Categorie archief: light verse
Er is light!
Het Vrije Vers
.
Ik heb op dit blog al vaak geschreven over allerlei versvormen. Vaak putte ik hierbij uit verzen die op de de website http://www.hetvrijevers.nl staan. Hetvrijevers.nl is een initiatief van Quirien van Haelen en is opgericht in 2009. De site is een vrijplaats voor light verse en gerelateerde vormvaste uitingen. De redactie van Hetvrijevers bestaat uit: Jaap van den Born, Inge Boulonois, Arjan Keene, Peter Knipmeijer en Remko Koplamp.
De website begint met de mededeling: Bevrijd van vormloosheid. Op deze website hoef je dan ook niet op zoek te gaan naar gedichten en verzen die in de vrije vorm geschreven zijn. Nee, op Hetvrijevers.nl staan juist verzen en gedichten in vooraf vastgestelde vormen. En dat zijn er velen. Als je kijkt op de categorie Versvormen op dit blog kun je vele voorbeelden lezen. Maar naast de vele vaste versvormen is ook de light verse zeer goed vertegenwoordigd op de website.
En nu is er dan een boek uitgegeven door Hetvrijevers met de titel ‘Er is light!’. Deze bundel werd uitgegeven naar aanleiding van het feit dat Hetvrijevers tien jaar bestaat. Deze bijzondere bloemlezing bevat het beste, mooiste en geestigste werk dat in het afgelopen decennium op Het vrije vers is gepubliceerd. Aan de bundel droegen maar liefst 65 dichters bij, zowel de crème als de crème de la crème van light verse, waaronder Ivo de Wijs, Drs. P, Patty Scholten, Jaap van den Born, Driek van Wissen en Frank van Pamelen.
De bundel is als hardcover verkrijgbaar (€ 20,55) en als paperback (€17,55) uitsluitend via de website https://www.mijnbestseller.nl/shop/.
Uit de bundel twee voorbeelden van Hans Mooi (Ambitie) en Louise Dorren (Het eekhoornvrouwtje).
.
Ambitie
.
Je bent gedreven en je schrijft
wat aan je kunstig brein ontglipt.
Maar je beseft: wie schrijft die blijft
vaak zitten met zijn manuscript.
.
Het eekhoornvrouwtje
.
Omwille van de vruchten van haar schoot
loopt zij zich ’t vuur gedurig uit de sloffen
met eten halen, voeden, nestje stoffen
haar vent, jawel, haar vent verzet geen poot
.
die ongelijkheid laat haar echter koud
wat haar betreft heeft zij het wel getroffen
omdat zij simpelweg van eikels houdt.
.
Het grijze gevaar
Rijmen voor Sinterklaas
.
Daags voor Sinterklaas zal er nog menig ouder in de stress zitten omdat er gedichten geschreven moeten worden. En met gedichten bedoelen we dan rijmpjes, versjes. En waar de meeste ouders niet veel verder komen dan “Sint zat te denken wat hij aan deze of gene zou schenken” is er natuurlijk best iets meer te halen uit deze oude traditie.
Rijmende verzen zijn er in vele maten en soorten. Kijk maar eens onder de rubriek ‘Versvormen’ op dit blog, dan kom je er veel verschillende tegen. Waar de meeste rijmende gedichten de mist in gaan is niet eens omdat ze niet rijmen, dat lukt de meeste mensen nog wel (met of zonder rijmwoordenboek), nee het is het metrum, het ritme waar menigeen de mist mee ingaat.
En dat het heel goed kan bewijzen vele light verse dichters. Een van de bekendste light verse dichters die ook humor in zijn poëzie stopt is John O’Mill. O’Mill (1915 – 2005) was het pseudoniem van Johan van der Meulen. Hij was tot 1975 leraar Engels aan de Rijks-HBS te Breda en schreef nonsensgedichten die vaak gebaseerd waren op een letterlijke vertaling van Nederlands idioom in het Engels. Hij werd hiertoe geïnspireerd door het werk van zijn leerlingen en wat ik camping Engels zou noemen..
O’Mills eerste bundel ‘Lyrical Laria in Dutch and double Dutch‘ (1956) werd gepubliceerd in de hoge oplage van 5000 stuks, en werd daarna nog vijftien maal herdrukt tot 1983. Zijn werk kenmerkt zich niet alleen door een perfect ‘ritme’, maar tevens door een creatief gebruik van ‘Double Dutch. Johan van der Meulen werd door Hugo Brandt Corstius (auteur van onder andere ‘Opperlandse taal- & letterkunde’ ) omschreven als “Anglo-Opperlandicus”.
Van zijn hand verschenen maar liefst 18 bundeltjes. Uit de laatste (1984) ‘Beloney bellettrie’ een voorbeeld van zijn geweldige gevoel voor ritme en metrum.
.
Het grijze gevaar
.
Om hun ouders leed te besparen
(de kwalen van de oude dag),
at men ze op bij de barbaren,
wat iedereen als deugdzaam zag.
.
Vooral de moeders deed het deugd
op hun oude dag te weten
dat straks hun kroost (de lieve jeugd)
een week er goed van zouden eten,
.
terwijl de vader meer genoot
van gedachten aan de dagen
dat hij vlak na zijn vaders dood
’n hele week niet hoefde jagen.
.
Het volk, waarvan ik hier gewaag
(wilden die hun ouders aten),
vond zo het antwoord op de vraag:
‘Waar moeten we de oudjes laten?’
.
1 + 1 = 1
C. Buddingh’
.
Humor in poëzie wordt niet door elke poëzieliefhebber gewaardeerd. Het zou afdoen aan het poëtische palet van een gedicht. Ik ben daarin geen hardliner, ik vind humor in poëzie vaak juist heel verfrissend. En met humor bedoel ik dan een breed spectrum aan taalgrappen of taalvondsten, gewiekste ven grappige vondsten, wendingen in een gedicht die onverwacht en daardoor vaak juist grappig zijn of absurde tekstvondsten en uitweidingen. Zolang het niet te opgelegd en banaal is en ik er om kan lachen (van glimlachen tot schaterlachen) vind ik dat humor een prima aanvulling op het poëtische of inhoudelijke deel van een gedicht kan zijn.
Nu ik er zo over nadenk is de subtiele vorm van humor in poëzie denk ik de meest aantrekkelijke. Humor die niet opgelegd is maar waar je soms even over doet om te laten bezinken, waarna een lach of glimlach volgt. Een van de dichters die volgens mij dit laatste uitstekend wist te brengen met zijn poëzie was Kees Buddingh’ (1918 – 1985). De poëzie van Buddingh’ wordt vaak tot de light verse gerekend. Dichter/schrijver Remco Campert schreef ooit: “Sinds Buddingh verwachten veel mensen van poëzie een avondje lachen”.
In de bundel ‘gedichten 1938 | 1970’ staan vele gedichten die een lach op je gezicht of een glimlach rond je mond toveren. Een mooi voorbeeld van een gedicht waarin subtiel een grappig element is gestopt is het gedicht ‘1 + 1 = 1’.
.
1 + 1 = 1
.
Ik heb nooit hard gelopen
om dichters te ontmoeten
maar mij wel vaak buiten adem gefietst
om op tijd bij een voetbalwedstrijd te zijn
.
het moet, in de poëzie,
niet van één kant komen
.
Atletische verzen
Ivo de Wijs en Theo Danes
.
Zoals je misschien weet ben ik gek op thematische poëziebundels, Je hebt ze werkelijk in alle vormen en maten en thema’s. In 2006 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar de charmante bundel ‘Atletische verzen’ van Ivo de Wijs en (zijn neef) Theo Danes. In deze bundel passeren alle atletieknummers de revue. Van de 100 meter sprint, de 400 meter hordelopen, hoogspringen en verspringen, de tienkamp, veldloop en het speerwerpen, tot de halve marathon en het kogelslingeren toe. Theo Danes is Nederlands tienkamper en werd in deze bundel op poëtisch gebied gecoacht door zijn oom Ivo.
In de bundel vooral vrolijke gedichten in vaste versvormen van beide heren. Daarom van zowel Ivo de Wijs als van Theo Danes een gedicht.
.
Kogelslingeren (geschiedenis)
.
De ‘hammer throw’ stamt uit de tijd
Van louter burchten in de atlas
Toen het van pas kwam in de strijd
Wanneer het buskruit veel te nat was
.
Theo Danes
.
100 meter
.
Ik heb eens bij de New York Open
De benen van mijn kont gelopen
De benen liepen onverwacht
Een tijd van 10 seconden 8
Maar, teleurstellend, liep de kont
Een tijd van 12 seconden rond
Ik viel, helaas, op deze wijze
Gemiddeld nét niet in de prijzen
.
Ivo de Wijs
.
Dies Irae
Peter Coret
.
De Nederlandse dichter, schrijver, columnist en theaterman Cees van der Pluijm (1954 – 2014) publiceerde onder verschillende pseudoniemen als Peter Coret, Paul Lemmens, Steven Stalknecht en Liesbeth Porringa. Van der Pluijm was een zeer geleerd mens, hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, Algemene Literatuurwetenschap en Zuid Afrikaanse taal- en Letterkunde. Hij debuteerde in 1984 samen met Robert Alquin als Peter Coret met de bundel ‘Het lustprieel’. Hij was van 1994 tot 2013 columnist van de Gay Krant en hij schreef light verse onder andere met Drs. P., Robert Long en Driek van Wissen.
In de bundel ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ samengesteld door Robert-Henk Zuidinga, uit 1985 is het sonnet ‘Dies Irae’ (Dag van Toorn) opgenomen van zijn hand.
.
Dies Irae
.
De laatste daad die zin gaf aan je leven
Was de ontkenning van een troosteloos bestaan
.
Je drift heeft je het leven uitgedreven
Nu is je lichaam langzaam aan ’t vergaan
En zul je nooit meer pronken als de haan
Wiens veren ik met liefde heb beschreven
.
On klein verbond werd bitter opgeheven
De rekening blijft immer onvoldaan
.
Je liet me vallen toen ik jou liet zweven
We leefden beiden in een wrede waan
Nu zal ik nimmer meer mijn handen slaan
Aan jouw genot, of naar verzoening streven
.
Je hebt jezelf en niet je medemens vergeven
Hoe wij ons redden gaat jou niets meer aan
.
Don Juan Lul
Lévi Weemoedt
.
Schrijver en dichter Lévi Weemoedt (1948) pseudoniem van Izaäk Jacobus van Wijk is één van die dichters die iedereen wel kent en waarvoor veel mensen een zwak hebben. Misschien komt dat door de toon in zijn gedichten, deze zijn van een ongebreidelde zelfspot en liefde voor taal die je eigenlijk verder alleen maar tegen komt bij Hans Dorrestijn en ook wel bij Midas Dekkers. Mede dankzij schrijver en columnist Özcan Akyol (1984) is er nu na jaren (de laatste bundel was van 2014) weer een nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt getiteld ‘Pessimisme kun je leren’ waarin Akyol een keuze heeft gemaakt van de mooiste versjes uit het werk van deze fijne dichter.
In deze bundel veel korte geestige en treurige gedichten en het gedicht ‘Don Juan Lul’ waarvan Akyol schrijft in zijn inleiding op de bundel: “Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decenium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoon. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid is het de taal die hem overeind houdt.”
.
Don Juan Lul
.
‘k Kan niet lezen en niet schrijven.
‘k ben de langzaamste in vlijt.
Maar het allerdroevigst ben ik
in sociale vaardigheid.
.
Nooit kan ik iets leuks verzinnen!
Sta ik voor een mooie meid,
ach, dan schiet mij slechts te binnen
dat ik dood wil. Heel de tijd.
.
4 x 5 = 8
Christiaan Abbing
.
Als het gaat om versvormen is er een grote variëteit te vinden. Ik heb al vele malen geschreven over verschillende versvormen (te vinden onder de categorie Versvormen). Toen ik echter de versvorm 4 x 5 = 8 tegen kwam moest ik onwillekeurig denken aan Pippi Langkous. Op zichzelf had er nog best een relatie kunnen zijn tussen de twee want de versvorm 4 x 5 = 8 is laat in de 20ste eeuw ontstaan. We spreken hier eigenlijk over een vierregelig rijm, schema BBBB in pentameter. Het binnenrijm A schuift elke keer een jambe op. De oneven regels van een 4 x 5=8 beginnen met één versvoet en krijgen er telkens één bij. De even regels vullen de vijftallen aan. Regel 1 kan een trefwoord zijn, maar dit is niet verplicht.
Hier een voorbeeld van Christiaan Abbing getiteld ‘Bij de plaszak van de NS’ over de introductie van de plaszak in treinen (Sprinters) zonder WC in 2011 (die overigens in 2018 weer werd afgeschaft).
.
Bij de plaszak van de NS
.
Gemak
Is wat de Sprinter node mist:
’t Toilet ontbrak
NS verzon een list
Maar voor vertrek al sprak
De machinist:
‘Zeg op, wie heeft hier naast de zak
Gepist?’
.
Alle letters tellen
Beginletter Pangramkwintijn
.
Elke keer verbaas ik me weer over de hoeveelheid versvormen die er zijn en over de vindingrijkheid van mensen die nieuwe versvormen bedenken. Een van die mensen is Frits Criens. In 2016 bedacht hij de ‘Beginletter Pangramkwintrijn’ en publiceerde deze op http://www.hetvrijevers.nl/, de website voor light verse, vaste vormen, nonsenspoëzie, humorpoëzie en plezierdichten met nieuws en teksten van en voor professionals en liefhebbers.
Een pangram (Grieks: pan gramma, “alle letters”) of holo-alfabetische zin is een zin waarin alle letters van het alfabet voorkomen. De bekendste is misschien wel: The quick brown fox jumps over the lazy dog. Volgens Wikipedia bevat een volmaakt pangram elke letter (uit het alfabet) slechts eenmaal. De uitdaging is om een zo kort mogelijke zin te maken die aan deze voorwaarde voldoet. Frits Criens voegt hier aan toe, dat voor deze vorm sprake dient te zijn van een perfect beginletter-pangram waarbij de beginletters in alfabetische volgorde staan. Aan deze eis zijn de de elementen metrum en rijm toegevoegd.
Een Beginletter pangramkwintijn bestaat uit: 5 regels, rijmschema abaab en heeft als metrum 6 jamben maar een ander metrum is ook mogelijk afhankelijk van de woorden die bedacht worden (wat op zichzelf al best moeilijk is).














