Categorie archief: Nieuws

#voetbalflarf

Jelle Pieters en Kila van der Starre

.

Op Instagram volg ik vele dichters en mensen die zich bezig houden met poëzie. Een van hen is Kila van der Starre die al vaker in dit blog langs kwam (Kila & Babsie, Woorden temmen). Zij is nu via Instagram een nieuwe actie begonnen samen met Jelle Pieters, @demanmetdepen (dichter en docent creatief schrijven) rondom het Europees Kampioenschap voetbal dat komend weekend begint.

Vanuit de gedachte dat een flarf https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/07/04/flarf/ in principe uit elke vorm van bestaande zinnen en woorden kan bestaan, bedachten zij de voetbalflarf. De regels zijn:

  • Schrijf een gedicht (flarf) dat louter bestaat uit zinnen en zinsdelen die de voetbalcommentator(en) uitspreekt/uitspreken.
  • Je mag dus zelf niets toevoegen
  • Je mag wel knippen, plakken en schuiven
  • Je mag zelf weten op welke zender je kijkt (bijvoorbeeld een Duitse, Engelse of Vlaamse zender)
  • Als je het leuk vindt plaats je het resultaat op social media en voeg je de hashtag #voetbalflarf toe.

Nicole Teunissen schreef een voetbalflarf op haar weblog aan de hand van het commentaar van Jeroen Elshoff bij de wedstrijd Nederland-Zweden van de Oranjeleeuwinnen op 3 juli 2019.

Zelf meedoen? Kijk op Instagram op @kilastarre of @demanmetdepen

.

Voetbalflarf

.

wat heel laat op deze avond ook nog zou kunnen gebeuren

.

even wennen aan de stilte

.

schrik niet van de achtervolgers
bijna is ook nu niet helemaal
wat dat betreft dus geen paniek

.

er zijn zorgen
dat iedereen genoeg van elkaar afblijft
vandaar dat er nu eerst een gesprek gaat plaatsvinden

.

maar ook dat soort gevechten kunnen nog altijd gewonnen worden
straks, als het donker is

.

Hoe je verder moet

Remco Ekkers

In zijn woonplaats Zuidhorn is afgelopen vrijdag dichter, essayist en prozaïst Remco Ekkers (1941 – 2021) overleden. Ekkers debuteerde in 1965 als dichter en bleef zijn hele leven poëzie schrijven. Afgelopen april verscheen van hem nog de bundel ‘Hop over de sofa’.

Remco Ekkers studeerde Nederlandse taal en literatuur in Groningen waar hij na zijn studie is blijven wonen (in de provincie). Zijn eerste gedichten verschenen in het Groninger satirische tijdschrift ‘De Nieuw Clercke’. In 1979 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel ‘Buurman’. Voor zijn bundel ‘Haringen in de sneeuw’ uit 1985 ontving Ekkers de Zilveren Griffel. Het was de eerste keer dat deze prijs voor jeugdliteratuur naar een dichtbundel ging. Vanaf midden jaren 70 organiseerde Ekkers in Zuidhorn en Leek het poëziefestival Dolersheem. Veertig jaar lang (tot eind 2016) maakte hij deel uit van de redactie van de Gentse Poëziekrant. Ekkers was van 1986 tot 1992 poëziecriticus van De Gids. In de Leeuwarder Courant verzorgde hij tien jaar lang poëzierecensies. In het blad Schrijven verschenen zijn interviews met dichters. Werk van Ekkers werd gepubliceerd in landelijke tijdschriften en lexicons als De Gids, Maatstaf, Tirade, Bzzlletin, De Revisor en Hollands Maandblad.

In Raster nummer 92 uit 2000 verscheen het gedicht ‘ Hoe je verder moet’  van Ekkers en dat vond ik een heel mooi en toepasselijk gedicht om bij dit bericht over zijn overlijden te plaatsen.

.

Hoe je verder moet

.

Stap opgewekt voort
al weet je niet zeker
waar naar toe. Vooruit
.
over het glimmende asfalt
tussen de kale bomen
hoofd scheef, wuivend
naar het huis dat al in de mist
is verdwenen en straks vergeten.
.
Je zet een voet vooruit
en dan een andere.
Je kijkt niet naar de spiegeling
in de plassen, het beeld
van de takken waar je
tussen hangt, pats!
in het water.
.
Zo kom je verder
weg van wat is geweest.

.

Klimaatwakers

Vannacht tussen 00.00 en 02.00 uur

.

Tijdens de gehele formatieperiode van het (nieuwe) kabinet, wordt er door de klimaatwakers gewaakt voor het klimaat. Overdag bij het Catshuis in Den Haag en ’s nachts vanuit woonkamers door heel Nederland. De klimaatwakers vragen hiermee aandacht voor de klimaatproblemen en de formerende partijen om de hoop op een leefbare toekomst niet te laten uitdoven. De Klimaatdichters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/07/28/klimaatdichters/ waar ik mij als dichter ook bij heb aangesloten, hebben dichter Alex Gentjens gevraagd om een aantal klimaatdichters te vragen voor een nachtelijke wake.

Omdat ik het niet alleen een belangrijk onderwerp vind maar ook omdat ik het leuk vind om me als klimaatdichter ook in te zetten, heb ik me aangemeld. En op donderdag 3 juni (vandaag) is het dus zover. Vanaf 20.00 uur tot 08.00 uur op 4 juni zullen steeds in blokken van twee uur, de volgende dichters waken en live te zien en te horen zijn.

.

3 juni

20.00 – 22.00 : Heidi Koren (stadsdichter van Nijmegen)

22.00 – 00.00 : Alex Gentjens

4 juni

00.00 – 02.00 : Wouter van Heiningen

02.00 – 04.00 : Martin Aart de Jong

04.00 – 06.00 : Marion Steur

06.00 – 08.00 : Willemijn Kranendonk

.

Op de website van de Klimaatwakers kun zien wat er allemaal gedaan wordt en via de website https://deklimaatwakers.nl/ kun je live online naar de klimaatdichters van dienst kijken en luisteren.

Wat ga ik doen in de twee uur die me zijn toegewezen. Uiteraard heel veel poëzie met jullie delen. Vooral over het klimaat, de natuur en dergelijke maar ook met gedichten van mijn favoriete dichters, informatie over waar ik als dichter en organisator mee bezig ben, gedichten van andere klimaatdichters en ik zal wat muziek draaien. Ik zal plaats nemen voor mijn boekenkast en als het lukt wil ik een open verbinding leggen met mijn twitteraccount @wvanheiningen om mogelijke verzoeken in te willigen (mits ik de gedichten voor handen heb uiteraard maar met ca. 12 meter poëzie moet dat wel lukken).

Dus heb je nou echt niks te doen tussen middernacht en 02.00 uur (en daarvoor of daarna) maak dan verbinding en ondersteun de klimaatwakers.

Hieronder een gedicht van collega klimaatdichter Johannes Lievens (2001). Lievens is masterstudent Woordkunst aan het Conservatorium in Antwerpen. Zijn zoektocht naar mogelijkheden tot verzet vindt plaats op straat, op het podium en op papier.

Wil je meer lezen over hoe Willemijn Kranendonk tot het klimaatdichterschap kwam, klik dan hier https://hardhoofd.com/verandering-kan-klein-beginnen/

.

onder ons
vergeten

onsmeeldraden
onsveenlijken
onslateherfst
onszwarezon

in onze valversnelling
waarin alles
mee
valt
klim ik
tak tot tak
de regen in
kijk op

dat de aarde niet soms denkt
laat ons los

.

Vooruitzicht op het najaar

Poëziewandeling en Dichter bij de dood

.

Nu het erop lijkt dat we het ergste hebben gehad met de Corona (vooralsnog en nadat iedereen gevaccineerd is) kunnen we weer verder kijken dan het hier en nu. Met een beetje geluk gaat het lukken om het gros van Nederland gevaccineerd te hebben rond de vakantie dus daarna kunnen we weer gaan denken over bijeenkomsten, poëziepodia, voordrachten en wat dies meer zij, ik kan er niet op wachten.

Zelf ga ik in augustus een poëziewandeling doen rond het pittoreske dorpje ’t Woudt in het kader van ‘Een ode aan Midden-Delfland’ en ben ik gevraagd door Marjon  van der Vegt om samen met haar dit jaar Dichter bij de dood te organiseren, het meest bijzondere podium dat je je als dichter kan wensen, bij het vallen van de avond op Allerzielen (2 november) voordragen op de mooiste begraafplaats van Den Haag en omstreken Oud Eik & Duinen, wanneer de overledenen worden herdacht.

Ik heb daar twee keer mogen staan als dichter en vond het elke keer weer een bijzondere plek en gelegenheid. https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/10/19/allerzielen-2020/

Afgelopen jaar was de eerste jubileumeditie die helaas niet doorging maar dit jaar zijn we ervan overtuigd dat het gewoon weer kan. Dichters zijn inmiddels benaderd en uitgenodigd en de voorbereidingen zijn begonnen. Omdat Allerzielen over het herdenken van de overledenen gaat wilde ik dit bericht omlijsten met een mooi gedicht over de dood.

Ik koos voor het gedicht ‘Mijn laatste dood’ van de Vlaamse dichter, schrijver, essayist en neurowetenschapper Jan Lauwereyns (1969) uit de bundel ‘De willekeur’ uit 2012.

.

Mijn laatste dood

.

Uiteindelijk stierf ik de enige echte keer het was

een dag zoals er vele waren vele

.

dagen vele doden ergens regende regen

.

elders scheen de zon in de ogen van iemand

die treurde om iets dat voorbij was finaal te vroeg gedaan

.

gewis noodzakelijk vroeger dan later en ik en

.

water vloeiden onder de brug en sommigen zagen

wel dat werkelijk niets maal eeuwig niets was

.

want stille kersenbloesembron bestond

.

en wat bestond kon nooit meer niet bestaan

zo stierf ik de enige keer in het diepste wezen getroffen.

.

Het wachten

Jeroen van Merwijk (1955 – 2021)

.

Gisteren werd bekend gemaakt dat cabaretier Jeroen van Merwijk is overleden. Het was al langere tijd bekend dat Jeroen terminaal ziek was en dat hij wist dat het einde eraan zat te komen. En toch overvalt zo’n bericht me dan. Op 19 december van het vorig jaar schreef ik nog heel enthousiast over het boek ‘Wat zijn de vrouwen groot’ met teksten en gedichten van van Merwijk https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/12/19/oud/ en over de troost die taal en gedichten kunnen bieden. En nu is hij dus overleden.

Op zoek naar een gedicht van Jeroen van Merwijk stuitte ik op het gedicht/liedtekst ‘Het wachten’ en bij het lezen, vooral van de laatste strofe wist ik dat ik deze tekst hier zou delen. Alsof Jeroen van Merwijk met zijn naderende dood deze tekst schreef. Dat dat niet het geval is blijkt uit het feit dat dit in 1998 is geschreven, ver voor hij wist dat hij ziek was. Maar als je dit leest weet je hoe Jeroen van Merwijk tegen de dood aankeek; hij is nu vrij.

.

Het wachten

.

Het wachten tot er iets gebeurt
Tot zonlicht alles anders kleurt
Of wachten op een nacht vol feest
En na dat feest op weer een feest
En tijdens springvloed op dood tij
En in november al op mei
Het wachten is er altijd bij
Het wachten is er altijd bij

.
Als je weggaat met de trein
Wacht je tot je weer terug zal zijn
En je komt ergens nog niet aan
Of je wacht al tot je weg mag gaan
Zelfs in de langste liefdesnacht
Al zijn haar lippen nog zo zacht
Is er iets in je wat wacht
Er is altijd iets wat smacht
Dat ooit een keer en dat ook jij
Het wachten is er altijd bij

.
Pas als het wachten is volbracht
Kun je verdwijnen in de nacht
Die als een oogopslag zo zacht
Een eind maakt aan de zwaartekracht
Dan is er iets wat naar je lacht
En zegt waar was je nou ik heb zo lang gewacht
Dan is je wachten pas voorbij
Dan ben je vrij

.

De laatste van de beatgeneratie

Lawrence Ferlinghetti

.

Afgelopen maandag overleed op 101 jarige leeftijd Lawrence Ferlinghetti (1919-2021) de laatste dichter, schrijver die nog leefde uit de tijd van de befaamde beatgeneration. In 1953 begon Ferlinghetti in San Francisco, samen met Peter D. Martin (uitgever van het magazine ‘City Lights waar Ferlinghetti in debuteerde als dichter), die zich na twee jaar terugtrok, de fameuze City Lights Bookstore, die snel uitgroeide tot een trefpunt voor avant-gardistische schrijvers.

Hij werd er uitgever van de Pocket Poet Series waarmee hij de toen nog sterk controversiële ‘beatpoëzie’ van bijvoorbeeld Allen Ginsberg, Jack Kerouac en Gregory Corso stimuleerde. Als lid van de poëziebeweging San Francisco Renaissance debuteerde Ferlinghetti in 1955 met de bundel ‘Pictures from the Gone World’. Net als in ‘A Coney Island of the Mind’ (1958) en ‘Starting from San Francisco’ bevat deze bundel gedichten die primair bedoeld zijn om in het openbaar gelezen te worden, vol retoriek en herhalingen, vaak begeleid door jazzmuziek, een soort spoken word poetry avant la lettre.

Zijn gedichten spelen sterk in op de actualiteit, nodigen uit tot discussie en roepen op tot persoonlijke stellingname. Een voorbeeld hiervan is zijn tegen Richard Nixon gerichte satire ‘Tyrannosaurus Nix’. Mede door het publieke karakter krijgt Ferlinghetti wel het verwijt dat zijn poëzie clichématig is en gericht op effect.

Ook vertaalde hij poëzie uit het Frans, onder wie Jacques Prévert. Veel werk van Ferlinghetti werd op muziek gezet door vooraanstaande popartiesten, onder wie Roger McGuinn en Bob Dylan. Ferlinghetti bleef tot op hoge leeftijd actief schrijven en schilderen. Zijn laatste bundel ‘Poetry as an insurgent art’ verscheen in 2007.

Uit zijn bundel ‘How to paint sunlight’ uit 2001 komt het gedicht ‘The changing light’.

.

The Changing Light

.

The changing light at San Francisco

is none of your East Coast light

none of your

pearly light of Paris

The light of San Francisco

is a sea light

an island light

And the light of fog

blanketing the hills

drifting in at night

through the Golden Gate

to lie on the city at dawn

And then the halcyon late mornings

after the fog burns off

and the sun paints white houses

with the sea light of Greece

with sharp clean shadows

making the town look like

it had just been painted

But the wind comes up at four o’clock

sweeping the hills

And then the veil of light of early evening

And then another scrim

when the new night fog

floats in

And in that vale of light

the city drifts

anchorless upon the ocean

.

Paul van Ostaijen

Herdenkingsjaar

.

Op 22 februari was het 125 jaar geleden dat de Vlaams-Nederlandse dichter (Nederlandse vader, Vlaamse moeder) Paul van Ostaijen (1896 – 1928) werd geboren. 100 jaar geleden verscheen van van Ostaijen de bundel ‘Bezette stad’. Deze twee gebeurtenissen vormen de start van het Paul van Ostaijen-jaar. Op 22 februari was er in cultureel centrum De Brakke Grond een marathon vol poëzie, theater en muziek.  De line up bestond uit onder andere Gustaaf Peek, Spinvis, Aafke Romeijn en Hannah van Binsbergen.

Vanuit het geboortehuis van van Ostaijen in Antwerpen wordt een digitale uitzending gemaakt door Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek over wie deze avant-garde dichter nu eigenlijk was.  De uitzendingen waren te zien (en zijn waarschijnlijk terug te kijken) via de Facebookpagina van De Brakke Grond en op deburen.eu

Reden genoeg om nog eens iets van deze bijzondere dichter te plaatsen. Ik koos uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1981 het gedicht ‘Fragmenten’ uit 1915.

.

Fragmenten

.

1

.

Mijn lief, mijn hart schenk ik je hier

Als ’n tennisbal;

Je speelgenoot weze ’n fraai zeeofficier,

Die knap wezen zal

En in het spel bedreven

.

2

.

Ik heb je al wat

Ik bezat

Mijn enige schat,

Mijn groot hart gegeven.

En wat heb jij den liefdedronken

Jongen

Die ik was, geschonken?

.

3

.

Mijn hart is door de smart gebenedijd,

Heb ik troostend tot mezelf gezeid.

Want mijn lijden,

Elke fijne dolk, elke grief

Is zoet verblijden

Voor mijn wreed lief.

.

Happy New Year!

2021

.

Lieve lezers van dit blog, 2021 is een feit en ik wens een ieder een mooi, gezond en ( uiteindelijk) pandemievrij jaar toe. Om het jaar goed te beginnen een gedicht van mijn hand over de dichter, onderwerp van al mijn blogberichten.

.

De dichter

.

Ben niet vertaald

in ’t Portugees

niet in het Duits of

in het Frans

.

Ik schrijf hier

slechts mijn verzen

voor vriend, familie

en wat fans

.

Toch weet ik

in alle talen

wat het betekent

poëet te zijn

.

Want poëzie mijn

beste lezers

is er in ’t groot

en ook in ’t klein

.

Voor soms die ene lezer

voor vaak de stille dag

maar altijd voor degene

die poëzie vermag.

.

                                                                                                                 De Poëet: Zadkine ( Knokke-Heist)

Herkansing

CPNB

.

De CPNB, Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, stuurde mij dit jaar voor kerst en oud & nieuw een prachtige kaart op A4 met het gedicht  ‘Herkansing’ van Charlotte Van den Broeck. En omdat ik weet dat niet iedereen warme banden met het CPNB onderhoud (dat zou ook vreemd zijn) en dus niet iedereen die prachtige kaart met dito gedicht thuis gestuurd krijgt, wil ik hem hier met jullie delen. Als een indirect Oud en Nieuw cadeau van mij, via de CPNB (dank), voor jullie, mijn lezers.

Ik wens je een heel mooi, poëtisch, gezond en voorspoedig 2021!

.

En dan stopt het

Alfred Schaffer

.

Als je, zoals ik, al vele jaren poëzie leest, erover schrijft en met poëzie bezig bent, dan denk je dat je de meeste dichters uit Nederland toch wel tenminste van naam kent. Groot was dan ook mijn verrassing toen ik hoorde dat Alfred Schaffer de P.C. Hooftprijs voor poëzie is toegekend in 2021. Wie dacht ik? Ik kom er steeds meer achter dat hoe meer ik poëzie lees en denk te weten hoe minder ik van poëzie weet. Dat is een vreemde ervaring maar tegelijkertijd ook een prettige constatering, tenslotte blijft er altijd iets te leren, te weten te komen of mee verrast te worden.

Alfred Schaffer dus. geboren in Leidschendam (vlakbij nog wel) in 1973, verhuisde hij na zijn studie Nederlandse taal- en letterkunde en Film- en theaterwetenschappen aan de Universiteit Leiden naar Zuid Afrika waar hij in 2002 promoveerde en aan de slag ging als docent moderne Nederlandse letterkunde. Van 2007 tot 2010 was hij fondsredacteur bij De Bezige Bij in Amsterdam, en redacteur van het tijdschrift ‘Bunker Hill’, dat in 2008 werd opgeheven. Hij keerde in 2011 terug naar Zuid-Afrika en werd docent bij de vakgroep Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch. Hij is ook medewerker voor poëzie van De Groene Amsterdammer en de Zuid-Afrikaanse dagbladen Die Burger en Beeld.

Als dichter debuteerde hij in 2000 met de bundel ‘Zijn opkomst in de voorstad’. Daarna volgde nog verschillende bundels en daarvoor werd hij meerdere malen bekroond of genomineerd voor literaire of poëzieprijzen. Zo ontving hij onder andere de Jan Campertprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, de Paul Snoekprijs en werden zijn dichtbundels maar liefst drie keer genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Ook stelde hij bloemlezingen samen van moderne Afrikaanse poëzie samen met Antjie Krog, van het werk van Elisabeth Eybers en van het werk van H.H. ter Balkt.

De jury van de P.C. Hooftprijs noemde zijn werk in haar rapport volstrekt oprecht en zonder pretenties en poëzie die zich onderscheidt door een sprankelende veelstemmigheid. Door de P.C. Hooftprijs is mijn kennis van de dichters uit het Nederlands taalgebied weer wat toegenomen en daarom het gedicht ‘En dan stopt het’ uit zijn debuutbundel uit 2000.

.

En dan stopt het

.

De afgelopen dagen denk ik meer en meer
aan het eiland van mijn moeder
en het huis van haar vader,
het had blauwe buitenmuren en geen deuren,
zoals de meeste huizen aan de baai.
.
De zee,
het blauwe huis op het strand,
de boom in de keuken die men uit bijgeloof
niet had willen omkappen, er was zelfs
een gat gemaakt in het dak –
alles komt steeds meer op hetzelfde neer:
.
daar staat mijn vader,
maar nu zonder zijn vrouw of zijn schoonvader,
de enige blanke man in zee
en hij kan niet zwemmen.
Voetje voor voetje stapt hij, zonnebril op,
met een brede grijns door het ondiepe water.
.
Deze domme dagen zoek
of bedenk ik maar wat bij elkaar, met stomheid
geslagen.
Zo voorbeeldig, en dan stopt het.

.

Foto: Trouw