Site-archief

Poëzie en kunst

Sophia Kemp

.

Sophia Kemp  is afgestudeerd master Illustration aan het Camberwell College of Art and Design, University of the Arts London in 2011. Daarna studeerde ze af als Bachelor Illustration and Graphic Design bij het Central Saint Martins College of Art and Design, University of the Arts London in 2006.

Tegenwoordig schrijft en tekent ze een serie geïllustreerde gedichten in de hoop deze te kunnen publiceren in de nabije toekomst. Van haar hand zijn een aantal gedichten en illustraties die goed laten zien dat poëzie en beeld (grafisch, tekeningen, afbeeldingen e.d.) heel goed samen kunnen gaan.

Hieronder een aantal voorbeelden van haar gedichten op tassen en t-shirts.

.

Kemp

Kemp_2

Kemp3

Kemp4

Meer voorbeelden van haar gedichten/illustraties vind je op http://sophiakemp.wix.com/skillustrations#!

Poëzie op pootjes

Poster in de centrale bibliotheek van Den Haag

.

Net als in 2011 heb ik ook in 2014 meegedaan aan een poëzieproject van de R.G. Ruijs stichting en het Prins Bernhard Cultuurfonds met als aanstekelijke titel Poëzie op pootjes. Poëzie op pootjes organiseert om de drie jaar (vanaf 2005) een gedichteninzamelingsproject. Of zoals ze het zelf zeggen:

Iedere Hagenaar heeft wel een eigen verhaal over zijn of haar leven in de stad, dan wel zijn of haar beleving van de stad. Den Haag staat dus centraal, maar niet zozeer de stad alswel dat wat de bewoners van Den Haag zelf voelen over hun leven in de stad. Het gaat bij Poëzie Op Pootjes nadrukkelijk niet om een wedstrijd. De bedoeling is simpelweg om op deze manier zoveel mogelijk gedichten over de persoonlijke Haagse beleving te vergaren. Wel zal er nadrukkelijk worden gezocht naar (potentiële) kwaliteit en nieuw talent.

Zoals gezegd ook in 2014 een gedicht van mijn hand. Na ‘Oud Eik en Duinen’ in 2011 (zie onder gedichten) nu dus een gedicht dat mij ‘overkwam’ het afgelopen jaar met als titel ‘Lijn 24’ met een prachtig voorbeeld van Haagse humor.  Vandaag ontving ik van de organisatie het bericht dat mijn gedicht te lezen zal zijn (vanaf 5 januari) op grote posters in de centrale bibliotheek van Den Haag.

.

Lijn 24

 

Voor de chauffeur is de mens, de

menigte, groepje, stroom of clubje

mensen, bron van zijn bestaan

 

Onderscheid maakt hij niet

zolang ze zich maar gedragen.

Sommigen ziet hij liever;

 

De rokjes, strakke truitjes,

goeiedag zeggers, vrolijke

vriendelijke vroegemorgenvrouwen.

 

Anderen maken zijn werk tot een last,

blijven hangen in het pad, gaan niet

zitten, houden op. Dan roept hij om:

 

Dames en heren,

het achterste deel van deze bus

gaat ook naar het Centraal Station

.

poezieoppootjes

Men mag er niet aan denken

Paul Bogaert

.

Paul Bogaert (1968) is een Vlaams dichter. Hij studeerde Germaanse filologie aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Hij publiceerde tot nu toe vijf gedichtenbundels. In 1996 debuteerde hij met de bundel ‘Welkom Hygiëne’. In 2008 schreef hij het Gedichtendagessay (Verwondingen).  In oktober 2010 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste poëzieprijs van de Nederlanden. In 2011 kreeg Paul Bogaert de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs Poëzie voor zijn bundel ‘de Slalom soft’; de bundel waarmee hij ook de Herman de Coninckprijs won in 2010.

Op zijn website http://www.paulbogaert.be/ zijn de gedichten van drie bundels integraal te lezen. Uit de bundel ‘Circulaire systemen’ uit 2002 het gedicht ‘Men mag er niet aan denken’.

.

Men mag er niet aan denken
dat het herbegint.
Men is op versnelling uit.
Men oefent in afwachting een uitspraak
of men staart zo een detail aan
dat het irritant wordt.
Niemand ontsnapt
aan gewenning.
Zelfs voor wie er niet aan went,
is hetzelfde nooit genoeg.

.

PB circulaire

 

paul bogaert

Te leen

Muziek in poëzie

.

Ik zal de komende tijd wat vaker gedichten met jullie delen die over muziek gaan. Ik schreef al vaker over tekstdichters, liedjesmakers en muzikanten die poëtische teksten schrijven maar nu dus liedjes en muziek in de tekst zelf. Door de tijden heen hebben dichters muziek en het lied als onderwerp gekozen voor hun poëzie. Van Guido Gezelle tot Stefan Nieuwenhuis. In deze nieuwe categorie gedichten uit alle tijden van verschillende dichters, te beginnen met de dichter Bart Moeyaert.

Bart Moeyaert (Brugge, 1964) is schrijver van met name jeugdboeken, dichter en docent Creatief Schrijven aan de afdeling Woordkunst van het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Van 2006 tot 2008 was hij Stadsdichter van Antwerpen. Hij ontving verschillende literaire prijzen voor zijn jeugdboeken ( Deutsche Jugendliteraturpreis, de Boekenleeuw en de Zilveren griffel) en werd in 2009 genomineerd voor de J.C.Bloem-poëzieprijs 2009.

Uit: ‘Als een geheim zat in ons huis een ander huis verborgen’, De Maan, Mechelen 2011 het gedicht ‘Van mij’.

.

Van mij

.

Je zong een liedje

en je zei: dit liedje

is alleen van mij.

Ik vroeg: moet je

niet zeggen: was?

Je keek verveeld.

Je zei: Waarom?

Ik zei: dat je dat zegt.

Wat je net zong heb je

gedeeld, want noten

zijn van iedereen.

Je krijgt ze maar

een liedje lang.

Zolang het duurt,

zei ik. Te leen.

.

bart moeyaert

“Nieuw gedicht”

Polder

.

Soms lees ik in mijn (nog altijd uitdijende) poëziearchief dingen terug en dan kom ik weleens een gedicht tegen waarvan ik vergeten was dat ik het ooit geschreven heb. Soms is dat een gedicht dat ik gebruikt heb bij een poëziewedstrijd en van andere weet ik eigenlijk niet eens waarom ik hun bestaan vergeten ben.

Onderstaand gedicht ‘Polder’ is zo’n gedicht. Ik weet dat het ruim drie jaar oud is (dus eigenlijk geen “Nieuw” gedicht) maar dat is dan ook alles.

.

Polder

 

De lucht ligt hier stil, roerloos

tussen het riet, niet gezien

door mensenogen

 

de waterjuffer kruipt op het blad

van een waterplant, waant zich ongezien

 

het land waait met de trekvogels mee

golvend als een groene zee

slechts onderbroken door bomen

en opdringend struikgewas

 

tijd bestaat hier uit kleuren

van blauwgrijze seconden tot

rood doortrokken uren

 

waar het licht de lengte van het gras bepaalt

gaan seizoenen voorbij,

volgen  denkbeeldige wijzers

de energie van het land

.

Polderland 3, Henry Buter

Foto: Henry Buter

Tripel

 Democratische versvorm

.

Volgens deelnemers aan ‘Het vrije vers’ is de Tripel de eerste , in 2011 volgens democratische weg, ontstane versvorm.

De Tripel beslaat drie kwatrijnen (3 x 4 regels) met als rijmschema abab, waarbij a mannelijk en b vrouwelijk. Elk kwatrijn eindigt met hetzelfde woord, maar in een andere betekenis. Dit woord noemen we het tripelwoord (vrouwelijk of onzijdig). De eerste regel van het eerste kwatrijn is ook de eerste regel van de andere twee kwatrijnen. Die openingsregel noemt drie elementen, elk der elementen staat éénmaal op rijmpositie. In eerste instantie was de volgorde verplicht: ABC CAB BCA. maar dit is later losgelaten. Het metrum is amfibrachys.

.

Van Remko Koplamp de tripel ‘Lang leve de jarige’.

 

Lang leve de jarige

 

Mijn pa in de kroeg om de hoek

innemend op vele manieren

verzint wel bij ieder bezoek

een list om de teugels te vieren

.

De hoek van mijn pa in de kroeg

je hoort er gekraak van plankieren

drie dames zijn amper genoeg

om hier zijn verjaardag te vieren

.

De kroeg om de hoek van mijn pa

de plek om eens goed te versieren

met steevast het hiep hiep hoera

men sluit er de tent pas na vieren

.

tripels

Gevouwen gedichten

Bijzondere ready mades

.

Ik heb al verschillende malen geschreven over ready mades of recycle poetry. Vandaag een vorm die ook voor mij nieuw is, de gevouwen gedichten of folded poetry. In 2011 publiceerde Erica Baum de collectie ‘Dog Ear’. Erica Baum (1961) woont en werkt in New York.

Dog Ear (of Ezelsoor) bestaat uit een serie gescande en gevouwen vierkante pagina’s met tekst uit verschillende bronnen. Deze zijn vervolgens gebonden als boek. De teksten die Baum selecteerde worden zo van anonieme delen van vergeelde bladzijden met proza teksten veranderd in een nieuwe vorm van ready made poëzie. Ze nodigt de lezer uit om op deze manier deze anonieme teksten opnieuw nauwkeurig en zorgvuldig te ervaren.

Op deze manier gebruikt Baum de selectie van teksten (zonder zelf een woord te schrijven) om lezers deze ‘nieuwe teksten’ (of ready mades opnieuw als een poëtische tekst of gedicht te beschouwen en tot zich te nemen.

.

dogear_cover_black

Dog Ear

 

 

Dog ear

Fallout, 2010

 

dog ear 2

Differently, 2009

 

Dog-Ear-Collage

Dog Ear collage

.

Meer lezen of zien? kijk op http://jacket2.org/galleries/photographs-dog-ear

Ereburger

Luuk Gruwez

.

Luuk Gruwez (1953) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en prozaschrijver. In 1973 debuteerde hij met de bundel ‘Stofzuigergedichten’.

De poëzie van Gruwez wordt wel eens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Luuk Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie. In zijn latere poëzie valt op dat de onderwerpkeuze breder wordt en de vorm meer verhalend.

Gruwez is een dierbaar ingezetene (geweest) van Deerlijk daar hij al in 2004 tot ereburger is benoemd (hij bracht er zijn jeugd door) en in 2011 ontving hij de culturele trofee van de gemeente als erkenning nadat hij in 2009 de Herman de Coninckprijs voor zijn gedicht ‘Moeders’ ontvangt. In 2009 schreef Gruwez het gedichtendag-essay ‘Pizza, peperkoek & andere geheimen’.

Van Luuk Gruwez het gedicht’Het troostconcours’ uit 1995 uit de bundel ‘Vuile manieren’.

.

Het troostconcours

.

Er werd een wedstrijd in troosten gehouden.
Eén bracht een zondag mee met gregoriaans.
een worgengel, een zoon van God
en drie heel knappe jonge priesters.
Een schip naar Paramaribo.
Gezoen achter een sleutelgat.
– Men geeuwde zeer voornaam en hij verloor.

Eén bracht er mee: een kindertijd
met voetzoekers en knalbonbons,
de geur van jute en van boenwas.
Zijn lang bewaarde eerste kies
en al zijn nederlagen in de liefde.
De mooiste ziektes, roem, de fraaiste graven.
– Het kon de jury niet bekoren.

O wat het allemaal niet deed:
een doedelzak, een hangbuikzwijn,
een heroïnehoer van vijftien jaar,
het hoofd van een gestorven meisje
met nog confetti in het haar.
En het plezier van obers voor hun dienblad
om zowat vijf voor middernacht.

Een laatste bracht er tranen mee en groot applaus,
een spraakgebrek, wat kippenvel, zichzelf.
Hij won, maar niemand weet waarom,
hij won en weende. Levenslang.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Met dank aan Wikipedia, Gedichten.nl en http://versindaba.co.za/

 

Facebookproject

David van Reybrouck

.

Afgelopen zondag als Zomergast bij het gelijknamige programma van de VPRO, vandaag met een gedicht op dit blog. David van Reybrouck is behalve dichter, cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver van proza en theaterteksten uit Vlaanderen. Een veelzijdig man, zo is hij de oprichter van het Brussels dichterscollectief, bezieler van de G 1000, een burgertop, over de taalgrenzen heen, die 1000 Belgen liet overleggen voor een betere democratie in België, voorzitter van de PEN Vlaanderen en winnaar van verschillende literatuurprijzen waaronder de Libris geschiedenis prijs en de AKO literatuurprijs.

In februari 2011 startte hij een Facebookproject rond het collectief vormgeven van een gedicht, vertrekkende van een willekeurig gekozen zin uit een krantenartikel. Op de startzin voor de nieuwe constructie: ‘Het waren eenzame kilometers tussen Ieper en Brussel’ kwamen 110 reacties. De eindredactie bleef bij de initiatiefnemer. Hieronder het resultaat van dit project en een gedicht van zijn hand.

.

In alle vroegte

het waren eenzame kilometers

tussen Ieper en Brussel

het was stil alleen de tijdgeest sprak

op de radio sprak een man in tongen

de donkere rit werd een moeilijke

puzzel

ontbinding onveiligheid hevig

verlangen

ik vreesde dat het slijk zou schreeuwen

om zoiets als een veldrit

op zondagnamiddag

kilometers lang ben ik

gesteven wegen natriumrood

verlicht duizenden strepen niets

naderde zelfs niet in meters

de nacht die zal breken

de opgaande hoofdstad

vuurrode longen

ja we zijn er om te vertrouwen

van skyline naar zeespiegel

van aarde naar beton

en eenzaamheid stuwt voort weekt los

de wind jaagt het hout kraakt

een vlucht lijsters nee spreeuwen

wijzigt van lijn

soms had ik gelukkige gedachten

fluwelen zetels koffie snijbloemen

antiek

langs het water stonden paarden

rechtopstaand te slapen

daar lag mijn grond daar lag de pijn

.

 

De kruik

 

– Voor Agnès –

Jezelf zo schikkend als was ik een bad,
hoofd onder kin, rug langs mijn buik
spoel je aan in zilver en kwik.

Lig nu stil. Langzaam laat ik het water
lopen. De kruik kleedt je uit
in het helderste wit. Je hals van email,
je schouder die schatert van licht.

Sluit je de ogen, je haar wordt een wier.
Vind ik een vorm voor water dat loopt?
Het wuift en wacht, een onweer op zee,
je oogleden blijven gesloten.

.

david_van_reybrouck_spreker_g1000_5

Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl, foto: readmylips.be

Sylvie Marie

Vlaamse dichters

.

Sylvie Marie ( 1984) woont in Gent, waar ze politieke en sociale wetenschappen studeerde. In Brussel voltooide ze haar studententijd met een postgraduaat journalistiek. Ze publiceert sinds 2005 gedichten in literaire tijdschriften en staat regelmatig op het podium. In het voorjaar van 2009 verscheen haar debuutbundel ‘Zonder’.  In 2011 volgde een tweede bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs en de JC Bloemprijs. In 2013 verscheen ‘Speler X’, een voetbalroman waarvan ze co-auteur is. In juni 2014 verscheen haar derde dichtbundel ‘Altijd een raam’.

Tussen november 2009 en juni 2011 schreef Sylvie Marie als huisdichteres regelmatig gedichten voor het weekblad Humo nadat ze Humo’s Gouden Aap won. Tegenwoordig werkt ze als leerkracht literaire creatie aan de academies van Tielt en Ieper en geeft ze regelmatig workshops poëzie. Ze was poëziecoördinator bij Meander en is redacteur bij het literaire tijdschrift Deus ex Machina. Op haar website http://www.sylviemarie.be/ kun je veel meer informatie vinden.

Uit haar bundel ‘Zonder’ uit 2009 het gelijknamige gedicht.

.

zonder

die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
weerkaatst. ik lees:

ik ben weg, neem niets mee behalve
de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
de smaak van je lippen. de hond

op straat leidt me
af en ik staar naar het raam, nooit zag het ochtendlicht
er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

het was de eerste keer dat het niet opbollend
in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
me goedemorgen zoende.

.

Sylvie marie