Site-archief
Pol de Mont
Vlaams dichter Pol de Mont (1857-1931)
.
Via de website van Gaston D. Haese kwam ik terecht op de site met gedichten van de Vlaamse dichter Pol de Mont. Ik had nog niet eerder van deze dichter gehoord maar ik las een gedicht op de website die ik graag met jullie deel.
Pol de Mont werd geboren in Wambeek. Na zijn middelbare studies in het Frans te Ninove gevolgd te hebben, ging hij naar het Klein Seminarie in Mechelen. Hier was het dat hij zijn eerste gedichten schreef en in 1875 zijn eerste bundel ‘Klimoprankske’ liet drukken. Twee jaar later ging hij rechten studeren aan de universiteit van Leeuven. Samen met Albrecht Rodenbach stichtte hij hier ‘Het Pennoen’. In 1880 werd zijn, met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde bekroonde, bundel ‘Gedichten’ gepubliceerd.
Pol de Mont begon zijn carrière als leerkracht aan het atheneum in Antwerpen. In 1904 werd hij benoemd tot conservator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Een jaar later was hij één van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkele van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon.
Een lied van zijn hand (getoonzet door Jos. de Klerk) werd opgenomen in de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee (eerste druk in 1906). Dit liedboek was zeer populair en werd de hele twintigste eeuw herdrukt. De eerste regels luiden: ‘Gaan wandelen dat staat ons aan’.
Hieronder het gedicht ‘Nog op mijn lippen’ uit de bundel ‘Zomervlammen’ uit 1922.
.
Nog op mijn lippen
.
Nog op mijn lippen gloeit,
door al mijn aadren schroeit
de kus, van uw lippen ontvangen…
Van zwoele moeheid hijgen nog
mijn longen, en reeds blaak ik toch
van nieuw en aldoor-nieuw verlangen.
.
Uw ogen zien mij aan…,
mijn ogen zien u aan…,
uw handen zoeken naar mijn handen…
Weer vlijt uw blonde hoofd zo teer
zich op mijn borst, en weer, wéér, wéér
mijn lippen op uw lippen branden.
.
Kan men dan dronken zijn
van zoenen als van wijn,
van zoenen, rood als rode bessen ?
0 wonneroes, zo godlik zoet !
0 vlammen in ’t verjongde bloed !
0 dorst, die ‘k, nooit gelest, wil lessen !
.
Met dank aan Wikipedia.
Klankenbos
Neerpelt (Vlaanderen)
.
In het Vlaamse Neerpelt is, in opdracht van Musica, Impulscentrum voor muziek, op 23 november een nieuwe klankinstallatie voor het Klankenbos geopend. De klankinstallatie is in de vorm van een klankwandeling, die te beluisteren is op de mobiele telefoon. Wat klinkt zal afhankelijk zijn van de geografische coördinaten van de wandelaar op dat moment. De klanken bestaan uit elektronische muziek en poëzie. Naast de app werd ook de bibliofiele dichtbundel ‘Curvices and Musicles’ van Rozalie Hirs en uitgegeven door Studio 3005 gepresenteerd.
Delen
De compositie Curvices bestaat uit tien delen en een interlude, welke corresponderen met de tien zones en een tussengebied binnen de gelijknamige soundapp:
A Six destinations (2013) duur 3’32″
B Aurora borealis (2013) duur 4’49″
C This singing of tongues (2013) duur 1’58″
D Ladders of escape (2013) duur 3’37″
E Too many snakes here (2013) duur 2’26″
F Climbing a small rock (2013) duur 3’01″
G Substance of memory (2013) duur 2’03″
H Proofs of love (2013) duur 3’40″
J Words roll into brightness (2013) duur 2’44″
K Lines of moving about desert, salt water, cities (2013) duur 1’30″
Interlude (2013) duur 17’32″
Het Klankenbos vindt je op de Dommelhof, Neerpelt, Toekomstlaan 5 in België.
Een voorbeeld van de poëzie van Hirs:
1.
Lines of movement. Mark six destinations of your
choice on a map of your choice. The destinations may
possess significantly different histories, ages,
numbers of inhabitants, and snackbars. Trace six
different paths of your choice from [here] to each
of the destinations, adding up to thirty-six different
paths. Add one more path connecting all six places,
preferably with the shortest possible distance, taking
into account unsurmountable obstacles such as mountains,
lakes. Buy one pair of new shoes. Pack your backpack.
With what? A tent, sleeping bag, gun?
.
De app kun je downloaden met deze QR-code.
Hill 60
Poëzie en WO 1
.
Hill 60 is een van de heuvels in de Westhoek van Vlaanderen (even buiten het dorp Zillebeke) waar in de eerste wereldoorlog verbeten is gevochten, ten koste van vele doden. De heuvel was dan weer in handen van de Engelsen, dan weer van de Duitsers. Een klein stukje niemandsland waarin de gruwelijke waanzin van de van de eerste wereldoorlog vier jaar lang voortduurde.
Op Hill 62 (een stuk verderop waar al net zo gevochten werd) ligt het Sanctuary Wood Museum waar de waanzin van deze oorlog op een bijzondere wijze is gedocumenteerd. Heel veel artefacten, zaken die zijn achtergebleven na WO 1 en spullen uit opgravingen zijn daar in een aantal ruimtes bij elkaar gebracht. Niet door een goed gedocumenteerd team van conservators maar door een aantal privé personen.
Dit bepaald een groot deel van het karakter van dit museum. In het museum staan een groot aantal dia-kastjes waarin heel veel dia’s waarop de oorlog in al zijn facetten te bekijken is. Dus niet alleen officiële foto’s maar juist veel foto’s van de gruwelijkheden, het oneindig lijkende maanlandschap waarop dit deel van Vlaanderen destijds nog het meest aan doet denken maar ook foto’s van ontredderde soldaten, doden tot aan een bijzonder aangrijpende dia van een dood paard in een boom!
Naast deze dia-kastjes dus ook veel uniformen, helmen, munitie, geweren en afbeeldingen (schilderijen en tekeningen). Tussen de enorme hoeveelheid spullen ontwaarde ik het onderstaande lijstje. Iets dat je in een ‘officieel’ museum nooit zou tegenkomen. Het is een getypt gedicht uit juni 1960 van Annie Littlewood uit Harrogate in Engelanmd. Waarschijnlijk is Annie een familielid van een soldaat die op Hill 60 is overleden of de geschiedenis heeft haar zo aangegrepen dat ze er een gedicht over heeft geschreven.
Dit is het gedicht.
.
Remembered at Hill 60
.
They are not dead
they rest in peace,
the men that lie
in yonder graves,
tis us that live
that wonder why
this precious waste of lives
must still exist,
Ah — they gave their lives
that we might live,
God rest their souls.
.
Joris Declercq
Haringe (naast Watou)
.
Ik was afgelopen weekend in Vlaanderen en daar in het plaatsje Haringe kwam ik, wandelend over de begraafplaats, de grafsteen tegen van Pater Joris Declercq (1921-1981).
Joris Declercq was behalve pastoor in Haringe, kunstenaar, verteller van streekverhalen en dichter. De kettingrokende Declercq lag aan de basis van de Kultuurgemeenschap en er kwamen kunsttentoonstellingen, orgelconcerten, openluchttoneel en andere manifestaties waarop nogal wat vreemden, waaronder heel wat Fransvlamingen afkwamen. Hij schreef boeken en heerlijke poëzie, hij deed volop mee aan carnaval en andere dorpsactiviteiten en na de mis ging hij graag een pintje drinken en dobbelen. Kortom een bijzonder man.
Dat zie je terug aan zijn grafsteen. De steen was al klaar toen Declercq nog leefde, zo wist hij zeker hoe zijn graf er uit zou komen te zien. alleen de datum van overlijden moest nog worden toegevoegd.
Op de grafsteen een voorbeeld van zijn poëzie.
.
E vrind is lik e stekkerdroad,
je kut dr an vaste roak’n;
en ojje were weg wult goan,
t doe zeer je los te moak’n.
.
Joris Declercq bij zijn grafsteen
Appel
Gedicht op kruispunt
.
Afgelopen dagen was ik in de westhoek van Vlaanderen, Tijdens een bezoek aan Kortrijk viel me een enorme muurschildering op met een bijzonder gedicht met als titel Appel.
Ik heb er onderstaande foto van genomen en ben op zoek gegaan naar de dichter en de achtergrond. Wat blijkt; sinds 2007 ijvert Moniek Gheysens voor het aanbrengen van muurgedichten in Kortrijk. In eerste instantie zou op het kruispunt Appel een gedicht komen van Jan Decock. Dat is er nooit van gekomen maar in 2012 werd bekend gemaakt dat het gedicht Appel van Lut De Block (plattelandsdichter van Oost Vlaanderen) aangebracht zou worden op de muur aan het kruispunt.
Moniek Gheysens wil echter meer. Zelf zei ze hierover in het Nieuws van Kortrijk: ‘Dit is een begin’, meent Moniek Gheysens. ‘Laten we nu systematisch openbare ruimten aanpakken. Ik denk aan spoorwegmuren, de Leieboorden en de zijkant van het Streuvelshuis in Heule. Daar zijn we trouwens al aan bezig. Van Appel tot Zevende brug, van a tot z. Er zijn genoeg locaties in Kortrijk die kunnen profiteren van een dichterlijke ingreep. Wie zijn hart opent voor poëzie, opent zijn hart voor anderen.’
.
Moniek Gheysens en Lut De Block voor de muur waar Appel moest komen
De geur van de maan
Menen 2013
.Gistermiddag was de bundelpresentatie van Hervé Deleu’s nieuwste dichtbundel ‘De geur van de maan’.
Morgen hiervan uitgebreid verslag. Vandaag een prachtig gedicht van Hervé.
.
Nu je gaat…
Sierlijk is niet de zwaan
maar het water
waarin de zwaan zich eindloos in weerspiegeld waant.
Het warmst is niet jouw blik
maar de mijne
omdat jouw blik als harde marmer glanzen gaat.
Het zachtst zijn niet jouw armen
maar de mijne
omdat jouw armen mij als versteend alléén doen staan.
Teder zijn niet jouw woorden
maar de mijne
omdat jouw woorden in mij onhoorbaar wonden slaan.
Verdriet is niet de traan
maar de kilte
die ik als sjaal eeuwig omheen mijn schouders draag.
En toch…
Naast alles wat niet bleef, bleef jij mij over
want alles gaat voorbij, maar niets gaat over.
/
Dadaïstisch dichter
Paul van Ostaijen
.
Leopold Andreas (Paul) van Ostaijen (1896-1928) was een Vlaams dichter en prozaschrijver die vooral bekend werd om zijn dadaïstische poëzie en het eerste volwaardige dadaïstische filmscenario ter wereld “De bankroet jazz” . De bankroet jazz werd rond 1921 geschreven maar werd pas in 1996 voor het eerst uitgegeven. In 2008 werd het bewerkt tot een korte speelfilm.
Van Paul van Ostaijen zijn een aantal dadaïstische gedichten heel bekend (bijvoorbeeld Boem Paukeslag) hieronder twee voorbeelden.
.
.
.
Fantastig toch
Eva de Roovere
.
De regelmatige lezer van dit blog kent mijn voorliefde voor het Vlaams. De afwijkende grammatica (t.o.v. het Nederlands), de bijzondere woorden die het Nederlands niet kent, de zachte zangerige manier waarop Vlamingen spreken, ik hou er van.
Toen in 2009 Eva de Roovere de single Fantastig toch uitbracht was ik dan ook meteen verkocht. De manier waarop Eva in dit nummer (en in al haar teksten) met de taal speelt kan ik zeer waarderen. Toen ik gistermiddag de remix van Diggy Dex van dit nummer op de radio hoorde kreeg ik gelijk zin om het origineel weer eens te horen. De tekst beluisterend viel me de poëtische kracht meteen weer op. Vandaar dat ik vandaag dit nummer onder de aandacht wil brengen.
.
Fantastig toch
.
Dag en nacht
En wij daartussen
Jouw kussen zacht
Op mijn natte-dromen-wang
Bang van komen en jouw gaan
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Glimlach lag
In veel te grote tas
Klein te zijn
Fijn tussen vingers
Groot geheim
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Laten we samen
Dingen doen zingen
Van Liedjes die niet bestaan
Laten we samen
Dingen doen zingen
Laten we samen niet bestaan
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Nog meer jij is fantastig toch
Nog meer jij is fantastig toch
.
Before the wind
Gedichtendag 2013
.
Een dag voor gedichtendag 2013 leek het me aardig een gedicht te plaatsen dat zou refereren aan precies dat feit. Zoiets is niet eenvoudig. Als je echter nagaat hoeveel ‘wind’ er morgen gaat waaien door poëtisch Nederland en Vlaanderen dan is dit eigenlijk een best aardige poging.
Het gedicht Before the wind is van Kathleen Jamie. Jamie (1962) is een dichter uit Schotland en op 19 jarige leeftijd won zij de prestigieuze Eric Gregory award en op 20 jarige leeftijd debuteerde ze met de bundel Black Spiders. Jamie schrijft muzikale gedichten waarbij de natuur, de geschiedenis, sexe en de taal een belangrijke rol spelen.
.
Before the Wind
If I’m to happen upon the hill
where cherries grow wild
it better be soon, or the yellow-
eyed birds will come squabbling,
claiming the fruit for their own.
Wild means stones barely
clothed in flesh, but that’s rich
coming from me. A mouth
contains a cherry, a cherry
a stone, a stone
the flowering branch
I must find before the wind
scatters all trace of its blossom,
and the fruit comes, and yellow-eyed birds.
.
Wil je het gedicht beluisteren ga dan naar http://castroller.com/podcasts/PoemOfThe/3256077
.



















