Site-archief
Serge van Duijnhoven
Een echtelijke slaapkamer
.
Serge van Duijnhoven (1970) is schrijver, dichter en historicus (dat laatste wist ik niet). Hij is de oprichter van het tijdschrift MillenniuM en de Stichting Kunstgroep Lage Landen. Daarnaast is hij frontman van het muzikale gezelschap Dichters Dansen Niet. Ik ken Serge vooral van het laatste, zo besprak ik zijn laatste werk (bundel en CD) ‘Vuurproef ‘ in februari van vorig jaar. Wat schetste mijn verbazing toen ik een gedicht van zijn hand tegen kwam in de onvolprezen bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’ met de nieuwsgierigmakende titel ‘Een echtelijke slaapkamer’.
.
Een echtelijke slaapkamer
.
Hij spoelde aan. Een vis
met rottende ingewanden
Soms deed hij hele dagen
niets dan zich ontlasten
of pogingen daartoe
.
de bloedkorstjes in het toilet
liet hij door zijn vrouw
verwijderen. Hij zag haar
gebukt op de toiletvloer
Hij wilde haar gebukt in bed
.
De kuit moet zwemmen
tot haar maag. Zij spartelde
happend naar adem. Na afloop
zonk hij neer tot hij
verbaasd de bodem raakte
.
Op een avond trof zijn vrouw
hem kruipend in de keuken
Zij sleepte hem naar boven
in de kamer waar zijn cellen
konden zwellen. Hij kreunde
.
richtte zich nog een keer
op, kwijlde op zijn knokkels
en doorboorde haar met een
gestrekte arm vol tot aan
zijn oksel. Zo werden zij
.
gevonden – man en vrouw
hun lichamen verwrongen
als wrakken die, onder
toeziend oog van de zoon
door een arts werden gedemonteerd
.
Tweedst
J. Bernlef (1937 – 2012)
.
J. Bernlef is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Bernlef was schrijver, dichter en vertaler. Ik kende hem vooral als schrijver maar van de meer dan ruim 80 boeken en bundels die van hem bij leven zijn uitgegeven zijn er 25 met poëzie. Bernlef debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel ‘Kokkels’. Vanaf 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (zonder de initiaal J.), soms als Henk Bernlef (hij heeft eerder vertalingen gemaakt als Jan Bernlef).
Bernlef ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen als de Reina Prinsen Geerligsprijs voor ‘Kokkels’ (1959), de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1984) en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre (1994).
In 1988 verscheen bij Querido de verzamelbundel ‘Gedichten 1970 – 1980’.
Uit deze bundel het gedicht ‘De kunst om tweedst te zijn’ (Voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Stilleven’ uit 1979).
.
De kunst om tweedst te zijn
.
Net achter de leider de zijweg ingeglipt
(die hij niet had gezien)
en zo de bessestruik ontdekt
.
Goed, ze smaken bitter maar
aan alles wen je op den duur
.
Kleine, harde bessen, zuur
maar zoet smakend naast het
al half vergane lijk van de leider.
.
Runa Svetlikova
Winnaar Herman de Coninckprijs
.
Runa Svetlikova (1982) is dichter, grafisch ontwerper en schrijver en haar debuutbundel ‘Deze zachte witte kamer’ won dit jaar op 27 januari, de Herman de Conincklamp voor het beste debuut van 2014. In het juryrapport staat te lezen:
“Het aantal debuten dit jaar was mager, maar de jury zag daar dit jaar geen reden in om de debuutprijs niet uit te reiken. Een van de debuten steeg namelijk duidelijk boven de anderen uit. Een sterke authentieke bundel met een volstrekt eigen idioom. Pittige vragen als de vermaarde “Wie zijn we? en Waar komen we vandaan?” worden met lef, originaliteit en een scherpe onafhankelijke geest benaderd. Dit is een bundel die een volwassenheid toont die menig dichter die het debuteren al lang achter de rug heeft zou sieren. De debuutprijs 2015 gaat naar de bundel ‘Deze zachte witte kamer’ van Runa Svetlikova”.
Uit deze bundel het gedicht ‘Ge liet iets achter’.
.
Ge liet iets achter
.
Ge liet iets achter maar niemand kan het vinden
ge deed iets goed maar niemand weet wat
ge zijt nen held maar niemand weet waarom ge
heel uw leven vocht en wie zo hard terug sloeg.
Het doet er niet toe, ge haalde de finale –
maar niemand weet van wat
Het was niet hardlopen, ge liep kreupel.
Het was niet hoogspringen, ge zat voltijds aan de grond.
Ge trok geen treinstellen voort met uw vals gebit.
Ge zijt een vraagteken, maar wie schreef de zin
en wie stelt de vraag? Ik zoek een schone foto en ik vind:
uw handen: Uw stompe vingers. Uw vergeelde vingertoppen
en uw kromme nagels. Mijn kind heeft die ook.
.
Jan Wolkers
Wintervitrines
.
Jan Wolkers kent iedereen. Van zijn romans en verhalenbundels. Maar dat Jan Wolkers ook poëzie schreef is bij niet veel mensen bekend. Zijn poëzie is vaak prozaïsche. Het zijn meestal een soort ultra korte verhaaltjes met een poëtische toonzetting. In de bundel ‘Wintervitrines’ uit 2003 staan een groot aantal van dit soort proza gedichten maar ook een aantal ‘echte ‘ gedichten.Een mooi voorbeeld is het gedicht ‘Winter’.
.
Winter
.
een landkaart van sapstromen
gestremd in rijp
onontdekt gebied van
verstijfde kronkelingen
de geometrie van sneeuw
stelt de wet
de eg van ijspegels
hangt boven de smetteloze
sprei van de dood
.
Meneer Cogito
J. Bernlef
.
J. Bernlef (1937 – 2012, pseudoniem van Hendrik Jan Marsman) kende ik vooral van zijn proza maar hij heeft in zijn leven vele dichtbundels gepubliceerd. Een van die bundels is ‘De noodzakelijke engel’ uit 1990. Uit deze bundel één van de twee gedichten over meneer Cogitio (uit een serie van drie gedichten in hoofdstuk II van de bundel met de titel ‘Meneer Cogito in Rotterdam’.
.
Meneer Cogito in Rotterdam
.
Zijn gelaatstrekken wijken
half op de achtergrond al
lijken zijn ronde ogen geloken
.
Meneer Cogito spreekt
over de puzzelstukken van zijn bestaan
door anderen gelegd
.
Tot een beeld dat hij
denkt te herkennen
op één stukje na
.
In de marmeren wand achter zijn rug
opent zich een deur
vol spiegelend licht
.
De vleugelloze engel zet
een zwarte stoel op het toneel
terwijl meneer Cogito over Hamlet spreekt
.
Aan draden worden rotsen neergelaten
ze hangen, schommelen boven zijn witte hoofd terwijl hij
net over het heldere oog van de kiezel begint
.
De engel wil dat hij gaat zitten
maar meneer Cogito weigert, hij wil nog graag
getuige zijn van de som, het totaal, waar alles om draait
.
De engel wenkt, zijn grafsteen wordt gelegd
compleet met jaartallen en naam en daarachter
de stoel, uitnodigend zwart
.
Meneer Cogito, klein en beleefd, schudt zijn hoofd
al kijkend naar de stoel
wil hij ‘Icarus’ zeggen
.
Plompverloren valt hij de engel in de armen
dit is het laatste beeld: meneer Cogito en de engel zonder
vleugels
in een woordloze omhelzing verstrengeld.
.
Het was zo goed
Rita Demeester (1946 – 1993)
Het schrijverschap van de Vlaamse Rita Demeester begon nadat ze werkloos was geworden en wegbezuinigd was uit het onderwijs. Dan begint ze met schrijven. Uit noodzaak bekent ze: “Zonder dit veertigjarige leven dat achter me ligt, deels als een wilde tuin, deels als een mijnenveld, was het er nooit van gekomen, geloof ik.”
Ze debuteert pas op haar veertigste, wat ze later als een voordeel beschouwde. Ze zei hierover: “Ik geloof echt dat ik eenenveertig moest worden, werkloos, bevrijd van schreeuwende kinderen en beschikkend over een ruime werktafel, om tot schrijven te komen.”
Haar eerste gedichten verschijnen in 1986 in het literaire tijdschrift De Brakke Hond onder het pseudoniem Esther Meert . Hierna legt ze zich toe op het schrijven van proza. Haar hele poëzie oeuvre bestaat uit een paar gedichten. In 1993 overlijdt Rita Demeester op 46 jarige leeftijd.
“Het was zo goed de konfituur nog warm in de potten en iedereen thuis Ik speelde met mijn poppen in een kartonnen poppenhuis van afgedankte dozen en mijn zussen waren groot ze naaiden met vrouwenijver aan iets nutteloos Het was zo goed dat ik alleen in bed soms dacht als nu de Russen maar niet komen.”






















