Site-archief

Seamus Heaney

District en circle

.

In de Volkskrant las ik in de boekenbijlage over de tweetalige (vertaalde) bundel van Seamus Heaney ‘District en circle’. Ik kende de naam Heaney wel maar had eigenlijk nog nooit iets van hem gelezen. Seamus Heaney (1939) is een beroemd Iers dichter/vertaler/toneelschrijver en won in 1995 de Nobelprijs voor de literatuur. Omdat de vertaling van deze bundel in 2010 werd teruggetrokken (waarschijnlijk omdat de vertaling geen eer deed aan het origineel) was mijn verwachting dat de poëzie van Heaney waarschijnlijk niet eenvoudig zou zijn om te lezen.

Dat valt dus erg mee. Melodieus en beeldend, zo omschrijft de recensent Erik Menkveld de poëzie van Heaney. Dat klopt en zeer aangenaam om te lezen voor diegene die het Engels machtig zijn.

Hier een voorbeeld (niet uit deze bundel):

.

Song

.

A rowan like a lipsticked girl.
Between the by-road and the main road
Alder trees at a wet and dripping distance
Stand off among the rushes.
.
There are the mud-flowers of dialect
And the immortelles of perfect pitch
And that moment when the bird sings very close
To the music of what happens.

.

seamus

Regelafbreking

Jannah Loontjens

.

Vanmorgen las ik in het boekenkatern van de Volkskrant een recensie van Dat ben jij toch van dichter Jannah Loontjens. De recensent Erik Menkveld haalt hierbij een paar regels aan “Ik. Hier in bed, naast mijn / geliefde, zijn slapend gezicht vlakbij” en schrijft daar dan tussen haakjes achter ‘Let op de prachtige regelafbreking’.

Nu weet ik hoe belangrijk regelafbrekingen kunnen zijn in de poëzie, door het laten vallen van een korte stilte kun je de woorden voorafgaand en volgend op de stilte extra lading meegeven. Het komt voor dat, wanneer ik een gedicht voordraag, ik merk dat ik andere stiltes laat vallen dan dat ik zelf in de tekst heb aangebracht. Als iemand anders de tekst van datzelfde gedicht zou lezen zou dat kunnen leiden tot een ander begrip van het gedicht.

Hoe belangrijk regelafbrekingen zijn bleek vorig jaar bij de beoordeling van gedichten voor de Nationale Turing Gedichtenwedstrijd. Een groot aantal gedichten was ter beoordeling aangeboden aan de (voor) jury waarbij de regelafbrekingen verdwenen waren. het was alsof er in sommige gevallen geen poëzie was ingezonden maar een kort stuk proza. Deze gedichten waren dan ook onverminderd niet door naar een volgende ronde.

Terug naar Jannah Loontjens. Toen ik de regels uit haar gedicht las in de recensie moest ik een paar keer lezen voor ik begreep waarom de recensent deze regelafbreking zo “prachtig” vond. Laat maar eens een wat langere stilte vallen na ‘mijn’ en spreek dan geliefde extra sterk uit. De combinatie met ‘zijn slapend gezicht vlakbij’ geeft deze regels dan ineens iets extra’s.

Soms moet je poëzie herlezen of hardop lezen om de schoonheid ervan te begrijpen.

.

dat

Het regent zonlicht

Koos Meinderts

.

Koos Meinderts is schrijver van liedteksten (o.a. voor en samen met Harrie Jekkers), kinderen en van de dichtbundel Het regent zonlicht.

Deze dichtbundel (geïllustreerd door Annette Fienieg) voor kinderen van 6+ laat het talent zien van Koos Meinderts. Ooit las ik zijn kinderboek De club van de lelijke kinderen en nog veel verder daarvoor genoot ik van de liedjes van het Klein Orkest en de theatershows van Harrie Jekkers. En nu heeft Koos weer iets heel moois afgeleverd, deze dichtbundel.

Poëzie voor kinderen is een nog kleiner stukje van wat we literatuur noemen dan de poëzie voor volwassenen al is. Koos Meinderts laat zien (en velen voor hem) dat dat geheel onterecht is. Poëzie voor kinderen kan heel mooi zijn en een prima manier om allerlei dingen bespreekbaar te maken of als uitgangspunt te nemen voor een gesprek. En poëzie voor kinderen kan gebruikt worden als troost of middel van verwerking. Hiervoor zijn hele goede voorbeelden. Ook in deze bundel neemt Koos kinderen mee langs hele leuke en minder leuke onderwerpen maar altijd zo dat je wilt blijven lezen.

Een voorbeeld:

.
Het regent zonlicht
op de wereld
op het meisje in het gras

.
Hoor haar moeder
zingt een liedje
voor haar dochtertje van glas:

.
God behoed haar
voor de kraaien
en de allereerste kras,

.
voor de hobbels
en de kuilen
en het snijden in het gras.

.

Wie zou zo’n gedicht niet willen voorlezen aan kinderen. Op de mooie website over poëzie http://www.poezie-leestafel.info/ staat een recensie van deze bundel.

.

Koos

Chris van Geel

Dichter en beeldend kunstenaar (1917 – 1974)

.

In de Volkskrant van 8 december (boekenbijlage) staat een recensie van ‘Ik ben een onderling onverzoenlijke ratjetoe’, een brievenboek van Chris van Geel, dichter en beeldend kunstenaar. Nu kende ik de dichter Chris van Geel eerlijk gezegd niet maar de beschrijving door Aleid Truijens maakt mij nieuwsgierig.

Allereerst was er de opmerking dat je Chris van Geel moest ‘close readen’. Ik heb de definitie van close reading er maar eens bijgezocht en daaruit blijkt dat deze vorm van ‘duiden’ niet of nauwelijks meer wordt gebruikt. Uit Wikipedia:

.

Close reading is een vorm van literaire kritiek die zich toelegt op een minutieuze lezing van de tekst zelf, zonder gebruik te maken van biografische of andere extra-literaire informatie.

Close reading gaat ervan uit dat geen enkel element in een literaire tekst er ‘zomaar’ staat: alles heeft zijn functie en de tekst vertoont een hechte samenhang in al zijn lagen.

De zuivere close reading wordt tegenwoordig bijna niet meer beoefend. Onder invloed van de ‘cultural studies’ wordt literatuur weer bestudeerd als onderdeel van een historisch, maatschappelijk en cultureel netwerk.

.

Dat deze vorm van lezing en duiding niet meer in zwang is lijkt me terecht. Toch werd ik alsmaar nieuwsgieriger helemaal toen ik las dat ‘Van hen (Jan Emmens, Jan Hanlo, Judith Herzberg, Elisabeth Eybers en Tom van Deel…) moest hij weten wat ze goed vonden en wat niet, welke regels weg of anders moesten’ en ‘Toen in 1958 zijn eerste bundel Spinroc verscheen, was hij een ervaren dichter’. Voeg daarbij alle rampspoed die hem overkwam in zijn leven en het enige dat je nog wil is zijn poëzie lezen.

Wat opvalt is zijn voorkeur voor het dichten over de natuur. Op de blog van Elly de Waard http://www.ellydewaard.nl/blog/ (zij woonde in de jaren 60 van de vorige eeuw samen met Chris van Geel) staan bij de nagelaten gedichten louter gedichten over de natuur. Hier een voorbeeld.

.

Eenden

Ze zijn al weg uit water
en moeilijk van bewegen
verruilen zij hun zwijgen
voor angstaanjagend kwaken.
.
Op de begroeide oevers
klapwieken zij omdat ze niet
hun snavel ongestoord
in water kunnen steken.
.
Met tegenzin op vleugels
verlaten zij de grond,
hun zware lichaam trekt
uit zicht het donker in.

.

met dank aan gedichten.nl

.

Hoewel ik bij de gedichten die ik heb kunnen vinden niet aan close reading heb gedaan, vond ik ze heel toegankelijk en bijzonder. Hoewel poëzie over de natuur mij dan weer minder boeit, waren de gedichten die ik las zeer de moeite waard. Kortom een dichter om te ontdekken als je hem nog niet kende of te herlezen als je hem al wel kende.

chris-van-geel2-150x150

Dichtbundel besproken

Zoals de wind in maart graven beroert

.

Vorig jaar droeg ik mijn gedichten voor op het poëziepodium Westland georganiseerd door de bibliotheek Westland. De presentator van dit podium Ton ter Heijden wist de voordragende dichters na afloop van hun voordracht steeds op heel bijzondere wijze af te kondigen. In zeer beeldende taal, puntig en to the point. Bij de presentatie van mijn bundel in december was Ton aanwezig en schafte hij mijn bundel aan. Ik heb hem daarna gevraagd of hij mijn bundel na lezing wilde bespreken. Dit heeft hij gedaan en bij elk gedicht heeft hij een korte beschrijving gegeven. Ik zal bij een paar gedichten die op dit weblog staan (onder de categorie Gedichten) de beschrijving geven van Ton. Hiervoor naar beneden scrollen en naar older posts gaan.

.

In retrospectief: Sterk melancholische schets van indrukwekkende “Gestalt”

Dagmenu: Plastisch formulerend naar het hoofdaltaar van ‘de daad’

Het Darwin effect: Kruipen in de huid van een ander in vierkwartsmaat

Reiswijzer: Indringende metaforen als springplank naar..

Jong: Jeugdige dynamiek in eigentijdse nimbus gevangen

.

Als omschrijving van de bundel schreef Ton me:

Een zeer eigen, herkenbare stijl, waarbij de geconcentreerde bewonderaar meegloeit als eem glimwormpje in mystieke werelden. Uitgekiende woordkeus, weglaatkunst en dichtdeining geven de bundel optimale spankracht.

.Nieuwsgierig geworden naar mijn bundel? Je kunt deze bij me bestellen voor € 14,50 bij mij (incl. verzendkosten). Je krijgt dan (als je hier prijs op stelt) de lijst van Ton erbij. Bestellen? Mail naar woutervanheiningen@yahoo.com

.

Zo kan het ook

Recensie voor De Nederlandse Bibliotheek Dienst/Biblion

Zoals jullie wellicht weten werk in in een openbare bibliotheek. Als bibliothecaris is een heel belangrijk instrument bij het collectioneren de AI. AI staat voor aanschaf informatie. Op basis van wat daar in staat nemen veel bibliothecarissen de beslissing om wel of niet een boek aan te schaffen.

Bijzonder was het dan ook toen ik van een collega de AI van mijn derde bundel aangereikt kreeg. De AI is geschreven door Neerlandicus en dichter Albert Hagenaars. Hieronder de tekst van de AI (van zijn website  www.alberthagenaars.nl)

WOUTER VAN HEININGEN

ZOALS DE WIND IN MAART GRAVEN BEROERT. 2012. Na eerdere projecten met een beeldend kunstenaar en een fotograaf presenteert Wouter van Heiningen (1963, Leidschendam) z’n derde bundel en ditmaal alleen. Het centrale thema in de vier afdelingen is het streven naar contact, niet alleen met mensen maar ook, zij het minder indringend, met objecten. Meestal nemen die dan wel lichamelijke vormen aan, zodat er sprake is van samenval, bijv.: “Deze stad ademt de blues / vlak onder de huid bijgezet / in het geheugen van schoonmakers / en slachters”. Zijn zegging en ritmiek (overwegend fungerend in korte zinnen) blijven eenvoudig en de gedachten zijn lang niet altijd origineel. De waarde van deze poëzie is dan ook op de eerste plaats afhankelijk van de beeldspraak. Regelmatig weet Van Heiningen, hoewel z’n overdrachtelijke relaties ook kunnen rammelen, op dat vlak te verrassen. Als hij in staat zal zijn deze enige peiler van belang te combineren met voldoende ondersteunende kracht vanuit de andere elementen, doen de bibliotheken beter de deur wijd open als hij zijn roffel laat horen. Voor deze 3e bundel is het nóg niet zover.

.

Nieuwe bundel op Recensieweb.nl

Zoals de wind in maart graven beroert

.

Mijn nieuwe bundel met bovenstaande titel is nu ook op recensieweb verschenen.

.

En dan nog even dit

Rainer Maria Rilke

Misschien zou het goed zijn als je als fan de woorden van je voorbeeld ter harte neemt.

“Works of art are of an infinite solitude, and no means of approach is so useless as criticism. Only love can touch and hold them and be fair to them.”  
 

Zoet en fruitig versus Zuur en bitter

Of: een recensie van een recensie

De afgelopen week bekeek ik het nieuwe tv programma ‘De nieuwe Rembrandt’ samen met mijn vrouw en dochter. In dit programma worden door 3 ‘experts’ kunstwerken beoordeeld op hun ‘Rembrandtfactor’. Mijn dochter werd al snel opstandig van de opstelling en de air van de ‘experts’.  Zo was er een groot wit kruis met daarop een kruisbeeld waaraan een koordje hing. Als je daar aan trok klonk een kinderliedje. De kunstenaar vertelde daar over dat het een aanklacht was tegen het kindermisbruik in de kerk. Duidelijk.

Toen het kunstwerk binnen werd gebracht voor de ‘experts’ werd er lacherig over gedaan, er werd dan nog net aan het touwtje getrokken maar het kunstwerk werd weggezet als niet ter zake doende. Mijn dochter vond dat heel onrechtvaardig. Waarom mag zo’n kunstenaar niet vertellen wat het idee is achter zo’n kunstwerk? Ik verdedigde toen nog het besluit van de programmamakers door te zeggen dat een kunstwerk als uniek werk een eigen zeggenschap moet hebben en dat in een museum ook niet bij elk kunstwerk wordt uitgelegd wat de kunstenaar er mee bedoeld heeft.

Later bedacht ik, na het lezen van een tv recensie in de Volkskrant, dat er wel degelijk iets mankeerde aan dit programma. Er werd door de ‘experts’ niet serieus nagedacht over de aangeboden kunstwerken. Een blik op het werk en men had zijn mening klaar. Niet nadenken of doordenken over wat er werd aangeboden, wat de diepere laag zou kunnen zijn. Ongetwijfeld om de vaart in het programma te houden. Terwijl er ook een kunstwerk werd binnengebracht dat al goed werd bevonden op basis van de naam van de kunstenaar. Deze was bij één van de ‘experts’ bekend en de twee andere volgde dociel zijn mening en vonden het werk ook meteen heel erg goed.

Waarom schrijf ik dit?

Ik moest hieraan denken toen ik gisteren door een goede vriend opmerkzaam werd gemaakt van het feit dat er een recensie van mijn laatste bundel was verschenen op Meander. Ene Kees G. te A. had zich aan mijn boek gezet op een manier die bij mijn vriend het stoom uit zijn oren deed komen. “Wat denkt die overjarige elitaire hippie wel. Naar mannetje met zijn paardenstaartje.”, hij had inmiddels op internet informatie ingewonnen over de schrijver van het ‘zure, naargeestige stuk’

Ik heb de recensie gelezen had daar de volgende gedachten bij.

Kees G. beweert van alles maar geeft geen voorbeelden.  Niets prikkelt, alles is saai en als voorbeelden geeft hij dan korte stukjes van soms maar een paar woorden. Uit de context getrokken zonder verder commentaar waarom dat dan blijkbaar saai of monotoon-brommerig zou zijn.  Als dieptepunt wordt het enige rijmende gedicht aangehaald. Pijnlijk noemt Kees G. het. Waarom Kees? Waarom is dit pijnlijk? Geef daar duiding aan, neem je werk als recensent serieus.

Laat ons neuken Nora, je windt me op
want alleen jij kunt je lippen zo tuiten
als ik streel over het vlees aan je kuiten
kom schat, nog een keer, hoppa-hoppa-hop

O, maar nu begrijp ik het zal je zeggen.  Maar is dat zo? Dit is een strofe uit een gedicht van Kees G. Een strofe uit een gedicht waarmee hij een prijs heeft gewonnen. Wederom, zo uit de context getrokken zou je kunnen zeggen: lekker vulgair met een kinderlijk rijmpje aan het einde (quote bevriende dichter).

‘Als je poëzie serieus neemt, dan is er maar een maatstaf, de hoogste.’ Schrijft Kees G.  Is dat zo Kees?

In de afgelopen jaren ben ik verschillende keren door dichters en aankomende dichters  benaderd en gevraagd om commentaar te geven op hun gedichten. Dat heb ik altijd met nuance gedaan, niet alleen maar de zwakke punten benoemen maar vooral de sterke kanten benadrukken, stimuleren, enthousiasmeren. Een paar van deze mensen zijn inmiddels zelfs door Meander geïnterviewd en als talenten bestempeld. Wat ik maar wil zeggen is dat de beschrijving van Kees G. een zeer eenzijdig beeld schept van de werkelijkheid.  Ik heb mijn bundel er even bij gepakt (en je kunt dit verifiëren door mijn blog te lezen) en wat blijkt: 3 gedichten uit de bundel hebben de eerste prijs gewonnen in poëziewedstrijden waaronder die van de LAZ en de SLAU, 4 gedichten zijn genomineerd in poëziewedstrijden of waren laureaat gedichten en maar liefst 15 gedichten werden gepubliceerd in tijdschriften, magazines en op literaire en /of poëziewebsites op het internet.

Tientallen mensen vonden mijn gedichten blijkbaar goed of goed genoeg. Wie zou er dan gelijk hebben, al die mensen en de inmiddels honderden mensen die mijn bundels hebben aangeschaft of Kees G. ‘Een zwetende schilferige zestiger’ (quote bevriend dichter)?

De kwalificaties van mijn vriend hebben allemaal door mijn hoofd gespeeld, de eerste keer dat ik de recensie las, daar ben ik heel eerlijk over, als je integriteit en je rechtvaardigheidsgevoel wordt aangetast verval je snel in vileine termen. Ik ben de eerste die zal erkennen dat niet al mijn gedichten even goed zijn, dat ik wel eens in de val van het cliché trap of dat mijn poëzie soms wel erg abstract is (dat is ook zo). Tegelijkertijd weet ik dat veel mensen van mijn gedichten genieten en dat ze mijn poëzie waarderen. De mening van 1 mens kan daar niets aan veranderen.

Ik hoop met bovenstaand stuk een eerlijk tegengeluid te hebben gegeven. En Meander? Meander stond een aantal jaar geleden te boek als licht elitair en nogal negatief in haar besprekingen van ‘minder bekende dichters’. De afgelopen jaren is daarin verandering in gekomen en ik beschouw de recensie van Kees G. dan ook maar als een incidentele terugval. Ik ben niet voor niets pas geleden Vriend van Meander geworden. Ik zal dat ook blijven, want in tegenstelling tot Kees G. hou ik wel van poëzie en al haar beoefenaren.

Dat wilde ik kwijt.

Wil je de recensie met eigen ogen lezen? Dat kan op: http://meandermagazine.net/wp/2012/04/in-het-wangslijm/

Recensie ‘Zoals de wind in maart graven beroert’

Hanta.nl

Vandaag verscheen op Hanta.nl een recensie van mijn nieuwe bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’.

Enkele quotes uit de recensie:

“Nederland wemelt van de kleine uitgeverijen. De Brouwerij is zo’n uitgever.  Uit het feit dat ze vacatures hebben voor ‘stageplaatsen en vrijwilligers’ kun je afleiden dat het ook daar geen vetpot is.”

“Als je kijkt naar Zoals de wind in maart graven beroert van Wouter van Heiningen is dat vreemd, want in hem heeft De Brouwerij een dichter die volgens mij, na nog een paar jaar ontwikkeling, makkelijk een groter publiek kan aanspreken.”

.

Deze stad ademt de blues

vlak onder de huid bijgezet

in het geheugen van schoonmakers

en slachters

.

hier trekt de gospel

van mond tot hart

en biedt zij troost

als bijvangst van de fles

.

“Dat is poëzie die je ook nog eens tijdens een avond met vrienden kan voorlezen zonder glazig aangekeken te worden.”

.

De rest van de recensie vindt je hier: http://www.hanta.nl/hanta/2012/04/17/zoals-de-wind-in-maart-graven-beroert-wouter-van-heiningen/