Categorie archief: Dichtbundels

Kleine advertentie

Mirjam Eijk

.

In mijn boekenkast kwam ik de kleine bundel ‘Metamorfoses aan zee’ tegen van dichter/schrijfster Mirjam Eijk. Uitgegeven door uitgeverij Maldoro is dit een bundeltje met bijzondere gedichten. Het verhaal van ‘Metamorfoses aan zee’ gaat over een meisje dat vanuit haar Haagse woning naar het strand gaat waar haar gemoedstoestand volkomen omslaat.

Dit verhaal wordt verteld op 35 verschillende manieren, in de traditie van Raymond Queneau’s ‘Stijloefeningen’. Uit de mond van een zesjarige, een zwartkijker, een achterdochtige en in de vorm van een politiebericht, een wetenschappelijk onderzoek en een advertentie.

Aangestoken door de contactadvertenties die Rinske Kegel elke zaterdag op Facebook deelt was mijn keuze meteen gedaan voor een voorbeeld van zo’n advertentie in deze bundel. Daarbij is het een bijzondere vorm en zoals je weet hou ik daar ook van.

.

Kleine advertentie

.

T. pkt. fts.R. n. strnd. Luchie schpn. Mnsn. wkkn. agrss. T. uit krtk. T. zcht. & stnt. Ook zovl. gkk. mnsn. ! Eindlk., strnd. Shck ! g.v.d. andr. mnsn. ook dr. T snkt. nr. adm. Zcht. zcht. ze wrdt. ng. gk.Sjk. slp. vlk. Pltslng. klrn. uit. Nkt. ! Z. in Z. zwmt., ijskd. mr. ze zwmt. ! Al. andr. kijkn. hun ogn. uit. Valln. zlfs. pr. ogn. uit hun kassn. ! (Kunn. mnsn. z. nt. mr. vndn., trst.)Evn. ltr. gt. T druit. Glijk. mndr. zrgn. an. dr. kp. Gk. hr. wl. prrtg. vr. d. T.

.

(witte) hond

Charles Bukowski

.

Op de website https://bukowski.net/manuscripts/ staan een enorme hoeveelheid varhalen en gedichten van Charles Bukowski te lezen. Zoals hij ze destijds getypt op papier aan zijn uitgever toestuurde. Het gedicht ‘white dog’ is een bijgewerkte versie van het origineel getiteld ‘dog’ dat anders eindigt en iets anders is van opzet. Omdat ik van ‘white dog’ een Nederlandse vertaling vond deel ik die hier met jullie. In de afbeelding daaronder het origineel getiteld ‘dog’.

Het gedicht ‘white dog’ verscheen in ‘The pleasures of the damned’ uit 2007,  het origineel ‘dog’ dat Bukowski schreef in 1977, verscheen in de bundel ‘What matters most is how well you walk through the fire’ uit 1999.

.

white dog

.

I went for a walk on Hollywood Boulevard.

I looked down and there was a large white dog

walking beside me.

his pace was exactly the same as mine.

we stopped at traffic signals together.

we crossed the side streets together.

a woman smiled at us.

he must have walked 8 blocks with me.

then I went into a grocery store and

when I came out he was gone.

or she was gone.

the wonderful white dog

with a trace of yellow in its fur.

the large blue eyes were gone.

the grinning mouth was gone.

the lolling tongue was gone.

things are so easily lost.

things just can’t be kept forever.

I got the blues.

I got the blues.

that dog loved and

trusted me and

I let it walk away.

.

witte hond

,

Ik ging wandelen op Hollywood Boulevard.

Ik keek naar beneden en er liep

een grote witte hond naast me.

Zijn pas was precies dezelfde als de mijne.

We hielden samen halt aan de verkeerslichten.

We staken samen de zijstraten over.

Een vrouw glimlachte naar ons.

Hij moet zo 8 huizenblokken samen

met mij voortgegaan zijn.

Toen liep ik een kruidenier binnen en toen

ik buiten kwam was hij weg.

Of was zij weg.

Een prachtige witte hond

met een vlok geel in zijn vacht.

De grote blauwe ogen waren weg.

De grijnzende mond was weg.

De lusteloze tong was weg.

Dingen gaan zo makkelijk verloren.

Dingen kunnen gewoon niet altijd blijven.

Ik ben triest.

Ik ben triest.

Die hond hield van me

en vertrouwde me en ik

liet hem lopen.

.

 

 

Kaartlezers

Albertina Soepboer

.

Dichter, toneel- en prozaschrijfster Albertina Soepboer (1969) woont in Harlingen en heeft haar atelier in Groningen Ze studeerde Romaanse talen en culturen en Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen.

Haar Friestalige debuutbundel ‘ Gearslach’  verscheen in 1995. Hierna  volgden nog negen andere bundels. Naast het Fries heeft ze altijd in het Nederlands geschreven en ze ziet zichzelf dan ook als een tweetalig schrijver. In haar poëzie is die meertaligheid een belangrijk thema. Een ander belangrijk thema is landschap. Het wad komt vaak terug in haar poëzie, maar ook haar passie voor reizen speelt een grote rol.

Voor haar gedichten kreeg ze in 1996, 1997 en 1998 de Rely Jorritsma-prijs. Als dichter heeft ze op vele festivals opgetreden, o.a. op Poetry International in Rotterdam, De Wintertuin in Nijmegen, De Nachten in Antwerpen, Poesie International in het Oostenrijkse Dornbirn, Struga Poetry Evenings in Macedonië en The Ubud Writers&Readers Festival op Bali. Haar werk is vertaald naar het Engels, Duits, Frans en Slavisch-Macedonisch.

Uit de dichtbundel ‘ De hengstenvrouw’  uit 1997  koos ik voor het gedicht ‘ De kaartlezers’.

.

De kaartlezers

.

Dat het dichterbij kwam, daar
waren we wel zeker van. Als duin
zou het in ons huizen. En al
vielen meeuwen vaak uit wolken,
het was er, naderde en naderde.
Zoveel wisten wij.

Het pad, zeker, we tekenden het.
Zo zou het zijn. Alles was in kaart
gebracht en dan zouden we gaan.
Veters gestrikt. Fiets mee. Naar
zee, naar zee waar alles begint.
Zoveel wisten wij.

Maar hoeveel wisten wij niet.
Wij raakten het pad kwijt, konden
de kaart niet meer lezen en
verdronken in zee.

.

Stoppen met roken in 87 gedichten

Dimitri Verhulst

.

Dimitri Verhulst (1972) is dichter en schrijver. Zijn officiële debuut was de verhalenbundel ‘De kamer hiernaast’ (1999), die genomineerd werd voor de NRC-prijs. Hij publiceerde verhalen en gedichten in verschillende literaire tijdschriften, waaronder ‘Nieuw Wereldtijdschrift’, ‘De Brakke Hond’ en het tijdschrift ‘Underground’, waarvan hij redacteur is. In 2017 verscheen van hem de bundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ uit. Ik werd gewezen op een gedicht zonder titel uit deze bundel en ik was meteen om, zeker als je Verhulst het gedicht hoort voordragen. Daarom zonder verdere introductie dit keer het gedicht in tekst en beeld en geluid.

.

Verbeeld je de verbeelding,

geef haar de macht die de mens

niet toebehoort.

Droom jezelf een stad

totdat je er echt in woont.

Denk je gedachten door de muur;

De dag bestaat

omdat je ‘r in gelooft.

Dwars de dood.

Bouw de vrouw die van je houdt,

want verzonnen zijn we zinnig.

Bedenken wij elkaar,

en beminnen wij dan innig.

.

Kijk en luister naar dit gedicht via de volgende link.

https://www.vpro.nl/speel~WO_VPRO_11367699~dimitri-verhulst~.html

.

Le mistral

Dichter van de maand november

.

Vandaag van de dichter van de maand, Miriam Van hee, een gedicht uit haar bundel ‘De bramenpluk’ uitgegeven door De Bezige Bij in 2002, getiteld ‘Le mistral’.

.

 Le mistral

.

welke naam de wind ook heeft

hij is mannelijk in alle talen
of liever jongensachtig
overal blaast hij jurken bol
rukt hij aan wasgoed
en slaat verwoed en wispelturig
de bladen om van boeken
en van krantenwaar het niet waait
vallen geen bladeren
en maakt niemand bewegingen
zoals jij nu met je hand
door je haar zo sierlijk
en vergeefs.

Het wiel

William Butler Yeats

.

Gistermiddag las ik ergens een stukje over de dichter Yeats en hoe gaat dan dan in mijn hoofd; wanneer ik thuis ben pak ik een bundel met zijn poëzie erbij (elke aanleiding is er een zeg ik altijd). In dit geval is dat de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem uit 2010.

Uit deze bundel het gedicht ‘The Wheel’ of ‘Het Wiel’ in vertaling van Jan Eijkelboom.

.

The Wheel

.

Through winter-time we call on spring,

And through the spring on summer call,

And when abbandoning hedges ring

Declare that winter’s best of all;

And after that there’s nothing good

Because the spring-time has not vome-

Nor know that what disturbs our blood

Is b ut its longing for the tomb.

.

Het Wiel

.

’s Winters willen wij de lente

En in de lente liefst de zomer,

En als het wemelt in de heggen

zeggen wij: laat winter komen.

En daarna is er niets meer goed:

Het voorjaar komt er niet meer aan.

Wij weten niet dat in ons woedt

Verlangen om maar dood te gaan.

.

Oude dromen

Pero Senda

.

Vandaag 4 jaar geleden werd ik gebeld door de vrouw van mijn vriend en dichter Pero Senda (1945 – 2013). Vrij onverwacht was hij, na een kort ziekbed overleden. Ter nagedachtenis wil ik daarom vandaag, op zijn sterfdag een gedicht van hem plaatsen uit de bundel, die hij destijds in 1999 presenteerde in de bibliotheek van Maassluis. Vanaf dat moment leerde ik Pero steeds beter kennen en ik mis hem en zijn bijzondere en warme  persoonlijkheid nog altijd.

.

Oude dromen

.

Opnieuw kwellen mij niet uitgedroomde dromen

Gletsjers, schotsen, het poollandschap in schaduw en licht

Wit schitterend schuim in een zeegezicht

De witte dood loert. Angst grijpt me aan

Ik vlucht, wil zuidwaarts, blijf roerloos staan

Snel, snel! Waarheen? Natuurlijk naar huis:

Naar mijn huis in Maassluis.

.

Zandstranden. Copacabana.

Is het Rio of Havana?

Gevaarlijke klanken uit Afrika’s zuiden

Kenya, safari, ziekten en kruiden

Wilde dieren overal, dag en nacht

De zon die brandt, ik dorst en smacht

Weer op de vlucht. Waarheen? Naar huis:

Naar mijn huis in Maassluis.

.

Op de Balkan niets nieuws, geen dromen,

Hetzelfde decor, slechts nieuwe spelers zijn gekomen.

Vooral statisten rijen zich ten dans

Van bloed en vrijheid hebben zij thans

De mond vol. Weg nu met al die grote woorden

Ik overstijg de idealen die mij ooit bekoorden

Vluchten, zo ver ik kan, van al die dwazen

Naar het land van bloemen in borders en vazen

Van gele tulpen – dus terug naar huis:

Naar mijn huis in Maassluis.

.

Gendray

Herman de Coninck

.

Van de bekende en beroemde Vlaamse dichter Herman de Coninck is een biografie verschenen met de titel ‘Toen met een lijst van nu errond’. Geschreven door Thomas Eyskens en na het prachtige boek van zijn vrouw Kristien Hemmerechts ‘Taal zonder mij’ nu dus een officiële biografie, en hoewel zij aan deze biografie niet heeft meegewerkt is het een zeer uitgebreide en informatieve biografie geworden.

Toen ik dit las werd ik: A. meteen nieuwsgierig en B. kreeg ik de aandrang om de werken van Herman de Coninck er weer eens bij te pakken. Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, ben ik een groot liefhebber van zijn gedichten en elke reden om weer eens aandacht te besteden aan deze, veel te vroeg gestorven, dichter te besteden is er een.

Daarom uit de bundel ‘Schoolslag’ uit 1994 het gedicht ‘Gendray’.

.

Gendray

.

  Voor Hugo Brems

De koe, Hoe ze het al eeuwen

met hetzelfde ontwerp moet doen.

Zoiets als de Volkswagen-kever:

de koe-koe.

.

Maar hier liggen er mooie, meisjes haast,

godinnen van het staren, hun grote

stofzuigerzakken volgegraasd, lichtjes verbaasd

van tevredenheid om dit bestaan.

.

Eén wil, moe van al dat ligwerk

overeind gaan staan.

.

Brommers kieken

Ester Naomi Perquin

.

Toen ik het gedicht ‘Meisjes’ uit de bundel ‘Servetten halfstok’ van Ester Naomi Perquin uit 2007 las moest ik meteen denken aan de term Brommers kieken. Brommers kieken is Twentse én Achterhoekse term voor een smoes van geliefden om zich terug te trekken om te gaan zoenen. Vanaf het eerste moment dat ik de term hoorde jaren geleden vond ik het prachtig. Zo onschuldig maar zo ter zake doende.

Hoewel het feitelijke brommers kieken niet voorkomt in het gedicht zie je het voor je als je het leest. Daarom hier het gedicht ‘Meisjes’.

.

Meisjes

.

Zo handig in hun alledaagse praten
rusten zij aan zij, een rij van jonge huid
en zachte haren in die al te hete zon.

Duingras kietelt hun benen en hoog
klinkt de pas bedachte lach die meeuwen
steeds verschrikt doet overkomen.

Van kop tot teen onaangeraakt
liggen zij, met allemaal dezelfde stem
dezelfde moeder te bespreken.

Wat ze zoal zijn telt alle eeuwigheden
in hen op. Dat stil en zonbeschenen delen
van leeftijd, lichaam, zonnebrand.

Maar over het zand lijkt een vreemd,
steeds lager grommen aan te zwellen
en jaagt een rilling door de rij.

Elke seconde komen de jongens
op onverbiddelijke brommers
in grote golven dichterbij.

Foto: Tineke de Lange

Het land

P.A. de Génestet

.

Van mijn moeder kreeg ik een oud poëziebundeltje van P.A. de Genestet uit 1921. De Volledige dichtwerken in de Cohen editie met illustraties van C.P. Tiele. De naam de Genestet kende ik wel (van de naar hem genoemde straat) maar zijn werk kende ik niet.

Petrus Augustus de Génestet ( 1829 –  1861) was een Nederlands dichter en theoloog. De Génestet was populair, wat vooral te danken was aan zijn humoristische en ontroerende gedichten die toegankelijk zijn voor een breed publiek. Maar ook godsdienst was een belangrijk thema in zijn gedichten. De Génestet was vrijzinnig-protestant, maar hij neemt even scherp stelling tegen de oppervlakkige vrijzinnigheid als tegen de steile onverdraagzaamheid. Samen met Nicolaas Beets wordt hij gezien als een deel van de Nederlandse navolging van het Byronisme.

In zijn korte leven – De Génestet werd slechts 31 – heeft hij slechts een beperkt aantal gedichten kunnen schrijven. Deze werden na zijn dood gebundeld uitgeven onder de titel “Dichtwerken”.

Uit deze opmerkelijk goed leesbare bundel het gedicht ‘Het land’.

.

Het land

.

Zijn fijnst sigaartje smaakt hem niet,

Zijn knappend vuurtje blaakt hem niet,

Zijn zoetlief meisje raakt hem niet!

Zijn vrienden, o genaakt hem niet!

Zijn baardje zelfs vermaakt hem niet,

De stumpert heeft zoo’n groot verdriet…

En wat? – Nu juist, dat weet hij niet!

.