Site-archief
Vriendin van één nacht
Herman de Coninck
.
Dinsdag wordt de komende tijd erotische gedichtendag (leek me een leuk idee, zo aan het begin van de week). Vandaag een werkelijk prachtig gedicht van Herman de Coninck. Op 10 juli schreef ik nog over Herman de Coninck in de categorie Vlaamse dichters, nu dus als vertolker van erotische poëzie.
.
Vriendin van één nacht
.
Het was onbereikbaar.
Maar voor iedereen die dat óók vond, trok ze tijd
uit, en haar bloesje, en de spelden uit d’r haar.
.
Ze had velours geribde rode lippen om je er over heen
te praten
en schaars-paarse om er nadien over te zwijgen,
en lange vingers om zich lang en langzaam op zich toe
te laten,
.
het was bijna gewijd:
hijgen werd heel ver adem
halen, voorbij de grenzen van de tijd.
.
En de wanhoop nadien had iets van lekker samen.
Uitzicht op leegte, maar
met gordijntjes voor de ramen.
.
Uit: Met een klank van hobo, 1980.
100 dichters
100 dichters uit 15 jaar Poetry international
.
In een kringloopwinkel kocht ik vorig weekend het fijne werkje ‘100 dichters uit 15 jaar Poetry international’. Ruim 475 pagina’s voor de spotprijs van een paar Euro. In deze lijvige bundel 100 dichters die tussen 1970 en 1984 bij Poetry International hebben opgetreden. Geen Nederlandse dichters omdat “Hun werk is in de meeste gevallen voor de lezer beschikbaar”. Wel 100 soms verrassende dichters uit alle windstreken. samengesteld door Remco Campert, Jan Eijkelboom, Joke Gerritsen en Martin Mooij en uitgegeven door Manteau.
Vandaag zal ik van twee van hen een gedicht plaatsen. Allereerst de Hongaarse dichter György Dalos (trad op in 1980) in het Hongaars en het Nederlands.
.
Irodalmunk Istápolóinak
.
Követelöznek a fiatalok
Helyet a Nap alatt
/és a napilapokban/
En nem vagyok ilyen szerénytelen
a helyröl rég lemondtam
Hanem a Napot adjatok nekem
Ha ugyan nálatok van
.
Aan de weldoeners van onze literatuur
.
De jeugd eist met klem
een Plaats onder de Zon
(en in de dagbladen)
Ik ben niet zo onbescheiden
van een Plaats heb ik al lang afstand gedaan
Geef mij maar de Zon
Als jullie hem zelf soms hebben
.
(vertaling: Andras Vigh)
.
En van Vivian Lamarque trad in 1983 op. Van haar ook een gedicht in het Italiaans en het Nederlands.
.
A novi Mesi
.
A nove mesi la fattura
la sostituzione il cambio di madre
Oggi ogni volto ogni affeto
le sembrano copie cerca l’originale
in ogni cassetto affannosamente
.
Met negen maanden
.
met negen maanden de breuk
de wisseling de moederruil.
Nu lijkt elk gezicht elk liefdeblijk
een kopie ademloos zoekt ze
in alle laden naar het origineel.
.
(vertaling: Karin van Ingen Schenau)
Seks
De daad in 69 gedichten
.
Soms is poëzie iets zeggen in verbloemende woorden en soms niet. De verzamelbundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’ samengesteld en ingeleid door Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze laat qua titel niets aan de verbeelding over. Dat schept verwachtingen. Toch is de inhoud van de bundel minder expliciet dan de titel suggereert. De samenstellers zeggen het zelf al in hun ten geleide:
“Sex sells. Verwijzingen naar de lichamelijke liefde creëren hoge verwachtingen van spanning en sensatie. U stelt zich bij het onderwerp van deze bloemlezing wellicht dampende gedichten voor, waarin alle lichaamsvochten zich mengen in een draaikolk van samensmeltende woorden.”
De inleiding eindigt met de zinnen:
“Poëtische erotica is inventief, ruimdenkend en zacht en ruw tegelijkertijd. Het lijkt soms net een echte vrijpartij…”
Daarom uit deze aardige bundel twee gedichten om de smaak te pakken te krijgen.
.
Het
.
Die bril die vond ik niks, die moest maar af.
En zij zei tegen mij, niet alleen mijn bril
maar ook mijn truitje en mijn onderbroek.
.
Toen zag ik dat het goed was en ging in
met geweldige wind en zonder mantel.
We hadden erg veel zin en deden het.
.
Rob Schouten uit Te voorschijn stommelt het heelal, Arbeiderspers, 1988.
.
Verloksels
.
Het mooie van plooien
het vocht in de oksels
de paaiende kant van
de hand en de pols en
iets hols en
wat spant
.
Joke van Leeuwen uit Vier manieren om op iemand te wachten, Querido, 2001
.
De kolos
Zichtbaar alleen
.
Pas geleden werd ik door Leo Willemse geïnterviewd in zijn ‘boekenhoekje’ in het cultuurprogramma op vrijdag bij Amsterdam FM. In de trein naar Amsterdam heb ik mijn bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ nog eens doorgelezen. Het bijzondere van ouder werk doorlezen (en zo oud is het nog niet) is dat je soms verrast wordt door jezelf. Bij andere gedichten is het juist leuk om vondsten die je had weer terug te lezen en soms gebeurd het ook dat je denkt, mwahh.
Waarom schrijf ik dit? Eergisteren heb ik naar aanleiding van bovenstaande gebeurtenis mijn eerste bundel nog eens herlezen. ‘zichtbaar alleen’, waar dit blog naar vernoemd is, kwam uit in 2008 en was een samenwerking tussen mij en de beeldend kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen. Toen ik dit boek herlas, en het was alweer even geleden dat ik de gedichten las, werd ik soms blij verrast door mijn eigen gedichten. Ik heb op dit blog al een paar gedichten gepubliceerd uit deze bundel maar vooral in de eerste jaren van dit blog (2008 en 2009).
daarom vandaag nog maar een gedicht waar ik nog altijd heel tevreden over ben. Het betreft het gedicht bij de foto die ook op de cover is geplaatst.
.
De kolos
.
Tussen olifantenpoten
houdt zich de warmte schuil
van de aaseter
.
In die beschutting
openbaart zich
de stilte
.
Één moment, een seconde maar
licht de kolos zich
uit zijn eeuwenoude rust
.
Tot de versmelting
van een leven
met zijn omgeving
.
De bundel Zichtbaar alleen is nog steeds te koop voor een zacht prijsje. Mail naar heiningenvanwouter@yahoo.com voor informatie.
Poëzie in het Park
Stichting Ongehoord! in samenwerking met Weekend van de Cultuur
Op zondag 14 september organiseert de stichting Ongehoord! in samenwerking met de werkgroep Weekend van de Cultuur alweer voor de 4e keer Poëzie in het Park in Maassluis. In het park achter Theater Koningshof zullen tussen 13.00 en ca. 16.00 uur de volgende dichters voordragen: Yvonne Koenderman, Edwin de Voigt, Sanne van Balen, Marieke Rijneveld en Luuk Imhann.
De muziek wordt verzorgd door de Hongaarse singers-songwriters Ágabága en aan het eind van het programma is er een open podium waarop o.a. een onderdeel is met Verborgen Gedichten, vluchtelingendichters uit Palestina, Soedan, Eritrea en Iran. Daarnaast zal er een hommage gebracht worden door een aantal dichters aan de afgelopen november overleden Bosnisch Kroatische Maassluise dichter Pero Senda. Natuurlijk is er voor talentvolle dichters een open podium, hier kun je je op de dag zelf voor opgeven bij de presentator Wouter van Heiningen.
Het adres is Theater Koningshof, Uiverlaan 20, vanaf 12.30 uur. De toegang is gratis.
.
Een winter aan zee
A. Roland Holst
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Een winter aan zee’ van A. Roland Holst. Van Roland Holst hoor je niet meer zoveel maar ik weet dat hij nog steeds veel bewonderaars heeft. Roland Holst (1888 – 1976) heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten wat zich kenmerkt door een eigen, plechtige stijl vol symboliek. Roland Holst komt uit een beroemde familie, zo was zijn oom Richard Roland Holst een belangrijk beeldend kunstenaar en zijn tante (de vrouw van Richard) de nog veel bekendere dichteres en schrijfster Henriette Roland Holst.
Adriaan Roland Holst ontving voor zijn werk vele literaire prijzen waaronder de Prijs der Nederlandse letteren, de Constantijn Huygensprijs, de P.C. Hooft-prijs en de poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (tweemaal). Hij publiceerde bij leven meer dan 40 bundels waarvan ‘Een winter aan zee’ in mijn bezit is. Deze bundel werd gepubliceerd in 1975 bij uitgeverij Bert Bakker in Den Haag. Uit deze bundel twee gedichten zonder titel.
.
Soms heerst in een duinkom
omtrent vroeg vallend donker
een zwijge’ als van rondom
daar wachtenden. De eenzame
die, in zichzelf verzonken,
daar binnenkomt, vertraagt
zijn pas, door wat geen namen
benoemen thans belaagd.
.
Dit is de plek: wantrouwen
ontzenuwt hier den moed
tot inkeer: in dit nauwe
duindal komt het wel voor,
dat men zichzelf ontmoet,
en aanziet, en moet lezen
in de andre blik. Dit oord
suizelt van angst en vrezen.
.
Om er niet te zijn
Eva Gerlach
.
Om er niet te zijn
.
In de schemer wachtten tussen diepe
bomen grijs de herten, rechte hoofden
naar de verte waar wij
liepen opgetild.
.
Om er niet te zijn uit alle macht
stilstaan. Op hun ruggen reed een huiver,
blad onder een aasje wind, hoezo
in één keer en allemaal, wat, wat.
.
Uit: Niets bestendiger, Arbeiderspers, 1998
The Olympic Girl
John Betjeman
Van de week schreef ik al over Philip Larkin en de vraag van Jessica Hynes aan Hugh Bonneville: Larkin of Betjeman. Hij koos voor Larkin maar Betjeman mocht er ook zijn (vond het tweetal). John Betjeman was een Engels dichter en literatuurcriticus. Zijn voorouders waren van Nederlandse afkomst. De oorspronkelijke familienaam was Betjemann. De laatste n verdween tijdens de Eerste Wereldoorlog om de naam minder Duits te doen lijken.
Betjeman (1906 – 1984) nam zichzelf niet al te serieus. Zijn gedichten zijn mede daardoor zeer toegankelijk. Hij schreef persoonlijk getinte, soms lyrische, maar ook humoristische en satirische gedichten, en deed dat in eenvoudige taal. Zijn dichtwerk mocht zich daardoor verheugen in de belangstelling van een breed publiek. Lees en oordeel zelf.
.
The Olympic Girl
The sort of girl I like to see Smiles down from her great height at me. She stands in strong, athletic pose And wrinkles her retroussé nose. Is it distaste that makes her frown, So furious and freckled, down On an unhealthy worm like me? Or am I what she likes to see? I do not know, though much I care, xxxxxxxx.....would I were (Forgive me, shade of Rupert Brooke) An object fit to claim her look. Oh! would I were her racket press'd With hard excitement to her breast And swished into the sunlit air Arm-high above her tousled hair, And banged against the bounding ball "Oh! Plung!" my tauten'd strings would call, "Oh! Plung! my darling, break my strings For you I will do brilliant things." And when the match is over, I Would flop beside you, hear you sigh; And then with what supreme caress, You'd tuck me up into my press. Fair tigress of the tennis courts, So short in sleeve and strong in shorts, Little, alas, to you I mean, For I am bald and old and green. .


























