kon.

.

Dichter van de maand april

Neeltje Maria Min

.

In april zal Neeltje Maria Min mijn dichter van de maand zijn. Min heeft niet heel veel gepubliceerd, sinds 1966 toen ze heel Nederland verbijsterde met haar debuutbundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ publiceerde ze nog maar 4 bundels. In 1989 verscheen ‘De gedichten’ met daarin behalve haar debuut ook de bundel ‘Een vrouw bezoeken’ en ‘De ballade van Kastor Elim Wolzak’. De laatste is niet eens een bundel maar eerder een wat langer gedicht van 3 pagina’s.

Uit ‘Een vrouw bezoeken’ koos ik voor het gedicht zonder titel maar met de beginregel ‘Zij stonden voorovergebogen’.

.

Zij stonden voorovergebogen,

voorhoofd aan voorhoofd.

Daaronder bewogen

handjes en voetjes.

Een zieltogend lijfje,

een kindje van vijf.

.

Zij spraken, maar spraken in scherven.

Zij schoven uit hun groot gezicht,

dat als een dak boven mijn ogen hing,

woorden van een gedicht

in omgekeerde volgorde.

.

Ik was hun kind.

Ik voelde me verplicht

om weer gezond te worden.

Ik sidderde nog eenmaal en besloot:

Ik ben hun kind,

ik ga nog lang niet dood.

.

 

Neeltje Maria Min

Wak

.

Neeltje Maria Min (1944) haar eerste gedichten werden gepubliceerd onder het pseudoniem Sophie Perk, verwijzend naar Jacques Perk in 1964 in het Nederlands cultureel en literair tijdschrift De Gids, twee jaar later gevolgd door enkele gedichten in het literair tijdschrift Maatstaf. Haar eerste bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’, uit 1966 was met een oplage van 7000 exemplaren meteen een groot succes. Haar gedichten daarin gaan over liefde en dood en over de verhouding tussen ouder en kind.

Haar vijfde en vooralsnog laatste bundel verscheen in 1995 en was getiteld ‘Kindsbeen’. Uit deze bundel, die in 1996 de publieksprijs won komt het titelloze gedicht waarbij ik meteen een beeld had. Een beeld dat je tegenwoordig steeds minder vaak te zien krijgt namelijk een wak in het ijs met in dat wak een obstakel dat door het ijs gevangen is.

.

Een toegetakeld wak,

een hinderlaag van ijs.

Het tabernakel geeft

niet prijs wat het heeft ingelijfd.

.

Waar roestig ijzer schrijft,

waar tekening begint

van lijn en hapering,

houdt wind de adem in en snijdt.

.

Hier is het wachten op:

Het einde van de tijd,

een kilte die ontdooit,

de dag waarop hij vleugels krijgt.

.

kindsbeen

SONY DSC

SONY DSC

Neeltje Maria Min

Twee zusjes

.

Lezend in de bundel ‘De gedichten’ van Neeltje Maria Min kwam ik een gedicht tegen over twee zusjes. Nu heb ik twee zusjes als dochters en ik zag meteen voor me wat Neeltje Maria Min bedoelde. Daarom dit gedicht ‘Twee zusjes zitten voor het raam’.

.

Twee zusjes zitten voor het raam.

Eén leest. De ander luistert.

Haar handje schuifelt door het haar.

Er is nog even samenhang

maar dan ontgaat haar het verhaal.

De duim blijft steken tussen mond en kin.

De oudste leidt met zachte dwang

haar zusje weer het sprookje in.

.

NMM

Fragment

V weekeinde

.

In de Volkskrant, in het V weekeinde katern,  een groot artikel/interview met Kira Wuck, zeer succesvol met haar debuutbundel en in maart 2011 nog op het Ongehoord! podium. Daarnaast las ik in de bijdrage van Jean-Pierre Geelen, refererend aan de bijdrage van Peter R. de Vries aan de televisie van 2012 de volgende zinnen:

.

Noem mij, bevestig mijn bestaan

laat mijn naam zijn als een keten

noem mij, noem mij, spreek mij aan

o, noem mij bij mijn diepste naam

.

Er stond geen verwijzing naar de dichter maar wij weten natuurlijk allemaal dat dit uit ‘Mijn moeder is mijn naam vergeten’ komt van Neeltje Maria Min. En omdat het zo’n prachtig gedicht is hier de hele tekst.

.

mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?
.
Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
.
Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

.

Uit: Voor wie ik liefheb wil ik heten, 1966

bundel