Site-archief
Het mes op de gorgel
C. Buddingh’
.
In een kringloopwinkel in Den Haag heb ik weer een paar mooie vondsten gedaan. Zo kocht ik ‘Het mes op de gorgel’ Gorgelrijmen en andere gedichten van C. Buddingh’ (1918 – 1985). Dit fraaie bundeltje in de zwarte beertjes reeks met een omslagontwerp van Dick Bruna uit 1960 heeft als thema: Nonsens of wat daarvoor door moet gaan.
Op de achterkaft staat te lezen: De Gorgelrijmen van C. Buddingh’, in de tweede wereldoorlog voor het eerst in een clandestiene luxe uitgave verschenen en naderhand talloze malen uitgebreid en herdrukt, behoren stellig tot de meest gelezen hedendaagse Nederlandse poëzie. In deze bundel staan ze voorop, doch ze worden gevolgd door een uitgebreide keuze uit de minder bekende gedichten van dezelfde geestige, speelse en originele poëet.
Uit deze bundel een typisch Buddingh’ rijm ‘De Blobber’.
.
De Blobber
.
De blobber heeft een kop van kalk,
Maar ogen als een neushoornvalk.
.
Hij doet echter graag interessant,
En draagt een bril met gouden rand,
.
Die hij, uit vrees hem te verliezen,
Wanneer hij onverwacht moet niezen,
.
En wijl zijn kop wat steun behoeft,
In zijn halswervels heeft geschroefd,
.
Hetgeen zijn houding tevens iets
Bijzonder statigs geeft, of niets
.
Op deze waereld kan gebeuren
Dat zijn sereniteit kan steuren.
.
Driehoek
Onbegonnen werk
.
Deze zondag een gedicht van Herman de Coninck uit zijn bundel ‘Onbegonnen werk, gedichten 1964 – 1982’ uit 1984 met de titel ‘Driehoek’.
.
Driehoek
.
Het leek wel een goeie driehoeksverhouding:
ik hield van jou
en van mij.
.
Ik hield van jou zoals je dat alleen maar
voor het eerst doet: alsof het elke keer
voor het laatst is.
.
Ik hield van jou om de manier waarop ik je
in alle stàten bracht,
in België, Frankrijk, Nederland, Joegoslavië,
geluk was inderdaad zo uitgestrekt als hele landen
en telkens net zo onderling verschillend.
.
Ik hield van jou om de manier waarop je,
over mijn schouder meelezend, kon zeggen:
jaja, schrijven hoe goed je het kan,
dàt kan je wel, maar laat maar eens zien.
.
En ik hield van mij, o, wat hield ik
even nadien van mij, want hoe zalig was het
mezelf te zijn
in jouw armen.
.
Each X Other
Gedichten op kledingstukken
.
Het Parijse modelabel Each X Other heeft in de opzet van haar collectie voor 2015-2016 (FW 15-16) opnieuw gezocht naar het concept ‘Art meets fashion’. Men heeft dit onder andere gedaan met de conceptuele band ‘Liquid Architecture en met de dichter en contemporain kunstenaar Robert Montgomery.
Over Robert Montgomery schreef ik al eerder (op 21 februari 2013) maar toen betrof het billboards en publieke communicatiemogelijkheden die hij gebruikt om zijn poëzie onder de mensen te brengen. Zijn poëzie bespreekt, viert en berispt gelijktijdig het moderne leven en legt op die manier schrijnender dan ooit aan ons uit hoe het zit met het moderne leven.
Uit de FW 15-16 collectie een t-shirt en een trui waarop een gedicht en een fragment van een gedicht van Montgomery is aangebracht. Het gedicht op het t-shirt is te lezen op de laatste foto.
.
Alle kleding in deze collectie is te vinden op:
http://www.each-other.com/download/press/fw15/04_LINESHEET/EachxOther_Linesheet_FW15.pdf
Onderstroom
Voordracht bij presentatie bundel
.
Op zondag 15 november wordt in Tabak en gemak op het Dorpsplein 20 in Rockanje de debuutbundel van Greta Lugtmeier gepresenteerd met de titel ‘Onderstroom’. Zij heeft een aantal dichters gevraagd om hieraan luister te geven waaronder ook ik. De dichters die samen met Greta het programma invulling zullen geven zijn: Niels Snoek, Sabine Kars, Joh Muller, Marijke van Geest en ikzelf dus. Anna Schenk en Juul Kortekaas delen hun tweespraak over de zee en de poëtische muziek is in de handen van De Troubabrours.
De inloop is vanaf 13.30 en het programma begint om 14.00. De toegang is gratis.
.
Van één van de dichters, Sabine Kars (http://sabinekars.nl/) het gedicht ‘er is niet één manier’.
.
Er is niet één manier
.
er is niet één manier
om een afscheid te oefenen
te proeven hoe de bodem smaakt
.
en er vervolgens uiteraard geen raad mee weten
maar betegeling roept nog altijd weerstand op
.
de avond viel in onvoltooide delen
geen ruimte meer om langer in het zicht
en onbedoeld samen te bestaan
.
het is niet zeker of we nog werden waargenomen
roerloos – na die laatste beweging tegen negenen
.
doorschijnend
en de knieën opgetrokken
.
huidgespannen
schuilplaatsen
in het nachtlicht
.
Cult dichter
Weldon Kees
.
De cult dichter of cult poet Weldon Kees (1914 – 1955) was enig kind van een Duitse vader en een Amerikaanse moeder. Behalve dichter was hij schilder, literair criticus, romanschrijver, toneelschrijver, jazz pianist, korte verhalen schrijver en filmmaker. Ondanks zijn korte leven wordt hij gezien als één van de meest belangrijke dichters van het midden van de vorige eeuw met generatiegenoten als John Berryman, Elisabeth Bishop en Robert Lowell. Zijn werk heeft veel invloed gehad op dichters in generaties na hem en is opgenomen in vele bloemlezingen.
Zijn poëzie, vooral in de laatste periode van zijn leven was sardonisch en confessioneel. Ondanks dat hij in kringen van de San Francisco Renaissance verkeerde. Kees verdween vervolgens onder verdachte omstandigheden. In 1955 vond de politie van San Francisco zijn auto bij de Golden gate Bridge met de sleutels in het contactslot. Twee vrienden van hem gingen naar zijn appartement om hem te zoeken. Daar troffen ze slechts zijn kat Lonesome aan, een paar rode sokken in de wastafel. Zijn portemonnee, zijn horloge en een slaapzak ontbraken. Er was geen geld van zijn rekening met 800 dollar opgenomen en geen afscheidsbrief. Na dit incident heeft nooit iemand meer iets van Weldon Kees vernomen.
The porchlight coming on again,
Early November, the dead leaves
Raked in piles, the wicker swing
Creaking. Across the lots
A phonograph is playing Ja-Da.
.
An orange moon. I see the lives
Of neighbors, mapped and marred
Like all the wars ahead, and R.
Insane, B. with his throat cut,
Fifteen years from now, in Omaha.
.
I did not know them then.
My airedale scratches at the door.
And I am back from seeing Milton Sills
And Doris Kenyon. Twelve years old.
The porchlight coming on again.
.
.
Schilderij van Weldon Kees uit 1949 getiteld ‘8XX’
.
Nieuw gedicht
Taal tonen
Ze praat niet zomaar, ze
praat als bloed
dat zuurstof met zich meedraagt
als brandstof voor het hart
haar woorden zijn niet slecht
gekozen, niet in haar mond gevallen
uit het niets, ze
dragen haar boodschap, haar
vragen en opmerkingen, als kristal
zo zuiver, breekbaar ook, ze
doet geen concessies, glas is
haar te dun, toonloos ook
en wie haar goed beluistert,
het oor gericht op zoveel waarheid,
kan alleen maar meezingen op haar
tonen, of mee neuriën
tot haar taal zich heeft vastgezet en
resoneert, rest slechts
het zorgvuldig luisteren
om te begrijpen
.
O, dat ik ooit nog eens
J. Eijkelboom
.
De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart 2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter). Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.
.
Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.
.
O, dat ik ooit nog eens
O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.
Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.
0, klonk het nog eens ongehinderd.
.
Weemoed
Zondag
.
Op de dag die ik nog altijd speciaal vrij hou voor een gedicht van de grote Vlaamse dichter Herman de Coninck, vandaag opnieuw een gedicht, dat verscheen in Tirade jaargang 23 (1979), zonder titel.
.
Slijtage
Judith Herzberg
.
Judith Herzberg (1934) is één van Nederlands bekendste dichters, publiceert sinds haar debuut in 1963 ( Zeepost) vele poëziebundels en heeft in de loop der jaren verschillende literaire prijzen gewonnen waaronder de Jan Campertprijs, de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooft-prijs. Ik bezit een aantal van haar bundels en schreef al verschillende keren over haar poëzie. Vandaag uit ‘Beemdgras’ uit 1968 een wat minder bekend gedicht van haar hand.
.
Slijtage
.
Bovenop de berg stopt het kamermeisje
een munt in de panoramakijker
en richt hem op de overkant waar zij nu
een minuut haar vriendje hout ziet hakken.
.
Forceer het oog terug, maar nooit
staat wie dan ook daar in zo’n ronde lijst
zoiets begrijpelijks te doen.
.
Zelfs heel exact, twee kanten blouses
uit Beiroet, worden vaag
omdat de lucht trilt.
Of zijn de ogen zelf beslagen?
.
Het is de regen die voortdurend regent
in versleten films
en ruisend valt op oude schellak platen.
.




















