Auteursarchief: woutervanheiningen

O, dat ik ooit nog eens

J. Eijkelboom

.

De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart   2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter).  Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.

.

Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.

.

O, dat ik ooit nog eens

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

0, klonk het nog eens ongehinderd.

.

je

dGM

Weemoed

Zondag

.

Op de dag die ik nog altijd speciaal vrij hou voor een gedicht van de grote Vlaamse dichter Herman de Coninck, vandaag opnieuw een gedicht, dat verscheen in Tirade jaargang 23 (1979), zonder titel.

.

Weemoed is een foto van voor 20 jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Nu houdt het verleden bij elkaar.
 .
En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.
 .
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.
.
.
oldpicture

Slijtage

Judith Herzberg

.

Judith Herzberg (1934) is één van Nederlands bekendste dichters, publiceert sinds haar debuut in 1963 ( Zeepost) vele poëziebundels en heeft in de loop der jaren verschillende literaire prijzen gewonnen waaronder de Jan Campertprijs, de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooft-prijs. Ik bezit een aantal van haar bundels en schreef al verschillende keren over haar poëzie. Vandaag uit ‘Beemdgras’ uit 1968 een wat minder bekend gedicht van haar hand.

.

Slijtage

.

Bovenop de berg stopt het kamermeisje

een munt in de panoramakijker

en richt hem op de overkant waar zij nu

een minuut haar vriendje hout ziet hakken.

.

Forceer het oog terug, maar nooit

staat wie dan ook daar in zo’n ronde lijst

zoiets begrijpelijks te doen.

.

Zelfs heel exact, twee kanten blouses

uit Beiroet, worden vaag

omdat de lucht trilt.

Of zijn de ogen zelf beslagen?

.

Het is de regen die voortdurend regent

in versleten films

en ruisend valt op oude schellak platen.

.

beemdgras_1e_druk_omslag_0

JH

 

Solomon Burke

Poëzie in songteksten

.

In 1979 bracht soul legende Solomon Burke het album ‘Sidewalks, fences & walls’ uit. Op dit album staat het gelijknameige nummer en sinds de eerste keer dat ik dit nummer hoorde was ik er weg van. De tekst, de muziek, de melancholie, het maakt dat het één van mijn favoriete soulnummers aller tijden is. Geschreven door Linda en Michael Stokes en opgenomen in de Motown recording studios. In de categorie poëzie in songteksten vond ik dat deze niet mocht ontbreken.

.

Sidewalks, Fences & Walls

Little crooked heart
Drawn in chalk
On an old brick wall
Started writing in the heart
Told one and all
“Solomon loves Mary”
On sidewalks, fences, and walls

Now the rain that fell
Washed away those hearts in a childish scrawl
But the love that came from those hearts
Was big when we were small
And I wrote my love letters
On sidewalks, fences, and walls

Got chalk on my fingers
Got chalk on my hands
But somebody wrote across my heart a love so grand
So grand, so grand, so grand

Now I write my letters
With a fancy pen
But my mind goes back to chalk
Every now and again
“Solomon loves Mary”
Came straight from my heart
But just like all the other kids
One day we had to part

Now Mary’s married to Billy
But I can recall
“Solomon loves Mary”
“Solomon loves Mary”
“Solomon loves Mary”
On sidewalks, fences, and walls

Yesterday I walked by there
To reminisce again
I saw a child that looked like Mary
My childhood friend
She was writing a letter, a love letter
To the boy of her dreams
Just then her mother walked by
I knew her but she didn’t know me
I stood there in a daze
My mind repeating the phrase
“Solomon loves Mary”
“Solomon loves Mary”
“Solomon loves Mary”
On sidewalks, fences, and walls
Sidewalks, fences, and walls
Sidewalks, fences, and walls
Sidewalks, fences, and walls
Sidewalks, fences, and walls…

.

Chalk_Poem_in_Heathridge_backyard_WA

Zij

Bernard Dewulf

.

Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.

Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.

.

Zij

.

Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,

maar slapen ieder onze nacht.

Haar lichaam ademt in mij voort

en binnen word ik weggedacht.

.

Woont daar iemand die bestaat

als zij zich sluit? Alles is

zo denkbaar in dit hoofd, ik

raak er niet in en niet uit.

.

Ik ken haar enkel in mijn armen,

zij houdt mij eeuwig op de tast.

Zij slaapt en wie is zij

die morgen weer in alles past?

.

Dewulf

Dewulf-2

 

A winter night

William Barnes

.

‘Country poems’, een bundeltje uit 1959 in de serie ‘Pocket poets’ samengesteld door Geoffrey Grigson is een klein mooi bundeltje met een doorsnee van alle beroemde Engelse dichters uit de voorgaande eeuwen. Zo staan William Shakespeare, Alfred Tennyson en William Wordsworth er in met elk drie gedichten maar ook minder bekende namen als Walter De la Mare, Walter Savage Landor en John Clare.

Maar er staan ook een paar gedichten in die niet terug zijn te voeren naar een dichter. Het gedicht dat ik gekozen heb is van de dichter William Barnes (1801 – 1886). Niet zo’n heel bekende naam maar ook hij is vertegenwoordigd met drie gedichten in deze bundel.

William Barnes was een dominee, dichter en filoloog (Een filoloog bestudeert de taal- en letterkunde van volkeren door middel van beschikbare geschriften in samenhang met de cultuurgeschiedenis van een volk). Barnes studeerde naast Duits, Frans, Grieks en Latijn ook Italiaans en Perzisch. Hij publiceerde maar drie dichtbundels waarvan ‘Poems of rural life in a Dorset dialect’ zijn debuut was waarmee hij zijn naam als dichter vestigde. Zijn gedichten zijn vaak geschreven in het dialect van zijn geboortestreek en ze schetsen het leven op het Zuid-Engelse platteland.

Zijn gedichten kenmerken zich door een zachtheid en gevoelige tederheid, een diep inzicht in het nederige landleven en een bijzonder gevoel voor het lokale landschap.

.

A winter night

.

It was a chilly winter’s night;
And frost was glitt’ring on the ground,
And evening stars were twinkling bright;
And from the gloomy plain around
Came no sound,
But where, within the wood-girt tow’r,
The churchbell slowly struck the hour;

.
As if that all of human birth
Had risen to the final day,
And soaring from the wornout earth
Were called in hurry and dismay,
Far away;
And I alone of all mankind
Were left in loneliness behind.

.

WB

Grave_of_William_Barnes_-_Winterborne_Came

Zijn graf bij St. Peter’s Church in Winterborne Came

.

Met dank aan Wikipedia.

Mens en gevoelens

Strand

.

Hoewel ik in 2007 voor het eerst naar buiten kwam met mijn gedichten door samen met Ruben Philipsen de bundel ‘Zichtbaar alleen’ te publiceren (waar dit blog naar vernoemd is) is in de jaren ’80 van de vorige eeuw al eens een gedicht van mij gepubliceerd in het tijdschrift ‘Mens en gevoelens’ van Paul Haenen of eigenlijk van zijn alter ego’s Margreet Dolman en Dammie van Geest. In dit  cultureel/humoristische tijdschrift was plaats voor gedichten, verhalen, columns, tekeningen en foto’s. Ook ik heb, ik denk in 1989, een gedicht opgestuurd (dat kon als abonnee) en toen werd dus voor het eerst een gedicht van mij gepubliceerd. Het gedicht was getiteld ‘Strand’ en er werd door een andere abonnee waarvan ik nu de naam niet meer weet, een tekening bij gemaakt.

Dit is het gedicht.

.

Strand

.

Daar loopt ze

het doldrieste water

met haar benen doorklievend

en dan ineens rent ze

terug naar mij

.

“kwallen” zegt ze.

.

MeG

 

Slang-vertelling

Dorothy Porter

.

De Australische dichter Dorothy Porter (1954 – 2008) was een bijzonder mens. Als lesbiëne (ze had een relatie met collega schrijfster Andrea Goldsmith) werd ze door de website samesame.com.au tot één van de belangrijkste en invloedrijkste gays gerekend van Australië. Daarnaast was ze overtuigd heiden en zette ze zich in voor de principes van het heidendom als moed, stoïcisme, voor de aarde en schoonheid.

Haar werk omvat behalve poëzie ook romans, boeken voor young adults , libretti voor kamer opera’s en ze schreef aan een rock opera. Voor haar werk ontving ze verschillende prijzen.

Uit ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ 2001 het door Maria van Daalen vertaalde gedicht Slang-vertelling.

.

Slang-vertelling

.

Dood, adder,

ga ik ooit nog leren

wanneer ik je onder mijn voeten heb?

.

In het donker

ruik ik je ritselend

droog molm verblijf

.

maar jou ruik ik niet.

.

Lig je te wachten?

.

Hoe leg ik ze af,

deze muffe huid van angst

en loop

met bestudeerd roekeloos

ontblote enkels?

.

Het zou zo eervol zijn,

de zegening

van je droom-diep venijn.

.

DP

Met dank aan Wikipedia en ‘Ze kwamen om een dichter te zien’.

Omwille van de nacht

Even

.

Vandaag een liefdesgedicht op Herman de Coninckzondag. uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ het werkelijk prachtige gedicht ‘Even’.

.

Even

.

Geluk is ineens, zaterdagmiddag in de trein

naar Amsterdam, weten dat het niet voor jou is weggelegd.

En daar hoe dan ook erg rustig van zijn.

Goed, dat weten we dan, dat hoeft niet meer gezegd.

.

Er vallen tenslotte nog andere dingen te beleven.

We gaan naar Amsterdam kijken, en niet naar elkaar.

En er is een voorzichtig-zijn met wat je even

mag hebben, hooguit voor een paar jaar.

.

Zoiets als elke dag opnieuw weer honger krijgen,

zoiets als elke keer met jou hijgen

en hijgen en hijgen. En dan is het voorbij.

En wie weet, nooit gebeurd. Dan blijven ik en jij.

.

Geluk is vandaag nog dingen willen schrijven

als ‘jouw ogen en hun sterrelingse pracht’.

Godgod, nee zeg. Maar het is koud. En ik wil blijven

bij jou. Omwille van de nacht.

.

Rome-Train-Couple-360dpi

Bij die wilg, van god verlaten

W.H. Auden

.

Bij de kringloopwinkel kocht ik het kleine maar fijne bundeltje van uitgeverij Bert Bakker uit 1995 ‘Vertel me de waarheid over liefde’ met gedichten van W.H. Auden met vertalingen van Willem Wilmink. Op de achterflap van de bundel staat te lezen:

“De poëzie van W.H. Auden hoort tot de mooiste van de twintigste eeuw. In deze bundel zijn een tiental van zijn tijdloze, even schitterende als aangrijpende liefdesgedichten bijeengebracht.”

Uit deze bundel het gedicht ‘Underneath an abject willow’ in het Engels en in de vertaling van Wilmink.

.

Underneath an Abject Willow

.

Underneath an abject willow,
Lover, sulk no more:
Act from thought should quickly follow.
What is thinking for?
Your unique and moping station
Proves you cold;
Stand up and fold
Your map of desolation.
.
Bells that toll across the meadows
From the sombre spire
Toll for these unloving shadows
Love does not require.
All that lives may love; why longer
Bow to loss
With arms across?
Strike and you shall conquer.
.
Geese in flocks above you flying.
Their direction know,
Icy brooks beneath you flowing,
To their ocean go.
Dark and dull is your distraction:
Walk then, come,
No longer numb
Into your satisfaction.

.
.
Bij die wilg, van god verlaten
.
Bij die wilg, van God verlaten,
minnaar, waar jij mokt,
wat kan daar jouw peinzen baten,
waarin alles stokt?
Als dit oord van eenzaam treuren
niets vergoedt,
toon dan weer moed:
sta op. Laat iets gebeuren.
.
Klokgelui over de halmen
uit een kerkgebouw
hoont in zijn macaber galmen
minnaars in de rouw.
Lief heeft al wat leeft, mijn jongen,
zwelg dus niet
in je verdriet:
’t lijden kan bedwongen.
.
Ganzen die hier overkomen,
weten waar ze gaan,
beekjes hier beneden stromen
naar hun oceaan.
Duf en donker is jouw peinzen.
Leer de kunst
voor liefde’s gunst
niet meer terug te deinzen.
.
willow