Site-archief
Poëzie en kunst
Sophia Kemp
.
Sophia Kemp is afgestudeerd master Illustration aan het Camberwell College of Art and Design, University of the Arts London in 2011. Daarna studeerde ze af als Bachelor Illustration and Graphic Design bij het Central Saint Martins College of Art and Design, University of the Arts London in 2006.
Tegenwoordig schrijft en tekent ze een serie geïllustreerde gedichten in de hoop deze te kunnen publiceren in de nabije toekomst. Van haar hand zijn een aantal gedichten en illustraties die goed laten zien dat poëzie en beeld (grafisch, tekeningen, afbeeldingen e.d.) heel goed samen kunnen gaan.
Hieronder een aantal voorbeelden van haar gedichten op tassen en t-shirts.
.
Meer voorbeelden van haar gedichten/illustraties vind je op http://sophiakemp.wix.com/skillustrations#!
Men mag er niet aan denken
Paul Bogaert
.
Paul Bogaert (1968) is een Vlaams dichter. Hij studeerde Germaanse filologie aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Hij publiceerde tot nu toe vijf gedichtenbundels. In 1996 debuteerde hij met de bundel ‘Welkom Hygiëne’. In 2008 schreef hij het Gedichtendagessay (Verwondingen). In oktober 2010 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste poëzieprijs van de Nederlanden. In 2011 kreeg Paul Bogaert de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs Poëzie voor zijn bundel ‘de Slalom soft’; de bundel waarmee hij ook de Herman de Coninckprijs won in 2010.
Op zijn website http://www.paulbogaert.be/ zijn de gedichten van drie bundels integraal te lezen. Uit de bundel ‘Circulaire systemen’ uit 2002 het gedicht ‘Men mag er niet aan denken’.
.
Men mag er niet aan denken
dat het herbegint.
Men is op versnelling uit.
Men oefent in afwachting een uitspraak
of men staart zo een detail aan
dat het irritant wordt.
Niemand ontsnapt
aan gewenning.
Zelfs voor wie er niet aan went,
is hetzelfde nooit genoeg.
.
“Nieuw gedicht”
Polder
.
Soms lees ik in mijn (nog altijd uitdijende) poëziearchief dingen terug en dan kom ik weleens een gedicht tegen waarvan ik vergeten was dat ik het ooit geschreven heb. Soms is dat een gedicht dat ik gebruikt heb bij een poëziewedstrijd en van andere weet ik eigenlijk niet eens waarom ik hun bestaan vergeten ben.
Onderstaand gedicht ‘Polder’ is zo’n gedicht. Ik weet dat het ruim drie jaar oud is (dus eigenlijk geen “Nieuw” gedicht) maar dat is dan ook alles.
.
Polder
De lucht ligt hier stil, roerloos
tussen het riet, niet gezien
door mensenogen
de waterjuffer kruipt op het blad
van een waterplant, waant zich ongezien
het land waait met de trekvogels mee
golvend als een groene zee
slechts onderbroken door bomen
en opdringend struikgewas
tijd bestaat hier uit kleuren
van blauwgrijze seconden tot
rood doortrokken uren
waar het licht de lengte van het gras bepaalt
gaan seizoenen voorbij,
volgen denkbeeldige wijzers
de energie van het land
.
Foto: Henry Buter
Tripel
Democratische versvorm
.
Volgens deelnemers aan ‘Het vrije vers’ is de Tripel de eerste , in 2011 volgens democratische weg, ontstane versvorm.
De Tripel beslaat drie kwatrijnen (3 x 4 regels) met als rijmschema abab, waarbij a mannelijk en b vrouwelijk. Elk kwatrijn eindigt met hetzelfde woord, maar in een andere betekenis. Dit woord noemen we het tripelwoord (vrouwelijk of onzijdig). De eerste regel van het eerste kwatrijn is ook de eerste regel van de andere twee kwatrijnen. Die openingsregel noemt drie elementen, elk der elementen staat éénmaal op rijmpositie. In eerste instantie was de volgorde verplicht: ABC CAB BCA. maar dit is later losgelaten. Het metrum is amfibrachys.
.
Van Remko Koplamp de tripel ‘Lang leve de jarige’.
Lang leve de jarige
Mijn pa in de kroeg om de hoek
innemend op vele manieren
verzint wel bij ieder bezoek
een list om de teugels te vieren
.
De hoek van mijn pa in de kroeg
je hoort er gekraak van plankieren
drie dames zijn amper genoeg
om hier zijn verjaardag te vieren
.
De kroeg om de hoek van mijn pa
de plek om eens goed te versieren
met steevast het hiep hiep hoera
men sluit er de tent pas na vieren
.
Gevouwen gedichten
Bijzondere ready mades
.
Ik heb al verschillende malen geschreven over ready mades of recycle poetry. Vandaag een vorm die ook voor mij nieuw is, de gevouwen gedichten of folded poetry. In 2011 publiceerde Erica Baum de collectie ‘Dog Ear’. Erica Baum (1961) woont en werkt in New York.
Dog Ear (of Ezelsoor) bestaat uit een serie gescande en gevouwen vierkante pagina’s met tekst uit verschillende bronnen. Deze zijn vervolgens gebonden als boek. De teksten die Baum selecteerde worden zo van anonieme delen van vergeelde bladzijden met proza teksten veranderd in een nieuwe vorm van ready made poëzie. Ze nodigt de lezer uit om op deze manier deze anonieme teksten opnieuw nauwkeurig en zorgvuldig te ervaren.
Op deze manier gebruikt Baum de selectie van teksten (zonder zelf een woord te schrijven) om lezers deze ‘nieuwe teksten’ (of ready mades opnieuw als een poëtische tekst of gedicht te beschouwen en tot zich te nemen.
.
Dog Ear
Fallout, 2010
Differently, 2009
Dog Ear collage
.
Meer lezen of zien? kijk op http://jacket2.org/galleries/photographs-dog-ear
Ereburger
Luuk Gruwez
.
Luuk Gruwez (1953) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en prozaschrijver. In 1973 debuteerde hij met de bundel ‘Stofzuigergedichten’.
De poëzie van Gruwez wordt wel eens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Luuk Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie. In zijn latere poëzie valt op dat de onderwerpkeuze breder wordt en de vorm meer verhalend.
Gruwez is een dierbaar ingezetene (geweest) van Deerlijk daar hij al in 2004 tot ereburger is benoemd (hij bracht er zijn jeugd door) en in 2011 ontving hij de culturele trofee van de gemeente als erkenning nadat hij in 2009 de Herman de Coninckprijs voor zijn gedicht ‘Moeders’ ontvangt. In 2009 schreef Gruwez het gedichtendag-essay ‘Pizza, peperkoek & andere geheimen’.
Van Luuk Gruwez het gedicht’Het troostconcours’ uit 1995 uit de bundel ‘Vuile manieren’.
.
Het troostconcours
.
Er werd een wedstrijd in troosten gehouden.
Eén bracht een zondag mee met gregoriaans.
een worgengel, een zoon van God
en drie heel knappe jonge priesters.
Een schip naar Paramaribo.
Gezoen achter een sleutelgat.
– Men geeuwde zeer voornaam en hij verloor.
Eén bracht er mee: een kindertijd
met voetzoekers en knalbonbons,
de geur van jute en van boenwas.
Zijn lang bewaarde eerste kies
en al zijn nederlagen in de liefde.
De mooiste ziektes, roem, de fraaiste graven.
– Het kon de jury niet bekoren.
O wat het allemaal niet deed:
een doedelzak, een hangbuikzwijn,
een heroïnehoer van vijftien jaar,
het hoofd van een gestorven meisje
met nog confetti in het haar.
En het plezier van obers voor hun dienblad
om zowat vijf voor middernacht.
Een laatste bracht er tranen mee en groot applaus,
een spraakgebrek, wat kippenvel, zichzelf.
Hij won, maar niemand weet waarom,
hij won en weende. Levenslang.
Met dank aan Wikipedia, Gedichten.nl en http://versindaba.co.za/




















