Categorie archief: Vlaamse dichters
Michiel van Opstal
Jonge dichters
.
In het kader van mijn nieuwe categorie waarin ik jonge talentvolle dichters extra aandacht geef, vandaag de Vlaamse dichter Michiel van Opstal (1992). Deze Vlaamse dichter kun je kennen van zijn optredens op podia als Balonnenvrees, You on Stage, Sprekende Ezels en Boomtown (allen in Vlaanderen) of van de Poëziebus toer 2016. Michiel van Opstal zou graag de stadsdichter van Hoogstraten worden in 2019 en hij schrijft graag over alledaagse dingen en laat zich inspireren door ontmoetingen met plompe passanten, dwalende dwazen en machtige muzes. Michiel vormt samen met Gust Peeters en Daan Janssens het bestuur van de VZW Poëziebus in Vlaanderen.
.
Midlife man
.
Hij
legt zich
erbij neer
.
hoe
het leven
rondom hem
.
omhoog
.
rijst
.
als versgebakken brood
.
met hem
er middenin
.
als verloren
gelopen
rozijn
Als we ermee kunnen leven
Jill Marchant
.
De Vlaamse Jill Marchant was één van de Poëziebusdichters die mee ging met de toer door Nederland en Vlaanderen in 2016. Ze gluurt graag, vangt details op uit flarden van conversaties en van het leven. Jill heeft een blog https://verhaalgemaak.wordpress.com en ze was winnaar van Naft voor het woord 2016. Ze staat met regelmaat op podia in Vlaanderen en publiceerde in Meander, Kluger Hans en Gierik. Naast haar litaraire werk is ze job- en loopbaancoach.
Van haar hand het gedicht “Als we ermee kunnen leven”.
.
Als we ermee kunnen leven
.
I.
het sap van de bomen
wat stuwt het sap van de bomen omhoog gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf
.
het water
wat duwt het water neerwaarts wanneer breekt het
breekt het een val
.
ik loop tot waar ik uitmond
op tocht gedurig vaste lijnen zoek om mijn lichaam
te herbergen
.
als we er niet langs kunnen
moeten we erdoor als we ermee kunnen leven
laat het dan vrij
.
het is een zekerheid
een rotsflank boven water gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf
.
elke zekerheid was eerst een keuze
en een keuze herbergt voor even
breekt een val
.
als we ermee kunnen leven laat het dan vrij
.
II.
ik laat je vrij omdat je vrij bent
ja
(dit is zo’n moment om ja te zeggen)
.
Graf van Jotie T’Hooft
Vlaamse Jim Morrison
.
In de Volkskrant las ik ergens weggestopt een klein maar belangrijk artikeltje. Het betrof hier een aankondiging dat het graf van de jong gestorven Vlaamse dichter Jotie T’Hooft (1956 – 1977) bescherming krijgt van het gemeentebestuur van Oudenaarde, na al 10 jaar met ruiming bedreigd te zijn. Men is er eindelijk van overtuigd dat het graf op de lijst met funerair erfgoed hoort. Als liefhebber van poëzie, van het werk van T’Hooft en van graven kan ik hier natuurlijk alleen maar blij mee zijn. De reden dat men er zo over heeft getwijfeld (40 jaar na zijn dood zijn we inmiddels) is dat T’Hooft een drugsverslaafde en losbandige dichter was. Tsja, als dat al een criterium is dan weet ik nog wel een paar graven van grote dichters die ook geruimd zouden moeten worden. Maar gelukkig is men tot inkeer gekomen.
Alleen daarom al vandaag een gedicht van Jotie T’Hooft getiteld ‘Een eenvoudig dorp’ uit zijn ‘Verzamelde gedichten’ uit 1983.
.
Een eenvoudig dorp
.
Geknield aan de grens van een simpel dorp
ben ik ontworteld voor het aanschijn
van honderden bunders land, waartussen
de mensen, de dieren, de lucht en het water
zich bewegen; in een bedding, of voor een
.
ploegschaar gespannen en toch zeer rustig
want doende aan een niet te stuiten werk.
Dit herinnert mij aan de lucht die in mijn longen
tot rust zal komen zoals de meubelmaker
die in de handen van zijn hout
.
een tafel wordt, zich buigt, in zich de zon voelt
groeien, gloeien, loeien met het huiswaarts kerend vee
mee, wanneer ik onderga en rozerood en purper
ieder ooglid sluit.
.
De muze en Europa
Venezia
.
In 1963 was het Boekenweekgeschenk de poëzieverzamelbundel ‘de muze en europa’. Een deel uit de serie van ‘de muze’. Mijn exemplaar is uit de kringloopwinkel en de tijd na verschijnen nogal beschadigd. Op de voorkant zit een rode vlek en de titelpagina is eruit gescheurd. Toch ben ik blij met dit bundeltje. In deze bundel poëzie van dichters over (plaatsen in) Europa. Gedichten van bekende dichters en gedichten van (mij) onbekende dichters zoals het gedicht ‘Venezia’ van Jan van Nijlen. Jan van Nijlen (1884 – 1965) was een Vlaams dichter maar vreemd genoeg werd zijn werk in Nederland meer gewaardeerd dan in België.
De motieven in zijn poëzie zijn ontleend aan het vliedende leven: herinneringen aan de jeugd, geluksverlangen, berusting in het onvermijdelijke leed, aanvaarding van de ouderdom en de naderende dood. In 1955 kreeg hij toch nog de eer die hem in België toe kwam, hij ontving de Belgische Staatsprijs ter bekroning van zijn schrijversloopbaan en in 1963 kreeg hij de Contstantijn Huygens-prijs.
Uit de bundel ‘de muze en europa’ het gedicht (oorspronkelijk verschenen in ‘Verzamelde gedichten, Te laat voor de wereld’) ‘Venezia’.
.
Venezia
.
Nu is de laatste straal van de zon geweken,
En in den hemel zijn de kleuren broos, Zoodat de zuiderwind, die ademloos
Erlangs wuift, schuchter doet verbleken
.
Het laaiend rood tot bijna blauwend roos
Dat geelgroen is waar ’t in de zee gaat breken.
Nu is ’t het uur dat elke ziel zich koos
Om, op het water dat zoo luid kan spreken,
.
Te varen in de schaduw der paleizen,
Wanneer met dieper kleur de zomernacht
Het laatste blauw des hemels gaat vergrijzen,
.
En neerdaalt van het zwartbevolkte oosten,
Dat lichtend niet zoo innige schoonheid bracht,
Volmaakte goedheid die bijna kan troosten.
.
Oudejaarsdag
Dichter van de maand: Dimitri Verhulst
.
Voordat ik mijn laatste bericht van dit jaar plaats wil ik vanaf deze plek iedereen, mijn vaste en losse lezers, hartelijk bedanken voor hun interesse en waardering van dit blog in het afgelopen jaar. De herinneringen aan dichters of gedichten die jullie met me deelden, de tips die ik kreeg (laat ze maar komen) en de hartverwarmende reacties die jullie achterlieten bij de berichten, ik heb ze heel erg gewaardeerd.
Vanaf deze plek wens ik iedereen een heel mooi, poëtisch en voorspoedig 2018 toe.
Voor de laatste maal dit jaar de dichter van de maand en voor het laatst deze maand Dimitri Verhulst als dichter van de maand. Op deze oudejaarsdag koos ik voor het gedicht uit het hoofdstuk De dochters, wakker worden uit de bundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’.
Ik koos voor dit gedicht omdat het zo mooi het proces beschrijft van een meisje dat vrouw wordt en dat dit met pijn en moeite, verveling en vervelling gaat. Ik maak het dagelijks mee hoe dit proces zich voltrekt en daarom op de laatste dag van 2017 het gedicht zonder titel maar met het nummer 4.
.
4
.
Het is niet het grote vervelen
waaraan het meisje zich overgeeft,
het is het vervellen!
Zij is bezig het kind in haar
behoedzaam af te pellen,
traag en laag per laag.
De uren verglijden langs haar dijen
en ze weet het niet, ze merkt het niet.
Vandaag blijft zij met al haar billen binnen
om te knoppen, te kniezen en te kiemen.
Haar luiheid is niet lusteloos,
om te ontwaken moet ze liggen,
landerig als de middag. Ledig
en loom legt zij het meisje zacht
te sterven in de wording van de vrouw.
Het voorjaar draalt voorbij.
De vogels komen zo.
.
Afspraak
Dimitri Verhulst
.
Vandaag op deze voorlaatste zondag van 2017, het op een na laatste gedicht van de dichter van de maand december, Dimitri Verhulst. Dit keer met het gedicht ‘Afspraak’. Dit gedicht doet me ergens denken aan het gedicht ‘Laten wij al afscheid nemen’. Ook in dit gedicht loopt Diomitri Verhulst vooruit op de zaken, op de dingen die nog (misschien wel heel snel al) komen gaan, namelijk het sterven.
.
Afspraak
.
Ik zou willen dat je niet wacht als mijn moment daar is.
Je mag me nog even onderstoppen, maar ook niets meer dan dat.
En als je tijdens dat mij onderstoppen ook nog heel lief lacht
zal ik jouw geveinsd geluk jou voor die keer toch wel vergeven.
Maar daarna moet je gaan, en de deur dichtdoen.
Ga niet naast bed de wisselvallige intervallen
van mijn al rotte adem tellen. Houd mijn hand niet vast
die als een want zal worden neergelegd en waarin eens
mijn hand gezeten en naar die van jou gegrepen had.
Luister niet hoe het in mijn bast beestachtig bonkt en reutelt,
hoe de kanker daar snel nog even aan mijn botten sleutelt
en kijk niet in mijn ogen die gebroken in hun kassen
zich aanpassen aan het aardedonker
van wat geen nacht zal zijn.
Laat mij achter in die kamer, alleen.
Want wij twee mogen enkel van het leven zijn.
Wees zo goed deze banaliteit te negeren, en ga
naar beneden, de tuin in,
hang er je jurken aan de wasdraad en ik zal kijken
door het raam hoe zij mij salueren in de wind.
Bak bijvoorbeeld ajuinen, en laat ze enorm bruinen
in de boter, zodat ik ze ruiken kan tot boven
en denken: mijn god, wat kookt zij goed!
Maar als ik de macht nog in mijn benen heb,
en daar hoop ik op,
zal ik me vastklampen aan de trapleuning
die ik eigenlijk nog eens vernissen moest,
en zeggen: ik ben al naar boven, schat,
tot straks.
.
Opdracht
Dimitri Verhulst
.
Ook op deze zondag in december een gedicht van de Dichter van de maand Dimitri Verhulst. Vandaag koos ik voor het gedicht ‘Opdracht’ uit de bundel ‘Liefde, tenzij anders vermeld’ uit 2001. Opdracht is zo’n gedicht van Verhulst dat je een paar keer moet lezen om het goed tot je door te kunnen laten dringen.
.
Opdracht
.
De vensters behangen met langdurige landschappen,
een zak met slanke handen aan een meisje voeren
van achter de tralies die mijn vingers zijn.
Een ooggetuige van het zwart uithoren
op de hoek van twee nachten
en geduldig wachten
tot de schaduw uit de bomen valt.
Mijn ogen wegens verbouwing sluiten
en haarfijn dromen
dat ik een ver verwant werd van mijzelf.
Van mijn verveling grote vliegers vouwen,
van de vissen de schaliedekker zijn
en van de mens de mens.
Een steentje in de diepte van mijn droefheid gooien
en tellen tot ik de tel kwijt ben.
En herbeginnen.
.
Chanson
Jotie ‘T Hooft
.
Zo nu en dan lees ik de berichten op mijn blog terug. Ik kies dan bijvoorbeeld een dichter en zoek dan naar berichten waarin die dichter voor komt. Dit doe ik om twee redenen. De eerste reden is om te zien of ik wel eens over een dichter heb geschreven en als dat zo is, hoe vaak en hoe lang dat is geleden. Een tweede reden is om te controleren of ik een bepaald gedicht al eens geplaatst heb. Het is me bijvoorbeeld weleens gebeurd dat ik een bericht had geschreven en klaar had gezet voor publicatie waarna ik nog even controleerde of ik al iets over de desbetreffende dichter had geschreven, om er vervolgens achter te komen dat ik het gedicht al een keer behandeld had. Zonde van al het werk natuurlijk.
Waarom deze inleiding? Ik wilde weer eens een gedicht van Jotie ‘T Hooft plaatsen. Ik was zijn ‘Verzamelde gedichten’ aan het lezen en kwam daar veel moois tegen. Na controle bleek dat het valweer ruim 3 jaar geleden was dat ik iets over Jotie publiceerde. Daarom vandaag een gedicht uit ‘Verzamelde werken’ uit 1981, uit het hoofdstuk ‘Verspreide gedichten’ het gedicht ‘Chanson’.
.
Chanson
.
Grafelde popdeun, stukgezongen blues
& versteende jazz of geroeste rock
en mijn eeuwenoude lied:
.
nooit iemand te hebben ontzien,
nooit troost te hebben geboden
dan om eigen bestwil, nooit of
nooit een gemeend gebed of offer.
.
Als een ziekte, onverhoeds en onnaspeurbaar.
Als hitte die in alle hoeken woedde
en waarvoor geen schuilplaats bestaat
was mijn leven dat ik zag opbranden,
.
een toeschouwer, niet bij machte
de verschrikkelijke zaal te verlaten.
.
Laten wij al afscheid nemen
Dichter van de maand december
.
Zondag in december, tijd voor een gedicht van de dichter van de maand Dimitri Verhulst. Misschien wel een van zijn mooiste, vind ik. Uit zijn laatste bundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ uit 2017 het gedicht ‘Laten wij al afscheid nemen’.
.
Laten wij al afscheid nemen
Laten wij al afscheid nemen,
nu het niet moet,
nu het nog vrolijk kan.
Wij zijn niet donker in ons drinken
deze wijn deugt niet
om wonden mee te wassen,
het zijn geen zorgen
die onze gezangen hebben ingezet.
Houden wij het weerzien warm
en bezoeken wij elkaar
alleen in de herinnering.
Laat ons met honger nog
van tafel gaan, verlaten
vol verlangen. Wij zullen
elkander niet vervelen met ons verval
en sterven stil, zonder tijding,
zonder deining, wetend:
wij zijn in wezen
nooit kapotgegaan.
.














