Site-archief
Pointillisme
Voor Laura en Tom
.
Verrast was ik toen ik al lezend in ‘De Gedichten’ van Herman de Coninck het gedicht ‘Pointillisme’tegen kwam. Niet zozeer door de titel of de inhoud maar door het gegeven dat het ‘voor Laura en Tom’ was geschreven. Mijn tweeling neefje en nichtje heten zo, dus speciaal voor hen vandaag dit gedicht van Herman uit de bundel ‘Vingerafdrukken’ uit 1997..
.
Pointillisme
Voor Laura en Tom
Sloten onder kroos, pointillisme
van groen, stilliggend geril
van begin, natuur die vijf miljard puntjes tegelijk
op haar i’s zet.
Ik op mijn buik langs zo’n sloot.
Geef me mijn bril eens. Puntjes op de i inspecteren
is mijn beroep en vooral: daarbij op mijn buik liggen.
Hoeveel puntjes heb je nodig voor groen?
Hoeveel zandkorrels, zandkorzels, voor strand?
Hoeveel mensen voor mensheid?
Twee.
Iemand met sproeten, en iemand die ze telt.
.
Kies mij
Pastorale
.
Dat Herman de Coninck niet alleen maar hele mooie en gevoelige gedichten schreef, maar ook gedichten waar humor en spot in zit, bleek al eerder uit gedichten die ik van hem plaatste. In het openingsgedicht zonder titel uit de kleine bundel Pastorale (11 pagina’s) uitgegeven door AMO in 1993, blijkt dit eens te meer.
De gedichtencyclus Pastorale van Herman de Coninck verscheen ter gelegenheid van de 38ste verjaardag van Kristien Hemmerechts. De toenmalige partner van De Coninck. Hugo Claus maakte voor de gelegenheid een ets, als frontispice van de luxe editie. De totale oplage bedroeg 38 exemplaren. De tien luxe ex. werden in twee kleuren gedrukt door Rob Cox en in halfperkament gebonden. De ets werd door Claus gesigneerd. De Coninck signeerde in het colofon. Dat dit bundeltje een gewild verzamelobject is blijkt wel uit de geschatte waarde bij Catawiki van tussen de € 500,- en de € 700,-.
.
*
Kies mij. Kies mij uit de hele
wereldbevolking. Bij enkele anderen
mag je een beetje aarzelen,
maar kies mij.
.
Gemor, wereldwijsheid die niemand
nog wil, grappen van nonkel Lowie,
je doet er twee armen omheen
en het is van jou. Je mag het hebben.
.
Ik zal je wel krijgen. Ik krijg je alle dagen.
Ik mag zelfs je dochter graag zien.
Laten we met ons allemaal trouwen.
.
Nog een geluk dat
Herman de Coninckzondag
.
Vandaag een gedicht uit de bundel ‘De gedichten’ van Herman de Coninck, die in 1998 door de Arbeiderspers werd uitgegeven. Het betreft hier het gedicht met de titel ‘Nog een geluk dat’.
.
Nog een geluk dat
.
Zoals met de gek uit het grapje
die zich voortdurend met een hamer
op het hoofd sloeg, en naar de reden gevraagd, zei:
‘Omdat het zo prettig is als ik ermee ophou’ –
zo is het een beetje met mij. Ik ben ermee opgehouden
je te verliezen. Ik ben je kwijt.
Misschien is dat geluk: een geluk bij een ongeluk.
Misschien is geluk: nog een geluk dat.
Dat ik aan jou kan terugdenken, bv.,
in plaats van aan een ander.
.
Flamingo
Charlotte van den Broeck
.
Op 28 januari op Nationale Gedichtendag werd bekend dat Charlotte van den Broeck (1991) de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut heeft gewonnen met haar bundel ‘Kameleon’. Als groot liefhebber van de Coninck zijn werk was ik dan ook meteen nieuwsgierig naar haar poëzie. Hoewel haar website Splintervingers helaas voor mij gesloten bleef heb ik via de website van Meander toch een paar gedichten van haar kunnen lezen (de bundel heb ik nog niet).
Op de site van Meander valt onder meer over haar te lezen: Niet alleen de vloeiende stijl van haar gedichten valt op, maar ook haar indringende en integere manier van voordragen. Voor Charlotte is schrijven vanzelfsprekend, ze kan zich niet inbeelden dat ze het niet zou doen.
Flamingo
Ik heb onlangs ontdekt, dat ik slaap
zoals flamingo’s staan:
met één been gestrekt, het ander
in een krul en dan op mijn zij.
Op dit donzen bed dook ik
de liefde in, wankel in donkerroze,
nek aan nek, als twee verstrengelde
worsten, snakken naar adem.
Flamingo’s veroveren elkaar synchroon,
een hoofse paringsdans: minstens twaalf
wimperblikken een monogaam leven lang.
Een steekspel, dat we vooral kennen van
televisieprogramma’s.
Eerst waren we nog grijs,
nu zijn we bijna piloten.
Bijna een ode aan vogels.
.
(Wan)hoop
Hervé Deleu
.
Van mijn vriend en dichter/schrijver Hervé Deleu mocht ik zijn nieuwste kleine bundeltje ontvangen met als titel (Wan)hoop. Een kleine serieuze bundel met 18 gedichten over de vluchtelingen problematiek of vluchtelingencrisis zoals achterop de bundel te lezen is.
Een lief, eenvoudig witte omslag met alleen de titel en de naam van de dichter, geen inleiding verder, sober maar daardoor juist heel krachtig. Alle gedichten en gedichtjes hebben als thema de vluchtelingen, hun achtergrond, hun gedwongen reis, hun hoop en wanhoop en de reactie van ons, de inwoners van landen die deze vluchtelingen ontvangen. Een enkel gedicht beslaat slechts 2 zinnen, een ander 4 en weer een ander 2 pagina’s. Wat ze gemeen hebben is de compassie van de dichter met het onderwerp.
Ik heb al eerder kleine bundeltjes mogen ontvangen van deze bijzondere dichter, deze is er een die je vaker moet lezen om de omvang van het thema goed door te laten dringen. Een aanrader. Uit de bundel het gedicht wat me meteen raakte ‘Verder, graag’.
.
Verder, graag
.
Hebben jullie dorst, mijn vrienden
hier is wat bronwater
dan kunnen jullie weer verder
het lest
maar smaakt naar ijzer.
.
Jaarringen
Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had
.
Na een aantal mooie liefdesgedichten van Herman de Coninck de afgelopen zondagen, vandaag een wat ander, wat schurender gedicht van deze meesterlijke dichter. Het gedicht zonder titel uit ‘Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had’ uit 2009.
.
Hij ziet in de kleedkamerspiegel de jaarringen
rond zijn ogen, als kringen van stenen in een poel:
ze hebben gezien, gezien, gezien, maar blijven bezig
met niet meer glad te strijken gevoel.
.
Ze zien Bedrogen Echtgenoot. Theater.
Hij is de man in de verkeerde
reus, de waarheid in het cliché, hij zeult maar.
De rol is eeuwig. het wordt nooit meer later.
.
Alles trekt scheef als in een farce.
Armen waaien van hem los in gestes, taal
gaat wapperen, barse wanhoop wankelt door de holle
.
hallen van zijn stem, slingerende grootspraak slaat
een arm om hem heen: hij en hem, de laatste twee dapperen.
Zijn lul verschrompelt. Hij hoort zijn kloten knarsen.
.
Otiot
Lut de Block
.
Lut De Block (1952) studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk. Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd.
In Vlaanderen heeft ze een aantal literaire prijzen gewonnen. Haar werk is in het Engels, Frans en Afrikaans vertaald.
Uit:’De luwte van het late middaguur’ uit 2002 een gedicht geschreven voor Harry Mulisch.
.
Otiot
.
Het vlees komt los van de botten. De ziel zingt
zich weg van het lichaam. De klinkers botsen
tegen het karkas van tweeëntwintig letters aan.
In den beginne was het woord. Een alefbeet
van slijk en klei. Hoor ik haar heer of huur haar hier.
Kon ik maar al jouw klinkers zijn en weerklinken
in de klankkast van je lijf. Ik koester het skelet van
zachte consonanten. De meester van ‘de procedure’
noemde hen het zichtbare lichaam van de woorden.
De klinkers noemde hij hun ziel en dus onzichtbaar.
D KLNKRS ZN HN ZL N DS NZCHTBR. Zo bijbels
klinkt het niet in onze ingedijkte moddertaal. en ander-
maal stoor ik je rust, staar je me aan, stuur je me weg.
.
Ginder
Onderweg
.
De bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991 van Herman de Coninck bestaat uit drie delen of hoofdstukken. ‘Het meervoud van geluk’, ‘Zonder’ en ‘Onderweg’. Het laatste gedicht uit de bundel is ‘Ginder’ en volgt na twee gedichten Hier [1] en Hier [2]. Hoewel de titels van de drie gedichten enige samenhang suggereren heb ik die niet kunnen ontdekken. Wel tussen de gedichten Hier [1] en [2] maar niet met Ginder.
Omdat ik al gekozen had voor ‘Ginder’ houden jullie de andere twee gedichten tegoed. Of je leest ze zelf in ‘Enkelvoud’ natuurlijk.
.
Ginder
.
Ik zoek een dorp.
En daarin een huis. En daarin een
kamer, waarin een bed, waarin een vrouw.
En in die vrouw een schoot.
.
Buiten maakt de rivier zich breed
om ver te gaan, de zilvergeschubde,
vissenhebbende, botendragende,
zeezoekende, hierblijvende.
.
Zo zoekt een vergelijking
een gedicht voor de nacht,
een man een vrouw,
een leeslint een vouw.
Nacht klapt het boek dicht.
.
















