Site-archief

De keizer van het roomijs

Wallace Stevens

.

De Amerikaanse dichter Wallace Stevens (1879-1955) is geen onbekende op dit blog. Zijn naam wordt genoemd bij berichten over metafysische poëzie, en dichters als Adrienne Rich (1929 – 2012) en Naomi Shihab Nye (1952). Maar tot een blogbericht over deze Amerikaanse modernistische dichter is het (nog) niet gekomen. Daar komt vandaag verandering in.

Wallace Stevens studeerde aan Harvard en vervolgens aan de New York Law School , en bracht het grootste deel van zijn leven door als leidinggevende bij een verzekeringsmaatschappij. Zijn eerste gedichten schrijft hij in die periode in zijn vrije tijd. In 1923 publiceert hij  ‘Harmonium’, gevolgd door een licht herziene en aangepaste tweede editie in 1930. Hierna verschijnen onder andere ‘Ideas of Order’ (1933),  en ‘Transport to Summer’ (1947). In de laatste jaren van zijn leven verschijnen nog ‘The Auroras of Autumn ‘(1950) en  ‘The Collected Poems of Wallace Stevens’ (1954). In totaal verschijnen er bij leven zeven bundels van zijn hand.

Veel van zijn gedichten behandelen de kunst van het maken van kunst en in het bijzonder poëzie. Zijn ‘Collected Poems’ (1954) won in 1955 de Pulitzerprijs voor poëzie. Zijn biograaf noemt als filosofen-dichters waarmee Stevens zich mag meten  Ezra Pound (1885-1972), T.S. Eliot (1888-1965) en  John Milton (1608-1674). E.E. Cummings (1894-1962) wordt door deze biograaf ‘een schaduw van een dichter’ genoemd. Zo zie je maar dat ook biografen het heel erg bij het verkeerde eind kunnen hebben.

Uit de bundel ‘Vir die bysiende leser / Voor de bijziende lezer’ uit 2000 in een vertaling van Tom van de Voorde hier het gedicht ‘De Keizer van het Roomijs’ of The Emperor of Ice-Cream’ zoals de Engelse titel luidt.

.

De Keizer van het Roomijs

.

Roep de man die dikke sigaren rolt,

Die met al zijn spieren, en zeg hem klop

Ritse klodders room in keukenkommen op.

Laat de deernen dreutelen in het soort kleren

Dat zij gewoon zijn te dragen, en laat de jongens

Bloemen brengen in de kranten van verleden maand.

Laat zijn finale zijn van schijn.

Alleen de keizer van het roomijs kan keizer zijn.

.

Haal uit het dennenhouten dressoir,

Dat drie glazen knoppen mist, het laken

Waarop ze ooit paustaartjes borduurde

En vouw het zo open dat haar gezicht is bedekt.

Als haar eeltige voeten er onder uitsteken, komen z\e

Tonen hoe koud ze is, en stom.

Zorg dat de lamp haar goed beschijnt.

Alleen de keizer van het roomijs kan de keizer zijn.

.

Blogs over Nederlandse poëzie

Koninklijke Bibliotheek

.

Op de website van de Koninklijke Bibliotheek (KB) de nationale bibliotheek van Nederland, is heel veel informatie te vinden over werkelijk heel veel verschillende onderwerpen die te maken hebben met Literatuur. Zo ook over poëzie. Behalve een pagina met een enorme hoeveelheid informatie over moderne Nederlandse dichters https://www.kb.nl/themas/nederlandse-poezie/moderne-nederlandse-dichters die ik graag mag raadplegen, is er op de website van de KB ook een hele fijne pagina met blogs over Nederlandse poëzie https://www.kb.nl/blogs/nederlandse-poezie .

Vijf pagina’s met blogs van Gerrit Komrij, Jan Bos en Arno Kuipers over de meest uiteenlopende onderwerpen. Van blogs over De Beatrijs (13e eeuw) en Mariken van Nieuwmeghen (1608) tot blogs over de Podcast van Ester Naomi Perquin en Marc van Oostendorp ‘Publieke werken’ en het experimentele ‘stamelgedicht’  Jossie van Jan Hanlo (1912-1969).

In de keuze van Komrij (zoals zijn bijdragen getiteld zijn) kwam ik een gedicht tegen van een dichter die ik niet kende, namelijk Peter Jaspers. Deze Peter Jaspers was het pseudoniem van de vrouwelijke dichter Petronella Buzing (1918 – 1964) en Komrij schrijft over haar: Nooit van gehoord! Nooit zelfs maar horen noemen! En toch, een fijne dichter, jaren vijftig of niet.

Uit de bundel kindergedichten ‘Met rozerood en zonnehoed’ het gedicht ‘Ik wou zo graag’.

.

Ik wou zo graag

.

Ik wou zo graag een toverpen
voor Nederlandse taal.
De woorden, die ik echt niet ken,
verbeterde de toverpen,
onzichtbaar, allemaal.

.

Ik wou zo graag een rubber vel,
het zwembad is zo lang,
dan dreef ik eindelijk es wèl,
gewoon maar op m’n rubbervel
en was ik niet meer bang.

.

Ik wou zo graag een wonderpil.
Dan kon ik voor de klas
de beurten maken die ik wil,
omdat ik door de wonderpil
niet meer verlegen was.

.

Ik wou zo graag met een feeënstaf
naar aardrijkskunde gaan,
dan wist ik er genoeg van af,
dan wees ik met de feeënstaf
de goeie stippen aan.

.

Ik wou zo graag, ik wou zo graag,
gebeurde het nou maar,
het hoeft niet eens meteen vandaag,
maar morgen dan, ik wou zo graag.
Waar woont de tovenaar?

.

iCE KiNG

Epic Centre: metalmuziek en poëzie

.

De Belgische muzikant iCE KiNG is een muzikant als geen ander. Alleen vergezeld van een elektrische gitaar maakt hij lange epische nummers vol variatie. De muziek is Keltisch geïnspireerd, maar zijn aanpak en vooral de elektrische gitaar verhindert eenieder om hier van folk te spreken. De zang is gevarieerd en de teksten zijn gebaseerd op bijna vergeten poëtische geheimen.

Zo is het nummer Lost and found een muzikale transcriptie en aanvulling van het gedicht ‘On a Roman Helmet’ van William Henry Ogilvie (1869-1963). In het nummer 1103 B.C. gaat iCE KiNG nog verder terug in de tijd, met aangepaste tekstfragmenten uit ‘The History of Britain’ van John Milton (1608-1674) – beter bekend van het epische gedicht ‘Paradise Lost’. De muziek vertoont hierbij een erg complex, harmonisch en mysterieus karakter.

Het nummer Lord Lochinvar is een middeleeuws aandoende ballade, met een tekst die gebaseerd is op ‘Lochinvar’ van Sir Walter Scott (1771-1832) – de auteur van onder andere ‘Ivanhoe’. Maar niet alleen Engelstalige nummer staan er op deze (in eigen beheer) uitgebrachte CD.

Toppen av isberget is Zweeds voor de spreekwoordelijke top van de ijsberg. Heel het nummer is dan ook in het Zweeds gezongen. Het is een herwerking van het gedicht ‘Du Gamla, Du Fria’ van Richard Dybeck (1811-1877).

.

De CD Epic centre kent 9 nummers.

Hieronder de tekst van On a Roman helmet van William Henry Ogilvie.

.

A helmet of the legion, this,

 

.

That long and deep hath lain,

Come back to taste the living kiss

 

.

Of sun and wind again.

Ah ! touch it with a reverent hand,

 

.

For in its burnished dome

Lies here within this distant land

 

.

The glory that was Rome I

The tides of sixteen hundred years

 

.

Have flowed, and ebbed, and flowed,

And yet — I see the tossing spears

.

Come up the Roman Road;
.

.

De helm uit dit gedicht werd bij opgravingen gevonden die werden verricht bij het oude Romeinse kamp bij Newstead (in de buurt van Melrose aan de voet van de Eildons of Trimontium). Samen met andere Romeinse objecten is de helm nu te zien in het Oudheidkundig museum in Edinburgh.

.

Meer informatie over iCE KiNG op: http://www.darkentries.be/nl/interviews/?iid=503

.

iCE KiNG