Site-archief

Wie verliefd is..

Karel Eykman

.

Van de schrijver en dichter Karel Eykman (1936) verscheen in 1982 de verzamelbundel ‘Wie verliefd is gaat voor’ met honderden liedjes en gedichten die Eykman schreef voor het jeugdtheater, televisie en radio. Uit deze bundel het gedicht/liedje ‘Hij had een motor en wist er alles van’.

.

Hij had een motor en wist er alles van

.

Hij had een motor en wist er alles van
en ik hielp hem zoals een kind dat kan
(’t is jaren terug).
En zo van lieverlee werd hij een echte vriend
al was hij groot mens en was ik nog een kind
(dat vergeet ik niet vlug).
Ik werd vertroeteld, geknuffeld en verwend
zoals alleen iemand die je goed kent
(’t is jaren terug).
Ik had het fijn bij hem en was op mijn gemak
en ik begreep niet wat daar voor kwaads in stak
(dat vergeet ik niet vlug).
Hoe hij dan zei met zijn grappige gezicht
hoe hij dan praatte, net als een gedicht:
Jossie, lief Jossie, klein Jossie, goed Jossie
goed lijf Jossie, goed zicht.
.
En nooit vergeet ik wie hij toen voor me was
ik was toen dom en eenzaam in de klas
(’t is jaren terug).
En was ik droevig toen of wou ’t op school niet gaan
dan kroop ik zachtjes zo tegen hem aan
(dat vergeet ik niet vlug).
Toen zei m’n vader: ‘Wat moet jij met die miet?’
Toen was het uit, toen mocht het verder niet
(’t is jaren terug).
Al ben ik nu groot mens en jaren lang getrouwd
ik zorg ervoor dat ik hem goed onthoud
(dat vergeet ik niet vlug).
Hoe hij dan zei, met zijn grappige gezicht.
Hoe hij dan praatte, net als een gedicht:
Jossie, lief Jossie, klein Jossie, goed Jossie
goed lijf Jossie, goed zicht.

.

Aarde

René Verbeeck

.

In de Poëziereeks van het Davidsfonds werd in 1968 de bundel ‘Gedichten 1968, een keuze uit de tijdschriften’ uitgegeven waarin een overzicht van bekende en minder bekende dichters met een gedicht in zijn vertegenwoordigd. Bijzonder is dat bijvoorbeeld Herman de Coninck in deze bundel nog onbekend is en als Leraar te Mechelen beschreven staat. René Verbeeck (1904-1979) staat in deze bundel met twee gedichten waaronder het gedicht  ‘Aarde’. Verbeeck was medestichter en redacteur van De Tijdstroom (1930-1934) en Vormen (1935-1940). Hij was stichter en uitgever van de Bladen voor de Poëzie (1937-1944) en hij publiceerde verschillende dichtbundels.

.

Aarde

.

Aarde

meng nog lang

uw sterke kruiden in ons bloed

.

uw zout in ons verlangen.

.

dat wij niet spreken met gespleten tong

van hemel en van aarde

op de fijne festijnen van de geest:

.

ook de meest etherische bloem

met haar wortels in uw lichaam leeft.

.

Tweede vader

L.F. Rosen

.

De dichter L.F. Rosen kende ik niet maar uit zijn biografie en bibliografie blijkt dat hij inmiddels 5 bundels heeft gepubliceerd en dat zijn poëzie “behoedzaam en buigzaam is en waarin grote emoties wel omcirkeld worden maar nooit direct aangeraakt”. Uit de bundel ‘Onhandig hart’ uit 1998 het gedicht ‘Tweede vader’.

.

Tweede vader

.

Steeds strakker trok hij zijn cirkels om ons.
Hij was nooit ver. Nooit ver genoeg
dat wij ons buiten waagden zonder christendom.
Van Heere Heere zingend liepen wij door zijn jachtgebied,
keken niet op of om. Naderend tot zijn water
voelden wij zijn ogen die de sterren konden doven.
.
Later toen hij niet meer van je zijde week
en zelf een hart bezat waarin het spoken kon,
roep hij om ons door het plafond,
zocht vrede in onze dunne kelen vol ongeloof.

.

                                                                                                                                                                      Foto: Pieter Vandermeer / Tineke de Lange

De vereffening

Bart Chabot

.

Uit de (20ste!) dichtbundel van Bart Chabot (1954), ‘Hosanna dagen’ uit 2018 het gedicht ‘De vereffening’.

.

De vereffening

.

Ik had mijn vader een kwarteeuw niet gezien
laat staan gesproken
nu zocht ik hem op in het verpleeghuis
weldra zou hij sterven

via via had ik gehoord dat het niet goed ging
met degene die zich mijn vader noemde
en na ampel beraad
(zou ik wel, zou ik niet
wie schoot er wat mee op?)
zette ik de eerste stap
tenslotte woonde hij in een tehuis
bij mij om de hoek, geen ten minuten lopen
dat maakte die eerste stap wel zo makkelijk
zo’n opgave was het niet, een bezoekje,
qua afstand – de berken
beefden als skeletten langs de oprijlaan“““`

 

Hij was dement, was me gezegd
sprak wartaal
en herkende niets en niemand,
was me verteld
ik moest vooral nergens op rekenen
dan viel het alleen maar mee
maar toen ik op de begane grond de zaal in liep
herkende hij me meteen

het was een week na kerst
het nieuwe jaar stond in vol ornaat op de drempel
ik kampte met goeie voornemens
dat kun je hebben, soms
misschien speelde dat onbewust mee bij mijn komst –
hij zat in een rolstoel

– dag pap – zei ik
en legde een hand op zijn schouder
ik voelde zijn sleutelbeen
een dun, teer, broos stukje bot
dat zich eenvoudig verpulveren liet
hij was geen partij voor mij –
de rollen waren omgedraaid
hij keek naar me op
en begon te huilen

– dag pap – herhaalde ik
hij keek naar zijn loze schoot
en begon harder te huilen, mijn vader
er was iets misgegaan, leek hij
te beseffen
ergens onderweg,
iets wat niet meer te repareren viel

door zijn tranen heen
staarde hij me hopeloos aan
met hopeloze ogen
er was iets onherstelbaar misgegaan,
besefte hij, maar wat en hoe en waar?
– dag pap –
meer viel er niet te zeggen

buiten werd het donker, zag ik
de bomen liepen dicht
ik moest maar eens op huis aan
en dat vertelde ik hem ook
maar ik geloof niet dat hij me hoorde
of dat de boodschap tot hem doordrong
voor het raam zwaaide een twijg
me namens hem alvast uit
– dag pap-

alles bij elkaar duurde mijn bezoek
nog geen halfuur
langer was ook niet nodig
we wisten dat we elkaar niet meer zouden zien
en dat hoefde ook niet:
het onzegbare was gezegd,
het verzwegene verzwegen

toen ik wegging liet ik hem achter in de zaal
bij de andere stakkerds
met een slabber voor, ze gingen eten
maar zonder helpende hand lukte dat niet
dan liep, gleed en druppelde het meeste ernaast
hoogste tijd om te gaan, ik hoefde
niet alles te zien en niet alles te weten
sommige zake liet je beter rusten

bij de drempel keek ik nog één keer om
voor het laatst
– dag pap –
in de rolstoel zat een wrak

.

Laat

T. van Deel

.

Uit de bundel ‘Strafwerk’ uit 1969 van T. van Deel het vakantiegedicht ‘Laat’. Een gedicht in de vorm van een herinnering waarbij aan het einde van het gedicht ineens de dichter reageert vanuit het moment dat hij het gedicht schreef.

.

Laat

.

Op warme zomeravonden

als het laat nog licht was

zaten we in de tuin en mocht ik

langer opblijven omdat slapen niet ging.

Ik ving sprinkhanen

en stopte die in mijn moeders nek.

Dikwijls stond een buurman

over het hekje geleund te praten.

Het scheen grappig te zijn

want er werd gelachen –

dat hoor ik voor het eerst.

.

Martin Bril

In de spiegel

.

Uit de bundel ‘Minder is meer’ verzamelde gedichten van Martin bril uit 2011 het gedicht ‘In de spiegel’. Je ziet het gedicht gewoon voor je.

.

In de spiegel

.

Kilometerslang

Een echtpaar

In een witte Corsa

Zij met het gezicht

Afgewend

Het lichaam

Tegen de deur

.

Hij met twee handen

Aan het stuur

.

Tussen hen in

Een forse

Herdershond

De tong uit de bek

.

Op een dag..

Serge van Duijnhoven

.

In 1998 verscheen van dichter Serge van Duijnhoven de bundel ‘Obiit in orbit’. Als uitleg bij de titel gaf Serge destijds: De titel voor deze dichtbundel met een cd schoot me te binnen toen ik in een kerk in mijn woonplaats een kaars aanstak voor een overleden vriend, bij een beeld van Sint Joris die draak doodde. Aan de muren hingen familiewapens met geboortejaar en sterfjaar: natus 1567-obiit 1613/ nata 1623 – obiit 1678. Filologisch is de titel een vrije samenstelling; orbit is geen woord uit het Latijn het is een Engels woord.

Uit deze bundel komt het gedicht ‘Op een dag zal dit leven wijken’. Wil je de audioversie van dit gedicht beluisteren of de Hongaarse vertaling lezen kijk dan op http://www.babelmatrix.org/works/nl/Duijnhoven%2C_Serge_van-1970/Op_een_dag_zal_dit_leven

.

Op een dag zal dit leven wijken

.

Op een dag zal dit leven wijken

zul je sterven als een hond

alleen in de sneeuw

met het donker over je heen

als een deken en de koude

zal zijn als de warmte

en je laatste gedachte

als je leven en je laatste dag

als de nacht en de nacht

als de dag die einde is

en toch geen einde kent

.

op een dag zal dit leven wijken

.

heb je geen munitie meer

om je teweer te stellen

geen kogels meer geen vinger

aan de trekker en geen spanning

op de veer de keer dat je weet

dat je keren voorbij zijn

en niet weer zullen keren – terwijl

je binnen zit en je naar buiten wilt

en je kwijnt als de oogst

die blijft rotten op het veld

.

op een dag zal dit leven wijken

.

de dag dat je weet wat het is:

geveld zijn, als je dagen geteld zijn

en je niets meer bent van wat je was

zo snel als onder het gras

je ogen gepeld zijn en je aderen

gespeld zijn door maden als naalden

van zilver je dromen van glas

zo snel als je gedachten opgaan

in gas en je loslaat – alles

wat je dierbaar was

.

op een dag zal dit leven wijken

.

Heimwee naar de toekomst

Marjoleine de Vos

.

Dichter Marjoleine de Vos (1957) is niet slechts dichter maar ook journalist, kinderboekenschrijver en essayist. Ze debuteerde als dichter in 2000 met de bundel ‘Zeehond graag’ waarna er nog enige bundels zouden volgen. Zoals haar laatste bundel ‘Uitzicht genoeg’ uit 2013 waar het gedicht ‘Heimwee naar de toekomst’ uit genomen is.

.

Heimwee naar de toekomst

.

Het is al lang geleden maar ze weet nog
hoe, niet op een dag maar sluipend,
haar dromen zijn ontvreemd. Of gaf ze zelf
verlangen mee aan morgenster en vuilnisman?
Hoe ook – het meubilair verdween van wat
toekomstig huis wou zijn in haar: geen
kamer meer met zon en zang, geen
schaapjes die op het behang een kindje
tellen zou, geen toegekend belang aan elk
gebaar tot aan de afwas toe die neuriënd
van simpel stil geluk en liefde voor elkaar,
ach laat ook maar, die aandacht voor elk ding.

.

Dit dwergkonijntje

Astrid Lampe

.

De, in Tilburg geboren, Astrid Lampe (1955) is dichter en schrijft eigenzinnige poëzie, associatief en controversieel. Ze publiceerde onder andere titels als ‘De memen van Lara’, ‘Spuit je ralkleur’, en ‘Lil (zucht) Haar poëzie schakelt van catwalk naar cakewalk, is vitaal en springerig en is (zelfs na meerdere lezingen) verschillend te duiden. Uit haar bundel ‘De memen van Lara’ uit 2002, het titelloze gedicht met de intrigerende beginregel “dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken”.

.

dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken
…waar zijn je handjes dan?
volk stuift op platte gympen uiteen

zo’n hoofd is een hard ding
-weg uit deze dimensie!
dit meisje poetst haar paardenstel
haar meester verstopt zich
ik kan al bijna een staart

hier zijn haar handjes
ze laat haar verse vrind heus niet buiten staan

(zeker en vast nie)

.

Magneetbord vol memorabilia

Ellen Vedder

.

Uit de bundel ‘Op reis’ van de 2e nationale poëziewedstrijd Hillegom uit 2011 het gedicht ‘Magneetbord vol memorabilia’ van Ellen Vedder speciaal voor de thuisblijvers.

.

Magneetbord vol memorabilia

.

kleine stoffen Gandhi, ja hij past

tussen een puntje echt lijkende brie,

een minikrat wijnflesjes en een kameel

.

vol nep briljanten. ’t Koekoeksklokje

van plastic, een sprinkhaan gevangen

in glas en twee peperdure paardjes

.

handgesneden en beschilderd, import

folklore. Een gummi hart verstopt zich

tussen een dolfijn en bolle boeddha

.

zonder hoofd. Daarnaast de souvenirs

van trouwen in Rome en een aanzet

tot poëzie in magnetische letters.

.