Site-archief
Liefdesgedicht
Luuk Gruwez
.
Lezend in de bloemlezing ‘Geen dag zonder liefde’ kwam ik bij het gedicht ‘Estetika’ van Luuk Gruwez (1953) uit, een bijzonder liefdesgedicht dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘De feestelijke verliezer‘ uit 1985. Met dit gedicht stuur ik jullie de dag in, geen beter begin mogelijk lijkt me. Mocht je meer over dit gedicht willen lezen dan kun je terecht bij dbnl.org
.
Estetika
.
het sierlijkste is niet de zwaan, maar het water
waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt
en de rimpeling van vriendelijke huiver
die zij door haar stil bewegen weeft.
.
het sierlijkste is niet je lichaam, maar de spiegel
waar het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt
(en rimpels toont als rimpelingen in water)
en hoe een hand ontastbaar haast
verschuift over je huid,
en hoe een streling dan,
als een omhelzing van zichzelf,
op jouw lichaam liggen gaat.
.
terwijl mijn blik die dat niet blijvend
vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd,
zoals wie ééns genodigd tot genot,
daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.
.
Stromae
Serge van Duijnhoven
.
Vandaag een gedicht uit de meer dan bijzondere bundel ‘Nooit Meer Zo Nu’ uit 2025 van Serge van Duijnhoven (1970) met de titel ‘Stromae’ over deze multi-getalenteerde Belgische musicus.
.
Stromae
.
Als bastaard van hybride aard
ben jij hier als geen ander tussen
alle niet bestaande Belgen met
je lange benen werkelijk geaard
.
een slang die zich het liefste zelve bijt
in zijn wonderlijke griffioenenstaart
en van de Brusselse straat zijn zwarte
sprookjesreservaat heeft gemaakt
.
jij die als semichanteur, moitiédanseur
zich van een mimycrimineel en Brelfanaat
ontpopt hebt tot een formidabele brageur
en wereldster die wel met zijn imago
.
maar nimmer met zijn kloten spelen laat
.
Korte break
Remco Campert
.
Omdat ik even een paar dagen een korte break heb zal ik de komende drie dagen, hier wat kortere blogberichten plaatsen. Altijd een gedicht, zoals je gewend bent van me maar zonder heel veel duiding, context of informatie. Zie het als een minivakantie. Vandaag het eerste gedicht van Remco Campert (1929-2022). Het gedicht zonder titel verscheen in 1985, jaargang 3, in het tijdschrift Optima.
Optima (Cahier voor literatuur en boekwezen) verscheen als tijdschrift/jaarboek met proza, poëzie en secundaire letterkunde van 1983 t/m 2004.
.
Umami
Dag negen
.
Op deze laatste dag van mijn vakantie nog maar eens een gedicht dat verscheen in MUGzine #4 in 2020 van Elfie Tromp (1985) getiteld ‘Umami’. Het nieuwe nummer van MUGzine (#28) is zo goed als klaar en wordt begin augustus gepubliceerd en verstuurd naar al onze donateurs.
.
Umami
.
In grotten aan de kust drogen tonijnharten
wiegend aan stokken in zilte wind
delicatessen in de maak
.
je zet een slakkenklem op mijn tong
proeft of ik al op smaak ben
.
deze hitte is bitter
gejaagd spoel je alles met azijn
.
wie liet ooit melk gisten?
eieren begraven?
.
harten wiegen?
.
Hotelgast
Dag acht
.
Hoewel ik maar heel af en toe in hotels verblijf tijdens vakanties, weet ik dat juist toeristen voor hotels van levensbelang zijn. Daarom een gedicht met de titel ‘Hotelgast’ van Bernlef (1937-2012) uit zijn bundel ‘Winterwegen’ uit 1983 waarin de dichter een heel menselijk trekje beschrijft.
.
Hotelgast
.
In iedere hotelgast huist een ander
die, zo gauw alleen, laden en kasten opentrekt.
Wat zoekt hij daar?
.
Hoopt hij dat iets verborgen of
achterbleef: een haarspeld, paper-
clip, miniem verhaal, of desnoods
iets dat onklaar gemaakt ten minste
wijst op een vorige bewoner. Niets
van dit alles (het is een goed hotel).
.
Hij betaalt voor een kamer die hem weigert
en dat is wat hij zoekt en vindt
in lege ladekasten: zichzelf
na zijn vertrek.
.
Ruimteschil
Dag zeven
.
Op de zevende dag…, nee niks religieus maar wel een gedicht over de ruimte en ons bestaan. Dit gedicht is van de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck (1991) en ik nam het uit haar bundel ‘Kameleon’ gedichten uit 2015.
.
Ruimteschil
.
Onder de oranje fleecedeken zijn we
volgens eigen en onveranderlijke wetten
miertjes op een mandarijnenschil
.
nemen we enkel wat we nodig hebben, niets
hoeft zich in een werkelijkheid af te spelen
omdat het hier toch geen verloop kent.
.
Het teken doen verdwijnen in de betekenis.
Het korstje markeert en verstopt de wonde.
We zullen een dubbele gulzige taal spreken.
.
Godzijdank
Dag zes
.
Op deze zesde dag van mijn korte vakantie een gedicht van Vijftiger, performer, levensgenieter, dichter en schrijver Simon Vinkenoog (1928-2009). Het gedicht ‘Godzijdank’ komt uit het hoofdstuk ‘Gesproken woord (jazz en poetry)/1963-1964’ uit de bundel ‘eerste gedichten 49|64’uit 1966.
.
Godzijdank
.
Godzijdank dat ik leef
Godzijdank dat ik engels spreek
Godzijdank dat ik adem en beweeg
Godzijdank dat ik leef.
.
Godzijdank dat ik spreek
Godzijdank dat ik weet
Godzijdank dat ik
Godzijdank
ik
God
.
ik,
waarneembaar,
Ik,
aanvaardbaar.
.
Rust
Dag vier
.
Als er één ding niet echt van toepassing is op mijn vakanties dan is het rust. Wanneer je ergens bent waar je nog nooit geweest bent dan wil je toch weten waar je bent, hoe het er daar uitziet, wat de bijzondere dingen zijn in de buurt? Aan de andere kant, rust is me gegeven omdat ik de gedichten in mijn vakantie altijd voorbereid. Dus vooraf geen rust en eigenlijk ook geen rust als ik op reis bent realiseer ik me. Maar zoals mijn oma al zei “als je dood bent kun je nog lang genoeg rusten”. Daarom hier het gedicht ‘Rust’ van Rob Schouten (1954) uit de bundel ‘Vuil goed’ een keuze uit al zijn gedichten uit 2011.
.
Rust
.
Van filmisch slapen gaat de wereld over
is mijn ervaring. Wacht geen werk, geen zin.
.
Toen ik eens uit gemakzucht niet ontwaakte
hield men mij voor vannacht ontslapen.
.
Ik kan niet zeggen dat het mij kon schelen
te zijn gestorven na geen werkzaam leven.
.
Wellicht schilderde ik een bergbeek uit,
hing gelukzalig met haar in een grot.
.
Terwijl men mij achter het glas bekeek
was ik er niet echt bij met mijn gedachten.
.
Mij viel niet in dankbaar te reageren
omdat de voorstelling me wel beviel
en ik geen last van het geheugen had.
.
Telde bekijks, zo’n kleine zeventig.
Na afloop bloemen maar ik kwam niet meer terug.
.
Reïncarnatie
Dag drie
.
Op dag drie van mijn vakantie een gedicht met een titel die dichters blijkbaar aanspreekt want ik plaatse al eerder een gedicht met de titel ‘Reïncarnatie’. Van Patricia Lasoen (1948) en van Daan Zonderland (1909-1977). Vandaag echter een gedicht met deze titel van Ester Naomi Perquin (1980) uit haar bundel ‘Servetten halfstok’ uit 2007.
.
Reïncarnatie
.
Wil iemand in mijn benen lopen,
in mijn mond zijn woorden leggen
en in mijn handen stijve vingers
soepel strekken voor pianospel
of strelen – wie wil mij aan?
.
Word ik de eerste keus of heeft
een mooier lichaam niet gepast?
Lig ik opgevouwen achteraan of
hang ik breeduit in de etalage?
.
Hoe weten zij hoe ik mij was?
Welk nog onzichtbaar etiket
is in mijn nekrand vastgezet?
.














