Site-archief

November

Zondag

.

Hoewel het december is lijkt het soms wel alsof het nog november is. Regenachtig, niet al te koud en grijs. Niet echt een goede reden om een gedicht met de titel ‘November’  te plaatsen van Herman de Coninck op de zondag maar ach, eigenlijk is elke reden om iets van hem te plaatsen een goede, nietwaar.

Uit: ‘De gedichten’ zijn verzameld werk het gedicht ‘November’.

.

November

.

Er hangen nog twee blaren

aan mijn esdoorn. Duizend andere zijn

rood geworden, alvorens dood.

Vergeten te kijken.

.

Vergeten gelukkig te zijn.

Nochtans had ik een tuin

waarin een stoel, en die stoel

had mij, en ik had een hand

.

en die hand had een glas

en mijn mond had meningen.

Alles had.

Alles had ons.

.

HdC

Kaart van Plint uit 1995,  uit de reeks ‘De 10 Mooiste Van Herman de Coninck’. De illustratie ‘Zweef’ is van Wim Biewenga.

Als ik te lang gezeten had bij jou

Herman de Coninck

.

Zondag, dus een gedicht van meester dichter Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’ uit 1978 (vrij, respectievelijk zeer vrij, naar Edna St. Vincent Millay). In dit geval gedicht nummer 6.

.

6

.

Als ik te lang gezeten had bij jou,

te weerloos en te dicht tegen je aan,

wist ik dat ik vlug weg moest daarvandaan,

want van te grote warmte krijg je gauwer kou.

.

En als ik langer dan een mens verdragen kon

gekeken had naar jou, zo mooi en stralend klaar

dan ging ik duizelen en werd ik raar

zoals van te lang kijken naar de zon.

.

Dus zit ik nu weer op mijn oude kamer

waar alles donker is en koud en klein,

rondtastend naar mijn dingen, bedachtzamer

.

omdat ze me vervreemd geworden zijn.

Ik zoek mijn weg, hou halt, en luister

tot ik weer gewoon word aan het duister.

.

donkerekamer

Zomeravond

Schoolslag

.

Nu de herfst in alle hevigheid is losgebarsten lijkt het me het juiste moment om wat zonneschijn door te laten sijpelen middels een gedicht van Herman de Coninck. Het is zondag tenslotte. Daarom vandaag uit de bundel ‘Schoolslag’ uit 1994 een gedicht zonder titel over de zomer.

.

Zomeravond. We hebben woorden en tijd.
Behaaglijk is het om van mening en geslacht
te verschillen, waarna alleen nog van geslacht,
een verschil van dag en nacht, waarna nacht.

Laat je strelen, kom.
Ik hou ervan je lichaam te verdelen
in van alles twee, zoals ik deze zomer
de zee verdeelde toen ik schoolslag zwom.

.

zwemmen

Weemoed

Zondag

.

Op de dag die ik nog altijd speciaal vrij hou voor een gedicht van de grote Vlaamse dichter Herman de Coninck, vandaag opnieuw een gedicht, dat verscheen in Tirade jaargang 23 (1979), zonder titel.

.

Weemoed is een foto van voor 20 jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Nu houdt het verleden bij elkaar.
 .
En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.
 .
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.
.
.
oldpicture

Zij

Bernard Dewulf

.

Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.

Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.

.

Zij

.

Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,

maar slapen ieder onze nacht.

Haar lichaam ademt in mij voort

en binnen word ik weggedacht.

.

Woont daar iemand die bestaat

als zij zich sluit? Alles is

zo denkbaar in dit hoofd, ik

raak er niet in en niet uit.

.

Ik ken haar enkel in mijn armen,

zij houdt mij eeuwig op de tast.

Zij slaapt en wie is zij

die morgen weer in alles past?

.

Dewulf

Dewulf-2

 

Omwille van de nacht

Even

.

Vandaag een liefdesgedicht op Herman de Coninckzondag. uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ het werkelijk prachtige gedicht ‘Even’.

.

Even

.

Geluk is ineens, zaterdagmiddag in de trein

naar Amsterdam, weten dat het niet voor jou is weggelegd.

En daar hoe dan ook erg rustig van zijn.

Goed, dat weten we dan, dat hoeft niet meer gezegd.

.

Er vallen tenslotte nog andere dingen te beleven.

We gaan naar Amsterdam kijken, en niet naar elkaar.

En er is een voorzichtig-zijn met wat je even

mag hebben, hooguit voor een paar jaar.

.

Zoiets als elke dag opnieuw weer honger krijgen,

zoiets als elke keer met jou hijgen

en hijgen en hijgen. En dan is het voorbij.

En wie weet, nooit gebeurd. Dan blijven ik en jij.

.

Geluk is vandaag nog dingen willen schrijven

als ‘jouw ogen en hun sterrelingse pracht’.

Godgod, nee zeg. Maar het is koud. En ik wil blijven

bij jou. Omwille van de nacht.

.

Rome-Train-Couple-360dpi

33-27

Herman de Coninck in Tirade

.

Zondag, dus Herman de Coninck. In het literair tijdschrift ‘Tirade’ verschenen in 1978 (jaargang 22) een aantal gedichten van Herman de Coninck. Het gedicht ’33-27′ vind ik persoonlijk erg mooi, grappig en ontroerend.

.

33-27
Jaja, zie titel, eigenlijk schelen wij zes jaar.
Ik ben nog zo oud en jij bent al zo jong,
en aan jouw lichthartigheid til ik soms zwaar,
en dan ben ik boos, terwijl jij gewoon je tong
uitsteekt. Want ik ben helemaal alleen en
jij met zovelen.
Alleen al met je jurken ben je vijf mevrouwen
die om beurten eens mevrouw De Coninck spelen.
Ik vind het bijna overspel nu eens van de ene,
dan weer van de andere te houwen.
Soms neem je voor een paar uur de benen
en moet ik in de kleerkast kijken wie er eigelijk is verdwenen.
Terwijl ik zelf niemand meer ben.
Wat wou ik allemaal niet worden, stichter
van de partij voor minder verdriet,
de vaak geïnterviewde oprichter
van de vereniging voor lofzangen op jouw linkertiet.
Maar ik ben alleen
jouw niemand, jij mijn iedereen.
.
tirade

Son-net

Christine D’haen

.

Christine D’haen (1923 – 2009) was een Vlaams dichter die in 1948 debuteerde in Dietse Warande en Belfort en in het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Hoewel ze zichzelf als agnost zag speelde het katholieke milieu waarin ze opgroeide en leefde een grote rol in haar werk.

In 1958 verscheen haar dichtbundel ‘Gedichten 1946-1958’. Deze gedichten bezitten een klassiek vormschema dat nogal opvallend was in de tijd van de Vijftigers , die er een veel uitbundigere stijl op na hielden. Haar gedreven poëtisch werk kenmerkt zich door een retorisch taalgebruik met beladen symboliek, een poëtisch-technische begaafdheid, een enorme taalrijkdom, een ongeziene verbeeldingskracht en een zintuiglijke geladenheid. Meermaals komen er verwijzingen terug naar de Griekse mythologie. Om het de lezer wat makkelijker te maken, voegde ze veelal voetnoten toe.

Christine D’haen was tot haar dood actief en kreeg tijdens haar leven verschillende literaire prijzen zoals de Prijs van de stad Gent, De Anna Bijnsprijs der Nederlandse letteren en De grote prijs der Nederlandse letteren.

Uit haar bundel ‘Merencolie’ uit 1993 het gedicht ‘Son-net’.

Son-net

Klimmend naar ’t zenit zoekt zij die haar licht
in ’t lichaam stort, blind van gestolde glans,
met bevende transgressie naar zijn trans,
doch voelt door bijstere nacht zijn blik gericht

op zijn in zich verzengd eigen gezicht
weerkaatsend hun oorspronkelijk dubbelnaakt,
of ’t oog gesperd de waterspiegel raakt
waar de beminde knaap verdronken ligt,

dan duikt hij naar haar schimmige tweeling-vacht,
of splijt hij met zijn vlijm gesloten schacht,
met gouden tong likkend een duister gras

ondersteboven in een woudmoeras,
of daar in zilveren ketenen gekneld
met goud bespat verzonken vrouwenspeld.

.

D'haen

merencolie

Met dank aan Wikipedia

Gedichten op vreemde plekken

Lichtaart

.

Afgelopen vakantie was ik in het Vlaamse Lichtaart. In één van de winkelstraten viel me een gedicht/vers op dat was aangebracht op het raam van een bakkerij. Ik heb daar een foto van gemaakt met het idee daar misschien ooit nog eens iets mee te doen. Een dag later viel me opnieuw een gedicht op maar nu op het raam van een Kinderopvang. Opnieuw gefotografeerd. Weer later een gedicht op het raam van een verloskundige. Blijkbaar was er in Lichtaart iemand op het idee gekomen om winkels en organisaties op te leuken met verzen die slaan op de functie die in het desbetreffende pand wordt uitgevoerd.

Wat blijkt? Streekdichter Geert De Kockere heeft in 2013 op meer dan 200 etalages, deuren en ramen in Kasterlee liefdesgedichten aangebracht (Lichtaart is gemeente Kasterlee). Rond deze gedichten werd een wandelzoektocht gekoppeld. Van de 200 gedichten zijn er dus nog aardig wat bewaard gebleven.

Hieronder een aantal voorbeelden.

.

glas1

glas2

glas3

Glas4

glas5

Toekomst

Met een klank van hobo

.

Zondag, Herman de Coninckdag. Vandaag uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980 het gedicht ‘Toekomst’.

.

Toekomst

.

Weggaan. En terugkomen.

Dromen. En niet meer dromen.

En niet meer weggaan.

.

En echte weemoed, niet om hoe het vroeger was

maar om hoe het ook vroeger nooit is geweest.

De herinnering aan wat nooit heeft bestaan.

.

Ik steek nog even een sigaar

niet op, drink nog even niet van een glas Marc,

wacht nog even op wat ik heb, bedachtzamer.

.

Want we hebben de tijd.

Je bent in mij als schemer in de kamer.

We hebben de verleden tijd.

.

photorealistic 3d sky-high future ahead street sign

photorealistic 3d sky-high future ahead street sign