Site-archief

Ophelia

Jan Vercammen

.

De Vlaamse dichter en jeugdboekenschrijver Jan Vercammen (1906 – 1984) is zo’n dichter die redelijk snel uit het collectief geheugen van mensen aan het verdwijnen is. In Nederland was zijn dichterschap al weinig bekend maar ook in Vlaanderen nemen nieuwe namen zijn plaats in, in het literaire landschap. Daarom past zijn dichterschap prima in de categorie (bijna) vergeten dichters.

Jan Vercammens dichtdebuut was de bundel Eksode, uit 1929. Vanaf zijn De parelvisscher‘ uit 1946 wordt zijn werk religieus-humanistisch genoemd, met de liefde en de dood als belangrijke thema’s, daarvoor had zijn poëzie eerder een katholiek karakter. Zijn werk werd vertaald in het Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch, meerdere gedichten werden op muziek gezet. Daarnaast schreef hij ook jeugdverhalen en kinderpoëzie.

Jan Vercammen was redactiesecretaris van ‘De Tijdstroom’ (1931-1935), redacteur van ‘De Gemeenschap’ (1935-1941) en ‘De Schakel’ (1936-1940). Hij was lid van de Raad van Beheer van de Kultuurraad voor Vlaanderen (1959-1976), erevoorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1976 het gedicht ‘Ophelia’, (de geliefde van Hamlet die verdronk) uit Hamlet van Shakespeare.

.

Ophelia

.

Ophelia, wit licht diep in het water

en de verukkelijke wonde van uw mond.

Uw duistre woorden werden dierbaar later

wanneer ik plotseling hun zin verstond.

.

Gij ziet het licht niet, want uw open ogen

zijn afgesloten met de schaduw van de dood,

o duisternis in hun verzonken bogen.

Ik was het leven dat gij duizelig ontvloodt.

.

De tijd beweegt zich traag als vinnen

van zilvervissen en ontstellend bloot.

Ophelia, nog moet ik u beminnen,

wit licht, verlokking tot de dood.

.

Zomerpodium

Jacobustuin

.

Elk jaar organiseer ik met de stichting Ongehoord! het Zomerpodium in de Jacobustuin in Rotterdam. Deze binnentuin is normaal gesloten voor publiek maar één maal per jaar, tijdens de Geheime Tuinen Route, gaat de tuin open voor publiek en dan organiseren wij er dus een poëziepodium. Elk jaar opnieuw is dit podium weer bijzonder. Door de ligging in het hart van Rotterdam, door de bijzondere sfeer die er heerst, door het groen, de vogels die je hoort en door de dichters die hier altijd boven zichzelf uit lijken te stijgen is het Zomerpodium voor mij mijn favoriete podium van het jaar.

Ook dit jaar is er dus weer een podium en wel op zondag 11 juni van 14.00 tot ca. 17.00 uur. Ook dit jaar kun je onder het genot van een hapje en een drankje (de hapjes zijn gratis) weer genieten van een aantal mooie dichters en muziek.

Dit jaar maar liefst twee Vlaamse dichters op het podium te weten Lies Jo Vandenhende en Philip Volckaert maar ook Gerda Posthumus (eilanddichter van Vlieland), Peter Swanborn (als Rotterdamse dichter), Daniëlle Zawadi (Winnaar van de voorronde Taal van de Kunstbende) en Ylka Kolken die voor het muzikale intermezzo zorgt.  Kortom veel om van te genieten.

Natuurlijk is er weer een open podium, is er alle mogelijkheid om de Jacobustuin te bekijken, een heerlijk drankje te genieten en wat te eten en interactief met dichters en publiek van deze dag te genieten.

De tuin is al om 12 uur open maar het programma begint rond twee uur. Ik hoop jullie daar te mogen ontmoeten en begroeten. Als voorproefje een gedicht van Gerda Posthumus getiteld ‘Zeeblues’.

.

zeeblues

.

niets van het zoute water uit haar ogen streeft
naar opgeloste weemoed die het hart verlicht
en is zelfs niet op iets van een gemis gericht
waarom het wenen zelf is wat haar inzicht geeft

zoals ze ieder tij zijn eigen hoogte geeft
maar ook de laagte met zijn eigen zwaargewicht
naar opgeloste weemoed die het hart verlicht
dat is hoe zij en in zichzelf haar waarheid leeft

druist ook de maan tegen een valse volte in
een chûte die zich keert tegen een nieuw begin
heeft ooit een leeg heelal uit haar verval gesticht

maar ook de laagte met zijn eigen zwaargewicht
en is zelfs niet op iets van een gemis gericht:
vervult haar volte tot een vloed ebt binnenin

.

Dichter op verzoek

Deel 4

.

Van Jo Maes kreeg ik het verzoek via Facebook om aandacht te besteden aan de dichter Ellen Lanckman (1975). Deze Vlaamse dichter woont in Brakel (Oost Vlaanderen) en zegt van zichzelf: ‘Ik schrijf zoals ik adem: de ene keer snel, dan weer langzaam, een andere keer helemaal loos’.

Ze volgde proza en poëzie bij Wisper (Gent) en Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten (Aalst). In de zomer van 2014 verscheen de debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’ bij uitgeverij Scriptomanen.  In het voorjaar van 2015 bracht Ellen bij diezelfde uitgeverij en in samenwerking met fotograaf Hendrik Boxy ‘Dagen van glas’ uit. Haar derde bundel ‘Vogel-jong’ is via haar website bij haar te bestellen. Ze werd ze een aantal keer gepubliceerd, zowel in bloemlezingen als literair tijdschriften.  Tevens stelt ze regelmatig tentoon, altijd i.s.m. andere kunstdisciplines.

Uit 2015 een gedicht van haar hand getiteld ‘Weerspiegeling’.

 

Weerspiegeling

Hoe dichter ze komt
bij mijn jaren,
hoe vaker ik mezelf herken
in haar bewegingen.

We schuiven tegelijkertijd
een mok naar ons toe,
al is mijn koffie nog haar melk.

Net als ik leest ze
uren weg onder het dakraam
waar dezelfde maan binnen gluurt.

En de manier waarop ze haar haren
over de schouders schudt,
confronteert mij

met de tijd die kantelt
van proefdruk naar heruitgave
van een verloren gewaande jeugd.

.

 

Strombolicchio

Peter Holvoet-Hanssen

.

Eerder schreef ik over de poëzie van Peter Holvoet-Hanssen in de categorie ‘Gedichten op vreemde plekken’ daar Peter in zijn tijd als stadsdichter van Antwerpen (2010-2011) poëzie plaatste op de kademuren van Antwerpen en de zijkant van een schip. Peter Holvoet-Hanssen (1960) publiceerde in diverse literaire tijdschriften als De Gids, Optima, Dietsche Warande en Parmentier en debuteerde in 1998 met de bundel ‘Dwangbuis van Houdini’ dat door de Standaard der Letteren uitgeroepen werd tot mooiste bundel van dat jaar.

In 1999 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker zijn bundel ‘Stromboliccho, uit de smidse van vulcanus’ (Strombolicchio is een vulkanisch eiland in de buurt van Sicillie). Volgens de achterflap voert ‘Strombolicchio’ de lezer mee op een hallucinerende reis naar de poëzie.. van onbedaarlijk tot wegstervend, van meedogenloos tot meedogend.

Bijzonder zijn de gedichten zeker, Steeds anders van vorm, van toon, van opbouw en opzet en hoewel er rode lijnen zijn te ontdekken in de opbouw van de bundel ‘ontglippen de verzen van Holvoet-Hanssen elk etiket’ zoals ook op de achterflap te lezen is.

Ik koos voor het gedicht ‘Voor Grant Hart’. Ik kende Grant Hart niet (zoals ik wel meerdere personages en namen uit de bundel heb moeten opzoeken wat een bijzondere ontdekkingsreis op zich was) maar weet nu dat Hart de drummer en mede-tekstschrijver  was van de band Hüsker Dü en later Nova Mob.

.

Voor Grant Hart

.

Siciliano. De korsten scheuren.

Ik hoor je zingen. Je vuurt het water aan met je capriccio.

Vuur door het water, vuur door de lucht.

.

Dans de tarantella aan de rand van de poëtica.

Oogst want niets staat vast.

Alles wordt vloeibaar.

.

Ik doe buskruit in je kroes. Wij zijn boekaniers van goede sier.

Temperen niet voor de zwart geblakerde.

Dit vuur woedt in alle talen.

.

Yo soy capitán. Bedaar, jij bent admiraal.

.

                                                                                                                                   Foto: Andy Huysmans

Lies Jo Vandenhende

Jacobustuin 2017

.

Als bestuurslid van Ongehoord! ben ik al druk bezig met het vragen van dichters voor het Zomerpodium op zondag 11 juni in de Jacobustuin (in de Jacobusstraat in hartje Rotterdam). Wij prijzen ons gelukkig dat ook dit jaar weer een Vlaams dichter wil afreizen naar Rotterdam om haar kunsten aldaar te vertonen. Dit jaar is dat Lies Jo Vandenhende (1988). Lies Jo was één van de deelnemers van de Poëziebus van 2016. Lies Jo woont in hartje Antwerpen, drinkt veel koffie (wat heel gezond is weet ik) alsof ze haar bloed probeert te vervangen en studeert literiare creatie aan de Academie in Borgerhout.

In 2016 debuteerde ze met een cyclus gedichten in Deus Ex Machina. Lies Jo heeft een bijzondere liefde voor kringloopwinkels, (die ik met haar deel zo weet de regelmatige lezer van deze website) kamerplanten, rap en havermoutpap. Ze vindt dat iedereen te weinig beweegt en dat we allemaal goeiemorgen tegen de buschauffeur zouden moeten zeggen.

Kortom alle reden om ook dit jaar een bezoek aan het prachtige Zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin te brengen. Op de website van Ongehoord! staan binnenkort alle te verwachten dichters en musici. Kijk daarvoor op https://stichtingongehoord.com/

Van Lies Jo het gedicht ‘Wanneer ben ik eindelijk’ dat in de Poëziebusbundel ‘Verzameld werk’ 2016 verscheen.

.

Wanneer ben ik eindelijk

.

Ik bofte als zij er was bij het ontbijt

we aten gepofte granen met honingsmaak

zij praatte ik dronk de melk

nooit helemaal omdat ze intussen

te zoet geworden was

.

Het korrelde zwart om haar ogen

en het roken deed haar lippen leeglopen

ze leken steeds meer te wijken

voor de huid van abrokozen

overrijpe

.

Ik wou heen waar zij was

en tijdens het wachten

stopte ik

stopte ik mijn kleine voetjes

in haar hoge hakken

die ze niet meer draagt

sinds in de omhelzing

mijn kin op haar kruin rust

.

Tussen meisjes en moeders

heerst een vage jaloezie

de éen wil jong

de ander alles

alles nu al zien

alles nu al zijn

.

Nu praat de spiegel soms

met haar mond

en weet ik niet zeker

of ik blij

of ik blijf

bij wat ik hier vond

.

Koperlicht

Clara Haesaert

.

Hoewel de laatste gedichtenbundel van Clara Haesaert (1924) uit 1995 stamt, is zij, misschien wel daardoor en mede door haar hoge leeftijd een onbekendere dichter uit Vlaanderen. Na haar studie was Clara Haesaert werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur (ik vermoed dat dat heden ten dage niet meer bestaat). In die functie zette ze zich in voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken. Haar debuut kwam in 1953 met de gedichtenbundel ‘De overkant’, waarna diverse andere bundels verschenen. Haesaert was medeoprichtster en redacteur van het tweemaandelijks tijdschrift De Meridiaan. Tevens was zij oprichtster van de Brusselse Galerie Taptoe. In de vuistdikke bloemlezing ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ samengesteld door Christine D’haen uit 1980 is Haesaert vertegenwoordigd met het gedicht ‘Koperlicht’.

.

Koperlicht

.

Ik stelde met ontzetting vast

dat ik alleen aan tafel zat.

Alleen met onze blinde kat

die stil haar oren en poten wast.

.

Het venster heeft mijn beeld weerkaatst

als in een gloed van koperlicht,

zodra ik dacht aan vrouwenplicht

heb ik de kat naast mij geplaatst.

.

Verloren slaapt zij op een stoel.

Ik tracht u steeds weer te vergeten,

doch alles: werken, slapen, eten,

herinnert mij uw maat-gevoel.

.

Het lange spoor 4

Jan Lauwereyns

.

De Vlaamse neurowetenschapper en dichter Jan Lauwereyns (1969) promoveerde in 1998 aan de K.U.Leuven op een proefschrift over doelgerichte visuele waarneming en verrichtte neurowetenschappelijk onderzoek in Tokyo, Japan (1998 – 2002), Maryland, U.S.A. (2002 – 2003) en Wellington, Nieuw Zeeland (sinds eind januari 2003). Naast zijn wetenschappelijke werk  publiceerde Lauwereyns  dichtbundels zoals  ‘Nagelaten sonnetten’ (1999), ‘Blanke verzen’ (2001), ‘Buigzaamheden’ (2002) en ‘Vloeistof en welvaart’ (2008). Ook werkte hij samen met wetenschapper en dichter Leo Vroman en zijn vrouw Tineke in de bundel ‘Zwelgen wij denkend rond’.

Voor de bundel ‘Hemelsblauw’ uit 2011 kreeg hij de VSB Poëzieprijs. Uit de bundel ‘Tegenvoetig, tweebenig’ uit 2004 het gedicht  ‘het lange spoor 4’.

 

Het lange spoor 4

Onderaards krioelen, gericht op sjouwen
van immense korrels zand, rotsblokken,

mieren, bladluizen, honderdpoten.
Dit is de tweeledigheid der schepping,

op en om, vervolgens op en nogmaals om.
Zandberg, zanddal, stoffelijkheid migreert.

Onder en boven lopen, woeker, woeker,
op het karkas van arme geelkuifkaketoe.

.

Vuur en ijs

Robert Frost

.

De Amerikaans dichter en toneelschrijver Robert Lee Frost (1874 – 1963) stierf toen ik 9 dagen oud was. Ondanks dat dit alweer ruim een halve eeuw geleden is worden zijn gedichten nog steeds gelezen en gewaardeerd. Zijn bekendste gedicht is waarschijnlijk ‘The road not taken’ (dit gedicht kun je lezen in mijn bericht van 3 juli 2012).  Zijn inspiratie haalde hij vooral uit de natuur, het weer en het landschap van New England, de streek waar hij woonde. In eenvoudig opgebouwde gedichten onderzoekt hij complexe maatschappelijke en filosofische thema’s. Frost ontving vier Pulitzer-prijzen voor Poëzie.

De Vlaamse Lepus heeft gedichten van Frost vertaald in het Nederlands (zoals hij ook vertalingen maakte van gedichten van E.E. Cummings, ook hier op dit blog te lezen). Het gedicht ‘Fire and Ice’ wil ik vandaag met jullie delen in het Engels en in de vertaling van Lepus.

.

Fire and Ice

Some say the world will end in fire,
Some say in ice.
From what I’ve tasted of desire
I hold with those who favor fire.
But if it had to perish twice,
I think I know enough of hate
To say that for destruction ice
Is also great
And would suffice.
.
Vuur en ijs
.
Men zegt dat de wereld zal vergaan in vuur,
Men zegt ook in ijs.
Naar wat ik van begeerte proefde
Ga ik akkoord met hen die kiezen voor vuur.
Als ik echter tweemaal moet vergaan,
Dan is vernietiging met ijs ook prachtig,
Want haat is machtig
En ik meen te weten
Dat het zou volstaan.
.

Fragmenten van het onbeschrijfbare

Een recensie

.

Van de Vlaamse dichter Dimitri Hillewaert ( 1983) verscheen bij uitgeverij MUG books begin deze maand de bundel ‘Fragmenten van het onbeschrijfbare’. Dat doet meteen al de vraag rijzen wat dat onbeschrijfbare is. Niet te beschrijven als geheel maar in fragmenten lukt het wel. Is deze bundel daarmee een puzzel? Allerminst. Dit is een gedichtenbundel van een dichter die heel dicht bij zijn gevoel blijft, geen zakelijke beschrijvende dichter maar een dichter die steeds op zoek is naar de waarheid achter de schijnbare waarheid.

De bundel is opgedragen aan twee vrouwen; zijn moeder Doreen en zijn vrouw Danaë. In de gedichten is het duidelijk dat zij geliefde een rol speelt, en soms herkent men de moeder. De 33 gedichten zijn niet eenvormig, soms maar een paar regels en eenmaal drie pagina’s. De nummering leidde mij in eerste instantie in verwarring. Geen nummering zoals je die herkent. Zo begint de bundel met de gedichten (allen zonder titel) 1, 47, 65, 33, 24, 109 enzovoorts. Alsof de dichter uit een grote voorraad gedichten heeft gekozen en de nummering er eigenlijk niet toe doet. Dit verklaard dan ook meteen het ‘Deel 1’ op de titelpagina.

Navraag bij de dichter bevestigt mijn gedachten. De dichter heeft uit een aantal honderden gedichten gekozen op gevoel. Het Deel 1 duidt er inderdaad op dat het de bedoeling is dat er meer delen komen.

Dan de inhoud. De gedichten zijn, zoals gezegd veelal vanuit het gevoel geschreven, vanuit de dichter die zich het ene moment nederig en nietig opstelt en het andere moment opstandig of berustend. In de gedichten is er regelmatig sprake van de tegenstelling tussen het grote (het universum, de sterren, de geschiedenis) en het kleine (het lichaam, de cellen, het hier en nu) maar ook andere tegenstellingen komen terug (oud en jong, twijfelend en zelfverzekerd). Dit maakt de bundel zeer lezenswaardig. Ook is er in veel gedichten sprake van een ‘zij’. Zoals gezegd zal het hier de geliefde van de dichter betreffen, sommige gedichten zijn heel persoonlijk, intiem zelfs.

Ook in deze gedichten is er het spel van de daden en de woorden tussen de twee. Liefdevol, met vrees, dan weer optimistisch. Dat is hoe de dichter in deze bundel de wereld , de liefde en het leven beschouwt. Het onbeschrijfbare zal een combinatie van die drie zijn.

Ik heb voor twee gedichten gekozen uit deze bundel. Het gedicht nummer 27 als illustratie van een intiem gedicht en het laatste uit de bundel gedicht nummer 19 wat een en al optimisme en vertrouwen in zich draagt. Een opmerking nog over de opmaak, volgdne bundel graag met paginanummering.

.

27

.

ondanks alles

blijf bij me

.

deel hazelnoten muziek met mij

laat de ochtend onze ogen tot aquarel roze

kleuren en vlecht met mij de middaggeuren

samen

.

bedel in mij om avond bedank het kaarslicht

en leg daarna jouw huid op de mijne

.

luister bescherm me en fluister

alsof ik een weeshuis ben

zonder wetten vrees of roede

.

gewoon voor het plezier van het fluisteren

.

19

.

sterven in jouw armen

zou ik glimlachend aanvaarden

zoals schipbreuk lijden in Venetië

.

Poëziebus 2017

De namen zijn bekend

.

De Poëziebus gaat ook in 2017 weer rijden en voert ook dit jaar langs een aantal steden in Vlaanderen en Nederland. Welke dit zijn wordt binnenkort bekend gemaakt. Als voorzitter van de Raad van Toezicht van de stichting Poëziebus wil ik Irene Siekman maar ook alle anderen die weer veel werk in deze tour stoppen een groot compliment maken. Voor de derde keer georganiseerd en als reizend festival elk jaar weer verder groeiend, ik ben onder de indruk!

Van 4 t/m 13 augustus kun je de bus dus weer tegenkomen. Gisteren werd door de organisatie bekend gemaakt welke dichters, performers, slampoeten en spoken word artiesten mee gaan dit jaar. Een paar bekende namen maar ook een boel nog onbekend talent. Dit zijn ze:

Gorik Verbeken, Shanna de Ruiter, Martin Beversluis, Cissy (Cissy Joanita), Hidde Moens, Adriána Kóbor, Kay Slice, Marjan De Ridder, Arno Moens, Heidi Koren, Tijdelijke Toon (Charley El Ranzino), Sam Hoeck, Jeroen Naaktgeboren, Anne-Fleur van der Heiden, Jooz, Petra Van den Berghen, Gerard Scharn, Siebrand (Siebrand), Rellieatuur (Rellie Telg) en Daan Janssens!

Van één van deze dichters namelijk Heidi Koren alvast een voorproefje in de vorm van het gedicht ‘Testament’.

.

Testament

.

Ik heb iets nagelaten

Mijn ribben open te breken en jou mijn kloppend hart te schenken Overgeleverd aan jouw handen had ik moeten wachten niet wegkijken maar voelen dat het klopt

Mijn tijd stil te zetten Dag in nacht laten veranderen wachten tot de nieuwe maan geboren wordt en voelen dat zij schopt

De stilte buiten te sluiten Het zwijgen te begraven De leugen te smoren in het kussen van ons bed
Ik heb iets nagelaten Te laat te laf te diep begraven

Sla de sloten kapot Breek mijn kasten open Lees mijn hart uit Ik heb iets nagelaten Het staat geschreven Het is voor jou.

.

Meer informatie en poëzie over en van Heidi op haar website http://heidikoren.nl/

.