Site-archief
Vuur en ijs
Robert Frost
.
De Amerikaans dichter en toneelschrijver Robert Lee Frost (1874 – 1963) stierf toen ik 9 dagen oud was. Ondanks dat dit alweer ruim een halve eeuw geleden is worden zijn gedichten nog steeds gelezen en gewaardeerd. Zijn bekendste gedicht is waarschijnlijk ‘The road not taken’ (dit gedicht kun je lezen in mijn bericht van 3 juli 2012). Zijn inspiratie haalde hij vooral uit de natuur, het weer en het landschap van New England, de streek waar hij woonde. In eenvoudig opgebouwde gedichten onderzoekt hij complexe maatschappelijke en filosofische thema’s. Frost ontving vier Pulitzer-prijzen voor Poëzie.
De Vlaamse Lepus heeft gedichten van Frost vertaald in het Nederlands (zoals hij ook vertalingen maakte van gedichten van E.E. Cummings, ook hier op dit blog te lezen). Het gedicht ‘Fire and Ice’ wil ik vandaag met jullie delen in het Engels en in de vertaling van Lepus.
.
Fire and Ice
Men zegt ook in ijs.
Naar wat ik van begeerte proefde
Ga ik akkoord met hen die kiezen voor vuur.
Als ik echter tweemaal moet vergaan,
Dan is vernietiging met ijs ook prachtig,
Want haat is machtig
En ik meen te weten
Dat het zou volstaan.
Poëziebus 2017
De namen zijn bekend
.
De Poëziebus gaat ook in 2017 weer rijden en voert ook dit jaar langs een aantal steden in Vlaanderen en Nederland. Welke dit zijn wordt binnenkort bekend gemaakt. Als voorzitter van de Raad van Toezicht van de stichting Poëziebus wil ik Irene Siekman maar ook alle anderen die weer veel werk in deze tour stoppen een groot compliment maken. Voor de derde keer georganiseerd en als reizend festival elk jaar weer verder groeiend, ik ben onder de indruk!
Van 4 t/m 13 augustus kun je de bus dus weer tegenkomen. Gisteren werd door de organisatie bekend gemaakt welke dichters, performers, slampoeten en spoken word artiesten mee gaan dit jaar. Een paar bekende namen maar ook een boel nog onbekend talent. Dit zijn ze:
Gorik Verbeken, Shanna de Ruiter, Martin Beversluis, Cissy (Cissy Joanita), Hidde Moens, Adriána Kóbor, Kay Slice, Marjan De Ridder, Arno Moens, Heidi Koren, Tijdelijke Toon (Charley El Ranzino), Sam Hoeck, Jeroen Naaktgeboren, Anne-Fleur van der Heiden, Jooz, Petra Van den Berghen, Gerard Scharn, Siebrand (Siebrand), Rellieatuur (Rellie Telg) en Daan Janssens!
Van één van deze dichters namelijk Heidi Koren alvast een voorproefje in de vorm van het gedicht ‘Testament’.
.
Testament
.
Ik heb iets nagelaten
Mijn ribben open te breken en jou mijn kloppend hart te schenken Overgeleverd aan jouw handen had ik moeten wachten niet wegkijken maar voelen dat het klopt
Mijn tijd stil te zetten Dag in nacht laten veranderen wachten tot de nieuwe maan geboren wordt en voelen dat zij schopt
De stilte buiten te sluiten Het zwijgen te begraven De leugen te smoren in het kussen van ons bed
Ik heb iets nagelaten Te laat te laf te diep begraven
Sla de sloten kapot Breek mijn kasten open Lees mijn hart uit Ik heb iets nagelaten Het staat geschreven Het is voor jou.
.
Meer informatie en poëzie over en van Heidi op haar website http://heidikoren.nl/
.
’s Zomers
Jotie ‘T Hooft
.
Tussen mijn poëzie parafernalia (mooi woord) kwam ik een bijdrage van mijn dochters tegen aan de Jotie ‘T Hooft poëziewedstrijd. Toen ze destijds hoorde dat je best wel mooie prijzen kon winnen bij poëziewedstrijden sloegen ze meteen aan het dichten, hoe heerlijk het opportunisme van kinderen. Grappig genoeg bleek één van de twee tot de genomineerden te behoren in haar leeftijdsgroep (ze won niet) maar het bracht ons ertoe om af te reizen naar de geboorteplaats van Jotie ‘T Hooft Oudenaarde, om daar bij de prijsuitreiking aanwezig te zijn. Ze mocht zelfs haar gedicht voordragen. Het heeft verder niet geleid tot poëtische aspiraties maar leuk was het wel.
Omdat ik dit tegen kwam heb ik er maar weer eens een (verzamel)bundel van “t Hooft bij gepakt en uit zijn ‘Verzamelde gedichten’ koos ik voor het gedicht ’s Zomers’.
.
’s Zomers
.
’s Zomers vouwt men vliegers van mijn woorden
en holt ermee naar zee
alsof men ginds iets kon beginnen
zonder mij.
.
De huizen vol zand slapen nog
er zijn geen duinen
meeuwen hangen roerloos aan hun nylonkoord
er zijn nog geen schelpen gestrooid en
op de golfbreker ligt nog het blauwe lijk
van de bader van vorig jaar.
.
Pas als ik een woord ( ‘strandbal’)
tegen de wind ingooi, ontstaan:
een vrouw,
een schop, wat zonneolie
(en de ijskoventers kruipen uit hun gangen).
.
De rest laat ik met gerust gemoed
aan het stadsbestuur over.
.
Tegen de afgrond
Dirk van Bastelaere
.
Ik ruim mijn kast op. Dat is hard nodig want ik heb nog nauwelijks plaats voor mijn (nieuwe) dichtbundels. Tussen alle boeken vond ik ook nog een tijdschrift ‘Boek’ uit 2007. Waarom ik dat bewaard heb is me een raadsel, er staat hoegenaamd vrijwel niets over poëzie in behalve een klein stukje over de Week van de poëzie en de VSB poëzie prijs. Grappig om te lezen is dat de Week van de poëzie in 2007 van 21 tot en met 27 april liep (synchroon met de Poetry month in de VS) terwijl deze week inmiddels naar januari is ‘verhuisd’.
In dat stukje staan ook de genomineerde dichters waaronder Dirk van Bastelaere (1960) met zijn bundel ‘De voorbode van iets groots’. De VSB poëzieprijs won hij niet dat jaar, wel de Jan Campert prijs. Uit een andere bundel ‘Hartswedervaren’ uit 2000 het gedicht ‘Tegen de afgrond’ waaruit duidelijk het post moderne karakter van zijn poëzie blijkt.
.
Tegen de afgrond
Dat ik je aanspreek,
stom hart,
is natuurlijk complete waanzin, je bent
een generiek gegeven uit de cultuurgeschiedenis.
Dat betekent: een sterrennevel,
drijvende paddesnoeren, een parcours d’accidents
een zon die in het zwart verkeert,
napalm, Reihung, een nevengeschikte wereld
en we schrijven entropie.
Het is een woord,
hart,
tegen de wereld. Net zo goed kan ik tegen
de afgrond gaan schreeuwen, een canyon waarlangs
op zorgvuldige plaatsen
een houten framepje werd opgesteld
met de vermelding Take Pictures Here. KODAK
.
Herman de Coninck
Zoals dit eiland van de meeuwen
.
Lezend in de gedichten van Herman de Coninck, kon ik het toch niet laten weer eens een gedicht van hem te plaatsen. Het mag ook wel weer een keer, ik weet dat Herman nog altijd vele liefhebbers en fans heeft. Daarom, en omdat ik wonend vlak bij zee, iets heb met meeuwen, het gedicht ‘Zoals dit eiland van de meeuwen’ uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.
.
Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,
zo is dit eiland van de meeuwen
en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand.
.
Nachtroer
Charlotte Van den Broeck
.
Sommige dichters gaan harder dan anderen. Waar dat aan ligt is soms moeilijk te zeggen. In het geval van Charlotte Van den Broeck (1991) is dat zeer waarschijnlijk te danken aan haar nieuwe bundel ‘Nachtroer’. Deze bundel is haar tweede bundel en ze lijkt nu ook in Nederland voet aan de grond te krijgen met deze door De Arbeiderspers uitgegeven bundel. Haar debuutbundel ‘Kameleon’ werd bekroond met de Herman de Coninck debuutprijs.
Nachtroer verwijst naar de naam van een Antwerpse nachtwinkel en vormt daarmee het vertrekpunt van deze bundel. De bundel begint met 8, in Romeinse cijfers genummerde gedichten van 8 terug werkend naar 1, waarna Nachtroer begint.
Charlotte Van den Broeck studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Momenteel studeert ze woordkunst aan het conservatorium van Antwerpen.
Ik koos uit de bundel ‘Nachtroer’ voor het gedicht ‘Wrijfklank’.
.
Wrijfklank
.
Een stap naar links
en je valt buiten de bladspiegel, lig daar
buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om
.
lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet
geschreven wordt en blijf
.
liggen, stil en alsof
en slijtvast op de naad
die loopt tussen slagader en verhaal
.
je moet nog zoveel mensen voor me zijn
je moet nog
.
Vrouw
Jozef Deleu
.
De Vlaamse schrijver en dichter Jozef Deleu (1937) ziet in zijn poëzie als in zijn proza de mens continu geprangd tussen heden, verleden en toekomst. Het besef van de tijdelijkheid van alle leven verleent aan zijn werk een sterk melancholisch karakter. Deleu stelde naast zijn werk als schrijver en dichter ook verschillende bloemlezingen samen zoals ‘Het Groot Verzenboek, vijfhonderd gedichten over leven, liefde en dood’.
In een bloemlezing van Christine D’haen met de titel ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde uit 1980, staat dan weer een gedicht van Deleu met als titel ‘Vrouw’. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘De stilte groeit’ uit 1974.
.
Vrouw
.
Van ieder woord
ben jij de pit
de harde korrel
in de bolle druif
het zachte vlees
van de amandel.
.
Je bent plantaardig
ring op ring
vormen zich de kringen
woord op woord
wordt harde hoorn.
.
Met de seizoenen
dubbel-zinnig
blauwe zomer
rode winter.
.
Mals en eetbaar
hard en bitter
pure pit.
.
Zó ben jij
van mij.
.
Zo ben ik.
.
Een wonder
Herman Brusselmans
.
Hoewel ik Herman Brusselmans als schrijver niet echt ‘ken’ (ik vind de absurditeit in zijn boeken vaak net even té) was het helemaal een verassing voor me toen ik het boek ‘Meisjes hebben grotere borsten dan jongens’ uit 1997 tegen kwam. In dit boek staan gedichten voor lezers vanaf een jaar of tien.
De gedichten, waarvan sommige op rijm, zijn grappig, hilarisch, baldadig, grof, gevoelig en geschreven in de zo bekende Brusselmans-stijl die zijn lezers zeer zal aanspreken. Aan de orde zijn liefde, geweld, racisme, seks, God en stoute kinderen. Teksten waar je hardop om moet lachen – maar tussen de regels lees je ook de tranen.
Omdat de Poëzieweek 2017 (vanaf 26 januari) als thema ‘humor’ heeft wilde ik een gedicht uit deze bundel hier delen. Toegegeven het is een speciaal soort humor en ondanks het wrange onderwerp kan ik er wel om grinniken.
.
Een wonder
.
24 december:
Mama is aan de drank
Papa is aan de drugs
De kinderen krijgen slaag
De hond is dood
.
25 december:
Mama is aan de drank
Papa is aan de drugs
De kinderen krijgen slaag
De hond kwispelt nog één keer
.
















