Site-archief
Hond met bijnaam Knak
Geplaatst door woutervanheiningen
Jan Hanlo
.
Bij de kringloopwinkel kocht ik een paar mooie poëziebundels voor een habbekrats waaronder ‘Voor wie dit leest, proza en poëzie van 1950 tot heden’. Nu is heden een betrekkelijk begrip daar dit boekje uit de Salamanderreeks (nummer 306) gepubliceerd werd in 1977. Het papier is al behoorlijk bruin maar de gedichten in de bundel, samengesteld door Kees Fens, zijn er niet minder door geworden.
Uit deze bundel een gedicht van Jan Hanlo (1912 – 1969) met de intrigerende titel ‘Hond met bijnaam Knak’.
.
Hond met bijnaam Knak
.
God, zegen Knak
Hij is nu dood
Zijn tong, verhemelte, was rood
Toen was het wit
Toen was hij dood
God, zegen Knak
.
Hij was een hond
Zijn naam was Knak
Maar in zijn hondenlichaam stak
Een beste ziel
Een verre tak
Een oud verbond
God, zegen Knak
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters
Tags: 1912, 1950, 1969, 1977, Bloemlezing, bundel, dichter, gedicht, gedichten, Hond met bijnaam Knak, Jan Hanlo, Kees Fens, kringloopwinkel, nummer 306, poëzie, Proza en Poëzie van 1950 tot heden, reeks, salamander, samensteller, Voor wie dit leest
Ballade aan de maan
Geplaatst door woutervanheiningen
Theo van Ameide
.
Theo van Ameide is het pseudoniem van Johan Hendrik Labberton. Labberton was een Nederlands jurist, dichter en essayist (1877 – 1955), geboren in Ameide (wat zijn pseudoniem verklaart).
Hij publiceerde een bundel gedichten onder de titel ‘Lof der wijsheid’ (1906), poëzie die eerder verscheen in het tijdschrift ‘De Beweging’. In dat tijdschrift nam hij deel aan de discussie over ‘bezielde retoriek’ met bijdragen waarin hij pleitte voor ‘een nieuwe rethoriek’ (1913), een herstel van de ‘oude’ beelden en metaforen, mits doorvoeld en natuurlijk toegepast. In 1912 verscheen zijn tot dan toe verschenen poëzie in ‘Verzamelde gedichten: 1906-1912’.
Pas in 1941 verscheen opnieuw poëzie van hem met het langere gedicht ‘Eeuwige lente’, in 1950 gevolgd door ‘Aarde en hemel: een gedicht’. De poëzie van Theo van Ameide heeft een filosofische strekking en is geschreven in een verheven retorische stijl.
.
Ballade aan de maan
.
Wij zijn te zamen maar alleen,
mijn bleke liefde, en over tijden
en ruimten gaat mijn mijmring heen
met u door lege luchten glijden;
daar kan geen tegenstand ons beiden;
gij ziet mij van de hemel aan,
als vroeg gij: waarom al dit lijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Ik ben maar liefst met u getweên,
gij zijt althans niet van de blijden,
gij kunt begrijpen, dat ik ween,
wen gij uw tere glans gaat breiden
en dromen weeft om dorre heiden,
een parel tovert in een traan….
Gij zoudt mij willen leeds bevrijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Hoe dikwijls, ach, hoe dikwijls scheen
mijn wezen ook, van de aard gescheiden,
niets, niets te blijven dan alleen
een oog dat schouwde, een oog dat – schreide….
.
Mijn arm verlangen, dat bij zijden
verheven machteloos blijft staan,
heet gij vergeten, heet gij mijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Ook gij….toch moet ik U benijden:
gij drijft, een glimlach, rond uw baan….
Begeer ik ook zo stil te weiden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Verschenen in ‘De Beweging’ in 1912.
.
Geplaatst in (bijna) vergeten dichters, Favoriete dichters
Tags: 1877, 1906, 1912, 1913, 1941, 1950, 1955, Aarde en Hemel: een gedicht, Ameide, Ballade aan de maan, bezielde retoriek, De Beweging, dichter, Een nieuwe rethoriek, Eeuwige lente, essayist, filosofische strekking, gedicht, gedichten, Johan Hendrik Labberton, jurist, Lof der wijsheid, metaforen, mmaan, oude beelden, poëzie, Theo van Ameide, tijdschrift, Verzamelde gedichten
Mus / sparrow
Geplaatst door woutervanheiningen
Jan Hanlo
.
Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die het gedicht ‘Mus’ van Jan Hanlo niet kennen. Jan Hanlo (1912-1969) was dichter en schrijver die tot de Vijftigers gerekend wordt maar binnen de Vijftigers was hij een buitenbeentje zoals hij eigenlijk op ieder gebied een buitenbeentje was.
Vanaf 1944 schreef hij gedichten, waarvan met name ‘Oote’ de aandacht trok. Dit klankgedicht (Hanlo sprak zelf van ‘kinderbrabbeltaal’) verscheen in 1952 in het door het rijk gesubsidieerde tijdschrift Roeping. Het blad Elsevier besteedde daar aandacht aan en het VVD-Eerste Kamerlid Wendelaar stelde vervolgens Eerste Kamervragen over de subsidie aan het blad dat Hanlo’s ‘infantiel gebazel’ publiceerde. Dat leverde de nodige publiciteit op.
De rest van Hanlo’s oevre is over het algemeen minder avant-gardistisch dan ‘Oote’. Schoonheid en (kinderlijke) onschuld zijn terugkerende thema’s. Een ander mooi voorbeeld hiervan is het gedicht ‘Mus’ uit 1954.
In 2009 was het thema van de Boekenweek Tsjielp-Tsjielp; de literaire zoo (naar aanleiding van dit gedicht).
Dat het gedicht wordt gewaardeerd blijkt uit het feit dat het niet alleen in Nederland in de openbare ruimte is aangebracht maar zelfs in het buitenland een muur verfraait. In de dierentuin van Dublin is het gedicht in vertaling aangebracht op de Family Farm Farmhouse. Deze tip kreeg ik door van Yvonne van der Haven, waarvoor dank.
Hieronder een aantal voorbeelden van het gedicht met de gemeente waar deze te vinden is.
Veenendaal
Leiden
Dublin
Gorinchem (basisschool)
Voor wie niet genoeg kan krijgen van Jan Hanlo: http://ilibrariana.wordpress.com/2012/12/29/herinneringen-aan-jan-hanlo-1912-1969/
Met dank aan Wikipedia
Geplaatst in Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Poëzie en Kunst
Tags: 1912, 1944, 1954, 1969, 2009, avant-gardistisch, Boekenweek, buitenbeentje, Dublin, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, Gorinchem, Jan Hanlo, kamervragen, kinderbrabbeltaal, Leiden, literaire zoo, Mus, Oote, poëzie, Sparrow, The Family Farm Farmhouse, Tsjielp-Tsjielp, Veenendaal, vijftigers, Yvonne van der Haven, ZOO
Poëzie als Olympische Sport
Geplaatst door woutervanheiningen
Poëzine
.
Poëzine, het onvolprezen digitale magazine vol poëzie en kunst had in één van haar eerste afleveringen als thema “Een zomer zonder doping’. Ik heb daar toen een bijdrage voor geschreven waar ik laatst aan moest denken toen de hele discussie over Sochi en de corruptie binnen de Spelen weer eens aan de orde kwamen. Ik las mijn stuk nog eens terug en besefte toen dat alleen de lezers van Poëzine dit hadden kunnen lezen. Dat zijn er inmiddels al heel veel, maar om het ook met diegene die (nog) geen lid zijn (doen hoor!) te delen alsnog de tekst.
Tijdens de Olympische spelen van 2012 kwamen vele dichters (50 talen) uit allerlei landen bij elkaar in Londen op een festival met de naam Poetry Parnassus. Daar droegen zij hun poëzie voor en van deze voordrachten werden 100.000 kopieën van hun verzamelde werk uitgestort door helikopters boven het olympisch terrein aan de Thames. Een ander poëzie project ‘The Written World’ bestond uit het dagelijks voorlezen van een gedicht uit één van de 204 deelnemende landen, door de BBC. Tot slot waren er op stenen, houten en metalen gedenkplaten gedichten aangebracht die her en der op het Olympisch terrein stonden.
Toch gaat de relatie tussen sport en poëzie verder terug dan je zou denken. In het oude Griekenland waren literaire activiteiten een onlosmakelijk onderdeel van atletiek evenementen. Dichters waren toen minstens zo populair als de atleten. Beroemde atleten uit die tijd lieten dichters odes schrijven over hun belangrijkste zeges. Bij een Grieks atletiek festival bij Delphi, de god van muziek en poëzie, was het voordragen van poëzie een even competitief onderdeel als de atletiekwedstrijden.
Voor een groot deel van de Olympische spelen in de 20ste eeuw was poëzie een officieel wedstrijdonderdeel waarbij medailles waren te winnen. Baron Pierre de Coubertin stond erop dat dit soort Griekse kunsten werden toegestaan naast de sportieve onderdelen. In 1912 werd zijn droom gerealiseerd toen literatuur, muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst en zelfs architectuur olympische onderdelen werden tijdens de zogenaamde Pentathlon der Muzen waarbij alle inzendingen direct geïnspireerd moesten zijn door sporten.
Tijdens 7 opeenvolgende Olympische spelen werden gouden, zilveren en bronzen medailles uitgereikt aan zowel schrijvers (meestal dichters) als atleten als sprinters, worstelaars en gewichtheffers. De Coubertin, slim als hij was, deed de eerste keer onder pseudoniem mee en ‘won’ een medaille voor zijn ode aan de sport. Toch was er al snel kritiek op dit onderdeel. Beroemde dichters (T.S. Elliot, Jean Cocteau) werden genegeerd en mindere goden wonnen de medailles voor vaak kritiekloze en ophemelende poëzie. Daarnaast was de regel dat alleen amateurs mochten meedingen terwijl kwaliteit juist meestal niet van amateurs kwam. Toen tijdens de Olympische spelen in en rond de crisistijd en de oorlog deze vorm van competitie ook nog eens werd ingezet als propaganda was dit het eind van de kunsten als competitief onderdeel van de spelen. In 1952 tijdens de Olympische spelen van Helsinki werd poëzie stilletjes van het programma geschrapt. Vandaag de dag zijn alle niet sport uitslagen uit de boeken van de Olympische spelen geschrapt. En misschien is dat maar beter ook. Je kunt je afvragen of poëzie zich leent als Olympisch onderdeel.
Dat tijdens de Olympische spelen van 2012 weer een vernieuwde interesse was voor poëzie kan je alleen maar toejuichen. In plaats van een zomer zonder doping zou je hier kunnen spreken van een sportzomer zonder doping maar met poëzie. En dat is alle doping die je nodig hebt lijkt me.
Tot slot twee coupletten uit het winnende gedicht van Pierre de Coubertin (onder het pseudoniem M. Eschbach geschreven van 1912. Het complete gedicht telt 9 coupletten. Voor de volledige tekst kun je terecht op http://library.la84.org/
I.
O Sport, pleasure of the Gods,
essence of life, you appeared suddenly
in the midst of the grey clearing
which writhes with the drudgery of
modern existence, like the radiant
messenger of a past age, when
mankind still smiled. And the glimmer
of dawn lit up the mountain tops and
flecks of light dotted the ground in the
gloomy forests.
II.
O Sport, you are Beauty! You are the
architect of that edifice which is the
human body and which can become
abject or sublime according to whether
it is defiled by vile passions or improved
through healthy exertion. There can be
no beauty without balance and proportion,
and you are the peerless master
of both, for you create harmony, you
give movements rhythm, you make
strength graceful and you endow suppleness
with power.
.
Geplaatst in Poëzine
Tags: 1912, 1952, 2012, architectuur, Baron, BBC, beeldhouwkunst, crisistijd, Delphi, dichters, gedenkplaten, gedicht, gedichten, God van muziek en poëzie, Griekse kunsten, Helsinki, Jean Cocteau, literatuur, M. Eschbach, muziek, odes, Olympisch onderdeel, Olympische Spelen, oorlog, Pentathlon der Muzen, Pierre de Coubertin, poëzie, Poëzine, Poetry Parnassus, project, propaganda, schilderkunst, Sochi, T.S. Elliot, Thames, The written world
Gedicht als paard
Geplaatst door woutervanheiningen
Max Jacob
.
Op een Franse website over poëzie kwam ik een gedicht tegen in de vorm van een paard van Max Jacob. Max Jacob (1876 – 1944) was schrijver, essayist, schilder en dichter en was bevriend met Pablo Picasso. Max Jacob stierf in 1944 in het gevangenkamp Drancy.
Dit beeldgedicht is een stuk uit een langer gedicht van Max Jacob en is getiteld ‘Pour les enfants et pour les raffinés’. Uit de bundel “Les œuvres burlesques et mystiques de Frère Matorel“- Henry Kahnweiler, 1912.
.
.
À Paris sur un cheval gris
À Nevers sur un cheval vert
À Issoire sur un cheval noir
Ah ! Qu’il est beau
qu’il est beau
Ah ! Qu’il est beau
Qu’il est beau!
Tiou !
.
Voor wie de Franse taal machtig is en/of van Franse poëzie houdt is er veel te genieten op de website http://lieucommun.canalblog.com/
Geplaatst in Gedichten in vreemde vormen, Literaire kunst
Tags: 1876, 1912, 1944, beeldgedicht, Cheval, dichter, Drancy, Frankrijk, Franse poëzie, gedicht, gedichten in vreemde vormen, gevangenkamp, kahnweiler, lieucommun.canalblog.com, Max Jacob, paard, Pablo Picasso, poëzie, Pour les enfants et pour les raffinés, Typografische gedichten












