Categorie archief: light verse
Stinklied
Willem Wilmink
.
Op de zondag wanneer ik light verse gedichten met jullie deel mag natuurlijk een van de grote light verse dichters en liedjesschrijvers van Nederland niet ontbreken. Afgelopen seizoen werd zijn werk nog regelmatig bewierookt bij De Wereld Draait Door en vandaag hier een gedicht van Willem Wilmink (1936 -2003). Het is het gedicht ‘Stinklied’ uit zijn verzamelbundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ uit 1986 die destijds werd uitgegeven ter gelegenheid van zijn 50ste verjaardag.
.
Stinklied
.
Dag, dames en meneren,
wij dragen vuile kleren,
van modder staan ze stijf,
ze plakken aan ons lijf.
.
Die vlekken en die vegen,
daar kunnen wij wel tegen,
wij vinden het wel fijn,
om vies en goor te zijn.
.
Wij willen ook niet douchen,
wij doen zoals een poesje,
we likken ons wel schoon,
wij likken. Heel gewoon.
.
Mijn moeder wast mijn oren,
ze wast me ook van voren.
Mijn moeder wast mijn kont.
Dat is toch niet gezond?
.
Van wassen ga je blinken.
Laat ons maar lekker stinken,
en door de wereld gaan
met vuile kleren aan.
.
Weemoedt
De trek
.
Levi Weemoedt is terug en trekt weer volle zalen. Özcan Akyol stelde ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag een bloemlezing samen met de titel ‘Pessimisme kan je leren’. Daarom vandaag op zondag een light verse van zijn hand uit zijn bundel ‘Rijk verleden’ uit 1999 het gedicht waar je trek van zou krijgen ‘De trek’.
.
De trek
.
’s Avonds gezeten op een hek
zag ik het naad’ren van een trek:
.
een grote biefstuk kwam voorbij,
gebakken aardapp’len en prei
.
gevolgd door flensjes, Franse kaas,
een dikke pens, een volle blaas.
.
Daarachteraan op zijn gemak
slofte de koffie met cognac,
.
en in der wolken tekening:
ziedaar, daar kwam de rekening!
.
Verboden voor kettingzagen
Jan de Bas
.
Vandaag op deze zondag in november opnieuw light verse en wel van de dichter Jan de Bas. De Bas (1964) is een historicus en dichter, die contemporaine geschiedenis en cultuureducatie studeerde aan de Universiteit van Utrecht. Als dichter beweegt de Bas zich op het grensgebied van de light verse. Zijn werk gaat over het bijzondere van het alledaagse (het religieuze incluis) en bezit een ongecompliceerde filosofische inslag. Hij schrijft poëzie voor volwassenen en voor kinderen maar in al zijn werk zit een sprankelende lichtheid.
De bundel Verboden voor kettingzagen uit 1999 staat te boek als poëzie voor kinderen maar door de diepere lagen in het werk van de Bas is deze bundel ook bijzonder goed te lezen door volwassenen. Uit deze bundel een paar korte gedichtjes.
.
Tegenvalpartij
.
Het viel hem tegen dat
hij tegenviel omdat hij
viel. Het viel hem tegen
dat dat hem tegen viel.
.
Verboden voor kettingzagen
.
Soms weet ik het niet meer of alleen dit:
dat ik het liefste nog een boom zou willen zijn.
Een beetje bladeren, een nieuwe tak,
een beetje heen & weer op je gemak.
Te leven als een boom,
dat lijkt me doodeenvoudig fijn,
alleen zouden er dan
geen kettingzagen mogen zijn.
.
Gedicht no. 3
.
Het duurde even voor je kwam,
wel drie gedichten later.
.
Eentje over water,
eentje over boterham
en eentje dat je later kwam.
.
Jij en ik
Willem Wilmink
.
Ik vond het weer eens tijd voor een liefdesgedicht. Nu heb ik in de loop der tijd al vele liefdesgedichten geplaatst op dit blog en ook al enige gedichten van Willem Wilmink (1936 – 2003). In dit geval is mijn keuze gevallen op het gedicht ‘Jij en ik’ van Wilmink uit de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’uit 1986. Een liefdesgedicht geschreven vanuit het perspectief van een puber? Een adolescent misschien? In dit gedicht komt de fijngevoeligheid van Wilmink in ieder geval mooi naar voren.
.
Jij en ik
.
Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z’n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an’dre meiden.
’t Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
‘k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.
Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.
Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
‘Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?’
Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik ’t vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf bellen.
.









