Site-archief

“Nieuw gedicht”

Polder

.

Soms lees ik in mijn (nog altijd uitdijende) poëziearchief dingen terug en dan kom ik weleens een gedicht tegen waarvan ik vergeten was dat ik het ooit geschreven heb. Soms is dat een gedicht dat ik gebruikt heb bij een poëziewedstrijd en van andere weet ik eigenlijk niet eens waarom ik hun bestaan vergeten ben.

Onderstaand gedicht ‘Polder’ is zo’n gedicht. Ik weet dat het ruim drie jaar oud is (dus eigenlijk geen “Nieuw” gedicht) maar dat is dan ook alles.

.

Polder

 

De lucht ligt hier stil, roerloos

tussen het riet, niet gezien

door mensenogen

 

de waterjuffer kruipt op het blad

van een waterplant, waant zich ongezien

 

het land waait met de trekvogels mee

golvend als een groene zee

slechts onderbroken door bomen

en opdringend struikgewas

 

tijd bestaat hier uit kleuren

van blauwgrijze seconden tot

rood doortrokken uren

 

waar het licht de lengte van het gras bepaalt

gaan seizoenen voorbij,

volgen  denkbeeldige wijzers

de energie van het land

.

Polderland 3, Henry Buter

Foto: Henry Buter

Tripel

 Democratische versvorm

.

Volgens deelnemers aan ‘Het vrije vers’ is de Tripel de eerste , in 2011 volgens democratische weg, ontstane versvorm.

De Tripel beslaat drie kwatrijnen (3 x 4 regels) met als rijmschema abab, waarbij a mannelijk en b vrouwelijk. Elk kwatrijn eindigt met hetzelfde woord, maar in een andere betekenis. Dit woord noemen we het tripelwoord (vrouwelijk of onzijdig). De eerste regel van het eerste kwatrijn is ook de eerste regel van de andere twee kwatrijnen. Die openingsregel noemt drie elementen, elk der elementen staat éénmaal op rijmpositie. In eerste instantie was de volgorde verplicht: ABC CAB BCA. maar dit is later losgelaten. Het metrum is amfibrachys.

.

Van Remko Koplamp de tripel ‘Lang leve de jarige’.

 

Lang leve de jarige

 

Mijn pa in de kroeg om de hoek

innemend op vele manieren

verzint wel bij ieder bezoek

een list om de teugels te vieren

.

De hoek van mijn pa in de kroeg

je hoort er gekraak van plankieren

drie dames zijn amper genoeg

om hier zijn verjaardag te vieren

.

De kroeg om de hoek van mijn pa

de plek om eens goed te versieren

met steevast het hiep hiep hoera

men sluit er de tent pas na vieren

.

tripels

Gevouwen gedichten

Bijzondere ready mades

.

Ik heb al verschillende malen geschreven over ready mades of recycle poetry. Vandaag een vorm die ook voor mij nieuw is, de gevouwen gedichten of folded poetry. In 2011 publiceerde Erica Baum de collectie ‘Dog Ear’. Erica Baum (1961) woont en werkt in New York.

Dog Ear (of Ezelsoor) bestaat uit een serie gescande en gevouwen vierkante pagina’s met tekst uit verschillende bronnen. Deze zijn vervolgens gebonden als boek. De teksten die Baum selecteerde worden zo van anonieme delen van vergeelde bladzijden met proza teksten veranderd in een nieuwe vorm van ready made poëzie. Ze nodigt de lezer uit om op deze manier deze anonieme teksten opnieuw nauwkeurig en zorgvuldig te ervaren.

Op deze manier gebruikt Baum de selectie van teksten (zonder zelf een woord te schrijven) om lezers deze ‘nieuwe teksten’ (of ready mades opnieuw als een poëtische tekst of gedicht te beschouwen en tot zich te nemen.

.

dogear_cover_black

Dog Ear

 

 

Dog ear

Fallout, 2010

 

dog ear 2

Differently, 2009

 

Dog-Ear-Collage

Dog Ear collage

.

Meer lezen of zien? kijk op http://jacket2.org/galleries/photographs-dog-ear

Ereburger

Luuk Gruwez

.

Luuk Gruwez (1953) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en prozaschrijver. In 1973 debuteerde hij met de bundel ‘Stofzuigergedichten’.

De poëzie van Gruwez wordt wel eens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Luuk Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie. In zijn latere poëzie valt op dat de onderwerpkeuze breder wordt en de vorm meer verhalend.

Gruwez is een dierbaar ingezetene (geweest) van Deerlijk daar hij al in 2004 tot ereburger is benoemd (hij bracht er zijn jeugd door) en in 2011 ontving hij de culturele trofee van de gemeente als erkenning nadat hij in 2009 de Herman de Coninckprijs voor zijn gedicht ‘Moeders’ ontvangt. In 2009 schreef Gruwez het gedichtendag-essay ‘Pizza, peperkoek & andere geheimen’.

Van Luuk Gruwez het gedicht’Het troostconcours’ uit 1995 uit de bundel ‘Vuile manieren’.

.

Het troostconcours

.

Er werd een wedstrijd in troosten gehouden.
Eén bracht een zondag mee met gregoriaans.
een worgengel, een zoon van God
en drie heel knappe jonge priesters.
Een schip naar Paramaribo.
Gezoen achter een sleutelgat.
– Men geeuwde zeer voornaam en hij verloor.

Eén bracht er mee: een kindertijd
met voetzoekers en knalbonbons,
de geur van jute en van boenwas.
Zijn lang bewaarde eerste kies
en al zijn nederlagen in de liefde.
De mooiste ziektes, roem, de fraaiste graven.
– Het kon de jury niet bekoren.

O wat het allemaal niet deed:
een doedelzak, een hangbuikzwijn,
een heroïnehoer van vijftien jaar,
het hoofd van een gestorven meisje
met nog confetti in het haar.
En het plezier van obers voor hun dienblad
om zowat vijf voor middernacht.

Een laatste bracht er tranen mee en groot applaus,
een spraakgebrek, wat kippenvel, zichzelf.
Hij won, maar niemand weet waarom,
hij won en weende. Levenslang.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Met dank aan Wikipedia, Gedichten.nl en http://versindaba.co.za/

 

Facebookproject

David van Reybrouck

.

Afgelopen zondag als Zomergast bij het gelijknamige programma van de VPRO, vandaag met een gedicht op dit blog. David van Reybrouck is behalve dichter, cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver van proza en theaterteksten uit Vlaanderen. Een veelzijdig man, zo is hij de oprichter van het Brussels dichterscollectief, bezieler van de G 1000, een burgertop, over de taalgrenzen heen, die 1000 Belgen liet overleggen voor een betere democratie in België, voorzitter van de PEN Vlaanderen en winnaar van verschillende literatuurprijzen waaronder de Libris geschiedenis prijs en de AKO literatuurprijs.

In februari 2011 startte hij een Facebookproject rond het collectief vormgeven van een gedicht, vertrekkende van een willekeurig gekozen zin uit een krantenartikel. Op de startzin voor de nieuwe constructie: ‘Het waren eenzame kilometers tussen Ieper en Brussel’ kwamen 110 reacties. De eindredactie bleef bij de initiatiefnemer. Hieronder het resultaat van dit project en een gedicht van zijn hand.

.

In alle vroegte

het waren eenzame kilometers

tussen Ieper en Brussel

het was stil alleen de tijdgeest sprak

op de radio sprak een man in tongen

de donkere rit werd een moeilijke

puzzel

ontbinding onveiligheid hevig

verlangen

ik vreesde dat het slijk zou schreeuwen

om zoiets als een veldrit

op zondagnamiddag

kilometers lang ben ik

gesteven wegen natriumrood

verlicht duizenden strepen niets

naderde zelfs niet in meters

de nacht die zal breken

de opgaande hoofdstad

vuurrode longen

ja we zijn er om te vertrouwen

van skyline naar zeespiegel

van aarde naar beton

en eenzaamheid stuwt voort weekt los

de wind jaagt het hout kraakt

een vlucht lijsters nee spreeuwen

wijzigt van lijn

soms had ik gelukkige gedachten

fluwelen zetels koffie snijbloemen

antiek

langs het water stonden paarden

rechtopstaand te slapen

daar lag mijn grond daar lag de pijn

.

 

De kruik

 

– Voor Agnès –

Jezelf zo schikkend als was ik een bad,
hoofd onder kin, rug langs mijn buik
spoel je aan in zilver en kwik.

Lig nu stil. Langzaam laat ik het water
lopen. De kruik kleedt je uit
in het helderste wit. Je hals van email,
je schouder die schatert van licht.

Sluit je de ogen, je haar wordt een wier.
Vind ik een vorm voor water dat loopt?
Het wuift en wacht, een onweer op zee,
je oogleden blijven gesloten.

.

david_van_reybrouck_spreker_g1000_5

Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl, foto: readmylips.be

Sylvie Marie

Vlaamse dichters

.

Sylvie Marie ( 1984) woont in Gent, waar ze politieke en sociale wetenschappen studeerde. In Brussel voltooide ze haar studententijd met een postgraduaat journalistiek. Ze publiceert sinds 2005 gedichten in literaire tijdschriften en staat regelmatig op het podium. In het voorjaar van 2009 verscheen haar debuutbundel ‘Zonder’.  In 2011 volgde een tweede bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs en de JC Bloemprijs. In 2013 verscheen ‘Speler X’, een voetbalroman waarvan ze co-auteur is. In juni 2014 verscheen haar derde dichtbundel ‘Altijd een raam’.

Tussen november 2009 en juni 2011 schreef Sylvie Marie als huisdichteres regelmatig gedichten voor het weekblad Humo nadat ze Humo’s Gouden Aap won. Tegenwoordig werkt ze als leerkracht literaire creatie aan de academies van Tielt en Ieper en geeft ze regelmatig workshops poëzie. Ze was poëziecoördinator bij Meander en is redacteur bij het literaire tijdschrift Deus ex Machina. Op haar website http://www.sylviemarie.be/ kun je veel meer informatie vinden.

Uit haar bundel ‘Zonder’ uit 2009 het gelijknamige gedicht.

.

zonder

die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
weerkaatst. ik lees:

ik ben weg, neem niets mee behalve
de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
de smaak van je lippen. de hond

op straat leidt me
af en ik staar naar het raam, nooit zag het ochtendlicht
er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

het was de eerste keer dat het niet opbollend
in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
me goedemorgen zoende.

.

Sylvie marie

Gedicht op een schip

Peter Holvoet-Hanssen

.

Tijdens zijn stadsdichterschap (2010-2011) heeft Peter Holvoet-Hanssen een aantal gedichten op bijzondere plekken laten verschijnen. Zo schreef ik al eens over zijn gedicht langs de kademuren van Oostende. Vandaag voeg ik daar zijn gedicht op de zijkant van een schip aan toe. De Festina Lente werd versierd met het gedicht ‘Scheldeduiker’ in een ontwerp van Jelle Jespers.

 

Scheldeduiker

wind in de tijd – straatkinderen van het Eilandje
wapperen daar bij die vierde toren – ontij croont
voor de thuislozen die kruipen in lofts van karton
bij de prefabbuildings
waai die daghengsten weg – draai
klimmend als opstandig gras door scheuren in beton

torens zijn de wachters, staan als bakens voor de maan
schepen schaatsen op een ton weerbarstig in de zon
van drip drop en klip klip klop, wij kiezen voor het sop
scheep in, dravend langs de kant dwars door het Scheldeland
want de wereld stoomt de wereld stroomt aan ons voorbij
snel dus trager, haast u langzaam; zeefier –
trossen los

de zeeleeuwerik tiereliert en hoort de witte zoutmerel

.

Gedicht op een boot

 

Festina_Lente

 

Het gedicht ‘Scheldeduiker’ is met foto opgenomen in de dubbelbundel ‘Antwerpen/Oostende’ uitgeverij Prometheus, Amsterdam, 2012.

De Festina Lente met het Stads- en Scheldegedicht is nog steeds te bewonderen. Het heeft een aanlegplaats te Willemdok nabij het MAS (Museum aan de Stroom) aan de Hanzestedenplaats 1 te Antwerpen. Op http://www.antwerpenboekenstad.be zijn ook bewegende beelden van het Schip en Peter Holvoet-Hanssen te zien.

Ellen Deckwitz

Liedje

.

Ellen Deckwitz studeerde Nederlands in Groningen en voltooide nadien een research master in de literatuur- en cultuurwetenschap.

Sinds 2000 is Deckwitz actief als dichteres. Ze droeg haar poëzie voor in binnen- en buitenland, onder andere op Lowlands, de Nacht van de Poëzie en Poetry International. Daarnaast verscheen haar werk in verschillende Nederlandse literaire tijdschriften en bloemlezingen en is een gedeelte vertaald en gepubliceerd in het Duits, Zweeds, Engels en Frans. Ellen Deckwitz was een van de juryleden voor de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2011-2012.

In 2009 kreeg Deckwitz de Meander Dichtprijs toegekend voor haar poëzie. Eind 2009 won zij het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam (ze heeft het record van de meest gewonnen poetry slams in 1 jaar) en voor haar bundel “De steen vreest mij” ontving ze de 25ste C. Buddingh-prijs 2012 voor het beste poëziedebuut van het jaar.

Tegenwoordig woont en werkt Deckwitz in Utrecht waar ze onder andere een van de vijf leden van het Utrechts Dichtersgilde is, dat in 2009 werd opgericht rond Ingmar Heytze.

In Liter nr. 66 uit 2012 verscheen onder meer het gedicht ‘Liedje’.

.

Liedje

.

Laat me je oproepen in de geest

van degene die dit jaren later leest.

Ook al stellen ze zich je blond voor,

.

je ogen grijs en je mond grover

dan ik bedoelde. Laat me uitbeelden

voor wanneer niemand je meer wil,

voor als niemand nog de pen uit

.

mijn handen rukt, verwacht ik je

tong en hef je mijn gezicht alsof

het een kelk is

.

foto-ellen-deckwitz-door-nadine-ancher1

Foto: Nadine Ancher

Frank Koenegracht

Dichters in de Nacht

.

Via de luister CD ‘Dichters in de Nacht’ werd mijn aandacht getrokken door een voordracht van Frank Koenegracht.  Frank Koenegracht is dichter en psychiater (1945).  Hij debuteerde in 1966 met gedichten in literair tijdschrift Maatstaf. Voor zijn werk ontving hij de Anna Blaman prijs en de Frans Erensprijs. Sinds 1971 heeft hij verschillende dichtbundels gepubliceerd.

.

Van Frank Koenegracht het gedicht ‘Brief aan mijn moeder’ uit de bundel ‘Lekker dood in eigen land’ uit 2011.

.

Brief aan mijn moeder

 

Moet je horen, mamma, luister je?
Ik lees hier over een aanbod
waarbij zeer oude moeders met
meestal zeer oude zonen die
om niet tastbare redenen niet meer
bij ze willen slapen
een zwaan ter beschikking wordt gesteld
door de thuiszorg.
Het gaat om Hollandse zwanen.
Ze zwemmen overdag rond,
maar ’s avonds worden ze opgeborgen
in prachtige vitrines.
Ze worden thuisbezorgd en in je bed gelegd.
Ze slaan hun linker vleugel om je heen: dat
is tegen angst voor duizeligheid en ze leggen
hun snavel op het andere kussen:
dat is tegen de eenzaamheid.

’s Ochtends worden ze weer opgehaald.
Nou, doe het maar, mamma.
Je bent er immers voor verzekerd.

.

FK

Poëzie marketing

Gedicht op een servetring

.

Rond 2000/2001 gaf Calvé servetringen weg die zaten om de hals van sausflesjes. Op die ringen (die je dus als servetring kon gebruiken) stonden gedichtjes van bekende Nederlandse dichters. Hieronder staat een voorbeeld van een servetring met een dierengedicht van Kees Stip.

.

servetring

Info en foto Mats Beek.

En het gedicht.

Een egel die, gestart te Smilde
naar Hindelopen lopen wilde
zeeg halverwege in elkaar
met een aanmerkelijke blaar.
Ach had ik, hoorde ik hem snikken,
maar iets om die mee door te prikken.