Site-archief
Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen
Vasalis
.
In de afgelopen jaren schreef ik al vaker over de dichter Vasalis. Ze schreef dan ook prachtige poëzie. Daarom vandaag ook weer een gedicht van haar hand uit de bundel ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1975 een liefdesgedicht met de intrigerende titel ‘Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen’
.
Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen
Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,
stil staan en kijken met mijn ogen open
en languit op de harde grond gaan liggen,
er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.
Maar ’t meeste lijk je op de grote lucht erboven,
waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken
en op de vrije wind daartussen,
die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen
bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.
.
(bijna) vergeten dichter
Astère Michel Dhondt
.
Astère Michel Dhondt is een Nederlandse schrijver van Belgische afkomst. Geboren in Machelen-aan-de-Leie (Vlaanderen) verwierf hij in 1975 de Nederlandse nationaliteit. Dhondt was vooral in de jaren 60’en 70′ actief als dichter waarbij zijn openlijke pedofilie als thema vaker in zijn werk voor kwam. De gedichtencyclus Maartse gedichten (waarvan hier een gedeelte) verscheen oorspronkelijk in ‘De koning en de koningin van Sikkim in de Haarlemmerhouttuinen’ uit 1971.
.
Maartse gedichten
.
Vrijdag 7 maart
Prins Bernhard der Nederlanden
Loopt
Al een jaar of dertig veertig
Met een anjer in zijn knoopsgat
.
Kuilen vol dode anjers
Heeft die man
Achter zich gelaten
.
Woensdag 19 maart
Doorheen de damp
En het geraas
Van deze nijvere stad
Spoedden twee heksen zich
.
Op een gammele bezem
Van de Kinkerstraat
Naar het Concertgebouw
.
Gezegend zij de Heilige Maagd!
Het bijgeloof begint weer te gedijen
.
Amsterdam, maart 1969
.
Vijfendertig tranen
Ida Vos
.
Ida Vos (1931-2006) begon met schrijven in 1975. Ze publiceerde in dat jaar de gedichtenbundel ‘Vijfendertig tranen’ na jaren van zwijgen. De vijfendertig tranen verwijzen naar vijfendertig joodse kinderen die met elkaar in één klas hebben gezeten. Slechts vier van hen overleefden de oorlog en één van die vier kinderen was Ida Vos. Hierna volgde nog de bundel ‘Schiereiland’ (1979) en ‘Miniaturen’ (1980). Na deze poëzie voor volwassenen heeft ze zich toegelegd op het schrijven van kinderboeken.
De bundel ‘Vijfendertig tranen’ was lang niet verkrijgbaar. Het exemplaar dat ik bezit is een 6e druk uit 1983. Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft een nieuwe en bijzondere uitgave gemaakt: een lees- en luisterboek.Kort voor haar dood werden de gedichten door Ida Vos zelf ingesproken.
In de bundel geeft Ida Vos op ingetogen wijze een beklemmend beeld van het drama van de jodenvervolging. Dit doet zij in korte gedichten van soms maar een paar regels. In alle gedichten is het grote drama van de oorlog en de vernietigingskampen heel voelbaar en duidelijk aanwezig.
Ik wil hier twee gedichten uit deze bundel plaatsen. Het eerste gedicht ‘aardrijkskunde’ doet bij veel mensen wel een belletje rinkelen al weet men vaak niet wie dit gedicht heeft geschreven (zo was het bij mij ook, ik herkende het gedicht toen ik het las maar had geen idee dat het uit deze bundel van Ida Vos kwam). Het tweede gedicht ‘naar buiten’ vind ik als gedicht gewoon heel erg mooi.
.
aardrijkskunde
.
zij had een onvoldoende
voor aardrijkskunde
die laatste dag
maar wist een week later
precies waar Treblinka lag
.
héél even maar
.
naar buiten
.
ze wil nu buiten spelen
gaan lopen in een bos,
rennen door sneeuw en regen
ze laten haar niet los
.
ze is er wel,
ze is er niet,
ze mag er niet meer zijn
.
de letters in haar sprookjesboek
staan niet meer op één lijn
.
Jan Arends
Spiegel van de Nederlandse poëzie
.
Sinds kort ben ik in het bezit van de ‘Spiegel van de Nederlandse poëzie’ in twee delen. Deel 1 behandelt de poëzie van 1100 tot en met 1900 en deel 2 de Nederlandse poëzie van de twintigste eeuw. Nu moet je de 20ste eeuw niet te nauw nemen want mijn uitgaven zijn van 1979. Nog een vijfde van de eeuw te gaan die niet meegenomen is, maar dit terzijde.
In deze bundel vele bekende dichters en een groot aantal minder bekende dichters. Wie kent bijvoorbeeld J. Decroos en P.N. van Eyck nog of Garmt Stuiveling. Toch lees ik bij deze minder bekende dichters vaak heel bijzondere poëzie.
Toch viel al lezend en bladerend een gedicht van Jan Arends mij op. Jan Arends is bekender als dichter en ik schreef al eerder over zijn werk en leven (3 juni 2016). Dit gedicht wilde ik toch graag met jullie delen omdat het aan de ene kant de poëzie beschrijft zoals ik ze ook soms zie en aan de andere kant de donkere kant van Jan Arends (hij pleegde zelfmoord op 49 jarige leeftijd). Uit: Nagelaten gedichten uit 1975.
.
Het is
een gedicht.
.
Het is maar
een afvalprodukt
van wat ik weet.
.
Ik
weet het.
.
Het is
het onvertaalbare weten
dat mij kwaad laat doen.
.
Het is
geen woord
maar
het is liefde
en haat.
.
Het woord
dat ik niet zeggen kan
dat mij
verbitterd maakt
en oud.
.
Coda
Huub Beurskens
.
Schrijver, kunstschilder en dichter Huub Beurskens (1950) debuteerde in 1975 met ‘Blindkap’ waarna nog vele poëziebundels zouden volgen met als laatste bundel uit 2015 ‘De warmte van het hondje’. Daarnaast publiceerde hij verhalen, essays en romans. Beurskens was redacteur van de literaire tijdschriften ‘Het Moment’ (1986-1988) en ‘De Gids’.
Beurskens vertaalde verschillende auteurs naar het Nederlands maar werk van hemzelf werd ook vertaald naar het Engels, Duits, Frans, Italiaans, Japans, Hongaars, Tsjechisch en Servisch.
Voor zijn werk ontvang hij o.a. de Herman Gorterprijs, de Jan Campert-prijs en de VSB Poëzieprijs. Uit de bundel ‘Klein blauw aapje’ uit 1992 het gedicht ‘Najaarsbloei op Kreta’.
.
Najaarsbloei op Kreta
.
Ik wou ik had een klein blauw aapje dat ik vroeg ‘Wat raap
je?’
en dat het op mijn schouder sprong met louter krokus die
het plukte,
de geschiedenis zou ik ingaan als de onder het komende
minst gebukte.
.
met dank aan Wikipedia
Jan Arends
Korte venijnige poëzie
.
Afgelopen zondag presenteerde ik een poëziemiddag waar ook Alexander Franken optrad. Als singer-songwriter en als dichter. Alexander heeft een paar korte maar krachtige gedichtjes geschreven die altijd aanslaan. Ook bij mij, ook al heb ik ze al meerdere malen gehoord uit zijn mond. Dit deed me denken aan de schrijver, dichter en literair vertaler Jan Arends.
Jan Arends (1925 – 1974) was Hagenaar van geboorte (net als Franken overigens). Hij had een moeilijke jeugd en omdat het werk van Jan Arends veel autobiografische elementen bevat, is zijn leven en zijn literaire werk sterk met elkaar vervlochten. In zijn werk geeft Arends een kritische visie op de maatschappij vanuit een persoonlijk perspectief.
Jan Arends heeft nog geen twee jaar als schrijver en dichter de aandacht van een breed lezerspubliek getrokken en in de publiciteit gestaan. Op 21 januari 1974, de dag waarop zijn gedichtenbundel ‘Lunchpauzegedichten’ verschijnt, pleegt hij zelfmoord door uit het raam van zijn woning op de vijfde etage van een flat in Amsterdam te springen. Uit zijn nalatenschap werd door Remco Campert de dichtbundel ‘Nagelaten gedichten’ samengesteld die in 1975 verscheen. In 1983 verschijnt het ‘Verzameld werk’ met daarin een aantal niet eerder gepubliceerde gedichten. (Bron Wikipedia).
Hieronder twee gedichten van Arends, kort, krachtig en venijnig. De eerste uit ‘Lunchpauzegedichten’ en de tweede uit ‘Nagelaten gedichten’.
.
Wat
geeft dat toch
een angstig gevoel
van vrede
als vader
zijn bijl slijpt.
.
.
Kanker…
is
een goede dood.
Teplettervallen
is
een goede dood.
Verdrinken
is
een goede dood.
Zelfmoord
is
een goede dood.
Elke dood
is
een goede dood.
Maar
de dood
die je
te wachten staat
dat is
een slechte dood.
Altijd.
.
Kritiek
Herman de Coninck
.
Vandaag heb ik, op Herman de Coninck zondag gekozen voor een gedicht van hem uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975. Het gedicht is getiteld ‘Kritiek’.
.
Kritiek
.
Gisteren nog vond ik het woord
‘lieveling’uit, en droeg het op een rood
kussentje naar jou. O, schat, zei je,
dat hoefde niet. Maar je liet goed
merken hoe blij je was.
.
En vorige week schreef ik:
‘Ik hou van jou om de manier
waarop je me hoofdpijn bezorgt
en dan erg lief bent voor die hoofdpijn.’
Toen je het gelezen had
kreeg ik een enorme zoen.
Dàt is nog eens literaire kritiek.
.
Nietsvermoedend
Dierentalen en andere gedichten
.
Rudy Kousbroek (1929 – 2010) was was dichter, journalist, vertaler en essayist (hij ontving in 1975 de P.C.Hooftprijs voor essayistiek). Samen met auteurs als Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Hugo Claus behoorde hij tot de groep der Vijftigers. Met Remco Campert gaf hij het tijdschrift ‘Braak’ uit. Kousbroek ontving voor zijn essayistisch werk vele prijzen maar zijn poëzie mag er ook zeker zijn.
Uit zijn bundel ‘Dierentalen en andere gedichten’ uit 2003 het gedicht ‘Nietsvermoedend’.
.
Nietsvermoedend
Daarnet passerde je het huis
Waar je later komt te wonen,
Waar je elke steen zult kennen
En elke kleur en elk geluid,
Waar je de bomen zult zien groeien
Door de ramen in de zomer,
Waar je je kinderen zult krijgen
En zult waken aan hun ziekbed;
Dat zal daar allemaal gebeuren,
Je fietste er langs en herkende het niet.
.
.
De winter
Vasalis
.
Morgen, op 23 januari 2016 zal ik, op mijn verjaardag, als cadeautje aan mezelf en mijn lezers, mijn nieuwe kleine bundel ‘XX-XY ; liefdesgedichten’ presenteren via mijn blog, uitgegeven door MUG books. Vanaf die dag zal deze E-bundel gratis te downloaden zijn. In het kader van gedichten over de liefde daarom vandaag alvast een (treurig) liefdesgedicht van Vasalis uit ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1975.
.
De winter
.
De winter en mijn lief zijn heen.
Er zit een merel op het dak,
zijn keel beweegt, zijn snavel beeft
alsof hij in zichzelve sprak
.
Hij luistert: uit een verre boom
klinkt als het ketsen van twee stenen
een vonkenregen van verlangen
zo luid, zo helder en zo bang.
.
De merel stort zich met een kreet
vol wildheid in de voorjaarsvlagen.
Ik kan het bijna niet verdragen:
mijn voorjaar en mijn lief zijn heen.
.
Januari
Herman de Coninckzondag
.
Zoals vorige week al aangekondigd ga ik ook in 2016 voorlopig door met het plaatsten van een gedicht van Herman de Coninck op de zondag. Het is januari dus heel toepasselijk vandaag het gedicht ‘Januari’ uit de verzamelbundel ‘de gedichten’ en eerder verschenen in o.a. Puur natuur, Aalst 1974.
.
Januari
.
Januari, en we neuken ons warm,
zoals je je onder de armen slaat
van de kou. jaja, koud is het hier,
als in een kathedraal, het soort
diepvriesreligie dat 2000 jaar lang kristus
koel heeft bewaard. en de zon schijnt inderdaad
als het lichtje in een koelkast.
.
en de mist ’s avonds lijkt op het soort vaagheid
wat ontstaat in het hoofd van een seniele god
die niets meer, laats staan een landschap,
kan onthouden. kijk maar waar ie nou weer
leuven anno 1975 verloren heeft gelegd.
.
















