Categorie archief: Favoriete dichters

Vrouwen

Gerry  van der Linden

.

Onder het motto: Meer vrouwen en poëzie op dit blog (zelf bedacht motto) ga ik de komende tijd een aantal gedichten van vrouwelijke dichters plaatsen gebruik makend van de onvolprezen bundel ‘Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis’.

Vandaag een gedicht van Gerry van der Linden (1952) is docente Poëzie- en schrijftraining aan ’t Colofon in Amsterdam. Ze publiceerde een aantal dichtbundels waaronder ‘Zandloper’ uit 1997 waar het onderstaande gedicht in is gepubliceerd.

.

Enkele liefdesgedichten

VI

.

Ik zie een man die weggaat.

Een vrouw

laat hem passeren.

.

Daar gaat een schouder

en een heup

die ze heeft vastgehouden.

Ze zijn nu bij de deur.

.

Het is een messcherpe vrouw.

De plooien

heeft ze al weggestreken.

.

Er valt een droge regen

tussen zijn hemd

en haar rok.

Wat zullen ze groeien!

.

gerryvanderlinden

Simon Vestdijk

Gedicht

.

Uit ‘Nagelaten gedichten’ (1986) en met dank aan Arie Boomsma, het gedicht ‘De zondaar’ van Simon Vestdijk (1898-1971).

.

De zondaar

.

Hij speelde met de schuwe lichaamsdelen,

Die voor de voortplanting zijn ingesteld,

Eén of twee keer, – een onaanzienlijk streelen:

Reeds werd er bij zijn vader aangebeld.

.

Toen heeft men hem twee uren lang gekweld –

Leeraar en vader – met de droevige vele

Voorbeelden van een straffend godsgeweld:

Tering en blindheid en and’re nadeelen. –

.

Men vond hem echter in die sloot nog gaaf.

De klas rouwde, de leeraar schudde braaf

Het hoofd, en heeft ons vragen afgeweerd. –

.

Waarom hebben wij niet, wij laffe honden,

Hem die als wraakengel was uitgezonden

Met zwarte inktpotscherven gecastreerd?

.

Simon Vestdijk

Met dank aan Letterkundigmuseum.nl

Punjabi poëzie

Bulleh Shah

.

Vandaag eens iets anders, iets exotischer; Punjabi poëzie. Dit gedicht in het Punjabi is van Bulleh Shah en heeft een Engelse vertaling. Voor de liefhebbers van Urdu, Hindi en Punjabi poëzie in deze talen verwijs ik graag naar http://sadurdupoetry4u.blogspot.nl.

Bulleh Shah of  Bulla(h) Shah (1680–1757)  was een soefi dichter, humanist en filosoof. Zijn volledige naam luidt Syed Abdullah Shah Qadri. Wil je meer poëzie lezen van Belleh Shah ga dan naar http://www.poetry-chaikhana.com

BullehShah

.

Bullah! ki jaana maen kaun

Na maen momin vich maseet aan
Na maen vich kufar diyan reet aan
Na maen paakaan vich paleet aan
Na maen moosa na pharaun.

Bullah! ki jaana maen kaun

Na maen andar ved kitaab aan,
Na vich bhangaan na sharaab aan
Na vich rindaan masat kharaab aan
Na vich jaagan na vich saun.

Bullah! ki jaana maen kaun.

Na vich shaadi na ghamnaaki
Na maen vich paleeti paaki
Na maen aabi na maen khaki
Na maen aatish na maen paun

Bullah! ki jaana maen kaun

Na maen arabi na lahori
Na maen hindi shehar nagauri
Na hindu na turak peshawri
Na maen rehnda vich nadaun

Bullah, ki jaana maen kaun

Na maen bheth mazhab da paaya
Ne maen aadam havva jaaya
Na maen apna naam dharaaya
Na vich baitthan na vich bhaun

Bullah, ki jaana maen kaun

Avval aakhir aap nu jaana
Na koi dooja hor pehchaana
Maethon hor na koi siyaana

Bulla! ooh khadda hai kaun

Bullah, ki jaana maen kaun

.

Bulla, I know not who I am

Nor am I the believer in mosque
Nor am I in idol worship
Nor am in the pure or the impure
Nor am I in the Vedas
Nor am I in the intoxicants
Nor am I in the carefree deviant
Nor am I union nor grief
Nor am I in the pure/impure
Nor am I of the water nor of the land
Nor am I fire nor air
Bulla, I know not who I am

Nor am I Arabic nor from Lahore
Nor am I the Indian city of Nagaur
Nor am I Hindu nor a Peshawari turk
Nor did I create the difference of faith
Nor did I create Adam-Eve
Nor did I name myself
Beginning or end I know just the self
Do not recognise ”the other one”
There’s none wiser than I
Who is this Bulla Shah
Bulla, I know not who I am

.

Shah

Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis

Dichteressen uit Vlaanderen en Nederland

.

Uit de bundel Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis, de bundel met de beste poëzie van 40 dichteressen uit Nederland en Vlaanderen van uitgeverij Passage uit 2000, een gedicht van Vera Beerten. Vera Beerten (1957) publiceerde in diverse tijdschriften zoals ‘Diogenes’ en ‘Deus ex Machina. Beerten verleende haar medewerking aan verscheidene poëziemanifestaties waaronder ‘De Nachten van de Poëzie’ in Antwerpen, waar zij woont.

.

Finestrat

.

We lagen in een bed van middagzon

Uit elk verband

Uit elke geschiedenis verbannen.

.

Vogels vliegen op uit ons verstand

De huid die om ons heen zat, loste.

We vloeiden uit en over in elkaar

Werden zee, zwommen zonder handen.

.

En op het voor ons uitverkoren strand

Stonden engelen op wacht

Met toeters, wimpels en bellen.

.

Vera

volmaakt

Simon Carmiggelt

Gedicht

.

Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver,  die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.

Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.

Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen  onder het pseudoniem Karel Bralleput.

Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?

.

simon

carmiggelt

Niets cadeau

Wislawa Szymborska

.

Uit de bundel ‘Einde en begin, gedichten 1957-1997’ van uitgeverij Meulenhoff uit 1999 het prachtige gedicht ‘Niets cadeau’ van Wislawa Szymborska.

.

Niets cadeau

.

Niets cadeau gekregen, alles te leen.

Tot over mijn oren in de schulden

zal ik met mezelf

voor mezelf moeten betalen,

mijn leven voor mijn leven geven.

.

Het is nu eenmaal zo geregeld

dat het hart terug moet

en de lever terug moet

en elke vinger afzonderlijk.

.

Te laat om het contract te verbreken.

De schulden moeten worden geïnd,

het vel over de oren gehaald.

.

Op de wereld loop ik rond

in de menigte van andere schuldenaren.

Sommigen zijn verplicht

hun vleugels af te betalen.

Anderen moeten of ze willen of niet

hun blaadjes afrekenen.

.

Aan de debetzijde

staat elk weefsel in ons.

Geen wimpertje, geen steeltje

mogen we voorgoed behouden.

.

De lijst is uitputtend

en het ziet ernaar uit

dat we niets zullen overhouden.

.

Ik kan me niet herinneren

waar, wanneer en waarom

ik zo’n rekening heb laten openen.

.

Het protest daartegen

noemen we de ziel.

En dat is het enige

wat niet op de lijst staat.

.

leeg

Pol de Mont

Vlaams dichter Pol de Mont (1857-1931)

.

Via de website van Gaston D. Haese kwam ik terecht op de site met gedichten van de Vlaamse dichter Pol de Mont. Ik had nog niet eerder van deze dichter gehoord maar ik las een gedicht op de website die ik graag met jullie deel.

Pol de Mont werd geboren in Wambeek. Na zijn middelbare studies in het Frans te Ninove gevolgd te hebben, ging hij naar het Klein Seminarie in Mechelen. Hier was het dat hij zijn eerste gedichten schreef en in 1875 zijn eerste bundel ‘Klimoprankske’ liet drukken. Twee jaar later ging hij rechten studeren aan de universiteit van Leeuven. Samen met Albrecht Rodenbach stichtte hij hier ‘Het Pennoen’. In 1880 werd zijn, met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde bekroonde, bundel ‘Gedichten’ gepubliceerd.

Pol de Mont begon zijn carrière als leerkracht aan het atheneum in Antwerpen. In 1904 werd hij benoemd tot conservator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Een jaar later was hij één van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkele van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon.

Een lied van zijn hand (getoonzet door Jos. de Klerk) werd opgenomen in de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee (eerste druk in 1906). Dit liedboek was zeer populair en werd de hele twintigste eeuw herdrukt. De eerste regels luiden: ‘Gaan wandelen dat staat ons aan’.

Hieronder het gedicht ‘Nog op mijn lippen’ uit de bundel ‘Zomervlammen’ uit 1922.

.

Nog op mijn lippen

.

Nog op mijn lippen gloeit,
door al mijn aadren schroeit
de kus, van uw lippen ontvangen…
Van zwoele moeheid hijgen nog
mijn longen, en reeds blaak ik toch
van nieuw en aldoor-nieuw verlangen.
.
Uw ogen zien mij aan…,
mijn ogen zien u aan…,
uw handen zoeken naar mijn handen…
Weer vlijt uw blonde hoofd zo teer
zich op mijn borst, en weer, wéér, wéér
mijn lippen op uw lippen branden.
.
Kan men dan dronken zijn
van zoenen als van wijn,
van zoenen, rood als rode bessen ?
0 wonneroes, zo godlik zoet !
0 vlammen in ’t verjongde bloed !
0 dorst, die ‘k, nooit gelest, wil lessen !

.

lippenj

Met dank aan Wikipedia.

E.E. Cummings

The boys I mean are not refined

.

Voor de laatste keer dit jaar een gedicht van E.E. Cummings met de Nederlandse vertaling van Lepus, het prachtige ‘The boys I mean are not refined’.

.

the boys i mean are not refined

 .

the boys i mean are not refined

they go with girls who buck and bite

they do not give a fuck for luck

they hump them thirteen times a night

 .

one hangs a hat upon her tit

one carves a cross on her behind

they do not give a shit for wit

the boys i mean are not refined

 .

they come with girls who bite and buck

who cannot read and cannot write

who laugh like they would fall apart

and masturbate with dynamite

 .

the boys i mean are not refined

they cannot chat of that and this

they do not give a fart for art

they kill like you would take a piss

 .

they speak whatever’s on their mind

they do whatever’s in their pants

the boys i mean are not refined

they shake the mountains when they dance

 .

.

de jongens die ik bedoel zijn onbehouwen

 .

de jongens die ik bedoel zijn onbehouwen 

zij gaan met meisjes die krabben en bijten  

zij weten dat geluk niet op hen wacht      

zij bekruipen ze dertien keer per nacht      

 .

een hangt een hoed aan haar tiet          

een krast een kruis op haar kont          

want rede of respect dat hebben zij niet    

de jongens die ik bedoel zijn onbehouwen   

 .

zij komen met meisjes die krabben en bijten  

die ongeletterd zijn en zich vergooien      

die lachen tot ze dubbel plooien   

en masturberen met dynamiet

    .       

de jongens die ik bedoel zijn onbehouwen       

zij kunnen niet praten over cultuur          

zij geven geen reet om literatuur            

zij moorden zoals je een scheet zou laten       

 .

zij hebben het hart op de tong

zij volgen slaafs hun stijve pik        

de jongens die ik bedoel zijn onbehouwen      

zij doen de bergen beven als zij dansen

.

cummings

Charles Bukowski

Laatste lezing

.

Charles Bukowski gaf weinig lezingen in zijn leven. Hij hield er helemaal niet van. En als hij al een lezing gaf was dat voor het geld (meestal niet meer dan een paar honderd dollar). Tijdens lezingen zocht hij ook nog eens vaak naar ruzie met mensen in zijn publiek.

Charles Bukowski overleed in 1994 maar zijn allerlaatste publieke lezing was op 31 maart 1980. Vanaf dat moment had hij inkomsten uit royalties van boeken en verfilmde boeken. De video van zijn laatste lezing heeft lang op de plank gelegen maar is nu te bekijken via Youtube (en nu dus hier). De lezing had plaats in de Sweetwater Inn in Redondo Beach in Californië.

.

Burger King

Menno Wigman

.

Uit de bundel ‘De droefenis van copyrettes’ uit 2009, het gedicht ‘Burger King’. Dit leek me wel een passend gedicht zo vlak voor de feestdagen.

.

Burger King

.

Was er een tijd dat ik hier boven stond,

mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,

niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in

een taal te denken die geen tanden heeft?

Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.

.

Dus slof ik door de leeszaal van de straat

en blader maar wat door de Burger King,

gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos

eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.

– Als deze wanhoop ons Walhalla is,

.

als hier het ware leven staat te lezen,

mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal

betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,

eerder verbaasd dat alles wat zo laag

en lelijk is zo sterk en stevig staat.

.

BK