Site-archief

Prachtige namen

Ongehoord! poëzie podium

Op zondag 17 april is er in de centrale bibliotheek van Rotterdam een poëziepodium van Ongehoord! Dit keer de ‘Poëziebus’ editie met mooie namen, Nederlandse en Vlaamse. Zo komen uit Vlaanderen  Gust Peeters, Sven de Swerts en Infinite Joy (winnaar van de voorronde van de BK poetry slam) en uit Nederland Daan Taks en Marijke Hooghwinkel.

De muziek wordt verzorgd door Iris Penning die nog maar zeer recent haar debuut cd ‘Spreken met suiker’ heeft uitgebracht. Een poëzie en muziekpodium kortom waar wij van Ongehoord! erg blij mee zijn. Natuurlijk is er ook een open podium waar je je voor op kan geven bij de presentator van dienst (en dat ben ik) op de zondag zelf (vooraf, of in de pauze).

Uiteraard is er de mogelijkheid om poëziebundels of de CD van Iris aan te schaffen en in contact te komen met de dichters/muzikante.

Waar: Centrale Bibliotheek Rotterdam, 4e etage

Wanneer: zondag 17 april, van 14.00 tot 16.30 uur (vanaf 13.00 kun je terecht)

Toegang: gratis

Als opwarmertje een nummer van Iris en een gedicht van Daan Taks

logo_nieuw

 

Olifant

Kolder

.

Dat Herman de Coninck niet alleen prachtige gedichten schrijft over de vrouw, de poëzie, het leven, zijn kinderen en de liefde, bewijst hij met het kolderieke gedicht ‘Olifant’ dat werd gepubliceerd in ‘De Gedichten’ uit 1998.

.

Olifant

.

Hij is gemaakt van de grofste effecten,

draagt zijn broek als clown August,

de knieën slodderend, maakt danspasjes

als tante Bertha die een tango de grond

inheit, terwijl z’n kont doet denken

aan een vals gebit

.

dat net is uitgenomen. En dan zijn slurf

en vlak daarnaast zijn ogen. Hoe zou jij kijken

als ze je lul op je neus hadden gezet?

.

olifant

olifant 2

De plek

Zondag 3 april

.

Op de dag dat ik zelf voordraag in Eindhoven bij mijn collega en vrolijke vriend Derrel Niemeijer in Pepperplus, het gedicht van Herman de Coninck getiteld ‘De plek’. Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet heb ik iets met poëzie en plekken. Ik heb vooral een bijzondere voorliefde voor poëzie op vreemde plekken (zie ook deze categorie).

Maar vandaag op de Herman de Coninckzondag dus het gedicht ‘de plek’ uit ‘De gedichten’ uit 1998.

.

De plek

.

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken

thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.

Er is niets te zien, en dat moet je zien

om alles bij het zeer oude te laten.

.

Er is hier. Er is tijd

om overmorgen iets te hebben achtergelaten.

Daar moet je vandaag voor zorgen.

Voor sterfelijkheid.

.

De-Coninck-12

Zondag (2)

Tweede paasdag

.

Zoals beloofd ook vandaag een gedicht van Herman de Coninck. Evenals gisteren een gedicht uit ‘De lenige liefde’ uit het deel ‘ars poetica’ met als titel ‘2’.

.

2

.

Geen sentimenten die me schrijven

maar ik die sentimenten maak:

.

‘Liefste’zeg ik, en dat woord

doet me beminnen.

.

‘Huil niet’ zeg ik

en zachtjes ga ik huilen,

.

liefste, liefste, liefste.

.

easter-break

Zondag (1)

Pasen

.

Omdat Pasen in de beleving van veel mensen uit twee zondagen bestaat kreeg ik de tip van een goede vriendin om dan maar op beide paasdagen een gedicht van Herman de Coninck te plaatsen. Omdat ik met alle liefde gedichten van Herman de Coninck deel vond ik het meteen een goed idee. Vandaar vandaag deel 1 van de Herman de Coninckzondag met een gedicht uit ‘De lenige liefde’ uit het onderdeel Ars Poetica met als titel ‘1’.

.

1

.

Zie hoe mijn zachtste

gedachte

als een zevenmaandertje

onder teveel licht

te ademen ligt

in de glazen broeikas

van dit gedicht.

.

En ik moet buiten blijven staan

en kijken door de ruiten

want ik kan er niet meer aan.

.

happy

 

Lasso’s van woorden

De lenige liefde

.

In 1966 debuteerde Herman de Coninck met de bundel ‘De lenige liefde’. Hij zette daarmee een toon van ironie, lichtheid en speelsheid in de Nederlandse poëzie die daarna door veel dichters is opgepikt en gekopieerd.

Van deze bundel zijn inmiddels meer dan 10 drukken verschenen en de bundel is integraal opgenomen in ‘De gedichten’ waarvan meer dan 50.000 exemplaren zijn verkocht (en dan reken ik het gesproken boek van de lenige liefde nog niet eens mee).

Een enorm succesvolle dichtbundel kortom. Uit deze debuutbundel heb ik gekozen voor het gedicht nummer 11: ‘Denkend aan vroegere gedichten’.

.

Denkend aan vroegere gedichten

.

Wij waren jong, wij sprongen

te paard op de taal en reden

heersend de velden door,

slingerende lasso’s van woorden

naar alles wat we wilden veroveren. ,

het waren dolle roekeloze tochten, pas toch

een beetje op, riep Kees Fens ons nog na.

.

En ’s avonds stond de taal nog na te trillen,

op stal in een gedicht, hinnikend

van heimwee naar de maan

en naar de verste betekenissen.

.

lenige liefde

Het kleinste gedicht

Ultrakorte gedichten

.

Ik schreef al over het langste en het kortste gedicht ter wereld maar vandaag wil ik het over kleine gedichten hebben. In 2005 gaf uitgeverij Podium een heel aardig klein bundeltje uit met de favoriete ultrakorte gedichten van Nederland en Vlaanderen. Honderd gedichten van maximaal 5, 6 zinnen maar de meeste van maar twee zinnen.

De kracht van veel van deze ultrakorte gedichten schuilt in veel gevallen in de combinatie van de titel en de weinige zinnen die het gedicht bevat. Ik heb de, naar mijn mening, aardigste voor je op een rijtje gezet.

.

Ontroerend onhandig…

.

Ontroerend onhandig

zoals vuilnisauto’s die hardrijden

(Remco Campert)

.

Krantenkop

.

vlieg verwijt paard

dat drol niet deugt.

(Riekus Waskowsky)

.

Geen haiku

.

vlinder in de trein

mijn god dacht ik als daar maar

geen haiku van komt

(Ilja Leonard Pfeijffer)

.

Sprookje

.

Er was eens een man

die altijd rechtvaardig was.

(Herman de Coninck)

.

Het leven zelf

.

Levering van stro.

Afvoer van mest.

(Bart Chabot)

.

Voorzichtige zelfmoordpoging

.

Twee Rennies

en een kopje kruidenthee

(Ingmar Heytze)

E

En tot slot een kort gedichtje dat de bundel (ten onrechte natuurlijk) niet gehaald heeft.

.

Hoe is dat toch gekomen

van altijd blijven slapen

tot nooit meer willen zien.

(Judith Herzberg)

.

klein

Kritiek

Herman de Coninck

.

Vandaag heb ik, op Herman de Coninck zondag gekozen voor een gedicht van hem uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975. Het gedicht is getiteld ‘Kritiek’.

.

Kritiek

.

Gisteren nog vond ik het woord

‘lieveling’uit, en droeg het op een rood

kussentje naar jou. O, schat, zei je,

dat hoefde niet. Maar je liet goed

merken hoe blij je was.

.

En vorige week schreef ik:

‘Ik hou van jou om de manier

waarop je me hoofdpijn bezorgt

en dan erg lief bent voor die hoofdpijn.’

Toen je het gelezen had

kreeg ik een enorme zoen.

Dàt is nog eens literaire kritiek.

.

kiss

In één nacht

Over de doden

.

Over de doden niets dan goeds. Over hen die gaan sterven ook niet. Over een stervende heeft Herman de Coninck het volgende gedicht geschreven met de titel ‘In één nacht’ uit de bundel ‘Gedichten’ uit 2000.

.

In één nacht

In één nacht, tussen twee infarcten in, zegt ze hem
nog gauw waar hij de sleutel van haar kluis
kan vinden. Hij had een treffender laatste zin in huis.

Maar zij kent hem beter. Doodgaan is niets, maar al
die paperasserij. Hou jij je maar bezig met erven,
ik met sterven.

Hoe noem je iets wat je niet meer bent, een zoon of zo? Pijn?
De deur waardoor hij in het leven kwam, staat open. Het tocht
van oneindigheid. Van eindigheid. Hij is. Hij moet zijn.

.

Geriatric care

Mijn moedertje

Herman de Coninck

.

Vandaag een gedicht van Herman de Coninck over zijn moeder. Het is niet het enige gedicht dat hij schreef zijn moeder. Uit de titel van dit gedicht maar zeker ook uit het gedicht zelf, blijkt voor mij de liefde die hij voor zijn moeder voelde. Uit de bundel ‘de Gedichten’ uit 1998.

.

Mijn Moedertje

juist als ik bedenk hoe onnoemelijk mooi je rug
verandert in twee wonderen,
komt mijn moeder binnenvallen om nog avondijke
overschrijvingen te doen. we zoeken beide de vrede
des harten op nogal verschillende manieren.

ze komt om haar dagelijkse portie zoon.
ze zegt dat ik mijn voeten moet verwijderen
van de zetel van haar keuze, en laat er dan
haar achterste als een strandbal in neer.

op de schoot waar ik vroeger zat liggen
belastingformulieren die ze beter begrijpt.
het is niet haar fout dat ik mezelf ben,
echt niet. we zwijgen.

tot ze eindelijk slapengaat. ik plak
een zoen als een scheve postzegel
op haar kaak. ik lig een verdieping hoger wakker
dan zij. door de avond razen treinen
als lange aa’s door lange ziekenzalen.

.

De-Coninck-12