Site-archief
Hoe een zee een woord werd
Een recensie
.
De nieuwe bundel van Antoinette Sisto werd op 4 februari gepresenteerd in Perdu in Amsterdam. Deze bundel, uitgegeven door uitgeverij Kontrast in de reeks open is mooi vormgegeven met een foto van de dichter als omslag en een foto van Antoinette door Rob Hilz op de achterflap. De bundel is opgedeeld in 6 hoofdstukken en bevat 52 gedichten. Op de achterflap staat te lezen dat ‘tijd’het leitmotiv in deze bundel is, herinneringen aan vroeger, de klok die handelingen dicteert en het verkleinen van tijd tot zorgeloze momenten.
In het eerste hoofdstuk ‘Retro’ is de tijd aanwezig in herinneringen aan vroeger; bezoeken aan het zwembad, gymnastiekles en de familie.
In hoofdstuk twee ‘Tussen de wijzers’ lijkt dit voortgezet te worden maar hier beschrijft Antoinette een ander tijdsgewricht uit haar leven, met dezelfde compassie, waarna het terugkijken voltooid lijkt.
In het korte hoofdstuk drie ‘Het zoete nietsdoen’ beschrijft Antoinette recepten en gerechten maar ook daar komen weer herinneringen naar boven aan haar familie; “ik weet dat oud recept te liggen / in de bijkeuken van grootmoeders huis “. Of zoals in het gedicht ‘Familierecept’; “de geur waaraan ik terugdacht / vermengde zich met woorden / die ik lang niet las”.
In hoofdstuk vier (waar de bundel haar titel aan verleent) lijkt een omkering plaats te vinden. In het gedicht ‘Duik’ (met een verwijzing naar het eerste gedicht Golfslagbad ?) eindigt Antoinette met: “dreven wij naar een nieuwe tijd”. De gedichten die volgen zijn in de tegenwoordige tijd geschreven en volgen de dichter in haar gevoelsleven met prachtige zinnen als: “laten we afspreken / dat het nooit te laat is” en in een ander gedicht: “ik wist zeker dat ik je vinden zou / daar waar jij niet schuilde / in het donker van alle steden in mijn hart”.
In hoofdstuk 5 ‘Foto van een piloot’ lijken de gedichten de vorige hoofdstukken te willen voorzien van een extra fraai randje, waarna in hoofdstuk 6 ‘Speelduur 05.12’ gedichten met titels die verwijzen naar , wat lijkt een oude cassetterecorder, er een afronding komt. Alsof Antoinette nu weet hoe het verleden en het heden gekoppeld zijn en er een gebruiksaanwijzing klaar ligt voor de toekomst. Maar in de laatste regels van de bundel klinkt dan toch weer twijfel: “Ik zou het touw van de tijd vasthouden / als ik wist hoe vast voelde”.
Antoinette heeft met ‘Hoe een zee een woord werd’ een prachtige opvolger geschreven op ‘Iemand moet altijd gemist worden’. Schaf hem aan, lees en geniet.
Voor een gedicht uit deze bundel kijk je op de post van 13 februari 2017.
.
Maiandros, een recensie
Herve Deleu
.
Sinds het winnen van de eerste Ongehoord! gedichtenwedstrijd in 2012 ken ik Herve Deleu en mag ik zijn poëzie graag lezen. Dichter en schrijver van korte verhalen Herve Deleu heeft zich de laatste jaren ontwikkeld als een allround schrijver met een enorme dadendrang. Zo heeft hij nu een nieuwe dichtbundel met als titel ‘Maiandros’ wat Grieks is voor Meanderen. Waarom hij voor deze titel heeft gekozen wordt me niet helemaal duidelijk uit de gedichten in de bundel. Maar daarover zo meer.
Eerst de bundel zelf. Mooi uitgegeven in eigen beheer met een stevige kaft en goede kwaliteit papier. Op de eerste pagina een colofon waarop alleen summier wat informatie. Titel, eerste druk en dichtbundel 2016. Op de titelpagina een bevestiging van wat er op het omslag staat, dat het hier poëzie betreft. Daarna meteen het eerste gedicht. Op de laatste pagina een inhoud met de titels van alle gedichten en op welke pagina ze zich bevinden.
Ik zal heel eerlijk zijn, ik zie vaker bij in eigen beheer uitgegeven bundels een zekere eenvoud, een zeer summiere duiding van wie, wat, waar en waarom. Ook hier mis ik dat. Ook de bladspiegel met naar links en rechts naar de bladzijde rand uitgevulde tekst vind ik niet fraai en leidt af van de inhoud. Noem me ouderwets maar de klassieke indeling van het boek, met titelpagina, Franse titelpagina, inhoudsopgave en wat meer duiding van de inhoud stel ik als lezer zeer op prijs. In dit geval had dat ook best gekund. Enige informatie over Herve, titels van zijn andere uitgaven en wellicht een reden waarom deze bundel is gevuld met liefdes- en erotische gedichten.
Want dat zijn het. Stuk voor stuk hebben ze als onderwerp, verlangen, liefde, genot en een onderhuids borrelen van het ondermaanse. Ik zie de dichter bij de gedichten en begrijp hem, ken hem (een beetje) en weet dat hij een liefhebber is. Waarom niet een beetje info over de inhoud? Het maakte mij in ieder geval nieuwsgierig.
Herve kan dichten, en als het onderwerp de liefde in al haar verschijningsvormen is, is hij op zijn best. Niet voor niets was zijn winnende gedicht bij de Ongehoord! gedichtenwedstrijd er een die zo in deze bundel had kunnen staan, broeierig, opwindend en erotisch geladen.
Het lezen van de gedichten was opnieuw een plezier. Het Nederlands van Herve is die van een Vlaming en dat geeft zijn poëzie voor mij net dat beetje extra. Hoewel verenigd door het onderwerp zijn de gedichten toch steeds anders en soms verrassend zoals ‘Isabelle’ en ‘Genesis 2′(waar is Genesis 1?). Ondanks wat bezwaren is het een mooie bundel met 34 zeer lezenswaardige gedichten geworden zoals te verwachten viel van Herve. Hoe je aan de bundel moet komen? Eerlijk gezegd heb ik geen idee maar probeer het eens via zijn Facebook of Linkedin account.
Uit al deze opwinding en verlangen heb ik gekozen voor wat ik het mooiste gedicht vind; ‘Tango’. Voor mijn gevoel zit in dit gedicht alles wat in deze bundel aanwezig is. Hier is de dichter toeschouwer, scribent, analyticus en bewonderaar. Precies zoals ik het graag zie.
.
Tango
.
Ze strijkt gracieus haar haren strak
glimmen veld in ravenzwart
siddert als een wespenblad
wanneer haar kleed haar lijf omvat
.
ijdel glijdt z’haar schoenen in
de hak als fallus opgericht
staccato stampt ze putten in
’t parket dat kraakt als een gedicht
.
hij leidt haar dwingend in het rond
zij is het vuur, hij is de lont
hun lijven smelten tot één romp
die wentelt tot de passie komt
.
hun blikken haken elkaar vast
’t begeren in haar schoot gevat
door ’t overrijpe breekt de bast
zij wordt een vrucht in eigen nat
.
synchroon bewegen ze hun lijf
dat van haar rondom het zijn
de tango geeft hen lust en pijn
tot ’t eind hen rukt uit hun verzadigd zijn.
.
Droef het zwieren; een recensie
Niels Landstra
.
Al eerder schreef ik een recensie over een dichtbundel van Niels Landstra (1966), dichter uit Breda. Toen over zijn bundel ‘Nader en onverklaard’. Inmiddels staat Niels aan de vooravond van de publicatie van zijn 4e bundel met als titel ‘Droef het zwieren’ bij uitgeverij Oorsprong.
Ik kreeg deze bundel te lezen voordat hij publiekelijk het licht ziet (zoals bij zijn voordracht op 25 september op het podium van Ongehoord! in Rotterdam, zie hiervoor onder de categorie Ongehoord!) met de vraag of ik er een recensie over wilde schrijven.
Nu was zijn vorige bundel mij bijzonder bevallen dus ik heb hier graag in toegestemd. De nieuwe bundel bevat 32 gedichten en deze zijn geschreven in een zware periode in zijn leven. En dat is in de gedichten, de titels van de gedichten en in de hele sfeer van de bundel te herkennen. Dat zou kunnen betekenen dat het een zware bevalling is om de bundel te lezen maar dat is geenzins het geval.
De taal van Niels Landstra laat zich niet één, twee, drie kennen, je moet zijn taal, zijn zinnen zorgvuldig lezen. Zijn woordkeus, zinsopbouw en poëtische kracht is verrassend en creatief. Ondanks het leed, de beslommeringen en het verdriet in de onderwerpen van de gedichten valt er veel te genieten. Een enkele keer heb ik de zinnen hardop moeten lezen wat mij hielp bij het begrip van de teksten. Soms ook valt Niels in de val van wat ik het gebruik van ‘grote woorden’ noem. Zo komen bijvoorbeeld woorden als galgenmaal en hongernood in het gedicht ‘Voedselbank’ mij wat hoogdravend over.
Toch schaadt dat op geen enkele manier de intentie van de dichter of het gedicht. Tussen de vaak schrijnende gedichten komt de ‘oude vertrouwde romantische’ Niels om de hoek zoals in een gedicht als ‘Bloemenzee’.
In de bundel graaft Niels in zijn ziel (of doet aan soul searching wat eigenlijk een betere omschrijving is) alsof het schrijven van deze gedichten therapeutisch was (wat misschien ook wel zo is), zonder overigens meelijwekkend of zieleknijperig te worden.
De bundel eindigt hoopvol met het gedicht ‘Laatste werkdag’ waarin de slotzinnen zijn:
In de stad zijn nog wereldwijs / de zwervers, die geenzins dralen / zij hebben elke dag een laatste werkdag.
Ik heb uit deze bijzondere bundel gekozen voor het gedicht ‘De kapeltuin’.
.
De Kapeltuin
.
Op het ruisen dat zwiert door de populieren
in bronzen mozaïeken van licht, deinen
zonnebloemen reikhalzend mee als betoverd
door een lofzang die zich over hen ontfermt
.
en de harten roerde van Spanjaarden, Fransen
en de verloren mof. In de hof glanzen
vleugeltjes van insecten bij de waterpomp
warrelen koolwitjes in stille triomf
.
om de goudsbloemen die door hun bladerkronen
gedragen soezen in de schemer, een pastel
van rood en koper dat doopt de percelen
van H.H. Maria/Dymphna’s en haar kapel
.
in het slotstuk van de nacht. Een oplaaiend
houtvuur warmt groentesoep en schildert een fietsje
oranje, bergt de kleine eigenaresse
een bloem uit de tuin in haar slapende hand.
.
Quo Vadis?
Bijbelsch
.
In 1999 gaf Jules Deelder bij De Bezige Bij de bundel ‘Bijbelsch’ uit. Uit de NBD-Biblion recensie van Bibi Dumon Tak: “Verzen vol taalfratsen die ondubbelzinnig op de bijbel slaan. En het zou Deelder niet zijn als hij dat woord consequent laat eindigen op sch. Verder veel tering en tyfus en naaien en neuken. En natuurlijk een verwijzing naar dope als Johannes de Doper ter sprake komt. Maar op zijn best is Deelder in ‘Jezus in Oostenrijk’, waar ‘Grüss Gott’ kroeskut wordt en ‘Gutentag’ kuttentak. Op de achterzijde staat de dichter zelf in de stijl van een icoon als heilige afgebeeld, met links van hem zijn eigen initialen en rechts van hem (als apostelen) die van zijn vrouw en de naam van zijn dochter. Maar omdat je God ook te vriend moet houden, staan er tussendoor ook ootmoedige woorden en blijken van dank. Want je weet maar nooit.”
.
Uit deze bundel heb ik voor het gedicht ‘Quo Vadis?’ gekozen.
.
Quo Vadis?
Op de A20 staat
een man met baard
Ik stop en vraag
waarheen hij vaart?
Ten hemel luidt
daarop zijn antwoord
Ik ga niet verder
dan Rotterdam
O prima dan pak ik
daar de metro…
.
Alles is ijdelheid maar dat geeft niet
Nieuwe bundel van Pieter Drift
.
Kunstenaar en dichter Pieter Drift heeft een nieuw bundeltje gedichten doen laten verschijnen. De titel: ‘Alles is ijdelheid maar dat geeft niet’. En zo is het maar net. Tien gedichten in een prachtig vormgegeven bundeltje. Het colofon meldt: ‘De tekst van deze bundel is met de hand gezet uit de Lectura en De Roos (Naar de ontwerper van de letter Sjoerd de Roos) door Dick Ronner. De hoogdrukets op het omslag is vervaardigd door de dichter. De oplage van 66 exemplaren werd op een Korrex proefpers gedrukt.’
Uit alles blijkt dat Pieter zich met deze uitgave heeft bemoeit, de bundel is in feite een klein kunstwerkje. Het papier, de druk, het feit dat de bundel is ingenaaid, de nummering van elk deel (ik heb nummer 2 van 66), de ondertekening, het is een feest om het boekje te voelen en te bekijken. Uit alles blijkt met hoeveel liefde en aandacht dit bundeltje is uitgegeven.
Dan de inhoud. Met ironie en een knipoog dicht Pieter korte puntige gedichten. Maar ook serieuze onderwerpen schuwt hij niet zoals in het gedicht ‘Als ik dood’ met de beginzinnen ‘Als ik dood ben wil ik / nog een beetje nagalmen’. In het hart van dit bundeltje staat het gedicht ‘Spiegel’ waar ik me wel wat in herken (Pieter is een paar jaar jonger dan ik) en waar de titel van de bundel uit is genomen. Een bundel voor de liefhebber van mooie boekjes en poëzie. Ik ben blij dat ik een exemplaar heb.
.
Spiegel
.
Ogen worden nooit ouder
kijken gulzig om zich heen
maar in de spiegel
valt het zwaar
.
Graag zien ze het lijf
strak getekend
.
niet deze omtrek
De ontkenning
van een Spartaans bestaan
.
Zou het lukken om mezelf
weer in vorm te gunnen?
.
Alles is ijdelheid
maar dat geeft niet
.
Poëziekunst
Evy van Eynde
.
Op 15 juli 2013 schreef ik een recensie over de dichtbundel ‘Wanneer kom je buiten spelen?’ van Evy van Eynde. Vorig jaar vroeg ik haar voor een voordracht op het Zomerpodium van Ongehoord! waar ze een prachtige voordracht gaf van haar gedichten.
En nu heeft Evy, veelzijdig als ze is, zich geworpen op ‘Newsflashpoems’. Een soort kunstzinnig vormgegeven readymades die lijken te bestaan uit uitgeknipte woorden uit allerlei media en die zij opnieuw heeft gerangschikt tot een newsflash poem. Een nieuwsflits gedicht.
Alleen door de vorm al bevallen ze me zeer maar ook inhoudelijk kunnen ze me bekoren. Evy heeft een nieuwe dimensie toegevoegd aan haar toch al rijke status als dichter/schrijver/artiest.
Hier een voorbeeld getiteld ‘newsflash poem III’
.
Kijk voor meer voorbeelden op haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/
Vrouwen voor vrede
Haval Amin
.
Op de blog van Mirjam (http://pop2mirjam.nl/) kwam ik op de pagina ”gedichten over protest/vrede’ een gedicht tegen van Haval Amin met als titel ‘Vaderlijk advies’. Dit gedicht werd gepubliceerd in de bundel ‘Veelzeggende cijfers, verhalen en gedichten van vluchtelingen in Nederland’.
“Dit boek bevat gedichten en korte verhaalfragmenten van vluchtelingen in Nederland: van enkele bekende auteurs als Kader Abdollah (Iran) en Ibrahim Selman (Irak), maar voor het merendeel van hoog opgeleide vluchtelingen die schrijven als hobby. Ze komen onder meer uit Somalië, Armenië, Afghanistan, Koerdistan, Kongo en Mauretanië. De gedichten en verhalen liggen dicht bij de ervaringen van de schrijvers en hebben allemaal een ondertoon van trauma, heimwee en eenzaamheid, maar ook van kracht en moed.” Uit de recensie van Biblion van L. K. de Voogd.
.
Vaderlijk advies
.
Zoon, vergeet wat de geschiedenisboeken
geschreven en verteld hebben
Ze zeggen dat wij heldhaftige
zonen van de krijgsgod zijn
.
Allemaal zijn we generaals
maar lees de ogen en je ziet
wat wij echt zijn
generaals van verloren oorlogen
.
Toch houden we nooit op met oorlogen
altijd winnaars op papier
altijd verliezers op de grond
generaals van verloren oorlogen
.
Lees geen geschiedenis meer, zoon
en maak jouw eigen geschiedenis
wellicht reinigt de jouwe de onze
of aait de vergetelheid onze mooie leugen
.
Zijwaarts springen
Een recensie
.
Van Méland Langeveld kreeg ik de bundel ‘Zijwaarts springen’. Een bundel die op een bijzondere manier tot stand kwam, maar daarover straks meer. Méland Langeveld is (tekst)schrijver, redacteur en dichter. Langeveld deed meerdere malen mee met de Turing gedichtenwedstrijd. Zes gedichten in deze bundel eindigden hoog in de Turingprijs ranglijst. Gedichten uit de edities van 2012, 2013 en 2014 en ongetwijfeld zal ook dit jaar zijn naam niet ontbreken op de ranglijst (als hij weer meedoet) want zijn poëzie heeft een heel eigen toon.
Uit eerdere besprekingen van zijn gedichten door de Turingprijs redactie: “Fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar heen, vooral als er een vergelijking wordt gemaakt tussen een vader die lispelt en meubelen die praten.”
Maar ook: “zeer ontroerende, beeldende beschrijving van de relatie tot een dementerende ouder. Nergens wordt dit gedicht zeemzoet – wat met een gevoelige thematiek niet gemakkelijk te vermijden is.”
De verwachtingen voor lezing waren dan ook hoog gespannen bij mij. Dan als eerste de bundel. Deze is een gevolg van het feit dat Langeveld in de zomer van 2015 de eerste prijs bij de door uitgeverij aquaZZ georganiseerde gedichtenwedstrijd, won.
Als prijs werd deze bundel uitgegeven. Mooi vormgegeven door Angélique Kersten en opgedragen aan Leonie en Roos. De bundel is ingedeeld in zes hoofdstukken met titels als: Huilend leeg landschap’, ‘Sleetse loper naar het avondland’ en ‘Lepe ogen van de melancholieke koe’. Dit zijn mijns inziens willekeurig gekozen titels, ik heb tenminste geen directe link kunnen vinden met de gedichten die na de hoofdstuktitels volgden en de titel van een desbetreffend hoofdstuk. Overigens vind ik dit totaal geen probleem, misschien zie ik iets over het hoofd, misschien zijn het slechts vehikels om enige structuur aan te brengen in de bundel.
Uit deze titels komt al naar voren wat voor soort dichter Méland Langeveld is, wat ik een bijvoeglijke naamwoordendichter zou noemen. Dat is overigens zeker niet altijd een negatieve connotatie. In het geval van Langeveld zeker niet. Juist door de ongebruikelijke manier van toepassen. Voorbeeld: ‘Het vochtig ruisen van rul water’, ‘Fris gewassen sneeuw’ en ‘onverschillige regen’. Juist door het gebruik van dit soort ongebruikelijke combinaties van bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden is het lezen van deze bundel een plezier.
De gedichten zijn dan weer heel ‘down to earth’ en even later weer volledig ontspoord (op een positieve manier). Hierbij speelt de fantasie van de dichter een belangrijke rol. Voor de ervaren poëzielezer valt er veel te genieten maar ook voor de minder ervaren lezer zijn de gedichten zeer te genieten (ik heb de proef gedaan!). Een bundel die ik kan aanraden kortom.
Ik heb voor het gedicht ‘Stilte’ gekozen omdat dit voor mij heel duidelijk illustreert wat Langeveld kan.
.
Stilte
.
Vandaag rouwt de treurwilg paars
haar takken reiken tot aan
het somber, vileine water
haar lijzige bladeren
ruizelen in de schrale wind
.
voor even toont ze me een grimas
speelt met haar uitgerekte schaduw
aaibaar groen in nevelslierten omhuld
.
tijd is verzonnen door verlangen
lauwwarm water laat me erin wiegen
schudt me wakker
in fluisterend geschreeuw
.
zwalkend licht zindert uit de verte
drijft weg in ’t cadans van het getij
verstarring voorgoed doorbroken
.
in spraakloze taal ademt ze
zonder te ademen
.
ISBN: 978 94 91897 50 4
86 pagina’s, prijs € 13,95
Onderstroom
Een recensie
.
op zondag 15 november presenteerde Greta Lugtmeier in Rockanje voor een geïnteresseerd publiek haar debuutbundel als dichter met de titel ‘Onderstroom’ . Ook mij had ze gevraagd om samen met Sabine Kars, Marijke van Geest, Niels Snoek, Anna Schenk en Juul Kortekaas deze presentatie aan te vullen met onze poëzie.
De daar voor € 14,- aangeschafte bundel ligt nu voor me om te recenseren. Allereerst valt op hoeveel tijd en aandacht er besteed is aan deze bundel. De voorkant met delen van foto’s van de kust (zand, strand, branding, zee) geven al een deel van de inhoud weg, net als de titel Onderstroom, al is die ook duidelijk voor meerdere interpretaties gebruikt in de thematiek van de gedichten.
de foto’s komen ook terug in de bundel die een rustige bladspiegel laat zien. Sommige pagina’s bestaan uit een foto waarop het gedicht te lezen is, andere zijn bijvoorbeeld zwart met daarop in wit het gedicht. Mooi vormgegeven en met een fijn lettertype, al is de lettergrootte wat klein naar mijn zin.
In zijn voorwoord schrijft Niels Snoek ” Lees deze gedichten met alle vijf de zintuigen” en “.. Gebruik ook het zesde zintuig” .
Vooral die laatste aanbeveling is terecht want de poëzie van Greta is wat ik ‘ getuigenispoezie’ noem waarbij het van belang is dat je je kunt inleven in de tekst en de thema’s die de dichter je voorschotelt. De gedichten zijn niet eenvoudig en luchtig van toon. De achterflap tekst verraadt al dat de bundel in verband staat met haar serieuze, soms wat weemoedige kant (van de dichter). Dat is zeker het geval.
Niet voor niets denk ik, hebben de eerste gedichten in de bundel titels als Verlangen en Weemoed, twee woorden die ik elders in de bundel nog een aantal maal voorbij zie komen. Maar er is ook plaats voor verlangen, respect en liefde. Alle gedichten, of ze nu somber, weemoedig, serieus of juist hoopvol van strekking zijn hebben iets warms, je leest er de persoonlijkheid van Greta in terug.
De gedichten variëren in lengte van korte haiku-achtige gedichtjes van een paar korte zinnen tot bladzijde vullend. Sommige zijn geïnspireerd op gedichten van andere dichters maar dat staat er netjes onder aan de pagina bij andere hebben juist weer het water, de zee als thema. Ook hier komt de onderstroom weer naar boven.
Voor wie van toegankelijke, persoonlijke en veelal serieuze poezie houdt is dit zeker een aanrader. Dat er ook een zekere speelsheid in de poëzie van Greta schuilgaat blijkt wel uit het gedicht ‘Leven’.
.
leven
.
de première van de musical Barnum
miste ik maar met een dag
de aanslag van Mohammed Atta op Lower Manhattan
slechts met een paar uur
die aanrijding laatst in de Botlek
met een paar seconden
opgelucht koester ik mijn momenten:
je mist meer dan je meemaakt, zo is het leven
.
Onderweg naar hier en later
Een recensie
.
Via zijn website http://gewogenwoorden.be/ maakte ik kennis met de poëzie van Koen Snyers (1966). Vanaf het moment dat ik op zijn site begon te lezen wist ik dat ik te maken had met iemand die kon dichten. Ik schreef een commentaar en van het één kwam het ander.
Zijn poëziebundel ‘Onderweg naar hier en later’ is uitgegeven door zijn eigen uitgeverij Zeghetmettekst (http://zeghetmettekst.be/) een uitgeverij van poëzie, prozapoëzie en poëzieproza. De bundelcover is geïllustreerd door Lies Schroeyen. De bundel bevat 40 gedichten en is onderverdeeld in 5 delen met als verbinding 4 regels met als leidend motief ‘Onderweg’.
Dit is een verwijzing naar de titel en derhalve zou je verwachten dat het thema van deze bundel Onderweg is. En in zekere zin is dat ook zo. Onderweg in de tijd, onderweg in een relatie, onderweg met de trein en zelfs het (stromende) water dat een aantal keer terugkeert is onderweg. In grote lijnen worden een relatie beschreven (van de dichter en zijn geliefde, van een niet nader genoemde vrouw en man), het reizen met de trein en het stadsleven. Steeds vanuit een ander oogpunt maar met een rode draad die je al lezend gaat herkennen.
De gedichten zijn in klare taal, toegankelijk en met mooie poëtische vondsten als / Is dat zo: kunnen we met het glas / halfvol blijven klinken op de liefde? en / Ze vertelt over de eerste woorden die hij / sprak: ze rijmden niet. Of hij en zij ooit / met elkaar te rijmen zouden zijn, dat / wist ze niet.
Hier en daar wordt Koen wat kwistig met taalgrapjes zoals in het laatste gedicht krenterig / krentenbrood, koffie pruttelt, mijn lief houdt zich stil, roeren in onze koffie/ en zijn het roerend eens maar nergens had ik de neiging om zinnen over te slaan. In mijn geval betekent dat, dat de dichter een toon aanslaat of een geluid heeft gevonden waarin je vanzelf mee gevoerd wil worden.
Naar het einde van de bundel lezend ga je de verbanden zien en herken je zinnetjes uit eerdere gedichten. De gedichten zijn los uitstekend te lezen maar als geheel voegen ze een extra dimensie toe aan de leesbeleving.
De tekst op de achterflap meldt: Deze bundel is meer dan een verzameling van losse (proza)gedichten: hij leest als een poëtisch verhaal met miniatuurschetsen en toevallige ontmoetingen. Als lezer waan je je onderweg in het leven van alledag, met sprongen in tijd, ruimte en hoofd.
Ik kan het daar alleen maar eens mee zijn.
Uit de bundel het gedicht ‘Halte een’
.
Halte een
.
Halte een, elf minuten vertraging.
.
Scholieren overrompelen het treinstel en mijn ge-
moed met veel rumoer. Anderen stappen geruisloos
in de trein om naar hun werk te sporen.
.
Een vrouw komt recht tegenover mij zitten. Haar
aanwezigheid tempert het rumoer en mijn gemoed.
.
Ik schat haar een jaar of dertig – ja, ik zou zelfs de
leeftijdsjaren van mensen tellen, als dat kon.
.
Gelooft u nog in de liefde? vraag ik aan de vrouw.
U mag mij tutoyeren, zegt ze, seconden stelend om
na te denken over mijn vraag.
Tutoyeer mij ook maar, zeg ik en ik herhaal: geloof
jij nog in de liefde?
.
Met het glas halfvol kan je blijven klinken op de
liefde, antwoordt ze.
.














