Site-archief
Vóór een madonna
Oda Blinder
.
Van de Curaçaos-Nederlandse dichter Oda Blinder (1918-1969) is in 2024 de bundel ‘Curaçao bij nacht’ verschenen met 35 niet eerder gepubliceerde gedichten. Oda Blinder (pseudoniem van Maria Yolanda Corsen) debuteerde in 1944 in het Curaçaose literaire blad De Stoep met drie gedichten. Ze publiceerde onder haar pseudoniem dat de drijvende kracht van De Stoep, Chris Engels, voor haar had bedacht. Tot het stoppen van dit literaire magazine bleef Blinder regelmatig in De Stoep publiceren. Hierna publiceerde ze nog in de Antilliaanse Cahiers in 1956 en in een aflevering van het tijdschrift Simadán uit 1961. Ze schreef ook enkele gedichten in het Engels en in het Spaans.
Pas in 1968, een jaar voor haar overlijden, kwam haar debuutbundel uit ‘brieven van een curaçaose blinde en andere gedichten‘ op initiatief van twee zussen van Oda. In de jaren na haar dood werd de bundel herdrukt, herzien en aangevuld. Haar gedichten zag Blinder als simpel, en tegelijkertijd wist ze heel goed waartoe zij dichtte. Haar gedichten waren ook de neerslag van een strijd. Dat poëtische gevecht zorgde ervoor dat zij als eerste vrouw een belangrijke stem werd binnen de Nederlandstalige Curaçaose literatuur.
Frank Martinus Arion schreef over haar in 1959: “Oda Blinder dicht uit noodzaak, groter dan roeping; poëzie is voor haar minder kunstuiting, het schrijven van poëzie geen kunstbeoefening, maar vervanging van een groot levensgemis.”
In 2024 verscheen dus de bundel ‘Curaçao bij nacht’ waarin 35 gedichten zijn opgenomen die Oda Blinder, ten tijden van het verschijnen van haar debuutbundel al had opgenomen op een audiocassette. Die audiocassette is teruggevonden en de gedichten zijn nu te lezen. Uit deze bundel koos ik voor het gedicht ‘Vóór een madonna’.
.
Vóór een madonna
.
tintelend
grijpen kinderhanden
naar de omvang
van uw wezen;
onbeschroomd
zijn hun verlangens,
onbesmet
de kuise stilte
die hun weelden
om u weven.
.
Het liegend konijn
Serge van Duijnhoven
.
Het Liegend Konijn is een tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie onder redactie van Jozef Deleu. Twee keer per jaar – in april en oktober – brengt het blad een gevarieerd beeld van onze actuele Nederlandstalige poëzie. Het bevat uitsluitend nieuwe, niet eerder gepubliceerde gedichten: uit het nest geroofd, zoals op de website van het tijdschrift te lezen is. Het eerste nummer verscheen in 2003 en elke uitgave is eigenlijk een gedichtenbundel op zich maar dan met gedichten van verschillende dichters. Mooi uitgegeven door Van Haewyck, Leuven & Meulenhoff leest elk exemplaar heel prettig. Je kunt een abonnement nemen op dit tijdschrift (€ 35,- per jaar) of de nummers los kopen (€ 17,50). Met gemiddeld 150 pagina’s is dat een hele mooie prijs voor zoveel poëzie.
Uit het oktober exemplaar van 2005 (jaargang 3 nummer 2) koos ik voor een gedicht van Serge van Duijnhoven. Serge ken ik al heel lang (van lezen) en wat minder lang (van correspondentie). Zo schreef ik in 2014 nog een recensie van zijn bijzondere bundel en cd ‘Vuurproef’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/02/24/dichters-dansen-niet-2/
Uit Het Liegend Konijn koos ik voor zijn gedicht ‘Paragoniet’ (een mineraal met een parelachtige gloed).
.
Paragoniet
.
Er is te weinig weinig. De vergevingsgezindheid
van het niets waarin wij, als we eveneens
niets zouden zijn, zouden passen.
.
Begraaf mijn lot in het stof.
Begraaf mijn lot in perceptie.
Begraaf mijn lot in de handen
.
van een vadsige God
die handelt in de Liefde per opbod:
de aandelenzwendel van Eros.
.
‘Funny how dreams can die…’ zingt Astrud Gilberto
in eem van haar bossanova cantates.
Maar het tegenovergestelde is juist opmerkelijk:
.
‘Funny how dreams can survive…’
De onverbeterlijke neiging van de mens
om te willen geloven in illusies, tegen beter weten in.
.
We zijn aan verschillende onverzoenbare machten
ten prooi. Niets komt terecht. Niets is terecht.
En wat je verdient heeft er niets mee te maken.
.





